Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AZ3548

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-12-2006
Datum publicatie
04-12-2006
Zaaknummer
05/900467
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ex-militair is veroordeeld voor invoer en handel in wapens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Militaire kamer

Parketnummer : 05/900467-05

Data zitting : 28 augustus 2006 en 20 november 2006

Datum uitspraak : 4 december 2006

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : 11 april 1982 te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsman : mr. A.H.M.M. Romviel, advocaat te Doesburg.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de militaire kamer ter terechtzitting van 20 november 2006 toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2005 tot en met 16 november 2005 te Elspeet, gemeente Nunspeet, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een wapen van categorie III, te weten een pistool, merk Creena Zastava, type Mod. 70, kal. 7.65 mm, en/of munitie van categorie III, te weten 50, althans een aantal (scherpe) patronen, heeft overgedragen aan [naam];

(zakendossier 01, pag. 879 e.v.)

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2005 tot en met 16 november 2005 te Elspeet, gemeente Nunspeet, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een wapen van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur, merk CESKA ZBROJOVKA, type VZ61 ("Skorpion"), kal. 7.65 mm, en/of munitie van categorie II, te weten 36, althans een aantal (scherpe) patronen, heeft overgedragen aan [naam];

(zakendossier 02, pag. 963 e.v.)

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

3.

hij op of omstreeks 20 december 2005 te Ermelo voorhanden heeft gehad 780, althans een aantal (scherpe) patronen en/of 849, althans een aantal oefenpatronen en/of 239, althans een aantal (scherpe) geweerpatronen, in elk geval munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III en/of 35, althans een aantal Pyro knalpatronen, in elk geval munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie II;

(zakendossier 03, pag. 1040 e.v.)

4.

hij op of omstreeks 20 december 2005 te Ermelo een of meer wapens van categorie II, te weten 6, althans een aantal scherfgranaten M75 en/of 6, althans een aantal handgranaat ontstekerlichamen en/of een machinepistool, (merk Auto Ordenance, Thomson M1A1, kal. .45 ACP) en/of een excersitie handgranaat en/of 7, althans een aantal rookpotten, voorhanden heeft gehad;

(zakendossier 03, pag. 1040 e.v.)

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

5.

hij op of omstreeks 20 december 2005 te Ermelo een of meer wapens van categorie III, te weten 4, althans een aantal magazijnen (Kalashnikov/Heckler & Koch) en/of twee, althans een kogelgewe(e)r(en) (merk: Zastava) en/of een revolver (merk: Weihrauch, type Arminius) en/of een revolver (merk: Zastava, kal. .357 Magnum) en/of een pistool (merk: Ceska Zbrojovka (CZ), kal. 7.65 mm Browning) en/of een pistool (merk: Zastava, type M57, kal. 7.62 mm) en/of een werpmes, voorhanden heeft gehad; (zakendossier 03, pag. 1040 e.v.)

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

6.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met

20 december 2005 te Ermelo, althans binnen het grondgebied van Nederland, (telkens) zonder consent

- een of meer wapens van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur (merk: Ceska

Zbrojovka, type VZ61 "Skorpion") en/of 6, althans een aantal scherfgranaten M75 en/of 6, althans een aantal handgranaat-ontstekerlichamen en/of een machinepistool (merk: Auto Ordenance, Thomson M1A1, kal. .45 ACP) en/of een excersitie-handgranaat en/of 7, althans een aantal rookpotten, en/of munitie van categorie II, te weten 35, althans een aantal Pyro knalpatronen, en/of

- een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (merk: Creena Zastava, type

Mod. 70, kal. 7.65 mm) en/of 4, althans een aantal magazijnen (Kalasnikov/Heckler & Koch) en/of 2, althans een kogelgewe(e)r(en) (merk: Zastava) en/of een revolver (merk: Weihrauch, type Arminius) en/of een revolver (merk: Zastava, kal. .357 Magnum) en/of een pistool (merk: Ceska Zbrojovka CZ, kal. 7.65 mm Browning) en/of een pistool (merk: Zastava, type M57, kal. 7.62 mm) en/of munitie van categorie III, te weten 830, althans een aantal (scherpe) patronen en/of 849, althans een aantal oefenpatronen en/of 239, althans een aantal (scherpe) geweerpatronen, heeft doen binnenkomen vanuit Kroatië;

(zakendossier 04, pag. 1276 e.v.)

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

7.

hij op of omstreeks 20 december 2005 te Ermelo, althans binnen het grondgebied van Nederland, een of meer wapens van categorie I, te weten een oefenhandgranaat en/of een (defecte) granaat en/of 6, althans een aantal simulatie anti-personeelsmijnen en/of 5, althans een aantal magazijnen (Diemaco/Glock) en/of een (lege) granaatwerper en/of twee, althans een valmes(sen) en/of een licht anti-tankwapen, voorhanden heeft gehad en/of heeft doen binnenkomen;

(zakendossier 03, pag. 1040 e.v.)

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

8.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met

20 december 2005 te Schaarsbergen, gemeente Arnhem, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk een hoeveelheid munitie en/of een aantal patroonhouders en/of een of meer dozen Simunition en/of explosie simulatie en/of een aantal antipersoneelsmijntjes en/of 2.340, althans een aantal stafkaarten en/of een riem en/of een hoeveelheid NBC-kleding en/of een aantal

leveringslijstkaarten en/of een aantal magazijnen (Diemaco/Glock/Heckler & Koch) en/of een groene kist met inhoud en/of onderhoudsmiddelen en/of een of meer simulatie personeelsmijntjes en/of een of meer opbergtassen camo, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Ministerie van Defensie, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als militair, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(zakendossier 05, pag.1393 e.v.)

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 20 november 2006 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. A.H.M.M. Romviel, advocaat te Doesburg.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De steller van de tenlastelegging heeft bij het onder 1, 5 en 6 voor zover het gaat om pistolen, revolvers en kogelgeweren duidelijk het oog gehad op vuurwapens als bedoeld in de Wet wapens en munitie. De militaire kamer is van oordeel dat hier sprake is van een kennelijke verschrijving en verbetert bij voornoemde feiten “wapen” in “vuurwapen”.

Nadere overwegingen ten aanzien van het bewezenverklaarde

Door de raadsman is ten aanzien van feit 7 bepleit dat het licht antitankwapen dient te worden gestreept uit de bewezenverklaring. Het ging hier om een gebruikt antitankwapen en dat is geen wapen meer, aldus de raadsman.

De militaire kamer verwerpt dit verweer.

Aan verdachte is bij feit 7 tenlastegelegd het voorhanden hebben van wapens van categorie I van de Wet wapens en munitie. Onder deze categorie vallen mede voorwerpen die zodanig op een wapen gelijken dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn. Het inbeslaggenomen gebruikte antitankwapen vertoont, gelet op de beschrijving en de foto zoals weergeven op

blz. 314 van het proces-verbaal, een sprekende gelijkenis met een echt, nog niet verschoten antitankwapen.

De militaire kamer is dan ook van oordeel dat dit wapen valt onder genoemde categorie I van de Wet wapens en munitie.

Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 8 nu verdachte niet de intentie had om de genoemde goederen onder zich te houden.

De militaire kamer verwerpt dit verweer.

Verdachte heeft de goederen, met uitzondering van de stafkaarten en leveringslijstkaarten, zonder toestemming van de rechthebbende meegenomen naar zijn woning. Daarmee zijn de goederen uit de feitelijke heerschappij van de rechthebbende onttrokken en had verdachte deze goederen zich wederrechtelijk toegeëigend. Het feit dat verdachte de intentie had om de goederen weer terug te brengen naar de kazerne doet daar niet aan af.

De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij omstreeks de periode van 1 april 2005 tot en met 16 november 2005 te Elspeet, gemeente Nunspeet, tezamen en in vereniging met een ander een vuurwapen van categorie III, te weten een pistool, merk Creena Zastava, type Mod. 70, kal. 7.65 mm, en/of munitie van categorie III, te weten 50 scherpe patronen, heeft overgedragen aan [naam];

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

2.

hij omstreeks de periode van 1 april 2005 tot en met 16 november 2005 te Elspeet, gemeente Nunspeet, tezamen en in vereniging met een ander een wapen van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur, merk CESKA ZBROJOVKA, type VZ61 ("Skorpion"), kal. 7.65 mm, en munitie van categorie II, te weten 36 scherpe patronen, heeft overgedragen aan [naam];

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

3.

hij op 20 december 2005 te Ermelo voorhanden heeft gehad 780 scherpe patronen en 849, oefenpatronen en 239 scherpe geweerpatronen munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III en 35 aantal Pyro knalpatronen, munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie II;

4.

hij op 20 december 2005 te Ermelo wapens van categorie II, te weten 6 scherfgranaten M75 en 6 handgranaat ontsteker-lichamen en een machinepistool, (merk Auto Ordenance, Thomson M1A1, kal. .45 ACP) en een exercitie handgranaat en 7 rookpotten, voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

5.

hij op 20 december 2005 te Ermelo vuurwapens en een wapen van categorie III, te weten 4 magazijnen (Kalashnikov/Heckler & Koch) en twee kogelgeweren (merk: Zastava) en een revolver (merk: Weihrauch, type Arminius) en een revolver (merk: Zastava, kal. .357 Magnum) en een pistool (merk: Ceska Zbrojovka (CZ), kal. 7.65 mm Browning) en een pistool (merk: Zastava, type M57, kal. 7.62 mm) en een werpmes, voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

6.

hij de periode van 1 januari 2000 tot en met

20 december 2005 binnen het grondgebied van Nederland, telkens zonder consent

- wapens van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur (merk: Ceska

Zbrojovka, type VZ61 "Skorpion") en 6 scherfgranaten M75 en 6 handgranaatontstekerlichamen en een machinepistool (merk: Auto Ordenance, Thomson M1A1, kal. .45 ACP) en een exercitiehandgranaat en 7 rookpotten en munitie van categorie II, te weten 35 aantal Pyro knalpatronen, en vuurwapens van categorie III, te weten een pistool (merk: Creena Zastava,

type Mod. 70, kal. 7.65 mm) en 4 magazijnen (Kalasnikov/Heckler & Koch) en 2 kogelgeweren (merk: Zastava) en een revolver (merk: Weihrauch, type Arminius) en een revolver (merk: Zastava, kal. .357 Magnum) en een pistool (merk: Ceska Zbrojovka CZ, kal. 7.65 mm Browning) en een pistool (merk: Zastava, type M57, kal. 7.62 mm) en munitie van categorie III, te weten 830 scherpe patronen en 849 oefenpatronen en 239 scherpe geweerpatronen, heeft doen binnenkomen vanuit Kroatië;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

7.

hij op 20 december 2005 binnen het grondgebied van Nederland, wapens van categorie I, te weten een oefenhandgranaat en een defecte granaat en 6 simulatie anti-personeelsmijnen en 5 magazijnen (Diemaco/Glock) en een lege granaatwerper en twee valmessen en een licht antitankwapen, voorhanden heeft gehad en heeft doen binnenkomen;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

8.

hij in de periode van 1 januari 2000 tot en met

20 december 2005 te Schaarsbergen, gemeente Arnhem, telkens opzettelijk een hoeveelheid munitie en een aantal patroonhouders en dozen Simunition en explosie simulatie en een aantal antipersoneelsmijntjes en een riem en een hoeveelheid NBC-kleding en een aantal magazijnen (Diemaco/Glock/Heckler & Koch) en een groene kist met inhoud en onderhoudsmiddelen en simulatie personeelsmijntjes en opbergtassen camo, toebehorende aan Ministerie van Defensie, welke goederen verdachte anders dan door misdrijf, te weten als militair, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

A. Het medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

B. Het medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Ten aanzien van feit 2:

A. Het medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.

B. Het medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Ten aanzien van feit 3:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 5:

A. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.

B. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 6:

A. Handelen in strijd met artikel 14, eerste lid van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd.

B. Handelen in strijd met artikel 14, eerste lid van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.

C. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 7:

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 8:

Verduistering, meermalen gepleegd.

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 26 juli 2006;

• een voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland betreffende verdachte, gedateerd 8 juni 2006.

De militaire kamer overweegt in het bijzonder het navolgende.

Ten laste van verdachte is onder 1 t/m 7 bewezenverklaard dat hij een groot aantal wapens en munitie van categorie II en III van de Wet wapens en munitie heeft ingevoerd, heeft overgedragen en voorhanden heeft gehad.

Daarnaast heeft verdachte de onder 8 bewezenverklaarde goederen verduisterd van het Ministerie van Defensie.

De militaire kamer is van oordeel dat verdachte als beroepsmilitair zich bewust moet zijn geweest van het gevaar dat de bewezenverklaarde wapens kunnen teweegbrengen als deze in het criminele circuit terechtkomen en rekent het verdachte zwaar aan dat hij desondanks toch heeft meegewerkt aan de handel in dergelijke wapens, waarbij ook het financiële gewin een rol heeft gespeeld.

De militaire kamer acht gelet op de ernst van deze feiten oplegging van een deels onvoorwaardelijke straf op zijn plaats. De militaire kamer acht wat betreft de duur van de op te leggen straf de door de officier van justitie geëiste straf passend.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen:

- 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 57, 91 en 321 van het Wetboek van Strafrecht;

- 13, 14, 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie.

8. De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder

punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer¬legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. A.G. Broek – de Stigter, als voorzitter,

mr. E.G. Smedema, rechter,

kolonel mr. J.P.M. Schwillens, militair lid,

in tegenwoordigheid van M.H.J. Materman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de militaire kamer op 4 december 2006.