Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AY4522

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-07-2006
Datum publicatie
20-07-2006
Zaaknummer
05/985015-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor valsheid in geschrifte. Verdachte heeft willens en wetens valsheid in geschrifte gepleegd ten aanzien van door medeverdachte geplaatste effectenorders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/985015-06

Datum zitting : 6 juli 2006

Datum uitspraak : 20 juli 2006

Verstek

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat :

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 april 2000 tot en met

6 november 2000 te 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

a. een aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 25-04-00 (vindplaats: bijlage D/018) en/of

b. een aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 12 -09-00 vindplaats: bijlage D/020) en/of

c. een aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 6-11-00 vindplaats: bijlage D/021),

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt, althans heeft doen of laten opmaken of heeft vervalst, althans heeft doen of laten vervalsen, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk - zakelijk weergegeven -

ad a. op die aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 25-04-00 vermeld, althans doen of laten vermelden "Graag met instructie: uw opdracht 31-03-00", zulks terwijl in werkelijkheid die opdracht is gegeven is op of omstreeks 25 april 2000 en/of

ad b. aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 12 -09-00 vermeld, althans doen of laten vermelden "Betaling tegen levering 144.250 x 65,-- euro", zulks terwijl in werkelijkheid de koers op 12 september 2000 41,30 euro per aandeel is en/of

ad c. een aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 6-11-00 vermeld, althans doen of laten vermelden "Betaling tegen levering 144.250 x 65,-- euro", zulks terwijl in werkelijkheid de koers op 6 november 2000 33,50 euro per aandeel is,

zulks (telkens) opzettelijk met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 april 2000 tot en met 23 juli 2001 te 's-Hertogenbosch, althans in Nederland,

a. een aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 25-04-00 (vindplaats: bijlage D/018) en/of

b. een aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 12 -09-00 vindplaats: bijlage D/020) en/of

c. een aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 6-11-00 vindplaats: bijlage D/021) en/of

d. een faxbericht d.d. 20 juli 2001 (vindplaats D/025),

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt, althans heeft doen of laten opmaken of heeft vervalst, althans heeft doen of laten vervalsen, immers heeft verdachte (telkens) valselijk - zakelijk weergegeven -

ad a

met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid <*>;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 23 juli 2001 te 's-Hertogenbosch, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een na te noemen vals of vervalst geschrift als ware dat geschrift echt en onvervalst, te weten: een faxbericht d.d. 20 juli 2001 (vindplaats D/025), - zijnde een geschrift bestemt om te dienen tot bewijs van het daarin gestelde, althans van enig feit -

bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd faxbericht de bevestiging is van een op 20 juli 2001 gehouden telefonisch onderhoud tussen verdachte en de heer [naam] omtrent de overboeking van 800.000 aandelen [naam] van de effectenrekening van [naam] B.V. naar de effectenrekening van [naam] tegen de laagste dagkoers van 20 juli 2001 (zijnde 5,25 euro),

bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat voornoemd faxbericht in werkelijkheid op of omstreeks 23 juli 2001 is gefaxt en/of voornoemde [naam] in werkelijkheid op of omstreeks 23 juli 2001 opdracht heeft gegeven om 800.000 aandelen [naam] van de

effectenrekening van [naam] B.V. naar de effectenrekening van [naam] over te boeken, zulks terwijl op 23 juli de koers 5,98 euro, in elk geval hoger dan 5,25 euro per aandeel is;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 6 juli 2006 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte niet verschenen. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 25 april 2000 tot en met 6 november 2000 te 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander,

a. een aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 25-04-00 (vindplaats: bijlage D/018) en

b. een aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 12-09-00 vindplaats: bijlage D/020) en

c. een aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 6-11-00 vindplaats: bijlage D/021),

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, telkens valselijk heeft doen of laten opmaken, immers heeft verdachte telkens valselijk - zakelijk weergegeven -

ad a. op die aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 25-04-00 doen of laten vermelden "Graag met instructie: uw opdracht 31-03-00", zulks terwijl in werkelijkheid die opdracht is gegeven op 25 april 2000 en

ad b. op die aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 12-09-00 doen of laten vermelden "Betaling tegen levering 144.250 x 65,-- euro", zulks terwijl in werkelijkheid de koers op 12 september 2000 41,30 euro per aandeel is en

ad c. op die aanvraag overboeking/ uitlevering effecten d.d. 6-11-00 doen of laten vermelden "Betaling tegen levering 144.250 x 65,-- euro", zulks terwijl in werkelijkheid de koers op 6 november 2000 33,50 euro per aandeel is,

zulks telkens opzettelijk met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.

hij op 23 juli 2001 te 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een na te noemen vals of vervalst geschrift als ware dat geschrift echt en onvervalst, te weten: een faxbericht d.d. 20 juli 2001 (vindplaats D/025), - zijnde een geschrift bestemt om te dienen tot bewijs van het daarin gestelde -

bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd faxbericht de bevestiging is van een op 20 juli 2001 gehouden telefonisch onderhoud tussen verdachte en de heer [naam] omtrent de overboeking van 800.000 aandelen [naam] van de effectenrekening van [naam] B.V. naar de effectenrekening van [naam] tegen de laagste dagkoers van 20 juli 2001 (zijnde 5,25 euro),

bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat voornoemd faxbericht in werkelijkheid op 23 juli 2001 is gefaxt en voornoemde [naam] in werkelijkheid op 23 juli 2001 opdracht heeft gegeven om 800.000 aandelen [naam] van de effectenrekening van [naam] B.V. naar de effectenrekening van [naam] over te boeken, zulks terwijl op 23 juli de koers 5,98 euro per aandeel is;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

? de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 19 juni 2006.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte was vanaf 1 januari 1999 hoofd [naam] bij [naam]. Zijn functie bestond uit het geven van bijzondere beleggingsadviezen. De [naam] bestond uit vijf personen en er werden adviezen gegeven aan zo’n 75 tot 90 vermogende relaties waaronder mede-verdachte [medeverdachte]. Verdachte zelf had ongeveer 25 relaties waarmee hij zich intensief bezig hield, waaronder ook mede-verdachte [medeverdachte]. Verdachte had bijna dagelijks contact met mede-verdachte [medeverdachte]. Verder was verdachte alleen verantwoording schuldig aan de directeur particulieren effectenbedrijf. Verdachte had aldus een verantwoordelijke positie bij [naam] en naar het oordeel van de rechtbank heeft hij die positie op schaamteloze wijze misbruikt met als enig kennelijke doel mede-verdachte [medeverdachte] in een fiscaal gunstige positie plaatsen.

Verdachte verwijt zichzelf dat hij, wetende of vermoedende dat de effectenorders wel degelijk op juiste wijze waren verwerkt, mede-verdachte [medeverdachte] niet heeft tegengesproken of de tapes achteraf niet heeft uitgeluisterd. Verdachte spreekt in dit verband zelfs over een dwingende persoonlijkheid van mede-verdachte [medeverdachte] die maakte dat verdachte ook is uitgegaan van foutief verwerkte effectenorders die moesten worden hersteld.

Naar het oordeel van de rechtbank komt uit de tapes een geheel ander beeld naar voren, namelijk een beeld waaruit blijkt dat verdachte op grove wijze misbruik heeft gemaakt van zijn leidinggevende positie door willens en wetens valsheid in geschrift te plegen ten aanzien van door mede-verdachte [medeverdachte] bij [naam] geplaatste effectenorders. Verdachte heeft met betrekking tot de geplaatste effectenorders een actieve faciliterende rol gespeeld door voor te doen alsof de effectenorders allemaal het gevolg waren van door verdachte gemaakte fouten en dat ook te vermelden op de overboekingformulieren. Daarnaast heeft verdachte zelf een juiste datum gezocht die paste bij de laagste aandelenkoers en vermoedelijk zelfs de bovenrand van een faxbericht verwijderd zodat het niet mogelijk was de datum van verzending te herleiden.

Door zijn handelen heeft verdachte de integriteit van de financiële sector geschaad. Financiële instellingen vervullen een centrale rol tussen vraag en aanbod van kapitaal en daarmee bij de allocatie van financiële middelen in de economie. Het maatschappelijk vertrouwen in deze instellingen, en ook in het betalingsverkeer tussen deze instellingen, is daarom essentieel. Dat geldt te meer waar de financiële sector het geld beheert van velen in de samenleving, van spaargeld van burgers tot financiële stromen van bedrijven. Fraude en andere vormen van criminaliteit, daaronder begrepen belastingontduiking, beschamen dat vertrouwen. Dat geldt niet alleen wanneer financiële instellingen zelf zich daaraan schuldig maken, maar ook wanneer de financiële sector door anderen, waaronder medewerkers van die instellingen, voor frauduleuze praktijken wordt gebruikt.

De officier van justitie heeft in zijn eis laten meewegen dat verdachte zonder enige interne controle bij [naam] op frauduleuze wijze grote effectenorders administratief kon (laten) verwerken in de orderadministratie. De officier van justitie legt daarmee een gedeelte van de schuld bij [naam]. De rechtbank volgt de officier van justitie hierin niet. Uit de bewaard gebleven tapes en verklaringen van medewerkers van [naam] volgt immers dat verdachte ook zijn collega’s heeft weten te misleiden. Verdachte is daarmee primair zelf verantwoordelijk voor zijn handelen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een gevangenisstraf, die deels voorwaardelijk zal zijn. Het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is bedoeld om verdachte te weerhouden van vergelijkbare feiten in de toekomst, mocht hij opnieuw als adviseur optreden.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 4 (vier) maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer-legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. M. Keppels, rechter, als voorzitter,

mr. M. Jurgens, rechter,

mr. E.M. Vermeulen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. H. Siragedik, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 juli 2006.