Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AY6898

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
13-07-2006
Datum publicatie
24-08-2006
Zaaknummer
139270
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / insolventienummer: [nummer]

Beschikking van 13 juli 2006

in het hoger beroep van

[gefailleerde]

wonende te [woonplaats],

[gefailleerde],

verschenen in persoon,

procureur mr. L. Paulus,

advocaat mr. [advocaat] te Veenendaal,

tegen de beschikking in de zin van artikel 69 Faillissementswet (Fw) van 21 juni 2006 van de rechter-commissaris van de rechtbank te Arnhem.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 26 juni 2006 met producties

- de op 12 juli 2006 gehouden mondelinge behandeling, waarbij de heer [gefailleerde] bijgestaan door mr. [advocaat] en de curator mr. [curator], bijgestaan door mr. [curator], zijn gehoord, en het ter gelegenheid daarvan overgelegde stuk.

1.2. De rechtbank heeft deze beschikking op 13 juli 2006 bepaald. Zij is op 14 juli 2006 op schrift gesteld en ondertekend.

2. De beoordeling

2.1. De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 21 juni 2006 het verzoek van [gefailleerde] om teruggave van het door de curator ingenomen paspoort afgewezen. De rechter-commissaris acht het gelet op de mogelijkheid dat [gefailleerde] in het buitenland buiten medeweten van de curator activa te gelde maakt en/of onderbrengt en dientengevolge die activa aan het verhaal van de schuldeisers onttrekt en daarnaast het mogelijk gevaar voor vlucht van [gefailleerde] in het belang van de schuldeisers dat het paspoort van gefailleerde ingenomen blijft. [gefailleerde] had bij brief van 15 juni 2006 verzocht om teruggave van zijn paspoort en daarbij aangevoerd dat hij het paspoort nodig had voor een vakantie in de Verenigde Staten en in verband met zijn werk. De rechter-commissaris is van oordeel dat er op dit moment geen noodzaak is voor het houden van een vakantie in het buitenland en dat het naar het buitenland reizen voor werk gelet op het relatief lage maandinkomen van [gefailleerde] onvoldoende gewicht in de schaal legt.

2.2. Bij het verzoekschrift (beroepsschrift) van 26 juni 2006 heeft [gefailleerde] de rechtbank verzocht de beschikking van de rechter-commissaris van 21 juni 2006 te vernietigen en te bepalen dat de curator ogenblikkelijk het paspoort van [gefailleerde] afgeeft.

2.3. In het verzoekschrift (beroepsschrift) van 26 juni 2006 en ter terechtzitting van 5 juli 2006 heeft [gefailleerde] de eerder tegenover de rechter-commissaris aangevoerde redenen voor teruggave van zijn paspoort herhaald. [gefailleerde] heeft daarnaast aangevoerd dat de redenen die de rechter-commissaris aan de beschikking ten grondslag heeft gelegd ondeugdelijk zijn. Hij stelt zich op het standpunt dat hij in tegenstelling tot wat de curator beweert volledige openheid van zaken heeft gegeven en daarnaast dat zijn relatief geringe maandinkomen geen toetsingsmaatstaf is bij de toepassing van artikel 91 Fw.

[gefailleerde] is van mening dat niet voldaan is aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

2.4. De curator heeft ter terechtzitting van 12 juli 2006 geadviseerd het hoger beroep ongegrond te verklaren en de beschikking van de rechter-commissaris te bevestigen. De curator is van mening dat [gefailleerde] nog steeds geen volledige openheid van zaken heeft gegeven. Het paspoort dient ingehouden te blijven enerzijds om te voorkomen dat [gefailleerde] naar het buitenland vertrekt en anderzijds om te voorkomen dat [gefailleerde] activa te gelde maakt in het buitenland. Bij de curator bestaat het vermoeden dat [gefailleerde] diverse bankrekeningen heeft in het buitenland.

2.5. De rechtbank overweegt als volgt. De bevoegdheid tot inname van het paspoort van de gefailleerde is gebaseerd op artikel 91 Fw waarin is bepaald dat de gefailleerde zijn woonplaats niet mag verlaten zonder toestemming van de rechter-commissaris. Dit verbod dient om te voorkomen dat de gefailleerde zich aan de door de curator opgelegde verplichtingen, waaronder de plicht om inlichtingen te verstrekken en aanwezig zijn wanneer de rechter-commissaris dat nodig acht, onttrekt, naar elders vlucht en/of activa aan de boedel ontrekt. Het is dus aan de rechter-commissaris om al dan niet toestemming voor het verlaten van de woonplaats te geven aan gefailleerde.

2.6. De rechtbank is van oordeel dat de rechter-commissaris gelet op het bepaalde in artikel 91 Fw en de gemaakte belangenafweging zoals weergegeven in de beschikking van 21 juni 2006 in redelijkheid tot de bestreden beslissing heeft kunnen komen. De rechtbank is van oordeel dat de door de rechter-commissaris en de curator aangevoerde gronden de inbreuk op de persoonlijke vrijheid van [gefailleerde] rechtvaardigen. Onder de gegeven omstandigheden dient het belang van de schuldeisers zwaarder te wegen dan het belang dat [gefailleerde] heeft bij reizen naar het buitenland. Hiermee is voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het door de rechter-commissaris genoemde relatief lage maandinkomen van [gefailleerde] speelt wel degelijk een rol bij de belangenafweging omdat het immers de taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op het beheer en de vereffening van de failliete boedel.

2.7. Nu door [gefailleerde] geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die tot een andere belangenafweging dwingen zal de rechtbank de beschikking van de rechter-commissaris bevestigen.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. verklaart het hoger beroep ongegrond,

3.2. bevestigt de beschikking van de rechter-commissaris van de rechtbank te Arnhem van 21 juni 2006.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.D.A. den Tonkelaar op 13 juli 2006.

Coll.: VvdK