Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AY6181

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-07-2006
Datum publicatie
14-08-2006
Zaaknummer
AWB 06/919 en 06/1542
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2007:BA3765
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Parkeernorm 2.5.30 bouwverordening. Civielrechtelijke belemmering door erfdienstbaarheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

Registratienummers: AWB 06/919 en 06/1542

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

Vereniging van Eigenaren Kattenburg 45, eiseres,

gevestigd te Druten, vertegenwoordigd door mr. H. Nijman, advocaat te Nijmegen

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten, verweerder,

alsmede

[X] partij ex artikel 8:26 van de Awb,

te [woonplaats], vertegenwoordigd door mr. G.H. Blom, medewerker van de Stichting rechtsbijstand te Tilburg.

1. Aanduiding bestreden besluiten

Het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar van [X], gericht tegen het besluit van verweerder van 29 april 2005, verzonden op 3 mei 2005 (hierna besluit I);

Besluit van verweerder van 14 februari 2006 (hierna: besluit II).

2. Procesverloop

Bij besluit van 29 april 2005 heeft verweerder aan eiseres bouwvergunning verleend voor het heroprichten van twee kantoorruimten en zes maisonnettes op een perceel, plaatselijk bekend Kattenburg 45, 45a en 45b te Druten.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het hiertegen door [X] ingediende bezwaar.

Bij het in rubriek 1 aangeduide besluit II heeft verweerder het ingediende bezwaar gegrond verklaard en alsnog bouwvergunning geweigerd.

Ook tegen dit besluit is beroep ingesteld en door verweerder is een verweerschrift ingediend. Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.

Bij schrijven van 27 maart 2006 heeft [X] zich gesteld als partij in het geding.

Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 29 mei 2006. Eiseres is aldaar vertegenwoordigd door mr. Nijman voornoemd en door [Y]. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. H.J.M. Raaijmakers. De partij ex artikel 8:26 van de Awb is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Blom voornoemd

3. Overwegingen

De rechtbank overweegt allereerste dat de gemachtigde van eiseres ter zitting het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar van [X] tegen het besluit van 29 april 2005 heeft ingetrokken en daarbij heeft verzocht verweerder te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank constateert dat [X] op 30 mei 2005 bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van verweerder van 29 april 2005( bekend gemaakt op 3 mei 2005). Derhalve is ingevolge artikel 7: 10, eerste lid, van de Awb de termijn om op het bezwaar te beslissen geëindigd op 12 juli 2005 en is bedoelde termijn, nu de beslissing op bezwaar dateert van 14 februari 2006(bekend gemaakt 16 februari 2006), overschreden. De vraag of eiseres als derde belang heeft bij het tijdig beslissen op het bezwaar van [X], beantwoordt de rechtbank bevestigend. Weliswaar voorziet de Awb strikt genomen niet in een situatie als de onderhavige, maar eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank belang bij de beslissing op bezwaar omdat zij om een door haar gewenst doel te bereiken, het bouwen van de kantoorruimten en maisonnettes, afhankelijk is van dat besluit. Eiseres heeft derhalve terecht beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Door alsnog op het bezwaar van [X] te beslissen, is verweerder tegemoet gekomen aan eiseres. Mitsdien zal verweerder met toepassing van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb worden veroordeeld in de kosten welke eiseres redelijkerwijs in verband met de behande- ling van dat beroep heeft moeten maken.

[X] heeft bezwaar gemaakt tegen de aan eiseres verleende bouwvergunning. Er kunnen volgens hem wel conform artikel 2.5.30 van de Bouwverordening voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd, maar deze parkeerplaatsen worden ontsloten via een weg die over zijn perceel loopt. De bestaande erfdienstbaarheid van overweg die voor deze ontsluiting is gevestigd, mag volgens hem niet verzwaard worden door de intensivering in het gebruik van de weg tengevolge van realisering van het bouwplan.

Verweerder heeft aan besluit II ten grondslag gelegd dat niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2.5.30, eerste lid, van de Bouwverordening. Weliswaar kunnen er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd, maar deze zijn niet bereikbaar omdat de eigenaar van de toegangsweg naar de parkeergelegenheid, [X], het bestaand servituut niet wil verzwaren.Verweerder acht ontheffing ingevolge het vierde lid van artikel 2.5.30 mogelijk noch wenselijk, omdat hij pas een ontheffing van de parkeereis op eigen terrein wil geven nadat er een Parkeerfonds zal zijn ingesteld.

Verweerder, die met dit standpunt is afgeweken van het advies van de Commissie voor de behandeling van bezwaarschriften van 1 december 2005, heeft zich bij zijn standpunt- bepaling gebaseerd op de adviezen van respectievelijk mr. A.W. Klaassen van 24 augustus 2005, mr. T.E.P.A. Lam van 24 december 2005 en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten van 21 januari 2006.

Eiseres kan zich hiermee niet verenigen en heeft zich op het standpunt gesteld dat verweerder onvoldoende gemotiveerd en op onjuiste gronden is afgeweken van het advies van de Commissie voor de behandeling van bezwaarschriften. Volgens eiseres voldoet zij aan de parkeereis van de Bouwverordening door op eigen terrein vijftien parkeerplaatsen aan te leggen, welke ook bereikbaar zijn. Het ontbreken van toestemming aan gebruikers van de parkeerplaatsen om van de toegangsweg gebruik te maken, is een civielrechtelijk belemmering welke in het kader van de bouwvergunning buiten beschouwing moet worden gelaten. Volgens eiseres is er ten behoeve van haar perceel en ten laste van het perceel van [X] een erfdienstbaarheid gevestigd om naar de openbare weg te gaan. Eisers betwijfelt of er door de aanleg van de parkeerplaatsen wel een verzwaring plaatsvindt van de erfdienstbaarheid en of deze daadwerkelijk onevenredig zou zijn. Volgens eiseres zal door de realisering van het bouwplan de parkeerbehoefte niet dramatisch zal toenemen. Bij het ontbreken van regelen in de akte van vestiging over de inhoud van de erfdienstbaarheid en de wijze van uitoefening mogen naar de mening van eiseres op grond van de plaatselijke gewoonte alle bewoners van Kattenburg 45 gebruik- maken van bedoelde erfdienstbaarheid. Tot slot heeft eiseres nog aangevoerd dat de heer [Y], lid van haar vereniging, [perceel] heeft gekocht en dat deze van plan is om vanaf dat terrein een ontsluitingsweg voor de parkeergelegenheid te realiseren. Eiseres begrijpt niet waarom verweerder deze alternatieve ontsluiting niet heeft betrokken bij de beslissing op bezwaar.

De rechtbank overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 44, eerste lid, aanhef en sub b, van de Woningwet mag en moet een reguliere bouwvergunning slechts worden geweigerd, indien het bouwen niet voldoet aan de bouwverordening, of zolang de bouwverordening daarmee nog niet in overeenstemming is gebracht, aan de voorschriften die zijn gegeven bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8, achtste lid, of bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 120.

In artikel 2.5.30, eerste lid, van de Bouwverordening is bepaald dat indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer.

Ingevolge het vierde lid kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en het derde lid indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

Op grond van artikel 2.5.30, eerste lid, van de Bouwverordening moet het onderhavige bouwplan voorzien in de aanleg van 15 parkeerplaatsen op het terrein van eiseres. Het bouwplan voldoet aan deze eis. Hoewel artikel 2.5.30 er niet met zoveel woorden over spreekt, ligt het voor de hand dat deze voorwaarde impliceert dat de vereiste parkeerplaatsen bereikbaar zijn voor auto’s. De parkeerplaatsen zijn echter thans slechts te bereiken via een weg die voert over het perceel dat eigendom is van [X].

De rechtbank stelt vast dat niet in geding is dat op grond van een erfdienstbaarheid personen van het perceel van eiseres, Kattenburg 45, over het perceel van [X], [perceel], naar de openbare weg mogen gaan.

In geschil is of de onenigheid die bestaat tussen de eigenaren van het heersend en het dienend erf over het antwoord op de vraag of de uitvoering van het bouwplan zal leiden tot een onaanvaardbare verzwaring van het servituut, betekent dat niet wordt voldaan aan artikel 2.5.30 van de Bouwverordening omdat de parkeerplaatsen niet bereikbaar zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank voldoet het bouwplan aan het gestelde in artikel 2.5.30, eerste lid, van de Bouwverordening nu er op het betreffende perceel vijftien parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd en deze, via het terrein van [X], toegankelijk zijn. Dat er momenteel een meningsverschil bestaat tussen eiseres en [X] over de erfdienstbaarheid, doet aan het voorgaande niet af. Het meningsverschil zou eventueel tot een civielrechtelijke belemmering kunnen leiden, welke in beginsel echter niet in de weg kan staan aan de verlening van een bouwvergunning.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat, indien toetsing aan artikel 2.5.30 van de Bouwverordening er toe zou leiden dat een mogelijkheid die het bestemmingsplan biedt, namelijk de bouw van de twee kantoorruimten en de zes maisonnettes op het perceel Kattenburg 45, onmogelijk wordt, die toetsing achterwege dient te blijven.

Op grond van het vorenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder door met besluit II de aan eiseres verleende bouwvergunning in te trekken, in strijd heeft gehandeld met artikel 44, eerste lid, aanhef en sub b, van de Woningwet. Mitsdien komt de beslissing op bezwaar van 14 februari 2006 op die grond voor vernietiging in aanmerking en moet het beroep gegrond worden verklaard. Nu het beroep vanwege bovengenoemde reden gegrond wordt verklaard, behoeven de andere beroepsgronden geen bespreking meer.

De rechtbank acht termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel; 8:75 van de Awb en verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten, welke zijn begroot op €724,50, zijnde kosten voor verleende rechtshulp. Met betrekking tot het beroep tegen het niet tijdig beslissen is de wegingsfactor 0,25 gehanteerd. Van andere kosten in dit verband is de rechtbank niet gebleken.

Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank, mede gelet op artikel 8:74 van de Awb, tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

De rechtbank

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt besluit II;

veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten ten bedrage van

€ 724,50 en wijst de gemeente Druten aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;

bepaalt dat de gemeente Druten het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van €276 aan haar vergoedt.

Aldus gegeven door mr. W.F. Bijloo, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.N. Witsen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2006.

De griffier, De rechter,

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.

Verzonden op: