Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:AU9175

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
06-01-2006
Datum publicatie
06-01-2006
Zaaknummer
399604 \ CV EXPL 05-3851
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop via internetveilig eBay. De koopovereenkomst was door partijen al ontbonden. Resteerde slechts de ongedaanmaking van de reeds ontvangen prestaties. Art. 6:2 BW van toepassing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 399604 \ CV EXPL 05-3851 \ 19/bw

uitspraak van 6 januari 2006

Vonnis

in de zaak van

[eiser]

wonende te Gouda

eisende partij

gemachtigde Rechtspraktijk Nederland

tegen

[gedaagde]

wonende te Nijmegen

gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit

- de dagvaarding van 1 juni 2005 met producties

- de conclusie van antwoord met producties

- de conclusie van repliek met producties

- de conclusie van dupliek.

2. De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

2.1 [gedaagde] heeft in augustus 2003 op de internetveiling eBay aangeboden een horloge met de volgende omschrijving:

" In mintstaat verkerende Omega Seamaster herenchronograaf. Edelstaal en geintegreerde edelstalen band. Witte wijzerplaat en zwarte verdraaibare buitenring. Lichtgevende wijzers en secondenwijzer. 3 perfect functionerende chronoos. Omega logo op achterkast en op sluiting van de band. Horloge loopt minuscuul gelijk en heeft een quartz uurwerk met lithium batterij. Krasvrij glas. Er is een kleinigheid aan de grote secondenwijzer. Die moet na het indrukken van de chronoknop naar de 12 springen. Maar hij gaat maar tot de 8. Dit heeft geen verdere invloed op het funktioneren. Portokosten voor koper. Ebaykosten voor mijn rekening. Sukses met bieden."

2.2 [eiser] was de hoogste bieder, heeft het horloge betaald (een bedrag van € 202,--) en [gedaagde] heeft het horloge aan [eiser] geleverd.

2.3 [eiser] heeft na ontvangst van het horloge aan [gedaagde] laten weten dat het niet voldeed aan de beschrijving.

2.4 [gedaagde] heeft bij e-mail van 4 september 2003 16.10 uur aan [eiser] geschreven:

"(…) Stuur mij het horloge maar terug. Na ontvangst zal ik 202 Euro retourneren. (…)"

[eiser] heeft daarop geantwoord bij e-mail van diezelfde datum, 16.51 uur:

"…) Daar ben ik blij om. (…) Ik zal het horloge terugsturen. Zou je het geld over willen maken naar bank 451525612 tnv Patrick [eiser].

(…)"

2.5 [eiser] heeft het horloge niet teruggestuurd en [gedaagde] heeft het bedrag van € 202,-- niet terugbetaald.

3. De vordering en het verweer

3.1 [eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

primair

[gedaagde] veroordeelt om uiterlijk 90 dagen na betekening van het vonnis zorg te dragen voor vervanging van de aan hem afgeleverde zaak met een Omega Seamaster die beantwoordt aan de omschrijving bij de overeenkomst, gesloten op 24 augustus 2003 met eBay veilingnummer 2653326384, op verbeurte van een dwangsom van € 10,--, althans een door de kantonrechter te bepalen dwangsom voor elke dag of deel daarvan dat [gedaagde] daaraan niet voldoet,

subsidiair

de overeenkomst vernietigt en [gedaagde] veroordeelt aan hem te betalen een bedrag van € 265,92, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2005,

met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2 Hij baseert zijn vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, op de volgende, zakelijk weergegeven stellingen.

Hij heeft, nu het horloge niet aan de overeenkomst beantwoordde, recht op levering van een horloge dat wel daaraan beantwoordt, dan wel, subsidiair, op de aankoopprijs, vermeerderd met rente en, door de weigering van [gedaagde] om te betalen noodzakelijk geworden, buitengerechtelijke incassokosten.

3.3 [gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op dat verweer gaat de kantonrechter hierna in.

4. De beoordeling

4.1 Door de e-mails van 4 september 2003 is de overeenkomst tussen [gedaagde] en [eiser] met hun beider instemming ontbonden.

Het gevolg van die ontbinding is dat er voor zowel [gedaagde] als [eiser] een verbintenis is ontstaan tot ongedaanmaking van de reeds ontvangen prestaties (artikel 6:271 BW)

Kortom: [eiser] moest het horloge terugsturen en [gedaagde] het geld.

4.2 Op die verbintenis is artikel 6:2 BW van toepassing. Dat artikel schrijft voor dat, in dit geval, [eiser] en [gedaagde] verplicht zijn zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid. Dat brengt in een geval als het onderhavige, bij een koop via de internetveiling eBay en bij deze koopprijs, onder meer en in elk geval mee dat geen van beiden van de ander mag verwachten dat die als eerste de prestatie ongedaan maakt. Gelijk oversteken dus. [eiser] had het horloge per omgaande behoren terug te sturen en [gedaagde] had per omgaande behoren terug te betalen. Geen van beiden heeft dat gedaan. [gedaagde] liet [eiser], toen het hem te lang duurde, per e-mail van 11 september 2003 weten dat hij, in afwachting van het door hem aan eBay gevraagd advies, in eerste instantie het horloge niet zou accepteren wanneer het zou worden aangeboden en [eiser] antwoordde daarop op

12 september 2003 onder meer dat geld teruggeven geen zin meer had.

Maar daarmee zijn de verbintenissen tot ongedaanmaking niet verdwenen. Die bestaan nog steeds.

4.3 [eiser] kan, nu de overeenkomst immers is ontbonden, niet met succes aanspraak maken op levering van een horloge dat wel aan de overeenkomst beantwoordt.

Wel heeft hij aanspraak op terugbetaling van de koopprijs van € 202,-- maar daarmee is onlosmakelijk verbonden dat hij het geleverde horloge moet teruggeven aan [gedaagde].

4.4 Hij kan, nu incassowerkzaamheden voorbarig zijn geweest, omdat hij zelf aan zijn verbintenis niet had voldaan, geen aanspraak maken op vergoeding van de daarvoor gemaakte kosten en op rentebetaling zoals door hem gevorderd. De kantonrechter zal de wettelijke rente toewijzen vanaf 1 februari 2006, voor het geval het bedrag van € 202,-- dan nog niet is betaald.

4.5 Om diezelfde reden zal [eiser] de proceskosten moeten dragen, die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] aan [eiser] te betalen een bedrag van € 202,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag, gerekend vanaf 1 februari 2006, voor het geval dat bedrag dan niet is betaald, tot aan de dag van volledige betaling;

verstaat dat [eiser] aan [gedaagde] aflevert het door [eiser] van [gedaagde] ontvangen horloge als hiervoor vermeld onder 2.1;

bepaalt dat de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil, voor rekening van [eiser] blijven;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. B.P.M. Weusten en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2006.