Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AZ0867

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
01-09-2006
Datum publicatie
25-10-2006
Zaaknummer
411814 \ CV EXPL 05-5972
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering op grond van artikel 5, lid 1 W.A.A. wordt afgewezen, omdat zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen zich daartegen verzetten.

Wetsverwijzingen
Wet flexibel werken
Wet flexibel werken 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2006/277
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 411814 \ CV EXPL 05-5972 \ 19bw

uitspraak van 1 september 2006

Vonnis

in de zaak van

[eiseres]

wonende te Arnhem

eisende partij

gemachtigde Abvakabo FNV Regiokantoor Oost

tegen

de stichting Stichting [gedaagde]

gevestigd te Nijmegen

gedaagde partij

gemachtigde mr. D. den Heeten

Partijen worden hierna [eiseres] en de [gedaagde] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit

- het tussenvonnis van 25 november 2005

- het proces-verbaal van de comparitie van 13 maart 2006.

2. De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

2.1 [eiseres] werkt sinds januari 2001 bij de [gedaagde] als gespecialiseerd reumaverpleegkundige op het Ambulant Reumacentrum (hierna ARC). Zij heeft een aanstelling voor 24 uur per week en zij verricht haar werk binnen een multidisciplinair team.

2.2 Bij brief van 28 april 2004 heeft zij de [gedaagde] gevraagd op grond van de Wet aanpassing arbeidsduur (hierna: WAA) om minder te mogen werken, namelijk de ene week 16 en de andere week 24 uur, met ingang van 1 september 2004.

De [gedaagde] heeft over dat verzoek met haar overleg gevoerd.

2.3 De [gedaagde] heeft haar bij brief van 30 juni 2004 als volgt bericht:

"(…)Zoals ik je reeds eerder mondeling heb laten weten, kan ik je verzoek niet honoreren.

Voor de functie van gespecialiseerd reumaverpleegkundige geldt een minimale arbeidsduur van gemiddeld 24 uur per week.

Zo is dat toentertijd geformuleerd in de vacaturetekst voor deze functie.

De argumenten voor deze ondergrens zijn de volgende.

? Waarborgen continuïteit t.a.v. de patiëntenzorg

Patiënten, en daarmee de organisatie, vinden het belangrijk om bij de zorg niet met teveel wisselende hulpverleners in aanraking te komen. Daarom stelt de organisatie een ondergrens voor het aantal te werken uren per week.

? Waarborgen continuïteit binnen het multidisciplinaire team

De gespecialiseerd reumaverpleegkundige binnen het Ambulant Reuma centrum (ARC) heeft een spilfunctie als het gaat om de organisatie van de zorg rondom de patiënt en als aanspreekpunt voor de verschillende disciplines. Deze functie kan alleen goed uitgevoerd worden als de functionaris gemiddeld een substantieel deel, minimaal 24 uur, van de week aanwezig is.

? Evenredige verdeling directe tijd versus indirecte tijd/voorwaardescheppende tijd

De functie gespecialiseerd reumaverpleegkundige van het ARC vereist permanente scholing. Tevens zal de functionaris goed geïnformeerd dienen te zijn over de organisatie van de [gedaagde] in het algemeen en het reumacentrum ion het bijzonder en over de ontwikkelingen in de zorg.

Een gespecialiseerd reumaverpleegkundige wordt betrokken bij besluitvorming en bij ontwikkeling van nieuwe zorgproducten. Naast de patiëntoverdracht vergen deze activiteiten een behoorlijke tijdsinvestering, die bij kleinere arbeidscontracten dan

24 uur per week leidt tot besteding van een onevenredig deel van de totaal beschikbare tijd.

(…)".

2. De vordering en het verweer

2.1 [eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1 zal verklaren voor recht dat het verzoek tot contractsinkrimping tot (gemiddeld)

20 uur per week toegewezen moet worden, tegen verbeurte van een dwangsom van € 250,-- per week voor elke week dat dit verder wordt nagelaten,

2 de [gedaagde] zal veroordelen haar te werk te stellen gedurende (gemiddeld) 20 uur per week, tegen verbeurte van een dwangsom van € 250,-- per week voor elke week dat dit verder wordt nagelaten,

dit alles met veroordeling van de [gedaagde] in de proceskosten.

2.2 Zij baseert haar vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, op de volgende, zakelijk weergegeven stellingen.

De gestelde minimale arbeidsduur is arbitrair en niet inzichtelijk. Zij is destijds gevraagd voor deze functie en heeft geen vacaturetekst gezien. Wel is met haar toen gesproken over deze minimumduur, maar die zou te maken hebben met de start van de betreffende afdeling.

De doorsnee patiënt komt op 2 vaste dagen op het ARC en heeft eenmaal per week, op dezelfde dag van de week, een gesprek van een half uur met een gespecialiseerd reumaverpleegkundige. Zij is van plan, als haar verzoek zou worden toegewezen, op vaste dagen te werken en zij zal dan ook steeds dezelfde patiënten op deze dagen zien.

Het argument van de [gedaagde] dat patiënten met teveel verschillende hulpverleners van doen zouden krijgen gaat dus niet op.

Zij heeft niet de indruk dat de spilfunctie die de gespecialiseerd reumaverpleegkundige heeft door het werken voor 20 uur per week kwalitatief noemenswaardig minder zou worden.

Zij heeft tijdens haar ouderschapsverlof 20 uur per week gewerkt en weet zich gesteund door haar collegae.

Het feit dat de gespecialiseerd reumaverpleegkundige wordt betrokken bij de besluitvorming en bij de ontwikkeling van nieuwe zorgproducten doet niet ter zake: voor het aantal uren heeft dat geen betekenis.

Voor zover met patiëntenoverdracht wordt gedoeld op schriftelijke rapportage in de patiëntendossiers geldt dat deze dagelijks wordt uitgevoerd en afhankelijk is van de werktijd en dus van het aantal patiënten.

Er zijn collega's die minder dan 24 uur werken.

Er is, gelet op het voorgaande, geen zwaarwegend bedrijfsbelang dat aan toewijzing van haar verzoek in de weg staat.

2.3 De [gedaagde] heeft, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

Zij is een ziekenhuis dat als enige in Nederland volledig is gespecialiseerd in houding en beweging. Zij biedt behandeling voor veel voorkomende tot zeer complexe aandoeningen op het terrein van de orthopedie, de reumatologie en de revalidatiegeneeskunde. Daarnaast heeft zij een polikliniek voor pijnbestrijding, een apotheek en een sportmedisch centrum.

Zij heeft unieke kennis en is hooggespecialiseerd. Zij ontwikkelt nieuwe behandelmethoden en verricht onderzoek naar de effecten daarvan. Haar positie is nationaal en internationaal vooraanstaand.

In haar strategisch beleidsplan staat vermeld dat zij klantgericht, innovatief, ondernemend en excellent wil zijn. Uit onderzoek is gebleken dat de multidisciplinaire behandeling bij reumapatiënten succesvol is. Het ARC geeft die multidisciplinaire poliklinische behandeling. Ook daar staat de patiënt centraal. Het is een vooraanstaand behandelingscentrum, dat continu streeft naar innovatie en hoogwaardige zorgverlening.

De functie van gespecialiseerd reumaverpleegkundige is relatief hoog ingeschaald ten opzichte van de andere verpleegkundige functies. Deze verpleegkundige heeft bij de multidisciplinaire behandeling een sterk coördinerende rol. Daarbij is een ondergrens van

24 uur gesteld. De belangrijkste reden daarvoor is de continuïteit van de patiëntenzorg.

Zij streeft ernaar de patiënt tijdens de behandeling te koppelen aan één verpleegkundige.

Dat acht zij cruciaal voor het welslagen van de behandeling en het welbevinden van de patiënt. Met een arbeidsomvang van minder dan 24 uur per week is het niet mogelijk om die doelstelling te realiseren, niet in zijn algemeenheid, en evenmin met de huidige formatie.

Die bestaat thans uit 22 fte en 30 personen, van wie 6 gespecialiseerd reumaverpleegkundigen. Van deze laatsten werken er 4 personen 24 uur per week, één

32 uur per week en één 36 uur per week.

Andere redenen voor de ondergrens zijn van meer organisatorische aard. Zo is bij een formatie van veel kleine dienstverbanden werkoverleg, laat staan multidisciplinair werkoverleg niet of nauwelijks te plannen. Maar ook de verhouding tussen de tijd die aan patiëntenzorg wordt besteed en de indirecte (voorwaardenscheppende) tijd wordt onevenredig. De verpleegkundige is dan te weinig bezig met patiëntencontact in een tijd van marktwerking in de gezondheidszorg en overgang naar vraaggericht werken is dat onwenselijk en onhoudbaar. De gespecialiseerd reumaverpleegkundige heeft, in vergelijking met andere verpleegkundige functies bij de [gedaagde] een hoog aantal indirecte taken, zoals deelname aan innovatieve werkgroepen en het multidisciplinair overleg.

De mogelijkheden om minder dan 24 uur per week te werken heeft de [gedaagde] wel, alleen niet binnen het ARC.

Het is onjuist dat de ondergrens van 24 uur per week destijds als tijdelijk beleid is gehanteerd.

Koelman spreekt over de "doorsnee patiënt" die twee vaste dagen op het ARC komt.

Zij doelt daarbij kennelijk op de patiënt die voor de behandeling "multidisciplinaire RDV komt. Dat is de meest gegeven behandeling; naar schatting 60% van het totaal aantal behandelingen. Die behandeling duurt in het algemeen 6 weken, en vindt tweemaal per week plaats. De overige behandelingen, die ook repeterend kunnen zijn en waarbij ook verpleegkundigen betrokken (kunnen) zijn vormen dan nog 40%.

Het inroosteren van patiënten bij een meerdaagse behandeling kan niet, zoals [eiseres] stelt, steeds plaatsvinden op de dagen waarop zij aanwezig zal zijn, omdat ook rekening moet worden gehouden met agenda's en werktijden van behandelaars uit andere disciplines, waar ook parttime wordt gewerkt. Het streven is inroostering zonder onnodig lange wachttijden, zonder onnodig extra terugkomen en zoveel mogelijk bij dezelfde behandelaars. Dat lukt met de huidige bezetting van de formatie niet altijd, maar als [eiseres] wordt toegestaan minder te werken zal dat een negatief effect hebben op die doelstelling, los van de precedent- werking die dat zal hebben. Zij vreest grote problemen als meer gespecialiseerd reumaverpleegkundigen minder dan 24 uur willen gaan werken.

Zij heeft onderzoek gedaan naar de mate waarin patiënten dezelfde verpleegkundige hebben gezien, verdeeld over twee behandelingsperiodes: die van januari/februari 2005 en die van oktober/november 2005.

In de eerste periode had [eiseres] 4 uur per week ouderschapsverlof en een collega had per 24 januari zwangerschapsverlof. In de tweede periode werd geen verlof genoten, anders dan incidenteel ziekteverlof of vakantieverlof. In de periode januari/februari 2005 blijkt na de intake in totaal 20 maal van verpleegkundige te zijn gewisseld bij individuele patiënten.

Het aantal wisselingen varieerde daarbij: soms werd eenmaal ingevallen door een ander, soms werd afgewisseld. Vijf patiënten hebben tijdens hun behandeling in die periode zelfs twee wisselingen gehad en in totaal dus drie verpleegkundigen gezien. Het totaal aantal wisselingen kwam uit op 30, bij 81 behandelde patiënten. In de tweede periode, met volledige bezetting dus, zijn 94 patiënten behandeld en werd bij 16 patiënten gewisseld, waarbij het in 13 gevallen ging om een eenmalige overname. Bij drie patiënten zijn twee behandelingen in het traject door één andere verpleegkundige gedaan. Er is in die periode niet vaker dan eenmaal van verpleegkundige gewisseld, zodat de patiënten bij wie is gewisseld, met niet meer dan twee personen te maken hebben gehad.

[eiseres] noemt de grens van 24 uur arbitrair. Het is echter een grens die ook in een bredere context dan die van de [gedaagde] heel gebruikelijk is. Een arbeidsomvang beneden de 24 uur per week levert verlies aan arbeidsproductiviteit op, zo is gebleken uit onderzoek van TNO Arbeid en de Universiteit Brabant.

Het feit dat [eiseres] ouderschapsverlof heeft gehad en toen minder dan 24 uur heeft gewerkt, brengt nog niet mee dat haar arbeidsduur definitief zou moeten worden gewijzigd.

De door [eiseres] overgelegde verklaringen van collega's en de daarin genoemde argumenten zijn, gelet op wat de [gedaagde] hiervoor heeft aangevoerd, voor de beoordeling niet van belang.

[eiseres]' stelling dat het feit dat de gespecialiseerd reumaverpleegkundigen worden betrokken bij besluitvorming en de ontwikkeling van nieuwe zorgproducten irrelevant is, is voor haar onbegrijpelijk. Een aantal taken in de functie van gespecialiseerd reumaverpleegkundige behoort tot de zogenaamde indirecte tijd. Die is gedeeltelijk patiëntgebonden en gedeeltelijk ook niet. Met name die laatste taken bepalen in belangrijke mate de verhouding directe/indirecte tijd. Daarbij moet worden gedacht aan werkoverleg met het hele ARC, met de verpleegkundigen, bilateraal overleg met afdelingshoofd, afstemming behandelingen en roosters met andere disciplines en participatie in innovatieve werkgroepen en medicijnonderzoek. Bij iedere functie geldt dat naarmate de arbeidsomvang minder wordt het aandeel van de indirecte taken relatief groter wordt, maar voor de gespecialiseerd reumaverpleegkundige binnen het ARC geldt dat er door het multidisciplinaire karakter nog meer afstemming en overleg moet plaatsvinden, en dat vraagt mee indirecte tijd. Omdat het behandelcentrum innovatief is wordt er veel aan onderzoek en ontwikkeling gedaan en ook dat vraagt van de participerende verpleegkundigen meer indirecte tijd.

Zij heeft dan ook voldoende zwaarwegend bedrijfsbelang om het verzoek van [eiseres] af te wijzen.

3. De beoordeling

3.1 Het verzoek dat [eiseres] aan de [gedaagde] heeft gedaan voldoet aan de eisen van artikel 2, lid 3 van de WAA), conform lid 4 van dat artikel is overleg met haar gevoerd, en conform de leden 7 en 10 van dat artikel heeft de [gedaagde] op het verzoek beslist, zodat de kantonrechter zich over deze zaak kan buigen.

3.2 Artikel 5, lid l van de WAA bepaalt dat de werkgever het verzoek inwilligt, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.

3.3 Die zwaarwegende belangen zijn in dit geval aanwezig op grond van de twee hierna te noemen door de [gedaagde] aangedragen argumenten.

Gegeven het - door [eiseres] ook niet betwiste - in een beleidsplan van de

[gedaagde] vastgelegde uitgangspunt dat de patiënt centraal staat en het streven om de reumapatiënt zoveel mogelijk door dezelfde verpleegkundige te laten begeleiden, zoveel mogelijk extra bezoeken aan het ziekenhuis of onnodig lange wachttijden te voorkomen, heeft de [gedaagde] belang bij een minimum aantal wekelijkse werkuren van [eiseres] van 24. [eiseres] bezwaar is dat die grens willekeurig is, maar de kantonrechter ziet geen aanleiding voor die veronderstelling. De [gedaagde] heeft met de resultaten van haar onderzoek naar de wisselingen in de twee hiervoor genoemde periodes in 2005 voldoende inzichtelijk en aannemelijk gemaakt dat het niet mogelijk is om met handhaving van haar patiëntgerichte doelstellingen bij een multidisciplinair team met een gespecialiseerd verpleegkundige als spil bij deze formatie en bezetting en de beperkte behandelduur van enkele manden een rooster te maken wanneer [eiseres] minder dan

24 uren per week zou werken.

Daarbij komt dat [eiseres]' taak, gegeven de innovatieve doelstellingen van de

[gedaagde] en het ARC, mede omvat de participatie in multidisciplinaire werkgroepen die zich bezighouden met onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe zorgproducten. Een goede uitoefening van dat deel van haar taak beperkt haar mogelijkheden voor de direct aan de patiënt te besteden tijd, wat strijdig is met het hiervoor genoemde streven van de [gedaagde] en ten koste daarvan zal gaan.

De kantonrechter wijst de vordering dan ook af.

3.4 [eiseres] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

De beslissing

De kantonrechter

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de

[gedaagde] begroot op € 500,-- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.P.M. Weusten en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2006.