Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AZ2931

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-10-2006
Datum publicatie
23-11-2006
Zaaknummer
141164
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Multi Trade heeft managementondersteuning geboden aan Plato International/Plato Wood Products. De managementondersteuning bestond vooral in het verzorgen van de inkoop van hout. Er spelen in deze procedure twee kwesties. De eerste is wie de opdrachtgever is van Multi Trade, Plato Internationa of Plato Wood Products. De tweede is, voor het geval Plato International opdrachtgever blijkt te zijn, of Plato International gehouden is de verplichtingen uit het Document (her)structurering en de overeenkomst van geldlening na te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 141164 / HA ZA 06-917

Vonnis van 18 oktober 2006

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTI TRADE B.V.,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

procureur mr. L. Paulus,

advocaat mr. M. Meijjer te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PLATO INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

procureur mr. H. van Ravenhorst,

advocaat mr. E.R. Looyen te Arnhem.

Partijen zullen hierna Multi Trade en Plato International genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 juli 2006

- het proces-verbaal van comparitie van 2 oktober 2006.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Multi Trade en Plato International zijn eind 2001 een mondelinge overeenkomst van dienstverlening aangegaan, inhoudende dat Multi Trade managementondersteuning zou bieden aan Plato International. Plato International hield zich bezig met het inkopen, modificeren (platoniseren) en verkopen van hout.

2.2. Plato International heeft op 16 april 2002 Plato Wood Products B.V. opgericht en haar onderneming aan deze vennootschap overgedragen.

2.3. Multi Trade heeft haar facturen gesteld op naam van Plato International. Zij werd tot 1 januari 2003 door Plato International betaald en vanaf die datum door Plato Wood Products.

2.4. Vanaf mei 2003 was [best[bestuurder Plato International] bestuurder van Plato International en – via Plato International – van Plato Wood Products.

2.5. Bij de stukken bevindt zich het navolgende, niet in extenso geciteerde document - hierna: Document (her-)structurering:

“(HER)STRUCTURERING HANDELSRELATIE MULTITRADE – PLATO

25 augustus 2004

Uitgangspunten:

a. Plato is voornemens haar relatie met Multitrade te bestendigen en het door Multitrade geconcipieerde inkoopbeleid voort te zetten en te verdiepen,

b. Multitrade is erover geïnformeerd dat Plato schuldsaneringsvoorstellen aan Nederlandse houtleveranciers heeft gedaan en dat een buitengerechtelijke saneringsregeling een gelijke behandeling voor alle houtleveranciers noodzakelijk maakt. Multitrade wenst voor en namens de buitenlandse leveranciers integraal met Plato een dergelijke sanering te regelen.

c. Plato zegt Multitrade toe, voortzetting van de huidige prijs/kwaliteitverhouding vooropgesteld, tenminste op hetzelfde niveau managementondersteuning van Multitrade te betrekken. Op basis van het Businessplan 2005 van Plato betreft dit een afname van tenminste 120 mandagen.

Herstructurering:

1. Het openstaande saldo per 20.08.2004 (€ 42.218,03) wordt per 30.08.2004 middels overboeking betaald,

2. Op basis hiervan verstrekt Multitrade Plato een rentedragende lening ter hoogte van € 20.668,15, terugbetaalbaar per 30.06.2006 of zoveel eerder als Plato daartoe in staat is. De rente bedraagt 5% en is per kwartaal achteraf door Plato verschuldigd. De 1e rentebetaling vindt plaats op of vóór 31.12.2004

(…)

Voorbehoud:

Het bovenstaande is onder voorbehoud van tot stand komen van een formele leningsovereenkomst tussen Plato en Multitrade waartoe Plato uiterlijk 27.08.2004 een concept bij Multitrade zal indienen.

Aldus overlegd en overeengekomen te Arnhem op 25 augustus 2004

Multitrade [bestuurder]

2.6. Op 13 september 2004 is op naam van Plato Wood Products en Multi Trade een overeenkomst van geldlening gesloten voor het in art. 2 Document (her-)structurering genoemde bedrag van € 20.688,15.

2.7. Plato Wood Products is op 23 maart 2005 in staat van faillissement verklaard. Aan Plato International is op 11 maart 2005 surseance van betaling verleend, welke surseance na betaling van crediteuren is ingetrokken op 2 november 2005. Plato International heeft de activa van de onderneming van Plato Wood Products uit het faillissement overgenomen.

3. Het geschil

3.1. Multi Trade vordert samengevat - veroordeling van Plato International tot betaling van € 9.996,17, € 73.545,57, € 20.668,15 en € 80.967,60, telkens inclusief BTW, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Plato International voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Multi Trade heeft managementondersteuning geboden aan Plato International/Plato Wood Products. De managementondersteuning bestond vooral in het verzorgen van de inkoop van hout. Er spelen in deze procedure twee kwesties. De eerste is wie de opdrachtgever is van Multi Trade, Plato International of Plato Wood Products. De tweede is, voor het geval Plato International opdrachtgever blijkt te zijn, of Plato International gehouden is de verplichtingen uit het Document (her-)structurering en de overeenkomst van geldlening na te komen.

Opdrachtgever

4.2. Multi Trade is haar dienstverlening begonnen in een periode dat Plato Wood Products nog niet was opgericht. In de periode vóór oprichting van Plato Wood Products was vanzelfsprekend Plato International de opdrachtgever van Multi Trade. Multi Trade stelt dat Plato International altijd haar opdrachtgever is gebleven. Zij wijst er ter illustratie van die stelling onder meer op dat zij haar facturen altijd aan Plato International heeft gericht. Plato International stelt dat Plato Wood Products opdrachtgever is geworden. Zij wijst daarvoor in de eerste plaats op het feit dat Plato Wood Products vanaf 1 januari 2003 de facturen van Multi Trade heeft voldaan. In de tweede plaats wijst zij op de overeenkomst van geldlening, waarin Plato Wood Products als schuldenaar van Multi Trade is vermeld. In de derde plaats wijst zij erop dat de dienstverlening door Multi Trade ten goede kwam aan de door Plato Wood Products gedreven onderneming.

4.3. De mondelinge overeenkomst van dienstverlening die Multi Trade en Plato International eind 2001 hebben gesloten, is een obligatoire overeenkomst. Overneming van de contractuele positie van Plato International door Plato Wood Products is mogelijk, mits daarover overeenstemming tussen partijen bestaat en een en ander is vastgelegd in een tussen Plato International en Plato Wood Products akte (art. 6:159 BW). Plato International heeft niet gesteld dat er een dergelijke akte tussen beide vennootschappen is opgemaakt. Dit betekent dat Plato International opdrachtgever van Multi Trade is gebleven.

4.4. Deze beslissing wordt niet anders door de omstandigheid dat Plato Wood Products vanaf 1 januari 2003 de facturen van Multi Trade heeft betaald. Verbintenissen kunnen immers door een ander dan de schuldenaar worden nagekomen (art. 6:30 lid 1 BW).

4.5. Deze beslissing wordt ook niet anders door het feit dat de overeenkomst van geldlening van 13 september 2004 is ondertekend namens Plato Wood Products. In de eerste plaats is de overeenkomst van geldlening geen akte die is opgemaakt tussen Plato International en Plato Wood Products. In de tweede plaats heeft Multi Trade onweersproken gesteld dat haar bestuurder, [naam] deze overeenkomst heeft ondertekend, zonder dat [bestuurder Plato International] hem had verteld dat niet Plato International maar Plato Wood Products als opdrachtgever en dus schuldenaar van de geldlening zou hebben te gelden en zonder dat [bestuurder Plato International] hem gelegenheid heeft geboden om de overeenkomst te beoordelen alvorens hij hem zou tekenen, zodat het hem niet is opgevallen dat niet Plato International, maar Plato Wood Products als schuldenaar vermeld stond. Onder deze omstandigheden kan er niet vanuit worden gegaan dat Multi Trade met het ondertekenen van de overeenkomst van geldlening akkoord is gegaan met het overgaan van de hoedanigheid van opdrachtgever van Plato International op Plato Wood Products en ook niet dat Multi Trade bij Plato International of Plato Wood Products het vertrouwen daaromtrent heeft opgewekt.

4.6. Het is niet ongebruikelijk dat een dienstverlener als Multi Trade wordt gecontracteerd door de moedermaatschappij en werkzaamheden verricht voor de dochteronderneming. Het daarop betrekking hebbende verweer van Plato International wordt ook verworpen. Het daarmee samenhangende bewijsaanbod wordt als niet ter zake dienend gepasseerd.

4.7. Deze beslissing brengt mee dat als wederpartij bij het Document (her-)structurering en bij de overeenkomst van geldlening Plato International heeft te gelden. Dit betekent weer dat Plato International de verplichtingen uit deze overeenkomsten in beginsel dient na te komen. Tegen aflossing van de lening van € 20.668,15 en betaling van de verschenen rente over de geldlening heeft Plato International verder geen verweer gevoerd. Deze onderdelen van de vordering zullen daarom worden toegewezen.

De verplichtingen uit het Document (her-)structurering

4.8. Plato International heeft dus te gelden als de opdrachtgever van Multi Trade en dient deze te betalen voor de door haar verleende dienstverlening. Multi Trade stelt dat zij in januari en februari 2005 managementondersteuning ten behoeve van Plato heeft verricht, die zij heeft gedeclareerd door middel van de facturen 2005.353 van 8 februari 2005 en 2005.354 van 8 maart 2005, tezamen € 9.996,17 inclusief BTW.

4.9. Plato International heeft als verweer tegen dit onderdeel van de vordering gevoerd, dat Multi Trade in januari en februari 2005 geen activiteiten voor Plato heeft verricht, zodat de facturen 2005.353 van 8 februari 2005 en 2005.354 van 8 maart 2005 niet verschuldigd zijn. Multi Trade zal daarom worden opgedragen te bewijzen dat zij de werkzaamheden die zij met deze facturen heeft gedeclareerd, ook heeft verricht.

4.10. In onderdeel c van het Document (her-)structurering heeft Plato International aan Multi Trade toegezegd dat zij van deze 120 mandagen in 2005 zou afnemen. Behalve de dagen in januari en februari 2005 – die overigens worden betwist door Plato International, zie 4.9 – heeft Plato International geen mandagen van Multi Trade afgenomen. Multi Trade vordert daarom het honorarium dat overeenkomt met de niet afgenomen mandagen. Zij becijfert dat op € 73.545,57 inclusief BTW.

4.11. Plato International verweert zich door erop te wijzen dat zij met Multi Trade is overeengekomen dat de afspraak over de afname van 120 mandagen in 2005 is geannuleerd in verband met het faillissement van Plato Wood Products en dat Multi Trade als compensatie onder meer de opbrengst van een lading geplatoniseerd Russisch hout heeft mogen verkopen en dat Multi Trade een vrachtauto met without heeft meegekregen. Dit bevrijdende verweer heeft Multi Trade betwist. Plato International zal daarom worden opgedragen deze stelling te bewijzen.

4.12. Multi Trade vordert ten slotte € 80.967,50 in verband met gemaakte afspraken voor managementondersteuning over 2006. Dit onderdeel van de vordering zal worden afgewezen. Het Document (her-)structurering bevat immers geen toezegging over een minimum aantal mandagen, dat Plato International in 2006 zou afnemen. Aangezien Plato International in 2006 geen gebruik heeft gemaakt van de diensten van Multi Trade, is zij ook geen honorarium verschuldigd.

4.13. Zowel Multi Trade als Plato International krijgt bewijs opgedragen. De rechtbank stelt als efficiënte aanpak van de getuigenverhoren voor dat eerst de getuigen aan de zijde van Plato International worden gehoord, zowel in enquête over het bewijsthema van Plato International als in contra-enquête over het bewijsthema van Multi Trade en dat daarna de getuigen aan de zijde van Multi Trade zullen worden gehoord, zowel in enquête over het bewijsthema van Multi Trade als in contra-enquête over het bewijsthema van Plato International. Als Plato International na het horen van de getuigen aan de zijde van Multi Trade nog aanvullend getuigen wil horen in contra-enquête over het bewijsthema van Multi Trade, zal haar dat worden toegestaan.

4.14. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. draagt Multi Trade op te bewijzen dat zij in januari en februari 2005 managementondersteuning ten behoeve van Plato heeft verricht, die zij heeft gedeclareerd door middel van de facturen 2005.353 van 8 februari 2005 en 2005.354 van 8 maart 2005, tezamen € 9.996,17 inclusief BTW,

5.2. draagt Plato International op te bewijzen dat zij met Multi Trade is overeengekomen dat de afspraak over de afname van 120 mandagen in 2005 is geannuleerd in verband met het faillissement van Plato Wood Products en dat Multi Trade als compensatie onder meer de opbrengst van een lading geplatoniseerd Russisch hout heeft mogen verkopen en dat Multi Trade een vrachtauto met without heeft meegekregen.

5.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 1 november 2006 voor uitlating door Multi Trade en Plato International of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.4. bepaalt dat Multi Trade en Plato International, indien zij geen bewijs door getuigen willen leveren maar wel bewijsstukken willen overleggen, die stukken direct in het geding moeten brengen,

5.5. bepaalt dat Multi Trade en Plato International, indien zij getuigen willen laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op maandagen in de maanden december 2006 tot en met februari 2007 direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.6. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. F.J. de Vries in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4,

5.7. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.8. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2006.