Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AV5242

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-03-2006
Datum publicatie
16-03-2006
Zaaknummer
367372 \ CV EXPL 04-4797 en 400069 \ CV EXPL 05-2205
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever is aansprakelijk voor schade van leasemaatschappij omdat werknemer schuld heeft aan diefstal van de lease-auto. Geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid bij werknemer. Daarom is werknemer op grond van art. 7:661 BW niet gehouden om werkgever niet te vrijwaren voor de door haar geleden schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2006, 90
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Tiel

zaakgegevens 367372 \ CV EXPL 04-4797 en 400069 \ CV EXPL 05-2205 \127 \ pjw

uitspraak van 15 maart 2006

Vonnis

in de zaak van

de naamloze vennootschap Masterfleet N.V. h.o.d.n. Masterrent

gevestigd te Zaltbommel

eisende partij

gemachtigde Vesting Finance Incasso BV

tegen

de besloten vennootschap Meijsen Groep B.V.

gevestigd te Zaltbommel

gedaagde partij

gemachtigde mr C.W.H.M. Uitdehaag

en in de zaak van

de besloten vennootschap Meijsen Groep B.V.

gevestigd te Zaltbommel

eisende partij in vrijwaring

gemachtigde mr C.W.H.M. Uitdehaag

tegen

[gedaagde in vrijwaring]

wonende te Lopikerkapel

gedaagde partij in vrijwaring

gemachtigde mr M. van Leeuwen-Scheltema

Partijen worden hierna Masterrent, Meijsen Groep en [gedaagde in vrijwaring] genoemd.

1. De procedure

in de hoofdzaak

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit

- het vonnis in het vrijwaringsincident van 30 maart 2005

- de conclusie van antwoord met producties

- de conclusie van repliek met producties

- de conclusie van dupliek.

in de vrijwaringszaak

Het verloop van de procedure blijkt uit

- de dagvaarding van 14 juni 2005 met producties

- de conclusie van antwoord met producties

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

2. De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak

2.1 Masterrent heeft voor de periode van 26 augustus 2003 tot 25 oktober 2003 de auto van merk en type Opel Vectra met kenteken 27-LT-FF aan Meijsen Groep verhuurd.

2.2 Meijsen Groep heeft de gehuurde auto aan haar toenmalige werknemer [gedaagde in vrijwaring] ter beschikking gesteld.

2.3 Op 30 september 2003 heeft [gedaagde in vrijwaring] een werklocatie van Meijsen Groep aan de Hondiuslaan in Utrecht bezocht. [gedaagde in vrijwaring] heeft de Opel Vectra daar om ca.12.15 uur geparkeerd en achtergelaten zonder de auto af te sluiten en met de sleutels in het contactslot. Toen [gedaagde in vrijwaring] om ca.12.30 terugkeerde op de plaats waar hij de auto had geparkeerd, bleek de Opel Vectra te zijn gestolen. [gedaagde in vrijwaring] heeft bij de politie aangifte gedaan van diefstal van de auto.

in de hoofdzaak

2.4 Masterrent hanteert algemene voorwaarden. In art. 8 lid 2 van die voorwaarden is het volgende bepaald:

“Huurder is aansprakelijk voor alle schade die is ontstaan ten gevolge van enige gebeurtenis tijdens de huurperiode of anderszins verband houdende met de huur van het voertuig (……..)”.

Art. 14 van de door Masterrent gehanteerde algemene voorwaarden luidt als volgt:

“Huurder is aansprakelijk voor gedragingen en nalaten van de bestuurder, de passagiers en andere gebruikers van het voertuig, ook indien deze niet de instemming van huurder hadden.”

in de vrijwaringszaak

2.5 [gedaagde in vrijwaring] is op 18 augustus 2003 bij Meijsen Groep in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst in de functie van uitvoerder. Voordien was [gedaagde in vrijwaring] in dienst van Meijsen Groep B.V. te Nieuwegein. Deze vennootschap is op 30 juli 2003 in staat van faillissement verklaard. Meijsen Groep heeft een aantal activa uit de failliete boedel gekocht, waaronder de handelsnaam, en heeft een deel van het personeel, waaronder [gedaagde in vrijwaring], een nieuwe arbeidsovereenkomst aangeboden.

2.6 Op de achterbank van de gestolen Opel Vectra bevonden zich een laptop, een printer en een digitale camera die aan [gedaagde in vrijwaring] in eigendom toebehoorden.

2.7 Meijsen Groep heeft na de diefstal van de Opel Vectra een andere auto aan [gedaagde in vrijwaring] ter beschikking gesteld. Meijsen Groep heeft in verband daarmee geen aanwijzingen aan [gedaagde in vrijwaring] gegeven.

3. De vordering en het verweer

in de hoofdzaak

3.1 Masterrent vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Meijsen Groep veroordeelt om aan haar te betalen het bedrag van € 28.692,32 met de vertragingsrente over € 22.426,06 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van voldoening en met veroordeling van Meijsen Groep in de proceskosten.

De vordering van Masterrent bestaat uit een hoofdsom van € 22.426,06, € 2.143,11 aan contractuele rente en € 4.123,15 aan buitengerechtelijke kosten.

3.2 Masterrent onderbouwt haar vordering, verkort weergegeven, als volgt. Meijsen Groep heeft volgens Masterrent facturen die voortvloeien uit tussen partijen gesloten huurovereenkomsten onbetaald gelaten. Concreet gaat het om de factuur die betrekking heeft op het niet inleveren van de huurauto waar het in deze zaak om gaat. Volgens Masterrent is Meijsen Groep als huurder verantwoordelijk voor de auto. Dat zij de auto aan een van haar werknemers ter beschikking stelt, regardeert Masterrent niet. Gedragingen van deze werknemer moeten worden toegerekend aan Meijsen Groep, zodat zij in de relatie tot Masterrent schuld heeft aan het verloren gaan van de auto. De incassogemachtigde van Masterrent heeft veel meer en andere werkzaamheden verricht dan alleen die ter instructie van de zaak, zodat Meijsen Groep tevens de gevorderde buitengerechtelijke kosten verschuldigd is. Ter onderbouwing van haar vordering, onder meer wat betreft betreft de gevorderde rente, verwijst Masterrent verder naar de door haar gehanteerde algemene voorwaarden, die volgens haar op de overeenkomst met Meijsen Groep van toepassing zijn.

3.3 Meijsen Groep voert verweer. Dat verweer wordt hierna zonodig besproken.

in de vrijwaringszaak

3.4 Meijsen Groep vordert dat de kantonrechter bij vonnis, zo mogelijk gelijktijdig te wijzen met het vonnis in de hoofdzaak, [gedaagde in vrijwaring] veroordeelt om aan Meijsen Groep te betalen datgene, waartoe Meijsen Groep als gedaagde in de hoofdzaak tegen Masterrent mocht worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling en met veroordeling van [gedaagde in vrijwaring] in de proceskosten in de vrijwaringszaak.

3.5 Meijsen Groep onderbouwt haar vordering, verkort weergegeven, als volgt. De gelegenheid maakt de dief. Door de auto onbeheerd, onafgesloten en met zelfs de sleutels in het contactslot achter te laten, heeft [gedaagde in vrijwaring] bewust roekeloos gehandeld. [gedaagde in vrijwaring] wist dat hij daarmee een aanmerkelijk risico nam dat de auto zou worden gestolen. Dat is temeer het geval, nu [gedaagde in vrijwaring] op de achterbank van de auto allerlei kostbaarheden heeft laten liggen. [gedaagde in vrijwaring] heeft geen afdoende verklaring gegeven voor deze verregaande onzorgvuldigheid. Omdat [gedaagde in vrijwaring] aan opzet grenzende roekeloosheid kan worden verweten, moet hij de door Meijsen Groep geleden schade vergoeden. Deze schade beloopt het totaalbedrag dat in de hoofdzaak van Meijsen Groep wordt gevorderd.

3.6 [gedaagde in vrijwaring] voert verweer. Dat verweer wordt hierna zonodig besproken.

4. De beoordeling

in de hoofdzaak

4.1 Meijsen Groep heeft aanvankelijk gesteld dat de algemene voorwaarden waar Masterrent een beroep op doet , niet van toepassing zijn en nimmer aan Meijsen Groep ter hand zijn gesteld. In reactie hierop heeft Masterrent erop gewezen dat op de voorzijde van de overeenkomst tussen partijen waar het in deze zaak om gaat onder meer de volgende tekst staat: “Op al onze transacties zijn de op de achterzijde vermelde Bovag-Standaardbepalingen voor het verhuren van voertuigen van toepassing.”

Meijsen Groep heeft daar niet meer op gereageerd. Dit leidt tot de conclusie dat op de overeenkomst van partijen de Bovag standaardbepalingen van toepassing zijn. De kantonrechter gaat er tevens vanuit dat het daarbij gaat om de door Masterrent bij dagvaarding overgelegde algemene voorwaarden omdat Meijsen Groep dat niet heeft betwist. Hoewel dat voor het al dan niet van toepassing zijn van de algemene voorwaarden niet relevant is, moet het er ook voor worden gehouden dat de voorwaarden, anders dan zij stelt, wel aan Meijsen Groep ter hand zijn gesteld.

4.2 Naar de kantonrechter begrijpt, zijn partijen het erover eens dat [gedaagde in vrijwaring] schuld heeft aan de diefstal van de auto. Op grond van art. 7:219 BW leidt dat tot de conclusie dat het niet teruggeven van de auto door Meijsen Groep aan Masterrent in beginsel als een toerekenbare tekortkoming van Meijsen Groep moet worden beschouwd. Uit art. 14 van de algemene voorwaarden volgt dat tussen partijen in zoverre geen afwijking van de regeling van art. 7:219 BW is overeengekomen.

Het verweer van Meijsen Groep dat er weliswaar sprake is van een tekortkoming, maar dat deze haar niet kan worden toegerekend, gaat dus niet op.

4.3 Volgens Meijsen Groep mocht zij ervan uitgaan dat diefstal/verduistering onder de casco-verzekering viel die zij bij Masterrent had afgesloten. Voor zover dat niet het geval is, had Masterrent Meijsen Groep daar op moeten wijzen, zodat Meijsen Groep vooraf in de gelegenheid zou zijn geweest om een aanvullende verzekering te sluiten. Met dit verweer sluit Meijsen Groep aan bij hetgeen advocaat-generaal Vranken heeft verwoord in zijn conclusie voor HR 24 oktober 1997, NJ 1998, 69:

“Mijn standpunt (………) houdt in dat een autoverhuurder het zijn klanten niet mag aandoen om ze, zonder daarop te wijzen, onverzekerd tegen diefstal/verduistering van de huurauto op pad te laten gaan.”

4.4 Hoezeer dit standpunt van Vranken in zijn algemeenheid ook te verdedigen is, in dit geval gaat het toch niet op. Masterrent heeft gesteld dat, ook als er wel een verzekering zou zijn gesloten met volledige dekking voor diefstal/verduistering, de verzekeraar niet tot uitkering zou zijn overgegaan gezien de omstandigheden waaronder de diefstal plaatsvond. Als een verzekerde de auto onbeheerd achterlaat, geopend en met de contactsleutel in het slot, zal geen enkele verzekeraar er over peinzen om bij diefstal de schade te vergoeden, aldus Masterrent. De kantonrechter houdt deze stelling voor juist, omdat Meijsen Groep haar onweersproken heeft gelaten.

4.5 De conclusie is dat de vordering in hoofdsom die verder niet door Meijsen Groep is betwist, moet worden toegewezen.

4.6 Ook de rentevordering moet worden toegewezen. Het verweer van Meijsen Groep is gebaseerd op haar stelling dat de algemene voorwaarden toepassing missen. Deze stelling kan, zoals hiervoor is overwogen, niet worden gevolgd.

4.7 Volgens Meijsen Groep is zij de gevorderde buitengerechtelijke kosten niet verschuldigd omdat deze vordering slechts is gebaseerd op een aantal sommaties en aanmaningen die alleen strekken tot voorbereiding van de procestukken en instructie van de zaak. De kantonrechter verwerpt ook dit verweer van Meijsen Groep. De correspondentie waar zij op doelt bevat niet alleen sommaties, maar ook een inhoudelijke standpuntwisseling. Dit leidt tot het oordeel dat sprake is van buitengerechtelijke werkzaamheden waarvan de kosten voor rekening van Meijsen Groep kunnen worden gebracht. Meijsen Groep heeft niet weersproken dat Masterrent kosten voor deze buitengerechtelijke werkzaamheden heeft gemaakt. Het verder niet weersproken gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten wordt daarom toegewezen.

4.8 Meijsen Groep wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

in de vrijwaringszaak

4.8 De vraag of Meijsen Groep de schade die zij lijdt door de veroordeling in de hoofdzaak kan afwentelen op [gedaagde in vrijwaring] moet worden beantwoord aan de hand van art. 7:661 BW, welke bepaling een dwingendrechtelijke regeling geeft voor de aansprakelijkheid van de werknemer voor door hem bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst aan de werkgever toegebrachte schade. Op grond van art. 7:661 BW is dat niet het geval, tenzij de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

Schuld alleen is onvoldoende om de werknemer aansprakelijk te achten voor door de werkgever gelden schade. De regeling van art. 7:661 BW (net als art. 7:658 BW) is bedoeld om de werknemer te beschermen in verband met het ervaringsfeit dat de dagelijkse omgang met machines (inclusief auto’s), werktuigen of gereedschappen de werknemer die deze gebruikt, er gemakkelijk toe zal brengen niet alle voorzichtigheid in acht te nemen die ter voorkoming van schade is geraden.

4.9 Meijsen Groep heeft haar vordering onderbouwd met de stelling dat [gedaagde in vrijwaring] bewust roekeloos heeft gehandeld door de auto onbeheerd, onafgesloten en met zelfs de sleutels in het contactslot achter te laten. [gedaagde in vrijwaring] is het daar niet mee eens. Volgens [gedaagde in vrijwaring] liet hij al 20 jaar lang bij het bezoeken van bouwprojecten de auto onafgesloten en met de sleutel in het contact achter. Onder verwijzing naar een aantal schriftelijke verklaringen van onder meer (oud-)collega’s stelt hij dat dit een vast gebruik is op bouwplaatsen. De auto kan dan eenvoudig worden verzet, als deze gedurende de korte tijd dat de berijder op de bouwplaats aanwezig is, in de weg staat. Volgens [gedaagde in vrijwaring] heeft Meijsen Groep, die van deze gang van zaken op de hoogte moet zijn geweest, hem nooit de instructie gegeven om deze praktijk te verlaten. Dit heeft zij zelfs niet gedaan toen zij hem op 30 september 2003, dezelfde dag waarop de auto werd gestolen, een vervangende auto ter beschikking stelde. [gedaagde in vrijwaring] voegt daaraan toe dat hij zijn eigen kostbaarheden ‘natuurlijk’ niet in de auto zou hebben achtergelaten als hij zou kunnen bevroeden dat het na al die jaren mis zou gaan. Alleen al daaruit blijkt dat geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid, aldus [gedaagde in vrijwaring].

4.10 Het verweer van [gedaagde in vrijwaring] treft doel. Weliswaar heeft Meijsen Groep betwist dat bij haar de gewoonte bestaat om auto’s onafgesloten en met sleutels in het contactslot onbeheerd achter te laten, maar kennelijk ziet zij daarbij op achterlaten op de openbare weg. De kantonrechter leidt dit af uit het feit dat Meijsen Groep haar stelling in deze slechts onderbouwt met algemeenheden, zoals het risico van inbraken in en diefstallen uit auto’s in grote steden. Het ging hier echter om een bedrijfsterrein dat toen nog in ontwikkeling was, zoals door [gedaagde in vrijwaring] onweersproken is gesteld. Verder heeft [gedaagde in vrijwaring] onweersproken gesteld dat Meijsen Groep hem nooit en zelfs niet bij het ter beschikking stellen van een vervangende auto op 30 september 2003, de instructie heeft gegeven dat hij de auto niet onafgesloten en met de sleutel in het contact achter mocht laten, zoals hij eerder op die dag wel had gedaan.

4.11 De conclusie is dat de schade van Meijsen Groep misschien wel door de schuld van [gedaagde in vrijwaring] is veroorzaakt, maar niet door zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken waaruit volgt dat [gedaagde in vrijwaring] zich bewust was of had moeten zijn van het risco van diefstal van de auto toen hij deze niet afgesloten en met de sleutel nog in het contact achterliet. De kantonrechter ziet daarom ook geen aanleiding om Meijsen Groep, op wie de bewijslast rust van haar stelling dat bij [gedaagde in vrijwaring] sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid, met dat bewijs te belasten.

4.12 De vordering van Meijsen Groep wordt afgewezen. Meijsen Groep wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

De beslissing

De kantonrechter

in de hoofdzaak

veroordeelt Meijsen Groep om aan Masterrent te betalen het bedrag van € 28.692,32 vermeerderd met de wettelijke rente, vermeerderd met 2% op jaarbasis, over € 22.426,06 vanaf 9 november 2004 tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt Meijsen Groep in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Masterfleet begroot op € 70,40 aan dagvaardingskosten, € 190,00 aan vastrecht en € 820,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst voor zover nodig het meer of anders gevorderde af;

in de vrijwaringszaak

wijst de vordering van Meijsen Groep af;

veroordeelt Meijsen Groep in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [gedaagde in vrijwaring] begroot op € 820,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. P.J. Wiegman en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2006.