Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AV0676

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-01-2006
Datum publicatie
31-01-2006
Zaaknummer
04/907 R/es
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schuldsaneringsregeling. Fraudevordering ingediend ná toelating schuldsaneringsregeling valt op grond van art. 199 1 sub c FW in de regeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beëindiging schuldsanering

insolventienummer: 04/907 R / es

nummer verklaring: NMG0110400283

uitspraakdatum: 26 januari 2006

Rechtbank Arnhem,

ENKELVOUDIGE KAMER

Bij vonnis van deze kamer van 30 juli 2004 is de definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:

[verzoekster],

geboren op [geboortedatum] te Istanbul (Turkije),

wonende te [adres].

Schuldenaar heeft op 23 maart 2004 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank heeft haar verzoek op 19 juli 2004 afgewezen. Daaraan heeft de rechtbank onder meer ten grondslag gelegd dat kort daarvoor, in juni 2004, in haar woning een hennepkwekerij was ontdekt, waaruit, zo overwoog de rechtbank, nieuwe schulden zouden voortvloeien. Schuldenaar is tegen dit vonnis in hoger beroep gekomen. Bij arrest van het hof te Arnhem van 30 september 2004 is zij vervolgens toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Het hof heeft daarbij in r.o. 3.8 van zijn arrest overwogen dat indien tijdens de looptijd van de schuldsaneringsregeling mocht blijken dat aan schuldenaar in verband met de hennepkwekerij een zodanige boete wordt opgelegd en/of dat in dit kader een zodanige schuld aan de stroomleverancier ontstaat, dat er sprake is van bovenmatige nieuwe schulden die niet meer binnen de looptijd van de schuldsaneringsregeling kunnen worden ingelopen zonder de overige schuldeisers te benadelen, dit zal kunnen leiden tot het tussentijds beëindigen van de schuldsaneringsregeling.

Bij brief van 20 september 2005 heeft Nuon schuldenaar aansprakelijk gesteld op grond van toerekenbaar tekortschieten van schuldenaar in de nakoming van de verplichtingen die op haar rusten op grond de met Nuon gesloten overeenkomst. Nuon vordert op die grond twee bedragen. De eerste vordering van € 1.094,80 vloeit voort uit de in juni 2004 aangetroffen hennepkwekerij en is opgebouwd uit voorrijkosten, onderzoekskosten, af-/aansluitkosten en administratiekosten. De tweede vordering van € 1.252,53 vloeit voort uit een fraude die door Nuon in maart 2005 is geconstateerd.

Schuldenaar is naar aanleiding van voornoemde brief op 19 januari 2006 gehoord.

De rechtbank is op grond van art. 299 lid 1 sub c Fw van oordeel dat, anders dan het Hof lijkt te hebben overwogen in r.o. 3.8 van genoemd arrest, de eerste vordering van Nuon van € 1.094,80, hoewel ingediend na datum toelating tot de schuldsaneringsregeling, een “oude” schuld is. Immers, de rechtsverhouding op grond waarvan deze vordering is ingediend bestond al op het moment van het van toepassing verklaren van de regeling. Consequentie hiervan is dat de situatie zoals deze is beschreven in r.o. 3.8, inhoudende dat schuldenaar deze schuld binnen de looptijd van de regeling dient in te lopen, als gevolg waarvan overige schuldeisers mogelijk zouden worden benadeeld, zich ten aanzien van deze schuld, niet voordoet.

De rechtbank overweegt daarentegen dat, nu de factuur met betrekking tot de kosten ten gevolge van de op 1 juni 2004 geconstateerde fraude, is gedateerd op 8 juni 2004, sprake is van een pre-wsnp schuld, die door schuldenaar ten onrechte niet is gemeld op de toelatingszitting. Aldus heeft zij in strijd gehandeld met de reeds op dat moment geldende inlichtingenplicht, hetgeen een grond vormt voor beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Zij voegt daar nog het volgende aan toe.

Ten aanzien van de tweede vordering van Nuon van € 1.252,53 staat vast dat dit een schuld is die tijdens de regeling is ontstaan. Blijkens de brief van Nuon van 20 september 2005 vloeit ook deze schuld voort uit fraude. Nuon heeft immers op 25 maart 2005 een illegale aansluiting ontdekt in de meetinrichting van schuldenaar. Ter zitting heeft schuldenaar weliswaar betwist dat zij deze aansluiting zelf heeft bevestigd en voorts verklaard dat deze meetinrichtingen zich buiten haar woning bevindt, zij heeft ook verklaard dat de meetinrichtingen van verschillende bewoners zich in individueel afsluitbare ruimtes bevonden. De rechtbank houdt haar dan ook verantwoordelijk voor deze verwijtbare schuld.

Ook deze schuld vormt dan ook naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de aard (fraude) en omvang daarvan, grond voor tussentijdse beëindiging van de regeling.

De schuldenaar zal van rechtswege bij het in kracht van gewijsde gaan van deze uitspraak in staat van faillissement komen te verkeren.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties kunnen niet uit de boedel worden voldaan en komen dus ten laste van de Staat.

BESLISSING

De rechtbank:

- stelt vast dat de schuldenaar:

één of meer van haar uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen;

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling en benoemt in het faillissement van de schuldenaar tot rechter-commissaris mr. D.M.I. de Waele

en tot curator mw. S. Berktas,

Postbus 3049

6802 DA Arnhem;

- stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op € 758,63 (inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting);

- bepaalt dat de kosten van de in de Faillissementswet bevolen publicaties ad € 101,36 ten laste van de Staat komen, voor zover deze niet uit de boedel voldaan kunnen worden.

Gewezen door mr. F.M.T. Quaadvliet, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 januari 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.