Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AV5362

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
11-01-2006
Datum publicatie
17-03-2006
Zaaknummer
122083 en 129699
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst van opdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 11 januari 2006

in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: 122083 / HA ZA 05-6 van

1. [eiser 1],

2. [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

procureur en advocaat mr. J.B.R. Daniëls,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur en advocaat mr. C. Blaauw,

en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer 129699 / HA ZA 05-1362 van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procureur en advocaat mr. C. Blaauw,

tegen

de naamloze vennootschap

DEXIA BANK NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

advocaat mr. J.M.K.P. Cornegoor te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser in de hoofdzaak] c.s., [gedaagde in de hoofdzaak] en Dexia worden genoemd.

Het verdere verloop van de procedure in de hoofdzaak

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van comparitie van 1 december 2005.

Vervolgens is vonnis bepaald.

Het verloop van de procedure in de vrijwaringszaak

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in vrijwaring van 19 juli 2005, met producties;

- de conclusie van antwoord;

- het proces-verbaal van comparitie van 1 december 2005.

Vervolgens is vonnis bepaald.

De feiten

Begin 2001 heeft [eiser in de hoofdzaak] c.s. een brief ontvangen van DND Adviesgroep over het benutten van de overwaarde in de woning. Kort daarop heeft [eiser in de hoofdzaak] c.s. een afspraak gemaakt met [gedaagde in de hoofdzaak]. [gedaagde in de hoofdzaak] had als assurantietussenpersoon een eenmanszaak. Zij verleende haar diensten op basis van een franchiseovereenkomst met DND Franchise B.V.. In maart 2001 heeft zij met [eiser in de hoofdzaak] c.s. de mogelijkheden van het sluiten van aandelenlease-overeenkomsten besproken. [gedaagde in de hoofdzaak] heeft [eiser in de hoofdzaak] c.s. uitgelegd hoe de constructie in elkaar zat. Het huis moest eerst worden getaxeerd om te kijken of er overwaarde in zat.

Ten tijde van het volgende gesprek tussen [eiser in de hoofdzaak] c.s. en [gedaagde in de hoofdzaak] was het huis inmiddels getaxeerd en was bekend hoeveel overwaarde er was. Partijen hebben toen uitvoerig gesproken over de mogelijke rendementen. Daarbij is door [gedaagde in de hoofdzaak] gesteld dat [eiser in de hoofdzaak] c.s. bij een rendement van 4% quitte zou spelen. Ook is de mogelijkheid van arbeidsongeschiktheid van mevrouw [eiser in de hoofdzaak] aan de orde geweest.

[eiser in de hoofdzaak] c.s. heeft vervolgens voor € 34.034,- (Hfl. 75.000,-) een tweede hypotheek afgesloten bij de Rabobank in Uden. Op 28 mei 2001 heeft hij met Bank Labouchere N.V. een Capital Effect aandelenlease-overeenkomst gesloten.

In de overeenkomst staat, voor zover hier van belang, vermeld:

“1. Lessee least van de Bank, gelijk deze aan lessee verleast, de hierna te noemen aandelen/effecten, verder ook te noemen de waarden.”

Dan volgt een opsomming van de aan te kopen aandelen bij verschillende fondsen, de aankoopbedragen (totaal: € 33.106,04) en de totaal te betalen rente tijdens de looptijd van de lease-overeenkomst (€ 36.505,36), hetgeen leidt tot de totaal overeengekomen lease-som van € 69.611,40.

De overeenkomst vervolgt:

“2. Deze lease-overeenkomst wordt aangegaan voor een ononderbroken periode van 180 maanden, te rekenen vanaf de aankoopdag van de waarden.

(...)

4. De lease-som bedraagt het totaal van 180 gelijke maandtermijnen van: € 386,73 / f 852,24

Schrijve: driehonderdzesentachtig 73/100 euro

De eerste maandtermijn dient te worden voldaan op of omstreeks de 2e van de maand volgend op de aankoopdag van de waarden en daarna telkens op of omstreeks de 1e van de daaropvolgende maand.

5. Betaling van de hierboven genoemde maandtermijnen zal uitsluitend geschieden door middel van een automatische (post)bankincasso. Lessee verleent hierbij machtiging aan de Bank om van zijn onderstaande rekening de bedragen af te schrijven die hij uit hoofde van deze lease-overeenkomst schuldig is of wordt. (...)

6. Zodra lessee al datgene aan de Bank heeft betaald wat hij haar krachtens deze lease-overeenkomst en de daarbij behorende Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease verschuldigd is of zal worden, is lessee automatisch en van rechtswege eigenaar van de waarden geworden.

7. Lessee verklaart door ondertekening van deze lease-overeenkomst bekend te zijn met de Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease zoals die zijn afgedrukt aan de ommezijde, alsmede de toepasselijkheid daarvan op deze lease-overeenkomst te aanvaarden.(...)”

Aan de aandelenlease-overeenkomst was een depot gekoppeld, waaruit de maandelijkse termijnen voor de aandelenlease-overeenkomst zouden kunnen worden voldaan.

[eiser in de hoofdzaak] c.s. heeft in ieder geval twee maal tegenover [gedaagde in de hoofdzaak] zijn zorgen geuit over de berichtgeving in de media omtrent Dexia (de rechtsopvolgster van Bank Labouchere N.V.) en de aandelenlease-overeenkomsten.

Als gevolg van de dalende aandelenkoersen nam de omvang van het depot sneller af dan de bedoeling was. Begin 2003 was het depot nog toereikend om maximaal één jaar de lasten te voldoen. [eiser in de hoofdzaak] c.s. heeft zijn huis verkocht. Hij heeft een nieuwe (aflossingsvrije) hypotheek moeten afsluiten.

[gedaagde in de hoofdzaak] heeft de activiteiten, rechten en plichten van haar eenmanszaak onder franchise overgedragen aan [gedaagde in de hoofdzaak] Advies B.V.. Deze besloten vennootschap is vervolgens, op 22 februari 2003, overgenomen door Sydon Beheer B.V..

Het geschil

in de hoofdzaak

in conventie

[eiser in de hoofdzaak] c.s. vordert in conventie dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a. voor recht verklaart dat [gedaagde in de hoofdzaak] een onrechtmatige daad heeft gepleegd en dat zij aansprakelijk is voor de door [eiser in de hoofdzaak] c.s. geleden schade;

b. [gedaagde in de hoofdzaak] veroordeelt om aan [eiser in de hoofdzaak] c.s. tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een schadevergoeding van € 50.203,47, vermeerderd met de wettelijke rente over € 37.127,35 vanaf 1 januari 2005 tot aan de dag van de algehele voldoening, dan wel een schadevergoeding door de rechtbank in goede justitie nader te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 21 juni 2001;

c. [gedaagde in de hoofdzaak] veroordeelt in de toekomstige schade, zoals deze bekend zal worden bij het aflopen van het aandelenleasecontract als op te maken bij staat en te vereffenen bij wet;

d. [gedaagde in de hoofdzaak] veroordeelt in de kosten van deze procedure en bepaalt dat [gedaagde in de hoofdzaak] de nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten zal zijn verschuldigd als zij de proceskosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis zal hebben betaald.

Aan zijn vordering legt [eiser in de hoofdzaak] c.s., kort samengevat, ten grondslag dat [gedaagde in de hoofdzaak] als tussenpersoon aan [eiser in de hoofdzaak] c.s. heeft geadviseerd een tweede hypotheek af te sluiten en met de opbrengst daarvan een effectenlease overeenkomst te sluiten met Bank Labouchere N.V. / Dexia, waarbij zij onvoldoende inzicht heeft gegeven in de werking van het depot en de daaraan verbonden risico’s. Daarnaast heeft [gedaagde in de hoofdzaak] volgens [eiser in de hoofdzaak] c.s. het beleggingsproduct structureel veel rooskleuriger voorgesteld dan het in werkelijkheid was.

[gedaagde in de hoofdzaak] voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

[gedaagde in de hoofdzaak] vordert in reconventie dat [eiser in de hoofdzaak] c.s. wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade die zij lijdt en nog zal lijden. Deze schade bestaat onder meer uit de kosten voor rechtsbijstand en de rente over de financiering van deze rechtsbijstand, één en ander nader op te maken bij staat.

Aan haar vordering legt [gedaagde in de hoofdzaak] ten grondslag dat [eiser in de hoofdzaak] c.s. haar ten onrechte in rechte heeft betrokken, nu zij geen partij was bij de aandelenlease-overeenkomst met Dexia en zij bovendien alle activiteiten, rechten en plichten uit haar voormalige ondernemingen -de eenmanszaak [gedaagde in de hoofdzaak] en de rechtspersoon [gedaagde in de hoofdzaak] Advies B.V.- heeft overgedragen aan Sydon Beheer B.V..

in de vrijwaringszaak

[gedaagde in de hoofdzaak] vordert dat Dexia bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan [gedaagde in de hoofdzaak] te betalen datgene waartoe [gedaagde in de hoofdzaak] als gedaagde in de hoofdzaak jegens [eiser in de hoofdzaak] c.s. mocht worden veroordeeld, met veroordeling van Dexia in de kosten van de hoofdzaak en de procedure in vrijwaring.

Dexia voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling van het geschil in de hoofdzaak

in conventie

Het verweer ten principale van [gedaagde in de hoofdzaak], dat [eiser in de hoofdzaak] c.s. de verkeerde partij heeft gedagvaard omdat niet [gedaagde in de hoofdzaak], maar Dexia partij is bij de aandelenlease-overeenkomst, wordt verworpen. Tussen partijen is immers niet in geschil dat [gedaagde in de hoofdzaak] bij de totstandkoming van de aandelenlease-overeenkomst is opgetreden als assurantietussenpersoon. Zij heeft adviezen en informatie verstrekt aan [eiser in de hoofdzaak] c.s.. De rechtbank kwalificeert de verhouding tussen partijen als een overeenkomst van opdracht. [gedaagde in de hoofdzaak] diende dus bij haar werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen, zoals bedoeld in artikel 7:401 BW. In geschil is de vraag of [gedaagde in de hoofdzaak] aan die eis heeft voldaan. De omstandigheid dat [gedaagde in de hoofdzaak] geen partij was bij de aandelenlease-overeenkomst is hierbij niet relevant.

Daarnaast voert [gedaagde in de hoofdzaak], ter ondersteuning van haar stelling dat [eiser in de hoofdzaak] c.s. de verkeerde partij heeft gedagvaard, aan dat Sydon Beheer B.V. als rechtsopvolger onder algemene titel van haar eenmanszaak [gedaagde in de hoofdzaak] en haar besloten vennootschap [gedaagde in de hoofdzaak] Advies B.V. alle bestaande contracten en contacten heeft overgenomen, waaronder ook de aandelenlease-overeenkomst van [eiser in de hoofdzaak] c.s..

De rechtbank overweegt dat ingevolge artikel 6:159 BW een partij bij een overeenkomst haar rechtsverhouding tot de wederpartij met medewerking van deze laatste kan overdragen aan een derde bij een tussen haar en de derde opgemaakte akte. Nu is gesteld noch gebleken dat [eiser in de hoofdzaak] c.s. op de hoogte is gebracht van de contractsoverneming door Sydon Beheer B.V., laat staan dat hij daaraan heeft meegewerkt, kan [gedaagde in de hoofdzaak] niet aan [eiser in de hoofdzaak] c.s. tegenwerpen dat hij Sydon Beheer B.V. had moeten dagvaarden. Het verweer van [gedaagde in de hoofdzaak] op dit punt wordt dan ook verworpen.

De rechtbank overweegt voorts als volgt. Een assurantietussenpersoon dient tegenover zijn opdrachtgever de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht (HR 10 januari 2003, NJ 2003, 375). In geschil is of [gedaagde in de hoofdzaak] deze aldus op haar rustende zorgplicht in acht heeft genomen.

Nog daargelaten of [gedaagde in de hoofdzaak] aan [eiser in de hoofdzaak] c.s. brochures heeft verstrekt of rekenvoorbeelden heeft laten zien – waarover partijen van mening verschillen – , gelet op de verklaringen van partijen moet als vaststaand worden aangenomen dat voorafgaand aan het sluiten van de aandelenlease-overeenkomst voorlichting heeft plaatsgevonden door [gedaagde in de hoofdzaak]. [gedaagde in de hoofdzaak] heeft aan [eiser in de hoofdzaak] c.s uitgelegd hoe de constructie in elkaar zat. Ook zijn de mogelijke risico’s in verband met dreigende arbeidsongeschiktheid van mevrouw [eiser in de hoofdzaak] aan de orde geweest. Voorts staat vast dat partijen uitvoerig hebben gesproken over een mogelijk rendement van 4%. Niet is in geschil dat [gedaagde in de hoofdzaak] [eiser in de hoofdzaak] c.s. heeft verteld dat hij bij een rendement van 4% quitte zou spelen. Ook al zou [gedaagde in de hoofdzaak] [eiser in de hoofdzaak] c.s. daarbij hebben voorgespiegeld dat het onwaarschijnlijk was dat het rendement onder de 4% zou uitkomen, hetgeen [gedaagde in de hoofdzaak] betwist, dan nog had [eiser in de hoofdzaak] c.s. in redelijkheid met die mogelijkheid rekening moeten houden. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat het koersverloop nooit met zekerheid is te voorspellen en dat altijd het risico – hoe gering ook – bestaat dat de beurskoersen dalen.

Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde in de hoofdzaak] de op haar rustende zorgplicht in voldoende mate in acht heeft genomen. De vordering van [eiser in de hoofdzaak] c.s. moet dan ook worden afgewezen.

[eiser in de hoofdzaak] c.s. zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Nu [gedaagde in de hoofdzaak] voldoende belang had bij het instellen van de vordering in vrijwaring, dient [eiser in de hoofdzaak] c.s. ook te worden veroordeeld in de kosten van het vrijwaringsincident en de kosten waarin [gedaagde in de hoofdzaak] in de zaak in vrijwaring zal worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak] in de hoofdzaak, inclusief het vrijwaringsincident, worden begroot op € 85,60 wegens dagvaardingskosten, € 1.088,- wegens vast recht en € 2.682,- wegens salaris procureur (3 punten, tarief IV), tezamen € 3.855,60. De kosten waarin [gedaagde in de hoofdzaak] in de vrijwaringszaak zal worden veroordeeld, worden begroot op € 1.088,- wegens vast recht en € 1.788,- wegens salaris procureur (2 punten, tarief IV), tezamen € 2.876,-.

in reconventie

[gedaagde in de hoofdzaak] vordert in reconventie vergoeding van ‘onder meer’ de kosten die zij voor rechtsbijstand heeft moeten maken middels een financiering, alsmede de rente over deze financiering. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, heeft [gedaagde in de hoofdzaak] omtrent haar vordering echter onvoldoende gesteld. De vordering moet daarom worden afgewezen.

[gedaagde in de hoofdzaak] zal als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van [eiser in de hoofdzaak] c.s. begroot op € 447,- wegens salaris procureur (1 punt maal factor 0,5; tarief IV).

De beoordeling van het geschil in de vrijwaringszaak

Gelet op de beslissing in de hoofdzaak moet de vordering in de vrijwaringszaak worden afgewezen.

[gedaagde in de hoofdzaak] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van Dexia begroot op € 1.088,- wegens vast recht en € 1.788,- wegens salaris procureur (2 punten, tarief IV), tezamen € 2.876,-.

De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

in conventie

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser in de hoofdzaak] c.s. in de proceskosten in de hoofdzaak, inclusief het vrijwaringsincident, tot deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak] begroot op € 3.855,60;

veroordeelt [eiser in de hoofdzaak] c.s. in de kosten waarin [gedaagde in de hoofdzaak] in de vrijwaringszaak jegens Dexia zal worden veroordeeld, tot deze uitspraak begroot op € 2.876,-;

verklaart dit vonnis voor zover het de proceskosten betreft uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

wijst de vordering af;

veroordeelt [gedaagde in de hoofdzaak] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van [eiser in de hoofdzaak] c.s. begroot op € 447,-;

in de vrijwaringszaak

wijst de vordering af;

veroordeelt [gedaagde in de hoofdzaak] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van Dexia begroot op € 2.876,-;

verklaart dit vonnis voor zover het de proceskosten betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.D. Jacobs en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2006.