Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AV5464

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
25-01-2006
Datum publicatie
17-03-2006
Zaaknummer
130015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Algemene voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 130015 / HA ZA 05-1406

Vonnis van 25 januari 2006

in de zaak van

de stichting

STICHTING ONDERWIJS SERVICE BUREAU,

gevestigd te Arnhem,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. K.M. Kole te Arnhem,

tegen

DE GEMEENTE ZAANSTAD,

gevestigd te Zaandijk,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. H.K. Garvelink te Haarlem.

Partijen zullen hierna OSB en de Gemeente Zaanstad genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 oktober 2005

- het proces-verbaal van comparitie van 25 november 2005.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

Op 15 maart 1996 hebben OSB en de Gemeente Zaanstad een overeenkomst gesloten ter zake van door OSB met betrekking tot de zogenaamde “eerste tranche” te verrichten dienstverlening op het gebied van locale gemeentelijke onderwijstaken. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van OSB van toepassing. De overeenkomst is aangegaan per 1 april 1996 en had een looptijd van drie jaar, met automatische verlenging met telkens drie jaar. Opzegging diende te geschieden per aangetekende brief met inachtneming van een opzegtermijn van twaalf maanden.

Bij brief van 26 september 1996 heeft OSB aan de Gemeente Zaanstad een offerte uitgebracht met betrekking tot door haar uit te voeren werkzaamheden ten aanzien van de “tweede tranche” van overdracht van de onderwijsadministratie. Op basis van deze offerte hebben partijen met elkaar verdere besprekingen gevoerd.

Aan de voet van de eerste pagina van de offerte staat in kleine letters onder meer gedrukt: “(...) Algemene Voorwaarden, op aanvraag verkrijgbaar en gedeponeerd bij de Arrondissementsbank te Arnhem.”.

De algemene voorwaarden van OSB bepalen onder meer:

1.1 Definities

In deze Algemene Voorwaarden wordt verstaan onder:

(…)

3. Werkzaamheden:

alle werkzaamheden waartoe opdracht is gegeven, of die door opdrachtnemer uit andere hoofde worden verricht dan wel behoren te worden verricht;

(…)

1.2 Toepasselijkheid

Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle verbintenissen die verband houden met of voortvloeien uit overeenkomsten welke door de opdrachtnemer binnen het kader van de uitvoering van de werkzaamheden zoals onder 1.1 sub 3 bedoeld met cliënt zijn aangegaan.

(...)

10. Opzegging

10.1 Ieder der partijen is bevoegd de overeenkomst na afloop van de overeengekomen termijn te beëindigen door opzegging, met inachtneming van een opzegtermijn van 12 maanden. De opzegging dient schriftelijk te geschieden bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst.

Bij brief van 8 april 1997 heeft de heer [betrokkene 1], hoofd sector beleidsontwikkeling van de dienst welzijn van de Gemeente Zaanstad, het college van B&W verzocht in te stemmen met het voorstel om de 2e tranche van de onderwijstaken aan OSB over te dragen. In deze brief is onder meer vermeld:

(...) Uitgegaan wordt van een contract per 1 mei 1997, voor een periode van 5 jaren en onder dezelfde condities als de eerdere contracten die zijn afgesloten. (...)

Vervolgens heeft het college van B&W met het voorstel ingestemd en de directeur van de dienst welzijn gemandateerd een contract af te sluiten.

Een definitief schriftelijk contract tussen de Gemeente Zaanstad en OSB is nimmer gesloten. Wel hebben partijen uitvoering gegeven aan de in de offerte genoemde 2e tranche van overdracht van onderwijstaken aan OSB.

Bij brief van 28 september 2004 heeft de Gemeente Zaanstad de overeenkomst met betrekking tot de eerste tranche en de overeenkomst met betrekking tot de tweede tranche beide opgezegd tegen 1 januari 2005. Bij brief van 18 oktober 2004 heeft de Gemeente Zaanstad de opzegging met betrekking tot de eerste tranche gecorrigeerd in die zin dat zij deze heeft opgezegd tegen 1 april 2007.

Per 1 januari 2005 heeft de Gemeente Zaanstad de werkzaamheden met betrekking tot de tweede tranche zelf ter hand genomen en zij heeft in een brief van haar advocaat van 3 januari 2005 OSB verboden deze werkzaamheden nog langer te verrichten.

Ten aanzien van de overeenkomst met betrekking tot de eerste tranche heeft OSB de Gemeente Zaanstad voor de periode januari 2005 tot en met mei 2005 een aantal facturen doen toekomen.

Bij brief van 28 juni 2005 heeft de advocaat van OSB de Gemeente Zaanstad gesommeerd de door OSB geleden schade te vergoeden en de openstaande facturen met betrekking tot de eerste tranche te voldoen.

OSB heeft vanaf 2002 feitelijk geen werkzaamheden uitgevoerd met betrekking tot de tot de eerste tranche behorende Vervangingspool primair onderwijs.

Het geschil

in conventie

OSB vordert na wijziging van haar eis – samengevat – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

- de tussen partijen op of omstreeks 1 mei 2007 met betrekking tot de tweede tranche gesloten overeenkomst zal ontbinden;

- de Gemeente Zaanstad zal veroordelen om aan OSB ten titel van schadevergoeding te voldoen een bedrag van € 574.461,30, althans een bedrag van € 143.615,30, althans een in goede justitie te betalen bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

- de Gemeente Zaanstad zal veroordelen om binnen twee dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis aan OSB te voldoen de wettelijke rente over de facturen ten aanzien van de eerste tranche tot 30 juni 2005 ten bedrage van € 282,67, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2006;

- de Gemeente Zaanstad zal veroordelen om binnen twee dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis aan OSB als betaling op de facturen voor de eerste tranche over de periode juli 2005 tot en met oktober 2005 te voldoen een bedrag van € 32.700,08, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 dagen na de betreffende factuurdata;

- voor recht zal verklaren dat de Gemeente Zaanstad op grond van de tussen partijen op 15 maart 1996 met betrekking tot de eerste tranche gesloten overeenkomst gehouden is maandelijks 30 dagen na factuurdatum met betrekking tot de maanden november 2005 tot april 2007 een bedrag van € 8.175,02 aan OSB te voldoen, vermeerderd met de in artikel 6.3 van de algemene voorwaarden genoemde indexering per 1 januari 2006 en 1 januari 2007;

- de gemeente Zaanstad zal veroordelen in de kosten van de procedure.

De Gemeente Zaanstad voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

De Gemeente Zaanstad vordert – samengevat – veroordeling van OSB tot betaling van € 182.587,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 oktober 2005, met veroordeling van OSB in de proceskosten. Dit bedrag bestaat uit een bedrag dat volgens de Gemeente Zaanstad met betrekking tot de eerste tranche vanaf 1 januari 2002 onverschuldigd aan OSB is betaald en wettelijke rente hierover.

OSB voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

Aangezien de Gemeente Zaanstad niet voor al haar weren een beroep op de onbevoegdheid van de rechtbank heeft gedaan en overigens uitdrukkelijk de bevoegdheid van de rechtbank heeft aanvaard, acht de rechtbank zich bevoegd van het geschil kennis te nemen.

in conventie

Tweede tranche

OSB heeft primair aan haar stellingen ten grondslag gelegd dat haar algemene voorwaarden op de overeenkomst inzake de tweede tranche van toepassing zijn. Zij wijst erop partijen kort daarvoor ten aanzien van de eerste tranche hebben gecontracteerd op basis van de algemene voorwaarden en dat in de offertebrief ten aanzien van de tweede tranche een verwijzing naar diezelfde algemene voorwaarden is opgenomen. Nu de overeenkomst inzake de tweede tranche verband houdt met en voortvloeit uit de eerdere overeenkomst ten aanzien van de eerste tranche, zijn ook op deze tweede overeenkomst de algemene voorwaarden van toepassing, omdat dit in artikel 1.2 van die voorwaarden is bepaald. Volgens OSB is ook de Gemeente Zaanstad ervan uitgegaan dat de algemene voorwaarden van toepassing waren, omdat in de brief van het college van B&W waarin om instemming met de overdracht van taken aan OSB wordt verzocht, is vermeld dat wordt uitgegaan van een contract onder dezelfde condities als de eerdere contracten. Bovendien hebben partijen bij de uitvoering van de overeenkomst overeenkomstig de algemene voorwaarden gehandeld door jaarlijks de prijs overeenkomstig de voorwaarden te indexeren. Derhalve moet er volgens OSB ondanks het feit dat er geen schriftelijk contract is afgesloten wel van worden uitgegaan dat partijen de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden zijn overeengekomen.

Door de Gemeente Zaanstad wordt niet ontkend dat op de overeenkomst van 15 maart 1996 met betrekking tot de eerste tranche de algemene voorwaarden van OSB van toepassing zijn. Deze voorwaarden bevatten de in rechtsoverweging 2.4 genoemde bepaling, volgens welke de voorwaarden ook van toepassing zijn op alle verbintenissen die verband houden met of voortvloeien uit overeenkomsten welke door OSB binnen het kader van de uitvoering van de werkzaamheden met de Gemeente Zaanstad zijn aangegaan. Voorts blijkt zowel uit de standpunten van beide partijen als uit de tekst van de offerte van 26 september 1996 dat de werkzaamheden met betrekking tot de tweede tranche verwant zijn aan de werkzaamheden met betrekking tot de eerste tranche. Bij beide tranches gaat het om de overheveling van gemeentelijke onderwijstaken naar OSB: nadat in de eerste tranche een gedeelte van deze taken was overgeheveld, is in de tweede tranche hieraan een vervolg gegeven met het overhevelen van een volgend pakket taken. Het verband blijkt ook uit de door beide partijen in de stukken genoemde aanduiding “tweede tranche”, die duidelijk wijst op een samenhangend vervolg op de overdracht van taken uit de eerste tranche.

Naar het oordeel van de rechtbank is de overeenkomst met betrekking tot de tweede tranche zozeer verbonden met de eerdere overeenkomst met betrekking tot de eerste tranche dat moet worden aangenomen dat de deze overeenkomst is aangegaan binnen het kader van de uitvoering van de werkzaamheden van de eerdere overeenkomst inzake de eerste tranche als bedoeld in artikel 1.2 van de algemene voorwaarden. Dat betekent dat, nu niet anders is overeengekomen, de algemene voorwaarden ook op de overeenkomst met betrekking tot de tweede tranche van toepassing zijn. Een en ander wordt bevestigd door het feit dat onder aan de eerste pagina van de offerte met betrekking tot de tweede tranche melding wordt gemaakt van het bestaan van de algemene voorwaarden en dit kennelijk verder geen punt van discussie is geweest. Ook kan uit de in rechtsoverweging 2.5 genoemde passage uit de brief van de heer [betrokkene 1] aan het college van B&W en het hierop gebaseerde besluit van B&W worden afgeleid dat de overeenkomst inzake de tweede tranche zou worden aangegaan onder dezelfde condities als de eerdere overeenkomst inzake de eerste tranche. Ten slotte moet aan OSB worden toegegeven dat partijen in de uitvoering van de overeenkomst kennelijk de regeling van de algemene voorwaarden hebben toegepast, waaruit niet anders kan worden geconcludeerd dan dat partijen zelf ervan uit zijn gegaan dat de algemene voorwaarden toepasselijk waren.

Op grond van de aldus toepasselijke algemene voorwaarden was het de Gemeente Zaanstad niet toegestaan de overeenkomst per 1 januari 2005 te beëindigen. Op grond van de door OSB aan de hand van de algemene voorwaarden gemaakte berekening, welke berekening op zich niet door de Gemeente Zaanstad is bestreden, neemt de rechtbank aan dat beëindiging van de overeenkomst eerst tegen 1 mei 2008 mogelijk was.

Nu de Gemeente Zaanstad de uitvoering van de overeenkomst inzake de tweede tranche per 1 januari 2005 heeft stopgezet door per die datum de overgedragen taken weer zelf ter hand te nemen, OSB te verbieden nog langer de werkzaamheden te verrichten en de betalingen stop te zetten, moet worden aangenomen dat de Gemeente Zaanstad met ingang van 1 januari 2005 in verzuim is. De genoemde tekortkomingen rechtvaardigen de door OSB gevorderde ontbinding van de overeenkomst. De rechtbank zal de overeenkomst dan ook ontbinden.

De tekortkoming van de Gemeente Zaanstad in de uitvoering van de overeenkomst verplicht de Gemeente Zaanstad ook de schade die OSB hierdoor heeft geleden te vergoeden.

OSB heeft gesteld dat haar schade bestaat uit de volledige overeengekomen tegenprestatie die de Gemeente Zaanstad haar tot 1 mei 2008 voor de werkzaamheden van de tweede tranche had moeten vergoeden. De Gemeente Zaanstad heeft harerzijds aangevoerd dat de schade hoogstens gelijk kan zijn aan het door OSB gemiste voordeel. De rechtbank is vooralsnog van oordeel dat de schade van OSB niet gelijk is aan de bedongen vergoedingen tot 1 maart 2008. Nu OSB sinds 1 januari 2005 met betrekking tot de tweede tranche geen werkzaamheden meer verricht, is het aannemelijk dat zij aanmerkelijk minder kosten maakt dan zij gedaan zou hebben bij volledige uitvoering van de werkzaamheden. Het enkele, door OSB gestelde, feit dat een deel van het met het oog op de tweede tranche aangenomen personeel (volgens de stelling van OSB in de dagvaarding drie personen en volgens haar verklaring ter comparitie twee personen) na negen maanden nog nagenoeg geen vervangende werkzaamheden hebben, rechtvaardigt niet de conclusie dat er geen enkele besparing van kosten is. Integendeel heeft OSB aangegeven dat zij haar overhead heeft moeten terugbrengen door personeel over te plaatsen of te ontslaan. Voor een ander deel van het personeel zou volgens haar stellingen minder, maar niet in het geheel geen werk zijn. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het op de weg van OSB haar schade nader te onderbouwen met een gedetailleerde opstelling van schadeposten. Daarbij zal OSB tevens gedetailleerd moeten aangeven op welke wijze zij haar verplichting tot beperking van de schade gestalte geeft. OSB zal zich hierover bij akte moeten uitlaten.

Eerste tranche

De gemeente Zaanstad heeft een aantal facturen met betrekking tot verrichte werkzaamheden van de eerste tranche over de periode januari 2005 tot en met juni 2005 eerst op 5 juli 2005 voldaan. OSB vordert thans de wettelijke rente over de desbetreffende factuurbedragen vanaf 30 dagen na de factuurdata ter hoogte van € 282,67. Volgens OSB heeft de Gemeente Zaanstad de facturen vanaf 1 juli 2005 niet betaald. OSB vordert daarom betaling van deze facturen, tot 30 oktober 2005 bedragende een bedrag van € 32.700,08 en vanaf 1 november 2005 tot 30 april 2007 een bedrag van € 8.175,02 per maand, een en ander vermeerderd met wettelijke rente.

Voor OSB haar eis wijzigde heeft de Gemeente Zaanstad tegen de vordering inzake de facturen met betrekking tot de eerste tranche aangevoerd dat deze facturen onjuist waren en dat OSB haar tarief in strijd met de overeenkomst heeft verhoogd. Uit de akte wijziging eis van OSB maakt de rechtbank echter op dat de Gemeente Zaanstad de facturen over de periode januari 2005 tot en met juni 2005 vrijwillig heeft betaald. Het is de rechtbank daarom niet duidelijk in hoeverre de Gemeente Zaanstad haar verweer handhaaft. De Gemeente Zaanstad heeft nog niet kunnen reageren op de wijziging van eis van OSB. De rechtbank zal daarom de Gemeente Zaanstad verzoeken bij akte te reageren op de wijziging van de eis en daarbij aan te geven of en in hoeverre zij haar eerder geformuleerde verweer handhaaft.

in reconventie

De gemeente Zaanstad vordert in reconventie de terugbetaling van hetgeen zij over de periode 1 januari 2002 tot en met 31 december 2004 op de facturen ter zake van de tot de eerste tranche behorende werkzaamheden met betrekking tot de “vervangingspool primair onderwijs” en tot “management impuls locatie OSB” aan OSB heeft betaald. Zij stelt hiertoe dat OSB de betreffende werkzaamheden sinds 1 januari 2002 niet meer heeft uitgevoerd en dat de betalingen derhalve onverschuldigd waren.

OSB heeft erkend dat de werkzaamheden met betrekking tot de vervangingspool primair onderwijs niet zijn uitgevoerd, maar heeft gesteld dat dit komt omdat de Gemeente Zaanstad geen gebruik meer heeft willen maken van haar diensten, terwijl OSB wel steeds bereid is gebleven de werkzaamheden overeenkomstig de overeenkomst te verrichten. Volgens OSB is de overeenkomst ten aanzien van vervangingspool primair onderwijs door de Gemeente Zaanstad niet rechtsgeldig opgezegd en is de Gemeente Zaanstad daarom onverminderd gehouden de overeengekomen vergoeding te betalen, ongeacht of zij van de aangeboden diensten gebruik maakt of niet. De werkzaamheden met betrekking tot management impuls locatie OSB zijn volgens OSB wel steeds verricht.

Ten aanzien van de genoemde posten overweegt de rechtbank dat gesteld noch gebleken is dat de Gemeente Zaanstad de overeenkomst per 1 januari 2002 heeft opgezegd en dat derhalve in beginsel beide partijen hun verplichtingen dienen na te komen. Van verval van de betalingsverplichting van de Gemeente Zaanstad is eerst sprake indien OSB – na daartoe deugdelijk in gebreke te zijn gesteld – weigerachtig is gebleven de op haar rustende verplichtingen te verrichten. De Gemeente Zaanstad heeft echter niet gesteld – en ook overigens is niet gebleken – dat dit is geschied. Daarom moet de vordering in reconventie als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

in conventie en in reconventie

Tegen dit vonnis staat geen hoger beroep open. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

De rechtbank

in conventie

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 februari 2006 voor het nemen van een akte door beide partijen over hetgeen is vermeld onder 4.8 en 4.10,

in conventie en in reconventie

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Noordraven en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2006.