Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AY4103

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
24-05-2006
Datum publicatie
18-07-2006
Zaaknummer
134383
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

non-conformiteit

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 134383 / HA ZA 05-2176

Vonnis van 24 mei 2006

in de zaak van

[eiser]

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

advocaat mr. M. Burgers te Bladel,

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat en procureur mr. W.R.H. Jager.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 maart 2006

- het proces-verbaal van comparitie van 7 april 2006.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

De onderneming van [gedaagde], Autohuis [gedaagde], houdt zich bezig met de verkoop van tweedehands auto’s.

[eiser] heeft op 26 november 2004 van [gedaagde] een BMW 320D Executive, met kenteken XT-JD-03, (hierna: de BMW) uit 1999 gekocht voor EUR 12.175,00. De kilometerteller van de BMW gaf op dat moment een stand aan van 153.000.

Onder de gedingstukken bevindt zich een kopie van de schriftelijke koopovereenkomst tussen partijen (productie 2 bij dagvaarding). Hierin is onder het kopje “Km-stand” geen getal genoteerd, maar is een tekst geschreven.

In juni 2005 is [eiser] met de BMW met pech langs de weg komen te staan. [eiser] is met de BMW naar een garage gegaan. Onderzoek van de BMW heeft destijds uitgewezen dat het motorblok “op” was. Naar aanleiding hiervan heeft de desbetreffende garage een zogenoemde Nationale Autopas (hierna: NAP) aangevraagd. Uit de NAP is gebleken dat de BMW op 6 april 2004 een kilometerstand had van 311.000.

Als productie 5 bij dagvaarding is in het geding gebracht een kopie van een brief van (de raadsman van) [eiser] aan [gedaagde] d.d. 18 augustus 2005. In deze brief heeft [eiser] – kort gezegd – de ontbinding dan wel vernietiging van de koopovereenkomst ingeroepen.

Het geschil

[eiser] heeft gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I. primair:

1. voor recht zal verklaren dat de BMW niet beantwoordt aan de koopovereenkomst en dat de koopovereenkomst op 18 augustus 2005 door [eiser] (toevoeging rb.) buitengerechtelijk is ontbonden, althans de koopovereenkomst alsnog zal ontbinden, en

2. [gedaagde] zal veroordelen om medewerking te verlenen aan bijschrijving van de BMW op zijn naam en hem zal veroordelen tot terugbetaling van het aankoopbedrag ad EUR 12.175,00;

II. subsidiair:

1. voor recht zal verklaren dat de koopovereenkomst tot stand is gekomen door bedrog en dat de koopovereenkomst op 18 augustus 2005 door [eiser] buitengerechtelijk is vernietigd, althans deze koopovereenkomst alsnog zal vernietigen, en

2. [gedaagde] zal veroordelen om medewerking te verlenen aan bijschrijving van de BMW op zijn naam en hem zal veroordelen tot terugbetaling van het aankoopbedrag ad EUR 12.175,00;

III. meer subsidiair:

1. voor recht zal verklaren dat de koopovereenkomst tot stand is gekomen door dwaling en dat de koopovereenkomst op 18 augustus 2005 door [eiser] buitengerechtelijk is vernietigd, althans de koopovereenkomst alsnog zal vernietigen, en

2. [gedaagde] zal veroordelen om medewerking te verlenen aan bijschrijving van de BMW op zijn naam en hem zal veroordelen tot terugbetaling van het aankoopbedrag ad EUR 12.175,00;

IV. uiterst subsidiair:

1. voor recht zal verklaren dat de BMW niet aan de koopovereenkomst beantwoordt, althans dat de koopovereenkomst tot stand is gekomen door dwaling en dat de koopovereenkomst op 18 augustus 2005 door [eiser] buitengerechtelijk is ontbonden c.q. vernietigd, althans de koopovereenkomst alsnog (gedeeltelijk) te ontbinden c.q. te vernietigen, en

2. [gedaagde] zal veroordelen om het nadeel dat [eiser] door deze overeenkomst heeft geleden, begroot op EUR 7.715, op te heffen

één en ander met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

[eiser] heeft op de comparitie van partijen verklaard dat hij op 26 november 2004 samen met zijn vriendin en twee vrienden de showroom van [gedaagde] heeft bezocht. Op enig moment is [eiser] aangesproken door een medewerker van [gedaagde], een zekere [betr[betrokkene1]] [eiser] heeft tegen deze verkoper gezegd op te zoek te zijn naar een tweedehands BMW met een redelijke kilometerstand en met “de boekjes” erbij. [eiser] heeft toen een aantal auto’s bekeken en uiteindelijk heeft [betrokkene1] hem gewezen op de onderhavige BMW. [eiser] is in de BMW gaan zitten en heeft nogmaals gevraagd naar de boekjes. [betrokkene1] heeft toen tegen hem gezegd dat de boekjes in het dashboardkastje lagen. Hierop heeft [eiser] de boekjes uit het dashboardkastje gehaald en heeft hij ze bekeken. De BMW zou volgens de verkoper steeds in onderhoud zijn geweest bij een BMW-dealer. Deze mededeling werd ondersteund door het onderhoudsboekje dat [eiser] uit het dashboardkastje had gehaald, waarin diverse onderhoudsbeurten waren genoteerd en dat voorzien was van een stempel[betrokkene1]W-logo en daarnaast de tekst “[betrokkene2]. Ter nader onderbouwing van dit punt heeft [eiser] verwezen naar productie 1 bij dagvaarding. Op grond van de stand die de kilometerteller op 26 november 2004 aangaf (153.000) en de aanwezigheid van het onderhoudsboekje is [eiser] overgegaan tot het kopen van de BMW. Het koopcontract is vervolgens ingevuld en ondertekend door [gedaagde] in diens kantoor. [gedaagde] heeft als laatste zijn handtekening gezet.

4.1.1. Naderhand is – mede op grond van mededelingen van [betrokkene1] – komen vast te staan dat het onderhoudsboekje vervalst was. Voorts is uit de NAP gebleken dat de werkelijke kilometerstand van de BMW op 6 april 2004 reeds 311.000 was en dat de kilometerstand tussen 6 april 2004 en 18 april 2005 (de rechtbank leest: 2004) is teruggedraaid van 311.518 naar 159.895. Nadien, maar vóór 26 november 2004, is de kilomterstand nog verder teruggedraaid naar 153.000. [gedaagde] was hiervan op de hoogte en had hem hiervan mededeling moeten doen, aldus nog steeds [eiser].

[gedaagde] heeft hier tegenin gebracht dat hij zelf de overeenkomst met [eiser] heeft gesloten. [gedaagde] heeft hierover op de comparitie van partijen verklaard dat hij zich de deal met [eiser] niet specifiek kan herinneren, maar dat hij het koopcontract heeft ingevuld en ondertekend en dat hij dat niet doet als hij niet ook zelf de deal heeft gesloten. Dat is zijn vaste werkwijze, aldus [gedaagde]. In het koopcontract heeft hij onder het kopje “km-stand” geschreven “onlogisch”. Het feit dat hij dit in de koopovereenkomst heeft opgenomen, betekent dat hij dat toen ook al tegen [eiser] heeft gezegd. “Onlogisch” is een term die in de autobranche heel gebruikelijk is. Het betekent dat de kilometerstand niet kan kloppen. Iedereen zou dat moeten weten. In ieder geval had [eiser] nader moeten onderzoeken wat er werd bedoeld met die mededeling.

4.2.1. [gedaagde] heeft voorts aangevoerd dat verschillende andere stellingen van [eiser] ook onjuist zijn. In 2004 werkte er geen [betrokkene1] bij [gedaagde], wel in de periode januari tot december 2005. Volgens de vaste werkwijze van [gedaagde] ondertekent hij bovendien altijd als eerste een koopcontract. De stelling van [eiser], dat hij als eerste heeft ondertekend en [gedaagde] als laatste, kan dus niet kloppen. Daarnaast heeft [gedaagde] betwist dat het eerdergenoemde onderhoudsboekje bij hem vandaan komt. Hij kent dat boekje niet en heeft nooit zaken gedaan met [betrokkene1]. Tevens heeft [gedaagde] verklaard dat hij de BMW heeft gekocht van een tussenhandelaar. Deze tussenhandelaar zal vast wel tegen hem – [gedaagde] – hebben gezegd dat de kilometerstand niet klopte, maar dat weet hij zich niet te herinneren.

4.2.2. Ten slotte heeft [gedaagde] aangevoerd dat [eiser] niet tijdig na ontdekking van het gebrek bij hem hierover heeft geklaagd (artikel 7:23 BW). Om die reden is [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen, aldus [gedaagde].

Het beroep op de niet-ontvankelijkheid van [eiser] is het meest verstrekkende verweer van [gedaagde], zodat de rechtbank eerst hierover zal oordelen.

[gedaagde] heeft hierover op de comparitie van partijen verklaard dat [eiser] op 23 juni 2005 bij hem op de zaak is geweest en toen heeft geklaagd over de BMW. [eiser] heeft gesteld dat hij toen tegen [gedaagde] heeft gezegd dat de motor kapot was en dat er was geknoeid met de kilometerteller. Nu door [gedaagde] op zichzelf niet is betwist dat [eiser] de gebreken heeft ontdekt in juni 2005, moet worden geoordeeld dat [eiser] zijn klachten binnen bekwame tijd aan [gedaagde] heeft kenbaar gemaakt. Aan [gedaagde] komt derhalve geen beroep toe op artikel 7:23 BW. Dit betekent dat [eiser] ontvankelijk is in zijn vorderingen.

Gelet op de primaire grondslag van de vorderingen van [eiser] zal allereerst worden onderzocht of zijn beroep op non-conformiteit slaagt. De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

Ingevolge artikel 7:17 BW moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden, hetgeen niet het geval is indien zij niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. In ieder geval mag de koper verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Bij de koop van een tweedehandsauto is het niet zo dat elke onvolkomenheid daaraan maakt dat het gekochte niet aan de overeenkomst beantwoordt. De koper van een tweedehands auto zal, afhankelijk van ouderdom en prijs daarvan, tot op zekere hoogte rekening moeten houden met het bestaan van mankementen. Naar het oordeel van de rechtbank geldt dat in beginsel echter niet voor de kilometerstand van een tweedehands auto, nu het aantal (werkelijk) met een gebruikte auto gereden aantal kilometers in het algemeen essentieel is voor een koper. Die kilometerstand vormt immers een belangrijke, zo niet de belangrijkste, aanwijzing voor de waarde van een tweedehandsauto alsmede voor de de risico’s die de koper loopt voor wat betreft de mate waarin en de termijn waarop hij rekening moet houden met (grote) reparaties aan de desbetreffende auto. In de onderhavige zaak heeft dit risico zich in zoverre verwezenlijkt, dat in juni 2005 is gebleken dat de motor van de BMW versleten was. De rechtbank acht aannemelijk dat dit het gevolg is geweest van het aantal kilometers dat in werkelijkheid met de BMW is gereden. [gedaagde] heeft één en ander op zichzelf ook niet betwist. Daarbij komt dat uit de enkele omstandigheid dat de BMW niet zodanige gebreken heeft dat gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren, niet volgt dat de BMW wèl aan de overeenkomst beantwoordt (Hoge Raad 8 juli 2005, NJ 2006, 22). De stellingen van [gedaagde] op dit punt (paragraaf 8 van de conclusie van antwoord) moeten derhalve worden verworpen.

Tussen partijen is niet in geschil dat de kilometerteller van de BMW op de dag van aankoop door [eiser] een stand van 153.000 aangaf en dat naderhand is komen vast te staan dat de BMW op dat moment in werkelijkheid al (ten minste) 311.000 kilometer op de teller had staan. [eiser] heeft dit zo verklaard op de comparitie van partijen en [gedaagde] heeft dit niet weersproken. Uit hetgeen in r.o. 4.6 is overwogen, volgt dat dit verschil in kilometerstand moet worden aangemerkt als een wezenlijk gebrek, in die zin dat dat verschil in de gegeven omstandigheden aan een normaal gebruik van de BMW in de weg staat zoals [eiser] dit mocht verwachten.

[gedaagde] heeft er in dit verband op gewezen dat hij in het koopcontract heeft opgenomen dat de kilomterstand van de BMW “onlogisch” was. Uit de omstandigheid dat hij dit in het koopcontract heeft vermeld, herleidt hij dat hij dit ook bij het sluiten van de koopovereenkomst tegen [eiser] heeft gezegd.

Wat daarvan ook zij, in de stellingen van [gedaagde] ligt besloten dat hij twijfelde aan de juistheid van de kilometerstand. Op de comparitie van partijen heeft [gedaagde] hierover nog verklaard dat de tussenhandelaar die hem de auto heeft verkocht, vermoedelijk wel tegen hem heeft gezegd dat de kilometerstand van de auto niet klopte. Mede gelet op de aard van het onderhavige gebrek (een onjuiste kilometerstand) kan het voorgaande niet anders worden uitgelegd dan dat [gedaagde] wist of behoorde te weten dat er opzettelijk met de kilometerstand was geknoeid, met andere woorden dat sprake was of zou kunnen zijn van bedrog. Onder deze omstandigheden mag van een professionele autoverkoper worden verwacht dat hij uit eigen beweging onderzoek doet hiernaar en daarover de (niet-professionele) koper inlicht. Nu [gedaagde] dat niet heeft gedaan, moet worden geoordeeld dat hij niet heeft voldaan aan zijn mededelingsplicht. Aan [gedaagde] komt derhalve geen beroep toe op de omstandigheid dat [eiser] zelf geen nader onderzoek heeft gedaan naar de kilometerstand van de BMW.

[gedaagde] heeft – onder verwijzing naar de artikelen 7:21 en 7:22 BW – voorts gesteld dat aan [eiser] geen beroep toekomt op vernietiging (de rechtbank leest: ontbinding) van de koopovereenkomst omdat met name vervanging van de afgeleverde zaak nog mogelijk zou zijn.

Ingevolge artikel 7:22, tweede lid, BW komt de bevoegdheid tot ontbinding [eiser] slechts toe indien herstel en vervanging onmogelijk zijn of van [gedaagde] niet gevergd kunnen worden, dan wel indien [gedaagde] niet binnen redelijke termijn of zonder ernstige overlast tot herstel of vervanging is overgegaan. In casu valt niet goed in te zien op welke wijze herstel van het gebrek mogelijk zou zijn; het werkelijk door de BMW aantal gereden kilometers kan immers feitelijk niet ongedaan worden gemaakt. De rechtbank begrijpt de stellingen van [gedaagde] op dit punt aldus, dat ook hij herstel geen reële mogelijkheid acht. [gedaagde] heeft zich er echter op beroepen op de mogelijkheid van vervanging van de BMW. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij regelmatig en ook momenteel soortgelijke auto’s in de verkoop heeft. Naar het oordeel van de rechtbank miskent [gedaagde] hiermee echter dat een tweedehandsauto niet een zaak is die feitelijk vervangbaar is, maar een specieszaak, die – dus – niet kan worden vervangen. Dit betekent dat aan [gedaagde] geen beroep toekomt op artikel 7:22, tweede lid, BW.

[gedaagde] heeft voorts aangevoerd dat hij de brief van 18 augustus 2005 niet heeft ontvangen, welke stellingen door [eiser] niet meer is weersproken. Een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring moet, om haar werking te hebben, die persoon hebben bereikt (artikel 3:37, derde lid, BW). Onder de hiervoor weergegeven omstandigheden moet het er voor worden gehouden dat de brief van 18 augustus 2005 [gedaagde] niet heeft bereikt. Op deze grond zal de door [eiser] gevorderde verklaring voor recht, dat hij de koopovereenkomst op 18 augustus 2005 buitengerechtelijk heeft ontbonden, moeten worden afgewezen.

Het voorgaande neemt niet weg dat de rechtbank de vordering van [eiser] tot ontbinding van de koopovereenkomst zal toewijzen. Deze ontbinding bevrijdt de partijen van de daardoor getroffen verbintenissen. Voor zover deze reeds zijn nagekomen, blijft de rechtsgrond voor deze nakoming in stand, maar ontstaat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties. Toegepast op de onderhavige zaak betekent dit dat [eiser] de BMW zal moeten teruggeven aan [gedaagde] en dat [gedaagde] aan [eiser] de koopprijs zal moeten terug betalen.

4.13.1. [gedaagde] heeft in dit verband nog aangevoerd dat de waarde van de BMW inmiddels is gedaald omdat de motor kapot is, de auto inmiddels ruim een jaar ouder is en bovendien sinds juni 2005 stil staat. Uit r.o. 4.6 en volgende volgt, dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst. Op grond hiervan moeten de hiervoor genoemde waardedrukkende omstandigheden voor risico van [gedaagde] blijven. Gesteld kan immers worden dat [gedaagde] het in wezen aan zichzelf heeft te danken dat de BMW in waarde is achteruit gegaan. De omstandigheid dat [eiser] pas op 28 november 2005 [gedaagde] heeft gedagvaard, maakt dit niet anders nu het aan [gedaagde] was om een BMW te leveren die beantwoordde aan de overeenkomst.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 93,93

- vast recht 199,00

- salaris procureur 904,00 (2,0 punt × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.196,93

De beslissing

De rechtbank

verklaart voor recht dat de BMW niet beantwoordt aan de koopovereenkomst tussen partijen d.d. 26 november 2004,

ontbindt de koopovereenkomst tussen partijen d.d. 26 november 2004,

gebiedt [gedaagde] om zijn medewerking te verlenen aan bijschrijving van de BMW aan zijn naam,

veroordeelt [gedaagde] tot terugbetaling van het aankoopbedrag van EUR 12.175,00 aan [eiser],

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 1.196,00,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2006.