Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AW2103

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
01-03-2006
Datum publicatie
18-04-2006
Zaaknummer
126568
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het Besluit is nietig op grond van artikel 2:14 lid 1 BW. Art. 2:15 lid 1 sub a BW is niet van toepassing, omdat dat artikelonderdeel ziet op besluiten die in strijd zijn met statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen. Die situatie doet zich niet voor: de art. 12 lid 2 en 42 lid 2 statuten zijn geen procedurele voorschriften. Het voorgaande brengt mee dat de verklaring voor recht dat het Besluit nietig is, zal worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 126568 / HA ZA 05-791

Vonnis van 1 maart 2006

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur mr. E.M. Vos,

tegen

de vereniging

VERENIGING SERVICEFLAT "PARKFLAT DE VALKENBURCHT",

gevestigd te Oosterbeek, gemeente Renkum,

gedaagde,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. M.H. Kemna te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiser] en de Valkenburcht genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 december 2005

- het proces-verbaal van comparitie van 20 februari 2006.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

De Valkenburcht is een serviceflat. [eiser] is een bewoner van de serviceflat en in die hoedanigheid lid van de vereniging. In dit geschil gaat het om de verdeelsleutel aan de hand waarvan de omslag van de leden in de exploitatiekosten wordt berekend. Art. 12 lid 2 van de statuten van de Valkenburcht bepaalt daarover het volgende:

“Ieder lid is verplicht tot betaling van een door het bestuur, met inachtneming van de door de algemene vergadering goedgekeurde begroting, te bepalen bedrag als aandeel in de exploitatiekosten, welke ten laste van de vereniging komen. Bij de bepaling van dat bedrag zal volgens de in het huishoudelijk reglement vastgestelde regels worden gehandeld, waarbij onder meer rekening zal worden gehouden met het aantal personen dat van de diensten en verstrekkingen gebruik maakt en verder met het aantal en de vloeroppervlakten van de flats.”

Art. 42 statuten bepaalt dat het bestuur een huishoudelijk reglement samenstelt (lid 1) en dat dit huishoudelijk reglement niet in strijd met de statuten of met de wet mag zijn (lid 2).

Art. 4 huishoudelijk reglement (“Maandelijkse bijdrage in de exploitatiekosten”) bepaalt, voor zover van belang:

“Het volgens Artikel 12 der statuten door ieder lid jaarlijks te betalen bedrag bedraagt een op de volgende wijze berekend gedeelte van het verschil tussen baten en lasten der door de algemene ledenvergadering goedgekeurde begroting:

30% van het verschilbedrag omgeslagen in verhouding tot het aantal personen dat van de diensten gebruik maakt.

15% van het verschilbedrag gelijkelijk omgeslagen over alle wooneenheden.

55% van het verschilbedrag omgeslagen in verhouding tot de oppervlakten der flats.”

Het bestuur van de Valkenburcht heeft tijdig een buitengewone algemene ledenvergadering op 14 april 2004 bijeengeroepen. Agendapunt 4 luidt: “Voorstel nieuwe verdeelsleutel. (Een informatiebijeenkomst is voorzien op 6 april aanstaande in de recreatiezaal om 10 uur, waarbij de penningmeester een toelichting op het ontwerp zal geven.)”. De agenda is eerst op 6 maart 2004 verzonden. Zij is nogmaals op 26 maart 2004 verzonden, met daarbij de volgende toevoeging bij agendapunt 4: “Uw goedkeuring zal worden gevraagd. (zie bijlage)”

De bij de agenda genoemde bijlage luidt als volgt:

“Al enige jaren is er een discussie over de wijze waarop de verdeelsleutel voor de berekening van de servicekosten tot stand komt.

Thans bestaat de verdeelsleutel uit 3 factoren (...). De grondslag voor deze verdeling is heden ten dage niet bekend.

Niet alleen het samenvoegen van veel flats in de loop der jaren, maar ook de verschillen in de prijsontwikkelingen van de verschillende kostensoorten hebben geleid tot andere verhoudingen. Denk hierbij aan de ontwikkelingen van loonkosten ten opzichte van overige kosten; omzetbelastingstelsel (B.T.W.).

Het bovenstaande houdt in dat de huidige verdeling op basis van 3 elementen volledig is achterhaald.

Een betere methode is een grondslag op basis van 2 elementen, t.w.:

Aantal personen

Aantal m² woonoppervlakte

En een procentuele verhouding - gebaseerd op de werkelijke kostenverhoudingen - tussen de kosten van de voedingsdienst en de overige kosten.

Grondslag.

- m² woonoppervlak - in totaal 11.762

- aantal personen 180

Bij deze methode worden de totale kosten van de voedingsdienst omgeslagen over het aantal personen. Iedere persoon betaalt dus hetzelfde bedrag hiervoor.

De overige kosten worden omgeslagen per m² woonoppervlakte.

Het samenvoegen van flats leidt dan niet meer - zoals thans - tot minder inkomsten.

Op de volgende pagina vindt u de vergelijking tussen de servicekosten volgens de huidige berekeningswijze en de servicekosten volgens de voorgestelde gewijzigde berekeningswijze.

Een verder uitgewerkte notitie ligt voor geïnteresseerden ter beschikking bij de administratie.”

In de in de bijlage bedoelde notitie van de penningmeester wordt het wijzigingsvoorstel toegelicht aan de hand van een aantal rekenvoorbeelden. Uit een van de rekenvoorbeelden blijkt dat de penningmeester een verdeelsleutel voor de exploitatiekosten voorstaat van 33% voor het aantal personen en 67% voor de vloeroppervlakte.

Het bestuursvoorstel is ter vergadering van 14 april 2004 met 79 stemmen vóór, 27 tegen aanvaard. De verdeelsleutel was met ingang van 1 januari 2005: 33% voor het aantal personen, 0,01% voor het aantal flats en 66,99% voor de vloeroppervlakte. In de notulen is daarover het volgende opgemerkt:

“Goedkeuring wordt gevraagd voor een wijzigingsvoorstel van de verdeelsleutel. Daarover is op de informatiedag uitgebreid gesproken. De penningmeester geeft nog eens een samenvatting en de reden om van drie termen in feite naar twee te gaan door een term als het ware uit te schakelen met een factor 0,01. Hiermee wordt een wijziging van de statuten vermeden en kan met een wijziging van het H.R. worden volstaan.”

Het geschil

[eiser] vordert - samengevat - vernietiging van het besluit van de buitengewone algemene ledenvergadering van 14 april 2004, dan wel een verklaring voor recht dat dit besluit nietig is, met veroordeling van de Valkenburcht in de kosten van het geding.

De Valkenburcht voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

[eiser] vordert in de eerste plaats dat de rechtbank het besluit van de buitengewone algemene ledenvergadering van de Valkenburcht 14 april 2004 - hierna: het Besluit - vernietigt op de voet van art. 2:15 lid 1 sub a BW wegens strijd met art. 12 lid 2 j° 42 lid 2 statuten, dan wel dat de rechtbank voor recht verklaart dat het Besluit om die reden op grond van art. 2:14 lid 1 BW nietig is. [eiser] vordert in de tweede plaats dat de rechtbank het Besluit vernietigt op de voet van art. 2:15 lid 1 sub b BW, omdat het is genomen in strijd met de redelijkheid en billijkheid die art. 2:8 BW eist.

[eiser] werkt zijn stelling omtrent de strijdigheid met de statuten als volgt uit. Art. 12 lid 2 statuten schrijft voor dat bij de vaststelling van de exploitatiekosten in ieder geval rekening wordt gehouden met drie factoren, te weten (1) het aantal personen, (2) het aantal flats en (3) de vloeroppervlakte van de flats. Door het Besluit is art. 4 huishoudelijk reglement gewijzigd, waarmee in feite de tweede factor geheel is geschrapt. Daardoor bestaat er strijd tussen art. 4 huishoudelijk reglement en art. 12 lid 2 statuten. Dat betekent weer dat het Besluit in strijd is met art. 42 lid 2 statuten, dat bepaalt dat het huishoudelijk reglement niet in strijd mag zijn met de statuten.

De Valkenburcht verweert zich met de stellingen dat de woorden “onder meer” in art. 12 lid 2 statuten meebrengen dat niet dwingend is voorgeschreven dat met de factor “aantal flats” bij de bepaling van de verdeelsleutel voor de exploitatiekosten rekening wordt gehouden en dat, voor het geval dat wel zo is, daarmee in het Besluit niettemin rekening is gehouden, omdat de factor “aantal flats” voor 0,01% meeweegt in de verdeelsleutel.

Het standpunt van [eiser] is juist. Art. 12 lid 2 statuten schrijft voor dat bij de bepaling van het aandeel van ieder lid in de exploitatiekosten “rekening zal worden gehouden” met het aantal personen en met het aantal en de vloeroppervlakte van de flats. De taalkundige betekenis van deze bewoordingen is dat in de verdeelsleutel deze drie factoren moeten worden meegewogen en dat de algemene ledenvergadering zonder statutenwijziging in het huishoudelijk reglement niet kan vastleggen dat met een van de factoren geen rekening wordt gehouden. De woorden “onder meer” in dit artikellid hebben de betekenis dat behalve met de drie genoemde factoren ook rekening kan worden gehouden met andere factoren: de opsomming is dus niet limitatief. De betekenis is echter niet dat de statuten de vrijheid laten om met een van de drie genoemde factoren bij het bepalen van de verdeelsleutel geen rekening te houden.

Zoals de Valkenburcht zelf ook al tijdens de vergadering van 14 april 2004 heeft aangegeven, wordt de factor “aantal flats” in feite “uitgeschakeld” door aan deze factor het gewicht 0,01% toe te kennen. Een zodanig lage fractie in de verdeelsleutel is gelijk te stellen met schrapping van de factor “aantal flats”. Dit betekent dat het Besluit in strijd is met art. 12 lid 2 statuten en daarmee ook met art. 42 lid 2 statuten: de met het Besluit vastgestelde wijziging van art. 4 huishoudelijk reglement leidt ertoe dat het huishoudelijk reglement in strijd is met de statuten. Dit betekent dat het Besluit nietig is op grond van art. 2:14 lid 1 BW. Art. 2:15 lid 1 sub a BW is niet van toepassing, omdat dat artikelonderdeel ziet op besluiten die in strijd zijn met statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen. Die situatie doet zich niet voor: de art. 12 lid 2 en 42 lid 2 statuten zijn geen procedurele voorschriften.

Het voorgaande brengt mee dat de verklaring voor recht dat het Besluit nietig is, zal worden toegewezen. De overige bezwaren van [eiser] tegen het Besluit behoeven geen bespreking. De rechtbank merkt daarover op dat zij de aanbeveling doet dat bij een eventuele nieuwe besluitvorming over de exploitatiekosten aandacht wordt geschonken aan het argument van [eiser] dat de omvang waarin bewoners diensten en verstrekkingen van de Valkenburcht afnemen, in beperkte mate wordt bepaald door de vloeroppervlakte van de flat.

De Valkenburcht zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,60

- vast recht 244,00

- salaris procureur 768,00 (2,0 punten × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 1.097,60

De beslissing

De rechtbank

verklaart voor recht dat het besluit van de buitengewone algemene ledenvergadering van de Valkenburcht van 14 april 2004 nietig is,

veroordeelt de Valkenburcht in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 1.097,60,

verklaart het onder 5.2 bepaalde uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2006.