Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AX9536

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
03-04-2006
Datum publicatie
28-06-2006
Zaaknummer
136848
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek WSNP. Betreft tweede verzoek. Eerste keer WSNP beeindigd omdat betalingen wegens ontvangst erfenis konden worden hervat. Nu gegronde vrees dat verzoeker zal trachten schuldeisers te benadelen omdat erfenis destijds was verzwegen. Ook niet te goeder trouw t.a.v. schuld aan Nuon. Hoger beroep ingesteld: arrest Hof d.d. 18 mei 2006 (rek.nummer 2006/333), vonnis bekrachtigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

afwijzing toepassing schuldsanering

rekestnummer: 136848/FT-RK 06.169 /lh

nummer verklaring: ARN0110600304

uitspraakdatum: 3 april 2006

Rechtbank Arnhem,

ENKELVOUDIGE KAMER

[verzoeker], wonende te [adres]

[woonplaats],

verzoeker,

heeft op 3 februari 2006 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 27 maart 2006.

Van een grond voor afwijzing van het verzoek is wel gebleken. Op verzoeker is eerder de schuldsaneringsregeling van toepassing geweest. De toepassing hiervan is op 18 maart 2002 beëindigd doordat verzoeker zijn betalingen, middels een ontvangen erfenis, kon hervatten (artikel 350 Fw. lid 3 sub b.).

Ingevolge artikel 288 Fw lid 2 sub a. “kan” een verzoek worden afgewezen indien minder dan tien jaar voorafgaande aan de dag waarop het nieuwe verzoekschrift is ingediend de schuldsaneringsregeling reeds van toepassing is geweest.

De rechtbank is echter van oordeel dat uit het vonnis van de rechtbank van 18 maart 2002, waarbij de eerdere toepassing van de schuldsaneringsregeling is beëindigd, een dwingende afwijzingsgrond voortvloeit. Uit dit vonnis blijkt immers dat de schuldenaar destijds de bewindvoerder niet geïnformeerd heeft dat hij zou erven en dat hij bovendien getracht heeft de erfenis buiten de boedel om, te incasseren. Die opzet is ook gedeeltelijk geslaagd. Op grond hiervan oordeelt de rechtbank dat sprake is van gegronde vrees dat de schuldenaar ook bij een hernieuwde schuldsaneringsregeling zal trachten zijn schuldeisers te benadelen (art. 288 lid 1 sub b.). Dat eerdergenoemde schuldsaneringsregeling uiteindelijk op een andere grond is beëindigd, doet aan deze vrees niet af.

De rechtbank oordeelt nog ten overvloede dat gebleken is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van een schuld aan de NUON als niet te goeder trouw moet worden aangemerkt. Verzoeker heeft zich namelijk, nadat hij in zijn bedrijfspand aan de [adres] was afgesloten van gas en licht, door een derde “illegaal” weer laten voorzien van gas en licht. De door NUON opgelegde boete bedraagt volgens verzoeker ongeveer € 5.000 à € 7.000,-. Dit bedrag strookt overigens niet met het in het verzoekschrift genoemde bedrag van € 3.222,20.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

- 2 -

rekestnummer: 136848/FT-RK 06.169 /lh

nummer verklaring: ARN0110600304

Gewezen door mr. F.M.T. Quaadvliet, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 april 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.