Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AY7189

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
09-08-2006
Datum publicatie
30-08-2006
Zaaknummer
06-593
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2007:BC0771, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kosten gemaakt in het kader van een opleiding tot beroepspiloot zijn aftrekbaar als scholingsuitgaven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2007/4.2.1
FutD 2006-1610
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 06/593

Uitspraakdatum: 9 augustus 2006

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[X], wonende te [Z],

gemachtigde [A],

eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/[P], verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 5 december 2005 op het bezwaar van eiser tegen de

aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2001 (aanslagnummer [0].H.16).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juli 2006.

Eiser is daar in persoon verschenen bijgestaan door [A]. Namens verweerder is verschenen [B].

1. Beslissing

De rechtbank:

?- verklaart het beroep gegrond;

?- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

?- vermindert het belastbaar inkomen uit werk en woning tot € 40.702;

?- veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van € 644, onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) die deze kosten aan eiser dient te voldoen;

?- gelast dat de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) het door eiser betaalde griffierecht van € 37 vergoedt.

2. Gronden

1. Eiser is in het onderhavige jaar directeur-grootaandeelhouder (dga) bij [C] B.V. te [Z]. Hij genoot als dga een loon van ƒ 99.997 (€ 45.376). Eiser heeft de aandelen in deze vennootschap in 2005 verkocht.

2. Eiser volgt in een opleiding tot beroepspiloot B3, opleiding beroepsvlieger. Hij volgt vlieginstructie bij Lelystad Flight Center en Singles & Twins. De uitgaven voor deze opleiding heeft hij als volgt gespecificeerd:

Overgelegde facturen 6.801

Reiskosten (4200 km maal € 0,16) 672

Overige kosten 56

--------

7.529

Af: drempel 500

-------

Aftekbare scholingskosten 7.029

=====

3. Ter zitting heeft eiser zich neergelegd bij het standpunt van verweerder dat de reiskosten in ieder geval niet tot de scholingsuitgaven kunnen worden gerekend zodat het geschil zich thans beperkt tot een bedrag van € 6.357 (€ 7.028 minus € 672).

4. In geschil is het antwoord op de vraag of voornoemde uitgaven kunnen worden aangemerkt als scholingsuitgaven in de zin van artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001).

5. Belanghebbende heeft - kort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd:

?- dat hij in 1996 met de opleiding is begonnen en vanaf dat moment altijd de intentie heeft gehad vlieginstructeur te worden;

?- dat mede gelet op de resultaten van de besloten vennootschap sprake is van verbetering van zijn financieel-economische positie;

?- inmiddels hebben zijn inspanningen geresulteerd in een aanbieding om met ingang van 1 augustus 2006 als vlieginstructeur/piloot in dienst te treden bij Stella aviation academy. Eiser heeft de betreffende arbeidsovereenkomst overgelegd.

6. Verweerder is van mening dat de door eiser in aftrek gebrachte uitgaven niet als scholingsuitgaven kunnen worden aangemerkt omdat geen sprake is van verbetering van zijn financieel-economische positie. Voorts heeft verweerder verzocht om, indien eiser in het gelijk wordt gesteld, toepassing van interne compensatie.

7. Op grond van artikel 6.1, eerste en tweede lid, onderdeel f, juncto artikel 6.2 van de Wet IB 2001 kunnen scholingsuitgaven als persoonsgebonden aftrek op het inkomen uit werk en woning in mindering worden gebracht. Hierbij worden ingevolge artikel 6.27, eerste lid, van de Wet IB 2001, als scholingsuitgaven aangemerkt "uitgaven voor het door de belastingplichtige volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning".

8. In de Kamerstukken is met betrekking tot deze bepaling het volgende te vinden:

“Met de term 'met het oog op het verwerven van inkomen uit arbeid en woning' wordt beoogd aan te geven dat het doel van de opleiding bepalend is voor de aftrekbaarheid van de scholingsuitgaven. Het geobjectiveerde doel van het volgen van de opleiding of studie moet zijn hetzij het verbeteren van de financieel-economische positie van de belastingplichtige, hetzij het op peil houden of verbeteren van kennis en vaardigheden die de belastingplichtige nodig heeft voor het verwerven of behouden van inkomen uit tegenwoordige arbeid. Uitgaven voor een opleiding of studie die wordt gevolgd als hobby of uit persoonlijke interesse, kunnen dus niet als scholingsuitgaven in aanmerking komen, evenmin als dergelijke uitgaven in een te ver verwijderd verband staan met het verwerven van inkomen uit werk en woning.”

(MvT, Kamerstukken II 1998/99, 26 727, nr. 3, blz. 260-261).

“Voorts willen we aangeven dat de regeling voor scholingsuitgaven tevens ziet op kosten voor scholing die onder het regime van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 worden aangemerkt als aftrekbare kosten en onder dat regime veelal wegvallen onder het arbeidskostenforfait. Zoals hiervoor is aangegeven wordt door het totale stelsel van regelingen gericht op het stimuleren van scholing ook onder het regime van de Belastingherziening 2001 het regeringsbeleid inzake het bevorderen van employability in de belastingwetgeving ondersteund.”

(NV, Kamerstukken II 1999/2000, 26 727, nr. 7, blz. 367)

9. De uitgaven die eiser heeft gedaan kunnen slechts als scholingsuitgaven worden aangemerkt als zij zijn gedaan met het oogmerk en in de redelijke verwachting dat na voltooiing van de opleiding de verworven kennis in het economische verkeer productief kan worden gemaakt.

10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser met hetgeen hij heeft aangevoerd aannemelijk gemaakt dat zo een redelijke verwachting bestaat. Dit blijkt onder meer uit het feit dat eiser inmiddels zijn onderneming heeft verkocht en met ingang van 1 augustus 2006 in dienstbetrekking werkzaam zal zijn als vlieginstructeur/piloot. Met betrekking tot de verbetering van de financieel-economische positie oordeelt de rechtbank dat in een geval als het onderhavige redelijk is om betekenis toe te kennen aan de door de vennootschap, waarvan eiser dga is, behaalde resultaten. Bij de beslissing van een belastingplichtige of voortzetting van een onderneming – gelet op de financiële resultaten – haalbaar is, zal immers het door de vennootschap behaalde resultaat van doorslaggevende betekenis zijn. Derhalve kunnen de uitgaven als persoonsgebonden aftrek op het inkomen uit werk en woning in mindering worden gebracht.

11. Het beroep is derhalve gegrond verklaard.

12. Met betrekking tot het beroep van verweerder op interne compensatie oordeelt de rechtbank dat uit de gedingstukken niet gebleken is dat eiser de inkomsten uit eigen woning niet of op onjuiste wijze in zijn aangifte heeft verantwoord zodat interne compensatie niet aan de orde is.

13. De rechtbank ziet aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze kosten zijn op voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende bijstand vastgesteld op € 644 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor van 1). Van overige kosten die voor vergoeding in aanmerking komen is de rechtbank niet gebleken.

Deze uitspraak is gedaan op 9 augustus 2006 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. A.M.F. Geerling, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Gankema, griffier.

De griffier De rechter

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:

- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem; dan wel

- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.

N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.

Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.

Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een schriftelijke verklaring van de wederpartij gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank;

2 - tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal de rechtbank deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt de indiener de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.