Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AY9332

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-10-2006
Datum publicatie
04-10-2006
Zaaknummer
05/900366-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van moord: gevangenisstraf van 13 jaren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/900366-05

Datum zitting : 20 september 2006

Datum uitspraak : 4 oktober 2006

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid, Ir. Molsweg 5

Arnhem.

Raadsman : mr. M.K. Rack, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 15 op 16 september 2005 te Arnhem, althans

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven

heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s)

opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren

genomen besluit, met een vuurwapen een of meer kogels heeft/hebben

afgevuurd/geschoten op/in het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer],

tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de nacht van 15 op 16 september 2005 te Arnhem, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat

verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk met een vuurwapen een of

meer kogels heeft/hebben afgevuurd/geschoten op/in het hoofd en/of lichaam van

die [slachtoffer], tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 20 september 2006 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.K. Rack, advocaat te Arnhem.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde (moord) zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren, met aftrek van de tijd in overleveringsdetentie, verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

2a. Verweren raadsman

De raadsman heeft in zijn pleidooi verschillende verweren gevoerd die hij in vijf pagina’s van zijn pleitnota heeft vastgelegd onder het hoofdstuk ‘onrechtmatigheden’. De raadsman concludeert aan het eind van dit hoofdstuk dat deze onregelmatigheden dienen te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman voor zover hij niet duidelijk en uitdrukkelijk heeft aangevoerd welke ongeregeldheden volgens hem tot deze conclusie zouden moeten leiden. Dit geldt ook voor slechts in zijn algemeenheid betoogde bewijsuitsluiting op grond van vermeende ongeregeldheden.

Voor zover de raadsman wel uitdrukkelijk verweer heeft gevoerd en daarbij uitdrukkelijk bewijsuitsluiting danwel niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie heeft bepleit, overweegt de rechtbank als volgt.

De raadsman heeft aangevoerd dat het verhoor van [medeverdachte] van 5 januari 2006 dient te worden uitgesloten van het bewijs nu [medeverdachte] is voorgehouden dat verdachte een persoon zou hebben ontmoet, terwijl [medeverdachte] met de auto achter verdachte aanreed. Dit staat volgens de raadsman niet vast en zou juist uitgezocht moeten worden, aangezien niet verdachte maar [medeverdachte 2] daar waarschijnlijk heeft gelopen. De rechtbank verwerpt dit verweer, nu [medeverdachte] enkel geconfronteerd wordt met getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] en [medeverdachte] bovendien zelf heeft verklaard dat hij die avond en nacht in gezelschap van verdachte was.

De raadsman heeft verder aangevoerd dat er in opdracht van de officier van justitie op 15 en 16 maart 2006 getuigen zijn gehoord, terwijl de zaak door de rechtbank op een eerdere zitting (namelijk op 15 februari 2006) reeds in volle omvang naar de rechter-commissaris was verwezen. De raadsman stelt dat de officier van justitie daarmee de verdediging bewust heeft gefrustreerd en dat zij bewust verdedigingrechten heeft genegeerd. Volgens de raadsman dienen deze verhoren en alles wat daarna op basis van deze verklaringen is verkregen te worden uitgesloten van het bewijs.

De rechtbank overweegt dat het opsporingsonderzoek op 15 en 16 maart nog liep. De rechtbank heeft de zaak ter terechtzitting van 15 februari 2006 in volle omvang naar de rechter-commissaris verwezen met de bedoeling dat er een rechter bij de voortgang van het onderzoek zou worden betrokken, hetgeen ook in het proces-verbaal van deze zitting staat vermeld. Dit wil echter niet zeggen dat de officier van justitie in het kader van het opsporingsonderzoek niet bevoegd was tot het verrichten van onderzoekshandelingen waaronder het horen van getuigen. Bovendien is de raadsman in de gelegenheid gesteld de door hem opgegeven getuigen te horen.

De rechtbank verwerpt het verweer.

De raadsman heeft verder gesteld dat op de videobanden van de verhoren van de echtgenote van verdachte is te zien en te horen dat de echtgenote door de politie niet op haar verschoningsrecht is gewezen. De rechtbank verwerpt dit verweer nu uit het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal blijkt dat de echtgenote voorafgaand aan de verhoren, en niet tijdens de verhoren, op het verschoningsrecht is gewezen, zodat het zeer wel mogelijk is dat dit niet op de band staat.

Ook het verweer dat de echtgenote in de verhoren op onoirbare wijze onder druk is gezet om haar man in een kwaad daglicht te stellen verwerpt de rechtbank. Naar het oordeel van de rechtbank was er sprake van een stevig verhoor, maar is van een ontoelaatbare druk niet gebleken. Overigens heeft de echtgenote niet belastend ten opzichte van verdachte verklaard en bezigt de rechtbank haar verklaringen niet voor het bewijs van het tenlastegelegde feit. Wel neemt de rechtbank in aanmerking dat zijn echtgenote ook niet ten voordele van verdachte verklaart waar het gaat om de door hem bedoelde [medeverdachte 2].

De raadsman heeft aangevoerd dat de beslissing van de rechtbank om getuige [getuige 3] niet te horen in strijd is met artikel 6 EVRM, aangezien de verdediging daarmee onacceptabel in haar rechten is beknot. De rechtbank blijft bij deze beslissing en merkt op dat de raadsman dit punt eventueel in hoger beroep aan de orde kan stellen.

Voorts heeft de raadsman de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit nu de rechter-commissaris bepaalde onderzoekshandelingen op grond van artikel 208 Sv heeft geweigerd. De rechtbank meent dat een beslissing van de rechter-commissaris niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie kan leiden en verwerpt reeds daarom al het verweer.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

De rechtbank overweegt als volgt:

Het proces-verbaal

Uit het dossier blijkt het navolgende:

• Op 16 september 2005 omstreeks 07.08 uur werd in Arnhem het stoffelijk overschot aangetroffen van een persoon die later bleek te zijn genaamd [slachtoffer] . Door de patholoog werden bij het slachtoffer drie schotverwondingen vastgesteld, waarvan twee met een inschot in het hoofd en één met een inschot links in de hals. In de hals werd een kogel aangetroffen. De patholoog concludeerde dat het slachtoffer was overleden ten gevolge van verbloeding en weefselschade opgetreden ten gevolge van schotverwondingen. Het tijdstip van overlijden werd door de patholoog geschat rond 24.00 uur, met een ruime marge .

• Door de getuigen [getuige 4] en [getuige 5] , die zich beiden bevonden in de omgeving van de plaats waar het stoffelijk overschot werd aangetroffen, zijn in de vroege ochtend van 16 september 2005 kort achter elkaar meerdere knallen gehoord. Getuige [getuige 4] verklaarde op haar wekker te hebben gekeken en te hebben gezien dat het toen 02.50 uur was. Getuige [getuige 5] verklaart dat ze schat dat de knallen tussen 01.30 en 02.00 uur waren.

• Door de getuige [getuige 6] is verklaard dat hij het slachtoffer op 16 september 2005 omstreeks 00.30 uur heeft ontmoet in het centrum van Arnhem. Het slachtoffer was in het bijzijn van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]. Het slachtoffer vertelde hem dat hij over een half uurtje een afspraak met twee Duitsers had. Het slachtoffer vertelde dat hij die Duitsers vaker had ontmoet. Omstreeks 01.45 uur kwam er een Renault 5 met Duitse kentekenplaten aanrijden. Het slachtoffer zei dat dit de Duitsers waren met wie hij had afgesproken. Getuige zag dat er twee personen in die auto zaten. Hij zag dat het slachtoffer met één van de inzittenden van de Renault sprak. Het slachtoffer stapte vervolgens bij de Duitsers achterin de auto waarna de auto wegreed. De getuigen zijn achter het slachtoffer aangereden naar een straat achter de Rappardstraat. Getuige zag dat het slachtoffer op die straat een ontmoeting had met getuige [getuige 7]. Dit was de laatste keer dat de getuige het slachtoffer zag .

Het slachtoffer had hem verder verteld dat hij eerder zaken had gedaan met de Duitser en dat hij deze man eerder had ‘geflest’. Het slachtoffer had € 500,00 van de Duitser ontvangen om cocaïne voor te kopen. Het slachtoffer zou toen echter geen cocaïne hebben geleverd .

• Getuige [getuige 1] heeft verklaard op 13 september 2005 in de avond samen met getuige [getuige 2] en het slachtoffer naar het centrum van Arnhem te zijn gegaan. Het slachtoffer voerde toen een telefoongesprek in de Duitse taal en vertelde dat hij met de Duitser een afspraak had gemaakt voor de vroege ochtend van 14 september 2005. Het slachtoffer vertelde dat een paar Duitsers hem hadden belazerd en dat hij deze Duitsers terug wilde pakken. Het slachtoffer had meerdere keren telefonisch contact met de Duitsers. De Duitsers arriveerden omstreeks 03.30 – 04.00 uur met een kleine oude auto, een soort Renault 5. Het slachtoffer is met één van de inzittenden een rondje gaan lopen. De andere Duitser reed rondjes met de auto. Daarna zijn het slachtoffer en de getuigen weggelopen. Op 15 september 2005 heeft getuige het slachtoffer opnieuw ontmoet in het centrum van Arnhem. Het slachtoffer vertelde toen dat hij gebeld had met de Duitsers en dat alles goed was. Er was een nieuwe afspraak gemaakt voor 16 september 2005 te 02.00 uur. De auto met de Duitse kentekenplaten kwam aanrijden en parkeerde op de Rodenburgstraat. Het slachtoffer sprak daar met de inzittenden van de Duitse auto. Het slachtoffer kwam met één van de Duitsers naar de auto gelopen waarin getuige zat en zei dat de Duitsers zaken wilden doen. Het slachtoffer stapte vervolgens achterin de Duitse auto. De Duitse auto ging vervolgens rijden. De getuigen zijn de auto gevolgd en zagen dat deze ergens bij een woning stopte. Getuige zag dat het slachtoffer daar uitstapte en een ontmoeting had met een buitenlandse jongen. Daarna zag hij dat het slachtoffer weer achterin de Duitse auto stapte en dat de auto wegreed. De getuigen zijn achter de auto aangereden maar raakten hem kwijt. Volgens getuige was het toen ongeveer 02.00-02.15 uur . De getuige verklaarde dat de auto waarmee de Duitsers op 14 september 2005 waren gekomen dezelfde auto was als waarmee ze op 16 september 2005 waren gekomen. Bij de eerste ontmoeting zaten er twee personen in de Duitse auto. De man met wie het slachtoffer tijdens de eerste ontmoeting een rondje had gelopen was dezelfde man als die bij de tweede ontmoeting samen met het slachtoffer op de Rodenburgstraat naar de auto was gelopen waarin getuige zich bevond. Getuige verklaarde tijdens de tweede ontmoeting ook de andere man te hebben herkend als degene die op 14 september 2005 mee naar Arnhem was gekomen .

• Getuige [getuige 2] verklaarde dat hij op de avond van de 13e september 2005 samen met het slachtoffer en getuige [getuige 1] door Arnhem had gelopen en dat het slachtoffer vertelde dat hij op 14 september 2005 om 02.00 uur een afspraak met de Duitser had. Het slachtoffer vertelde dat hij bij de vorige ontmoeting met de Duitser ‘geflashed’ was. Volgens getuige zou het slachtoffer toen meerdere telefoongesprekken in de Duitse taal hebben gevoerd. Omdat het slachtoffer het niet vertrouwde, moest getuige op de Molenkom gaan staan en moest getuige [getuige 1] het slachtoffer in de gaten blijven houden. Kort nadat de Duitser gebeld had dat hij er was, zag getuige het slachtoffer met de Duitser de Molenkom inlopen. Nadat hij had gezien dat de Duitser iets aan het slachtoffer had gegeven, zijn het slachtoffer en getuige weggerend. Het slachtoffer liet later € 500,00 aan getuige zien en zei dat hij de Duitser had teruggepakt.

Op 16 september 2005 omstreeks 01.30-01.45 uur was getuige in het centrum van Arnhem in gezelschap van het slachtoffer, getuige [getuige 1], getuige [getuige 6] en een vriend van [getuige 6]. Het slachtoffer vertelde dat hij had afgesproken met twee Duitsers. Getuige zag een Renault 5 aankomen rijden en hoorde dat het slachtoffer zei: “dat is hem”. Getuige zag dat er twee mannen in de Renault zaten. De Renault 5 stopte in de Rodenburgstraat en daar had het slachtoffer een gesprek met de inzittenden. Getuige zag dat een Duitser naar de auto kwam waarin getuige zich bevond. Getuige herkende die man van ‘de keer eerder deze week bij Molenkom’. Het slachtoffer stapte achter in de Renault 5. De auto reed weg en de getuigen zijn de auto gevolgd. Aangekomen in een zijstraat van de Hoflaan zag getuige de Renault staan met de twee mannen. Hij zag dat het slachtoffer na 5 minuten aan kwam lopen met een Turkse jongen. Getuige zag op een gegeven moment de Renault wegrijden zonder te hebben gezien wie er in de Renault waren gestapt. De getuigen zijn achter de Renault aangereden maar getuige heeft de Renault verder niet meer gezien . De straat waar de Renault vanaf de Rodenburgstraat naar toe is gereden is de Javastraat. Bij aankomst zag getuige twee personen bij de Renault staan. Getuige herkende er één voor 100% als dezelfde persoon van de Rodenburgstraat en de Molenkom . Het slachtoffer vertelde hem in de nacht van 15 op 16 september dat het dezelfde personen waren die ook in Arnhem waren in de nacht van 13 op 14 september 2005 .

• Getuige [getuige 7] verklaarde dat hij het slachtoffer op 16 september 2005 op de Javastraat heeft gezien. Hij zag dat het slachtoffer naar een daar geparkeerd staande kleine auto liep en dat het slachtoffer in deze auto stapte, waarna de auto wegreed .

• Bij een videobewijsconfrontatie (Oslo-confrontatie) herkent getuige [getuige 6] verdachte [verdachte]. Hij verklaard dat de man die hij heeft aangewezen de man is die hij op de Rodenburgstraat heeft zien praten .

• Verdachte was eigenaar van een zwarte Renault 5 .

• Door een vaste radaropstelling is geconstateerd dat met de Renault 5 van verdachte op de Delsternerstrasse te Hagen (Duitsland) op 14 september 2005 te 00.31 uur een snelheidsovertreding is gepleegd . Van deze snelheidsovertreding is een foto gemaakt. Op deze foto is te zien dat verdachte [verdachte] de auto bestuurt .

• De bijrijder werd herkend als [medeverdachte] en [medeverdachte] herkent zichzelf op de foto .

• Verdachte maakte gebruik van een drietal telefoonnummers (2 mobiele telefoons en 1 vaste aansluiting) .

• [medeverdachte] maakte gebruik van een mobiel telefoonnummer .

• In de periode van 13 september 2005 te 20.03 uur tot en met 14 september 2005 te 19.03 uur hebben er telefonische contacten plaatsgevonden tussen de telefoon(s) van verdachte en de telefoon van het slachtoffer. Bij de telefooncontacten tussen 13 september 2005 te 22.28 uur en 04.13 uur wordt de telefoon van verdachte [verdachte] aangestraald door masten die op de route naar Arnhem liggen. Voorts blijkt dat de telefoon van [medeverdachte] op 14 september 2005 te 03.09 uur wordt aangestraald door een mast in de gemeente Zevenaar en dat één van de mobiele telefoons van verdachte op 14 september 2005 te 04.13 uur wordt aangestraald door een mast in Arnhem (Oude Oeverstraat) .

• In de periode van 15 september 2005 te 08.16 uur en 16 september 2005 te 02.04 uur heeft verdachte [verdachte] diverse telefonische contacten met onder meer het slachtoffer. Uit de door de telefoon van verdachte [verdachte] aangestraalde masten blijkt dat de telefoon zich vanaf 22.49 uur vanuit Duitsland in de richting van Arnhem verplaatst en dat de telefoon te 02.03 uur door een mast in Arnhem wordt aangestraald .

• [medeverdachte] heeft verklaard dat verdachte, bij terugkeer in de auto, als een wildeman op het dashboard begon te slaan en te brullen en dat hij zei dat hij niet al zijn geld had gekregen . Volgens de getuige was verdachte opgewonden. Verdachte had gebriest en gezegd dat hij een idioot en een stommeling was, dat hij geld gaf aan mensen en dat niet meer terug kreeg .

• In de Renault 5 van verdachte zijn 3 kogels aangetroffen te weten:

een gedeformeerde kogel in de rugleuning van de achterbank aan de rechterzijde van de auto, een gedeformeerde kogel in het plaatwerk aan de linkerzijde van de auto, en

een beschadigde kogel in een holle ruimte tussen het plaatwerk aan de linkerachterzijde van de auto, onder het achterlicht .

? Het inschot in de zijwand links achter is gesondeerd. Het verlengde van de sondering ging ongeveer tussen beide voorstoelen door. Als de inschotopening in de rugleuning van de achterbank en de (daarachterliggende) kogelbeschadiging met een lijn zouden worden verbonden zou ook deze lijn ongeveer tussen de voorstoelen van de auto doorgaan .

? De 4 aangetroffen kogels (één in het lichaam van het slachtoffer en drie in de auto van verdachte) zijn zeer waarschijnlijk van het kaliber 7,65 mm Browning en hebben mogelijk behoord tot patronen van het merk Geco. De kogels zijn mogelijk afgevuurd uit één en dezelfde loop .

? Op bemonsteringen in de auto, te weten van het schuimrubber van de achterbank, de beschermlaag van de achterbank, de binnenzijde van het bijrijdersportier, een deel van de bekleding van de rugleuning en de bij het achterlicht aangetroffen kogel is bloed aangetroffen met celmateriaal dat afkomstig kan zijn van het slachtoffer waarbij de kans dat een willekeurig gekozen individu hetzelfde DNA-profiel bezit als dat van het onderzochte spoor kleiner is dan 1 op 1 miljard .

? De aangetroffen sporen bij de inschotverwonding aan de linkerslaap van het slachtoffer wijzen op een schootsafstand van vrijwel 0 centimeter. De sporen bij de in- en uitschotverwonding op het achterhoofd van het slachtoffer wijzen op een schootsafstand tussen circa 25 en 100 centimeter. .

? Met de in de Renault 5 van verdachte aangetroffen schotresten zijn aanwijzingen verkregen op het schieten met een vuurwapen in de nabijheid van de achterbank van de auto .

Verklaringen verdachte

Verdachte heeft ontkend in de nacht van 13 op 14 september 2005 in Arnhem te zijn geweest en daar het slachtoffer te hebben ontmoet.

Gelet echter op de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] die beiden verklaren dat de man die in de nacht van 15 op 16 september 2005 in de Rodenburgstraat met het slachtoffer had gesproken dezelfde man was die in de nacht van 13 op 14 september 2005 een rondje met het slachtoffer had gelopen, bezien in onderling verband met zowel de herkenning door getuige [getuige 6] van verdachte [verdachte] als de man die hij in de nacht van 15 op 16 september 2005 op de Rodenburgstraat had zien praten als met de gegevens van de door de telefoon van verdachte en van [medeverdachte] aangestraalde zendmasten en de foto gemaakt door de radaropstelling te Hagen, acht de rechtbank deze verklaring leugenachtig.

Verdachte heeft voorts verklaard dat hij in de nacht van 15 op 16 september 2005 samen met anderen in zijn zwarte Renault 5 naar Arnhem is gereden. Verdachte heeft verklaard dat een hem onbekende man toen als bestuurder optrad en dat een man genaamd [medeverdachte 2] de bijrijder was. Verdachte zelf zou achter de bijrijder op de achterbank hebben gezeten. In Arnhem zou het slachtoffer naast verdachte, op de achterbank achter de bestuurdersstoel, hebben plaatsgenomen. Verdachte verklaarde dat [medeverdachte 2] tegen hem zei dat het slachtoffer een wapen had. Hierop heeft hij het slachtoffer vastgepakt, waarop een worsteling met het slachtoffer ontstond. Hij hoorde en zag dat het slachtoffer werd neergeschoten. Er zou meerdere keren geschoten zijn en het slachtoffer zou op verdachte zijn gevallen. Verdachte verklaarde in eerste instantie dat hij niet wist waar de schoten vandaan kwamen , maar verklaarde even later dat [medeverdachte 2] de man neerschoot .

Gelet op de verklaringen van de getuigen [getuige 6] en [getuige 2], die uitdrukkelijk verklaren dat er twee personen in de Duitse auto zaten, acht de rechtbank de verklaring van verdachte omtrent een derde inzittende niet aannemelijk. Gelet op het in de rugleuning van de achterbank -achter de bijrijderstoel- aangetroffen kogelgat en de daarachter aangetroffen kogel acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij op de achterbank achter de bijrijder heeft gezeten leugenachtig. Naar het oordeel van de rechtbank zou verdachte in dat geval door de kogel moeten zijn geraakt. Hiervan is niets gebleken. De rechtbank merkt nog op dat op de ter terechtzitting getoonde videobeelden van de reconstructie duidelijk is te zien dat verdachte de gehele zitplaats achter de bijrijderssstoel in beslag neemt en ook in beslag blijft nemen tijdens de door hem gestelde worsteling.

[medeverdachte 2]

Verdachte heeft tegenover de politie en ter terechtzitting telkens verklaard dat hij door een man genaamd [medeverdachte 2] of [medeverdachte 2] gedwongen werd om mee naar Arnhem te gaan. Verdachte heeft een signalement van deze [medeverdachte 2] gegeven doch heeft geen gegevens kunnen of willen verstrekken omtrent woon- of verblijfplaats van deze persoon. Door de politie is onderzoek naar [medeverdachte 2] gedaan waarbij onder meer getuigen uit de directe omgeving van verdachte zijn gehoord, waaronder zijn echtgenote. Geen van deze getuigen bleek [medeverdachte 2] te kennen. Verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte 2] hem in 1993 in elkaar had geslagen en met een mes in het hoofd had gestoken. Uit onderzoek is gebleken dat verdachte inderdaad slachtoffer is geweest van een ernstige mishandeling met knuppels. De daders van dit incident zijn veroordeeld doch geen van hen bleek de door verdachte bedoelde [medeverdachte 2] te zijn. Verdachte heeft verder verklaard dat [medeverdachte 2] veelvuldig gebruik maakte van zijn telefoons. Uit de getuigenverklaringen blijkt echter dat geen van de getuigen een ander dan verdachte aan de telefoon kreeg als zij hem probeerden te bereiken. Nu uit voormelde onderzoeken niet van het bestaan van de persoon [medeverdachte 2] is gebleken en diens existentie door verdachte niet nader feitelijk is onderbouwd, acht de rechtbank het bestaan van deze [medeverdachte 2] niet aannemelijk.

Voorbedachte raad en opzet

Gelet op de verklaringen van de getuigen [getuige 6], [getuige 1] en [getuige 2], de herkenning van verdachte door [getuige 6] bij de videobewijsconfrontatie, de gegevens met betrekking tot de door de telefoon van verdachte aangestraalde zendmasten en de ontmoeting met het slachtoffer in de nacht van 13 op 14 september 2005, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte in de nacht van 15 op 16 september 2005 samen met [medeverdachte] naar Arnhem is gereden teneinde een ontmoeting met het slachtoffer te hebben. Gelet op die getuigenverklaringen, acht de rechtbank voorts bewezen dat verdachte en zijn mededader voorin de auto zaten en dat het slachtoffer achterin de auto heeft plaatsgenomen. Vervolgens zijn zij de stad uitgereden. Gelet op de in de auto aangetroffen kogelgaten en kogels die zich in of bij de achterbank bevonden, de schootsrichting van twee van die kogels, de verwondingen van het slachtoffer, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat er opzettelijk door verdachte of de mededader vanaf de voorzijde van de auto op het slachtoffer is geschoten. Naar het oordeel van de rechtbank duidt de inschotverwonding aan de linkerslaap van het slachtoffer, zijnde een schot met een schootsafstand van vrijwel 0 centimeter, op een schot dat opzettelijk na een daartoe genomen besluit is gelost.

Medeplegen

Verdachte en zijn mededader zijn in de nacht van 13 op 14 september 2005 naar Nederland zijn gekomen. Hoewel verdachte en zijn mededader geen inzicht in het motief van de ontmoeting hebben willen of kunnen geven, leidt de rechtbank uit de getuigenverklaringen en uit de verklaring van de mededader af dat verdachte tijdens dat bezoek door het slachtoffer is opgelicht. Verdachte en zijn mededader zijn in de nacht van 15 op 16 september 2005 opnieuw samen naar Nederland gekomen om het slachtoffer te ontmoeten. Tijdens de reis naar Nederland is er meerdere keren telefonisch contact geweest tussen de telefoon van verdachte en de telefoon van het slachtoffer. Verdachte en zijn mededader hebben het slachtoffer in Arnhem ontmoet. Het slachtoffer heeft achter in de auto van verdachte plaatsgenomen. Nadat verdachte en zijn mededader met het slachtoffer vanuit de Javastraat weg zijn gereden hebben de getuigen het slachtoffer niet meer gezien of gesproken. Verdachtes telefoon is op 16 september te 02.03 uur en te 02.04 uur aangestraald door masten op de Amsterdamseweg. Getuigen hebben schoten gehoord uit de omgeving van de Amsterdamseweg waar het slachtoffer op 16 september 2005 omstreeks 07.08 uur door een voorbijganger werd gevonden. Het slachtoffer bleek met pistoolschoten om het leven te zijn gebracht. Uit de resultaten van het onderzoek aan de auto van verdachte, blijkt dat het slachtoffer in die auto van het leven is beroofd. Uit de handelingen zoals hierboven omschreven leidt de rechtbank af dat er sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking, en derhalve van medeplegen.

Bewijsmiddelen

Ten aanzien van het bewezenverklaarde feit, bezigt de rechtbank de volgende bewijsmiddelen:

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 1], hoofdagent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 2376, gesloten op 20 september 2005, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Als relaas van bevindingen van voornoemde verbalisant:

Ik ontving uit handen van het hoofd meldkamer van de CPA te Arnhem een audiocassette. Op deze cassette was de audio vastgelegd van de eerste melding van het aantreffen van een overleden persoon aan de Amsterdamseweg op 16 september 2005, omstreeks 07.08 uur.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5], respectievelijk brigadier, inspecteur en brigadiers van de regiopolitie Gelderland-Midden opgemaakte proces-verbaal, ordner 11 technische recherche, pagina 22, gesloten op 3 oktober 2005, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als relaas van bevindingen van voornoemde verbalisanten:

Uit de kleding van het slachtoffer werden goederen veiliggesteld. Onder de veiliggestelde goederen bevond zich een Nederlandse identiteitskaart op naam van [slachtoffer].

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 6], hoofdagent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 283, opgemaakt op 16 september 2005, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisant door [getuige 8] afgelegde verklaring:

Ik ben de vader van [slachtoffer].

Het telefoonnummer van de mobiele telefoon van [slachtoffer] is 06-22505906.

(Opmerkingen verbalisanten: Wij toonden de foto van [slachtoffer].)

De foto die u mij toont is mijn zoon [slachtoffer].

- een schriftelijk bescheid in de vorm van een pro justitia rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, dr. [betrokkene 7], arts en patholoog, d.d. 13 januari 2006, voorzover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 17 september 2005 heeft ondergetekende, dr. [betrokkene 7], arts en patholoog, de uit- en inwendige schouwing verricht op het lijk van [slachtoffer].

Hals: rechts zijwaarts was een geel metalen projectiel onderhuids (overhandigd aan de politie)

Samenvatting: Drie schotverwondingen

Conclusie: [slachtoffer] is overleden ten gevolge van verbloeding en weefselschade opgetreden ten gevolge van schotverwondingen.

- een schriftelijk bescheid in de vorm van een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt d.d. 6 januari 2006 door ing. [betrokkene 8], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Schotrestenonderzoek naar aanleiding van een schietincident in Arnhem op 16 september 2005.

1.018: stukje spierweefsel, gemerkt C

032: een schotrestenfolie waarmee de verwonding aan de linkerslaap van het slachtoffer [slachtoffer] is bemonsterd.

In het stukje onderhuids spierweefsel (1.018), gemerkt C en uitgenomen van de verwonding aan de linkerslaap bij de sectie van het slachtoffer [slachtoffer], zijn vijf nitrocellulosekruitdeeltjes en een grijze aanslag aangetroffen.

Op het schotrestenfolie 032 waarmee de inschotverwonding aan de linkerslaap van het slachtoffer [slachtoffer] is bemonsterd, zijn nitrocellulosekruitdeeltjes en op schotresten wijzende verkleuringen aangetroffen. Deze sporen wijzen in combinatie met de sporen in het stukje onderhuids spierweefsel op een schootsafstand van vrijwel 0 centimeter.

- een schriftelijk bescheid in de vorm van een door [betrokkene 9], [betrokkene 10], [betrokkene 11] en [betrokkene 12], respectievelijk inspecteur en brigadiers van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, p. 87, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als relaas van bevindingen van voornoemde verbalisanten:

Uit informatie verkregen via het Schengen Informatie Systeem bleek dat sinds 19 april 2005 op naam van [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Servie Montenegro) op [geboortedatum], wonende te [woonplaats], [adres], het kenteken [nummer] was afgegeven voor een Renault 5, zwart van kleur. Deze auto was voorzien van het chassisnummer VF1C4080501356319.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 13], inspecteur van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, ordner 11 technische recherche, p. 5 ev, gesloten op 9 mei 2006, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Bijlage 3, lijst stukken van overtuiging:

048 kogel uitgenomen tijdens sectie;

601 personenauto Renault 5 kleur zwart VIN VF1C4080501356319;

601a kogel uit rugleuning achterbank;

601b kogel uit linkerzijpaneel;

601c kogel uit linkerzijde bij achterlicht.

- een schriftelijk bescheid in de vorm van een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door [betrokkene 14] op 22 november 2005, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Omschrijving: een personenauto, Renault 5 met de VIN-code VF1C4080501356319.

Tijdens het onderzoek van de Renault 5 zijn hierin drie kogels aangetroffen. Deze kogels zijn voorzien van de volgende nummers:

601A een gedeformeerde kogel aangetroffen in de rugleuning van de achterbank aan de rechterzijde van de auto;

601B een gedeformeerde kogel, aangetroffen in het plaatwerk aan de linkerzijde van de auto;

601C een beschadigde kogel. Aangetroffen in een holle ruimte tussen het plaatwerk aan de linkerzijde van de auto onder het achterlicht.

De vier kogels (048, 601A, -B en –C) zijn zeer waarschijnlijk van het kaliber 7.65 mm Browning en hebben mogelijk behoord tot patronen van het merk Geco. Voornoemde kogels zijn mogelijk afgevuurd uit één en dezelfde loop.

- het in de wettelijke vorm [betrokkene 13] en [betrokkene 5], respectievelijk inspecteur en brigadier van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, ordner 11 technische recherche p. 237, gesloten op 19 april 2006, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als relaas van bevindingen van voornoemde verbalisanten:

Door mij, [betrokkene 5], werd het inschot in de zijwand links achter gesondeerd. Daarbij was te zien dat het verlengde van de sondering schuin rechts naar voren gericht was en ongeveer tussen de beide voorstoelen doorging. Als de inschotopening achterbank en de kogelbeschadiging achterwand met een lijn zouden worden verbonden zou deze lijn ongeveer tussen de beide voorstoelen van de auto doorgaan.

- een schriftelijk bescheid in de vorm van een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, opgemaakt door ing. [betrokkene 15] op 14 februari 2006, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Nummer 601: een personenauto, merk en type Renault 5.

Uit de Renault 5 zijn veiliggesteld:

BZA934#1 schuimrubber achterbank – bloed aangetroffen,

BZA934#2 beschermlaag achterbank – bloed aangetroffen,

BZA934#4 binnenzijde bijrijderportier – bloed aangetroffen,

BZA934#26 bemonstering kogeldeel – bloed aangetroffen,

BKA061#1 deel bekleding rugleuning – bloed aangetroffen.

Resultaten vergelijkend DNA-onderzoek:

Het celmateriaal dat is aangetroffen in BZA934#1, BZA934#2, BZA934#4, BZA934#26 en BKA061#1 kan afkomstig zijn van slachtoffer [slachtoffer]. De kans dat een willekeurig gekozen individu hetzelfde DNA-profiel bezit als dat van de onderzochte sporen is kleiner dan 1 op 1 miljard.

- een schriftelijk bescheid in de vorm van een rapportage opgemaakt op 28 september 2005 door Kriminalhaubtkommissar [betrokkene 16] van de Polizeidirektion Heidelberg, dossierpagina 2477 ev, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Beschikking m.b.t. inbeslagneming van alle brieven gericht aan of bestemd voor [verdachte]. De eerste postzending op 27-09-2005 bevatte: een brief van de gemeente Hagen, afdeling boetes. Het voertuig [nummer], eigenaar [verdachte], was op 14-09-2005 te 00.31 uur in Hagen met een te hoge snelheid gemeten en “geflitst”. Op de meegestuurde foto is de chauffeur te zien. Bij de afdeling boetes van de gemeente Hagen zijn de volledige foto’s opgevraagd.

- de waarneming van de rechtbank ter terechtzitting gedaan van een zich in het dossier op pagina 2541 bevindende foto gemaakt bij de gemeten snelheidsovertreding te Hagen (BRD) op 14 september 2005 te 00.31 uur.

- een schriftelijk bescheid in de vorm van een proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] van 5 januari 2005, dossierpagina 1002 ev., opgemaakt door Kriminalhaubtkommissar [betrokkene 17], Polkizeikommissarin [betrokkene 18] van de Recherche Heidelberg (BRD) en [betrokkene 19], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door [medeverdachte] afgelegde verklaring:

Vraag: U toont mij een foto, nummer 1 L. Wat kunt u mij daarover vertellen?

Antwoord: Dat ben ik

Vraag: Met wie was u onderweg? Is het de persoon die ik u toon op foto nummer 2L?

Antwoord: Ja

Bijlage 1L = deel van foto snelheidsovertreding waarop medeverdachte [medeverdachte] te zien is

Bijlage 2L = foto van verdachte [verdachte].

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 20], brigadier van de regiopolitie Gelderland-Midden opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 3017, gesloten op 12 januari 2006, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als relaas van bevindingen van voornoemde verbalisant:

Verdachte [medeverdachte] maakt gebruik van een mobiele telefoon waarvan het telefoonnummer luidt: [nummer].

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 21], hoofdagent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 2454, gesloten op 28 oktober 2005, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als relaas van bevindingen van voornoemde verbalisant:

Op 22 oktober 2005 werd verdachte [verdachte] aangehouden. Tijdens de fouillering van verdachte werd een SIM-kaart inbeslaggenomen. Vastgesteld werd dat deze SIM-kaart het telefoonnummer [nummer] heeft. Het telefoonnummer bleek op naam te staan van [getuige 9] te Mering.

- een schriftelijk bescheid in de vorm van een verhoor van [getuige 9] van 25 oktober 2005, opgemaakt door Kriminaloberkommissar [betrokkene 22], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisant door getuige [getuige 9] afgelegde verklaring:

Ik heb 4 jaar geleden circa 4 maanden lang een relatie gehad met [getuige 10]. Omdat hij voortdurend andere mobiele nummers had, heb ik een SIM-kaart met het nummer [nummer] voor hem gekocht.

- een schriftelijk bescheid in de vorm van een verhoor van [getuige 10] van 25 oktober 2005, opgemaakt door Kriminalobercommissar [betrokkene 22], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisant door getuige [getuige 10] afgelegde verklaring:

Het is juist dat ik de SIM-kaart met het mobiele telefoonnummer [nummer] aan [verdachte] heb gegeven. Die kaart heb ik van mijn toenmalige vriendin [getuige 9] cadeau gekregen. Nadat de relatie met mevrouw [getuige 9] was beëindigd heb ik de kaart aan [verdachte] gegeven.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 21], hoofdagent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 2465, gesloten op 21 november 2005, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als relaas van bevindingen van voornoemde verbalisant:

In de woning van verdachte [verdachte] werd in de woonkamer een mobiele telefoon aangetroffen. Ik zag dat het IMEI-nummer van dit toestel 353686-00-848995 was. Vastgesteld kan worden dat met het telefoonnummer [nummer] gebruik was gemaakt van de mobiele telefoon welke was voorzien van IMEI-nummer 353686-00-848995.

- een schriftelijk bescheid in de vorm van een door [betrokkene 9], [betrokkene 10], [betrokkene 11] en [betrokkene 12], respectievelijk inspecteur en brigadiers van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, p. 85, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als relaas van bevindingen van voornoemde verbalisanten:

Uit onderzoek bleek dat op het adres [adres] te Sinsheim een vaste telefoonaansluiting [nummer] was afgegeven.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 20], brigadier van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, p. 1 ev. van ordner 12 documentatie en analyse, gesloten op 9 mei 2006, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als relaas van bevindingen van voornoemde verbalisant:

Onderzoek en analyse telecommunicatiegegevens.

De tenaamstellingen dan wel gebruikersgegevens werden ingevoegd in de historische printgegevens:

dinsdag 13 september 2005 20:03u

Uitgaand contact van 22 seconden vanuit het telefoonnummer +[nummer] naar het telefoonnummer +[nummer].

dinsdag 13 september 2005 22:28u

Uitgaand contact van 39 seconden vanaf telefoonnummer +[nummer] naar het telefoonnummer +[nummer].

Locatie zendmast telefoon [verdachte]: Winningen, nabij de Autobahn A61 .

woensdag 14 september 2005 0:08u

Uitgaand contact van 39 seconden vanaf telefoonnummer +[nummer] naar het telefoonnummer +[nummer].

Locatie zendmast telefoon [verdachte]: Autobahnkreuz Hagen (kruising Autobahn A45-A46)

woensdag 14 september 2005 01:03u

Uitgaand contact van 34 seconden vanaf telefoonnummer +[nummer] naar het telefoonnummer +[nummer].

Locatie zendmast telefoon [verdachte]: Rahm, ten oosten van Dortmund, nabij Autobahn A45.

woensdag 14 september 2005 01:49u

Uitgaand contact van 23 seconden vanaf telefoonnummer +[nummer] naar het telefoonnummer +[nummer].

Locatie zendmast telefoon [verdachte]: omgeving Burscheid, nabij Autobahn A1.

woensdag 14 september 2005 01:54u

Uitgaand contact van 20 seconden vanaf telefoonnummer +[nummer] naar het telefoonnummer +[nummer].

Locatie zendmast telefoon [verdachte]: Autobahnkreuz Leverkusen (kruising Autobahn A1-A3).

woensdag 14 september 2005 02:43u

Uitgaand contact van 17 seconden vanaf telefoonnummer +[nummer] naar het telefoonnummer +[nummer].

Locatie zendmast telefoon [verdachte]: omgeving Hünxe, nabij Autobahn A3.

woensdag 14 september 2005 02:58u

Uitgaand contact van 35 seconden vanaf telefoonnummer +[nummer] naar het telefoonnummer +[nummer].

Locatie zendmast telefoon [verdachte]: omgeving Millingen, nabij Autobahn A3.

woensdag 14 september 2005 03:09u

Inkomend SMS-bericht op het telefoonnummer +[nummer] ([medeverdachte]) vanaf telefoonnummer +[nummer].

Locatie zendmast telefoon [medeverdachte]: Hengelder 17, Zevenaar.

woensdag 14 september 2005 04:13u

Uitgaand contact van 35 seconden vanaf het telefoonnummer +[nummer] naar telefoonnummer +[nummer].

Locatie zendmast telefoon [verdachte]: Oude Oeverstraat 120 te Arnhem.

donderdag 15 september 2005 22:49u

Inkomend contact van 49 seconden op het telefoonnummer +[nummer] vanaf het telefoonnummer +[nummer].

Locatie zendmast telefoon [verdachte]: omgeving Werschau nabij Autobahn A3.

vrijdag 16 september 2005 0:18:12u

Inkomend contact van 39 seconden op het telefoonnummer +[nummer] vanaf het telefoonnummer +[nummer]. Locatie zendmast telefoon [verdachte]: omgeving Breitscheid, nabij Autobahn A3.

vrijdag 16 september 2005 0:21:10u

Inkomend contact van 49 seconden op het telefoonnummer +[nummer] vanaf het telefoonnummer +[nummer]. Locatie zendmast telefoon [verdachte]: Bissingheim, nabij Autobahn A3.

vrijdag 16 september 2005 02:03:43u

Inkomend SMS-bericht op het telefoonnummer +[nummer].

Locatie zendmast telefoon [verdachte]: hoek Amsterdamseweg-Schelmseweg te Arnhem.

vrijdag 16 september 2005 02:03:47u

Inkomend SMS-bericht op het telefoonnummer +[nummer].

Locatie zendmast telefoon [verdachte]: hoek Amsterdamseweg-Schelmseweg te Arnhem.

vrijdag 16 september 2005 02:04:55u

Inkomend SMS-bericht op het telefoonnummer +[nummer].

Locatie zendmast telefoon [verdachte]: Amsterdamseweg (terrein La Cabine) te Arnhem.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 23] en [betrokkene 24], respectievelijk agent en hoofdagent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, gesloten op 17 september 2005, dossierpagina 691 ev, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door getuige [getuige 6] afgelegde verklaring:

Ik heb [slachtoffer] 16 september 2005 voor het laatst gezien. Ik werd toen omstreeks 00.30 uur gebeld door [getuige 11]. Ik heb met [getuige 11] afgesproken in Arnhem. [slachtoffer], [getuige 11] en [getuige 12] stapten bij ons in de Volkswagen. [slachtoffer] vertelde dat hij met twee Duitsers had afgesproken. Ik zag een Renault 5 rijden. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat dit de Duitsers waren. Ik zag dat er twee personen in de Renault zaten.Ik zag dat [slachtoffer] richting de Renault liep. Ik denk dat [slachtoffer] 5 à 6 minuten met de Duitser heeft staan praten. Ik hoorde de Duitser zeggen dat hij vijftienduizend euro op zak had. [slachtoffer] zei dat hij even met de Duitsers meereed. Wij reden achter de Renault aan. Wij zijn gestopt in een straat achter de Rappardstraat. Ik zag dat de Duitse Renault in dezelfde straat stond. Ik zag [slachtoffer] met [getuige 13] op straat staan. Ik zag dat [slachtoffer] en [getuige 13] richting Renault liepen. Toen ik weer keek, zag ik de Renault niet meer staan.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 25] en [betrokkene 26], respectievelijk hoofdagent en brigadier van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 698 ev., gesloten op 6 oktober 2005, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door getuige [getuige 6] afgelegde verklaring:

Op 16 september 2005 vertelde [slachtoffer] mij dat hij die Duitser eerder had geflest met 500 euro.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 27] en [betrokkene 28], beiden brigadier van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 2856, gesloten op 2 januari 2006, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als relaas van bevindingen van voornoemde verbalisant:

Wij hebben getuigen geconfronteerd met videobeelden van 8 personen waaronder de verdachte [verdachte].

Op 20 december 2005 werd de DVD-montage C1 (verdachte op de tweede plaats) getoond aan de getuige [getuige 6]. Deze verklaarde daarna dat hij de persoon twee herkende aan het gezicht.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 25], hoofdagent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 707, gesloten op 18 januari 2006, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisant door [getuige 6] afgelegde verklaring:

De man die ik eerder bij de videoconfrontatie heb aangewezen is de man waarover ik verklaard heb die ik op de Rodenburgstraat heb zien praten en die het toen over vijftienduizend euro had.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 29] en [betrokkene 6], beiden hoofdagent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 649 ev., gesloten op 18 september 2005, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door getuige [getuige 1] afgelegde verklaring:

Op 14 september 2005 omstreeks 22.00 uur zijn [getuige 12], [slachtoffer] en ik de stad ingegaan. [slachtoffer] is gebeld door iemand met wie hij Duits sprak. [slachtoffer] vertelde dat hij met deze Duitser had afgesproken op 15 september 2005 omstreeks 02.00 uur. [slachtoffer] vertelde mij dat deze Duitsers hem hadden belazerd en wilde deze Duitsers terugpakken. Er is meerdere malen contact geweest tussen [slachtoffer] en de Duitsers. Op 15 september 2005, omstreeks 03.30 uur of 04.00 uur kwamen deze Duitsers met hun auto aan op het Kerkplein. Ik zag dat deze Duitsers in een kleine auto, een soort Renault 5 aan kwamen rijden. Een van de inzittenden is uitgestapt. [slachtoffer] is samen met deze Duitser gaan lopen. De route hadden we uitgestippeld om deze Duitser geld afhandig te maken en er vandoor te gaan. Terwijl [slachtoffer] en de Duitser aan het lopen waren, reed de andere Duitser met zijn auto rondjes. [getuige 12] en ik stonden te wachten. Toen [slachtoffer] aan kwam lopen zijn we weggegaan. Op dat moment hadden de Duitsers nog niet in de gaten dat [slachtoffer] het geld niet terug zou geven. [slachtoffer] vond dat het geld, 500 euro, van hem was omdat de Duitsers hem de vorige keer hadden belazerd.

Op 15 september 2005 omstreeks 17.00 uur kwam [slachtoffer] bij mij langs. [slachtoffer] zei dat hij weer een afspraak had gemaakt met de Duitsers voor vrijdag 16 september 2005 om 02.00 uur. Het was omstreeks 01.30 uur dat [getuige 14], [slachtoffer], [getuige 12] en ik elkaar op het Kerkplein in Arnhem ontmoetten. De auto met Duitse kentekenplaten kwam aanrijden. De bestuurder sloeg bij de Rodenburgstraat links af en parkeerde zijn auto. Ik zag dat [slachtoffer] de inzittenden van de Duitse auto aansprak. [slachtoffer] vertelde dat de Duitsers geld hadden en zaken wilden doen. Ik zag dat [slachtoffer] achterin de Duitse auto stapte.

Ik zag dat de Duitse auto ging rijden. Ik zag dat de Duitse auto ergens bij een woning stopte. Wij stopten een eindje verderop. Ik zag dat [slachtoffer] uitstapte en na ongeveer 5 minuten terug kwam bij de Duitse auto. [slachtoffer] stapte weer in de Duitse auto. De Duitse auto reed de hoek om. Wij zijn achter de Duitse auto aangereden. Ik belde toen weer [slachtoffer] op. Er werd wel opgenomen maar [slachtoffer] zei niets. De verbinding is toen verbroken. Wij waren de Duitse auto kwijt. Het was toen vrijdag 16 september 2005 tussen 02.00 uur en 02.15 uur.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 6] en [betrokkene 29], beiden hoofdagent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 655, gesloten op 6 oktober 2005, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door getuige [getuige 1] afgelegde verklaring:

In mijn eerste verklaring heb ik verklaard dat de ontmoeting met de Duitsers waar [getuige 12] en ik bij waren, was in de nacht van 14 op 15 september 2005. Ik hoor van u dat [getuige 12] verklaarde dat deze ontmoeting was in de nacht van 13 op 14 september 2005. Het klopt. Het was in de nacht van 13 op 14 september 2005.

Op 14 september wees [slachtoffer] naar een auto die er aan kwam en zei dat de auto van de Duitsers was. Ik zag dat er een Duitse kentekenplaat op de auto zat. Dit was dezelfde auto als de auto waarmee de Duitsers op 16 september 2005 waren gekomen. Ik zag dat er twee personen in de auto zaten. Ik zag [slachtoffer] toen met de Duitser lopen. Ik weet dat deze Duitser [medeverdachte 2] wordt genoemd.

Op 16 september 2005 parkeerden de Duitsers hun auto op de Rodenburgstraat. Die Duitser kwam naar ons toegelopen. Ik zag dat het dezelfde persoon was die 14 september 2005 met [slachtoffer] mee was gelopen. Ik zag dat de Duitse auto wegreed. Ik zag dat [slachtoffer] achterin in het midden van de Duitse auto zat. Voordat we de auto hadden geparkeerd waren wij eerst langs de Duitse auto gereden. Ik zag de bestuurder. Ik herkende deze man. Dit was dezelfde Duitser die ook op 14 september 2005 samen met [medeverdachte 2] naar Arnhem was gekomen.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 24], hoofdagent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 682, gesloten op 1 maart 2006, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Aan getuige wordt een foto getoond van [verdachte] (25-10-2005).

De getuige [getuige 1] verklaarde ten overstaan van voornoemde verbalisant:

Ik herken die [medeverdachte 2] die u [verdachte] (25-10-2005) noemt.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 24] en [betrokkene 23], respectievelijk hoofdagent en agent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 954, gesloten op 18 september 2005, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door getuige [getuige 2] afgelegde verklaring:

Enkele maanden geleden vertelde [slachtoffer] mij dat een man hem in de Duitse taal gevraagd had om te handelen. Ik begreep van [slachtoffer] dat die man [medeverdachte 2] genaamd was. [slachtoffer] vertelde dat het goed ging met de zaken met die Duitser.

Op 13 september 2005 rond 23.00 uur was ik samen met [slachtoffer] in Arnhem. [getuige 11] was er ook bij. [slachtoffer] zei dat hij een afspraak had op 14 september 2005 te 02.00 uur met die Duitser. [slachtoffer] vertelde dat het de keer er voor fout was gegaan met die Duitser. [slachtoffer] zei dat hij was geflashed. Ik hoorde dat [slachtoffer] meerdere malen werd gebeld. Ik hoorde dat [slachtoffer] sprak in de Duitse taal. [slachtoffer] wilde de Duitser terugpakken. [slachtoffer] zei dat hij geld van de Duitser zou krijgen. De Duitser belde weer naar [slachtoffer] dat hij op het Kerkplein was. Ik moest van [slachtoffer] op de Molenkom gaan staan. Ik zag [slachtoffer] met die Duitser lopen. Ik zag dat die Duitser iets aan [slachtoffer] gaf. [slachtoffer] kwam mijn kant op. We zijn weggerend. [slachtoffer] liet mij een bedrag van 500 euro zien. [slachtoffer] zei dat de Duitser hem had geflashed en dat hij hem daarom had teruggepakt.

Op 16 september 2005 omstreeks 01.30-01.45 uur zijn [slachtoffer], [getuige 11], [getuige 14] en ik naar de Rijnkade gereden. De telefoon van [slachtoffer] ging. Ik hoorde hem Duits praten. [slachtoffer] zei dat hij had afgesproken met twee Duitsers. Er kwam een Renault 5 aan. Ik hoorde dat [slachtoffer] riep: “dat is hem”. Ik zag dat de Renault de Rodenburgstraat inreed. Ik had in het voorbijgaan gezien dat er twee mannen in die Renault zaten. Ik zag dat [slachtoffer] met de inzittenden ging praten. De Duitser [medeverdachte 2] kwam naar onze Golf toe. Ik herkende [medeverdachte 2] van de keer eerder deze week bij de Molenkom waar ik eerder in mijn verklaring over gesproken heb. [slachtoffer] stapte achter in de Renault.

Toen we de straat inreden zag ik dat de Renault er al stond. Ik zag dat er twee mannen naast de Renault stonden. Ik herkende [medeverdachte 2] gelijk. [slachtoffer] was er niet. Ik zag na 5 minuten dat [slachtoffer] aan kwam lopen. Ik zag dat [slachtoffer] naar de Duitsers liep. Ik zag dat de Renault wegreed. We reden achter die auto aan. We hebben de Renault niet meer gezien.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 30] en [betrokkene 31], beiden hoofdagent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 990, gesloten op 18 januari 2006, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door getuige [getuige 2] afgelegde verklaring:

In de nacht van 15 op 16 september 2005 heeft [slachtoffer] mij gezegd: dat zijn de jongens. Hij zei mij toen dat het dezelfde personen waren welke ook in Arnhem waren in de nacht van 13 op 14 september 2005.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 24], hoofdagent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 992, gesloten op 1 maart 2006, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Aan getuige wordt een foto getoond van [verdachte] (25-10-2005).

De getuige [getuige 2] verklaarde ten overstaan van voornoemde verbalisant:

Ik herken van de foto van 25-10-2005 van een man die u [verdachte] noemt de man die ik in mijn verklaring [medeverdachte 2] noem.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 23] en [betrokkene 1], respectievelijk agent en hoofdagent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 2353, gesloten op 19 september 2005, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door getuige [getuige 13] afgelegde verklaring:

Ik heb [slachtoffer] op 16 september 2005 nog gezien. Ik was toen op de Javastraat. Ik zag een kleine auto staan. Ik zag dat [slachtoffer] in de auto stapte. Ik zag dat de kleine auto wegreed.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 32] en [betrokkene 29], respectievelijk agent en hoofdagent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 597, gesloten op 30 september 2005, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door getuige [getuige 5] afgelegde verklaring:

Op 16 september 2005 heb ik op moeten passen. De woning ligt op zo’n 150 meter vanaf de Amsterdamseweg. Na het douchen ben ik naar bed gegaan. Ik denk dat dit rond 01.15 uur was. Opeens hoorde ik geluiden. Ik hoorde zo’n 2 a 3 schoten, even stil, nog geen minuut, toen weer een knal, weer even stil en toen weer 2 a 3 knallen.

- het in de wettelijke vorm door [betrokkene 32], agent van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossierpagina 311, gesloten op 21 september 2005, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisant door getuige [getuige 4], wonende aan de [adres] te Arnhem, afgelegde verklaring:

Donderdagavond (de rechtbank begrijpt 15 september 2005) omstreeks 23.00 uur ging ik naar bed. Om 02.50 uur schrok ik wakker. Ik deed de lamp aan en keek op mijn wekker. Ik schrok wakker omdat ik knallen hoorde. Ik hoorde een aantal knallen achter elkaar. Het was toen even stil en toen kwam er een laatste knal.

- een schriftelijk bescheid in de vorm van een door kriminalhauptkommissar [betrokkene 17], [betrokkene 24] hoofdagent van politie en [betrokkene 19] brigadier van politie opgemaakte proces-verbaal van verhoor van 21 april 2006, dossierpagina 1084 ev., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

de ten overstaan van voornoemde verbalisanten door [medeverdachte] afgelegde verklaring:

Vraag: Wat hebt u gedaan toen [verdachte] terug kwam bij de auto?

Antwoord: Hij was opgewonden. Hij brieste en zei dat hij een idioot en een stommeling was, dat hij geld gaf aan mensen en dat niet meer terug kreeg.

De rechtbank acht bewezen dat:

1.

hij in de nacht van 15 op 16 september 2005 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader opzettelijk na een (kort) tevoren genomen besluit, met een vuurwapen kogels heeft afgevuurd op/in het hoofd en lichaam van die [slachtoffer], tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

primair:

medeplegen van moord.

4b. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 4 november 2005;

- een briefrapportage betreffende verdachte, opgemaakt d.d. 11 november 2005 door de Forensisch Psychiatrische Dienst Arnhem; en

- een multidisciplinaire rapportage betreffende verdachte, opgemaakt d.d. 4 mei 2006 door drs. [betrokkene 33], psycholoog en [betrokkene 34], psychiater.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft in de nacht van 15 op 16 september 2005 in Arnhem, samen met een ander, de 20-jarige [slachtoffer] van het leven beroofd.

Verdachte en zijn mededader zijn in de nacht van 13 op 14 september 2005 naar Arnhem gekomen om het slachtoffer te ontmoeten. Tijdens deze ontmoeting heeft het slachtoffer de verdachte geld afhandig gemaakt. De mededader heeft verklaard dat verdachte na afloop als een wildeman op het dashboard sloeg, dat verdachte gebriest had en zei dat hij geld aan mensen gaf dat hij niet meer terug kreeg.

Vervolgens hebben verdachte en zijn mededader het slachtoffer in de vroege ochtend van 16 september 2005 opnieuw in Arnhem ontmoet. Het slachtoffer heeft toen op de achterbank van de auto van verdachte plaatsgenomen terwijl verdachte en zijn mededader voorin de auto zaten. Verdachte en zijn mededader zijn met het slachtoffer weggereden en hebben hem in de auto met pistoolschoten, waaronder een zogenaamd contactschot op het hoofd, van het leven beroofd. Vervolgens hebben zij het lichaam van het slachtoffer langs de rijbaan van de Amsterdamseweg te Arnhem gedumpt.

Verdachte heeft zijn deelname aan de moord ontkend en heeft de rechtbank daarmee geen inzicht gegeven in een aan de moord ten grondslag liggend motief. Echter, gezien het feit dat het slachtoffer verdachte eerder geld afhandig heeft gemaakt en de wijze waarop de moord is uitgevoerd, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van een afrekening.

Het slachtoffer is op gruwelijke wijze om het leven gebracht. Met hun daad hebben verdachte en zijn mededader het slachtoffer diens meest waardevolle bezit -zijn leven- ontnomen en hebben zij onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden.

Bovendien, zo meent de rechtbank, levert een dergelijk ernstig feit in de samenleving gevoelens van grote onveiligheid op, hetgeen ook in de straftoemeting tot uitdrukking moet komen.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat een gevangenisstraf van lange duur op zijn plaats is. Gelet echter op de afdoening door de rechtbank en het gerechtshof van een soortgelijke zaak (05/090319-03, niet gepubliceerd) komt de rechtbank tot een lagere gevangenisstraf dan geëist is.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 47 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 13 (dertien) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering, voorlopige hechtenis en in detentie in het buitenland ingevolge een Nederlands verzoek om overlevering doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. W.J. Vierveijzer, rechter als voorzitter,

mr. N.W. Huijgen, vice-president,

mr. W. Bruins, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. H.G. Eskes, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 oktober 2006.