Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AV1993

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-12-2005
Datum publicatie
17-02-2006
Zaaknummer
130050
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanneemsom; meerwerk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 130050 / HA ZA 05-1418

Vonnis van 21 december 2005

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INNOTIV NETHERLANDS ENGINEERING B.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CAELUM ENERGIEMANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Didam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. P.C. Plochg.

Partijen zullen hierna Innotiv en Caelum genoemd worden.

1. Het verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 5 oktober 2005 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1 Partijen hebben een overeenkomst met elkaar gesloten die is ondertekend op 2 en 3 december 2003 (hierna: de overeenkomst). Die overeenkomst, waarin Innotiv, toentertijd geheten Innotiv Netherlands B.V., “aannemer” wordt genoemd en Caelum “opdrachtgever”, luidt, voor zover van belang voor deze zaak:

1. De opdrachtgever verklaart te hebben opgedragen aan de aannemer de uitvoering van het hierna omschreven project:

* Projectomschrijving Het inspecteren en rapporteren van de electrotechnische installatie volgens NEN 3140 en NEN-EN 50110 voor 57 locaties door geheel Nederland. Het betreft visuele inspecties, metingen en beproevingen voor grote logiesgebouwen.

* Aanvangsdatum 5 januari 2004

* Projectnummer 20030800370

* Projectduur 3000 uren

* Aanneemsom € 135.000,00 exclusief BTW

3. Meerwerk, respectievelijk minderwerk, zal worden verrekend tegen een uurtarief van € 45,00 exclusief BTW.

4. Partijen komen overeen dat de aanneemsom geacht wordt te zijn bepaald op het totaal van de werkelijk bestede tijd.

5. In geval van meer- of minderwerk is de opdrachtgever gehouden de aannemer daarvan, tenminste vier weken voorafgaande aan de dag waarop de werkzaamheden zullen zijn beëindigd, in kennis te stellen tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.

Bij de overeenkomst behoort een bijlage (hierna: de bijlage) die luidt, voor zover van belang voor deze zaak:

Aanvulling punt 1. Projectduur

Aannemer heeft zich hiermee verplicht het project binnen de vastgestelde uren uit te voeren doch uiterlijk op 31 augustus 2004 het project af te ronden.

Aanvulling punt 4.

De opdrachtgever heeft in de beloningstructuur voor de aannemer bepaald dat wanneer het project eerder afgerond wordt dan de uiterlijke datum van 31 augustus 2004 en de aangenomen projectduur van 3000 uren de aannemer de resterende projectduur factureert tot 3000 uren tegen een uurtarief van € 45,00 exclusief BTW.

2.2 Innotiv heeft 51 installaties geïnspecteerd en daaromtrent gerapporteerd.

2.3 Innotiv heeft aan Caelum een bedrag van in totaal € 200.468,52 inclusief BTW gefactureerd. Daarvan heeft Caelum een gedeelte ter grootte van € 87.597,30 onbetaald gelaten.

3. Het geschil

in conventie

3.1 Innotiv vordert - samengevat en zakelijk weergegeven - dat de rechtbank Caelum zal veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 87.597,30 met rente en kosten.

3.2 Aan deze vordering legt Innotiv het volgende ten grondslag.

Innotiv heeft op basis van de overeenkomst in totaal 3.532,5 uren gewerkt. In verband daarmee heeft zij in verband daarmede aanspraak op een bedrag, bestaande uit de aanneemsom en een vergoeding voor meerwerk, in totaal € 200.468,52 inclusief BTW, welk bedrag zij ook heeft gefactureerd. Daarvan is € 87.597,30 onbetaald gebleven. Van dat bedrag heeft € 48.650,- betrekking op meerwerk en het restant op de overeengekomen aanneemsom. Zij maakt voorts aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 2.842,- en op vergoeding van de wettelijke rente over de hoofdsom en die buitengerechtelijke incassokosten vanaf 4 december 2004.

3.3 Caelum voert gemotiveerd verweer. Daarop zal, voor zover van belang, onder de beoordeling worden ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

3.4 Caelum vordert - samengevat en zakelijk weergegeven - voorwaardelijk

voor recht te verklaren dat:

- Innotiv tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst,

- Caelum daardoor schade heeft geleden,

- Innotiv gehouden is deze schade te vergoeden,

en voorts te bepalen dat de schade die Caelum heeft geleden, zal worden opgemaakt bij staat, althans zal worden begroot op een zodanig bedrag dat de rechtbank in goede justitie juist acht,

met veroordeling van Innotiv in de kosten van dit geding.

3.5 Caelum stelt deze vordering in onder de voorwaarden dat de vordering van Innotiv in conventie wordt toegewezen én het verrekeningsverweer van Caelum wordt verworpen. Aan deze vordering legt Caelum het volgende ten grondslag.

Innotiv is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. Caelum heeft ten minste drie extra introducties moeten verzorgen voor telkens nieuwe inspecteurs, die (telkens) hun niet gekwalificeerde voorgangers opvolgden. Voorts waren de uitgebrachte rapportages ver beneden de maat. Het herstel van die gebreken heeft aan de zijde van (werknemers van) Caelum 550 uren gekost. Dit levert een schade van € 40.150,00 exclusief BTW op.

3.6 Innotiv voert gemotiveerd verweer. Daarop zal, voor zover van belang, onder de beoordeling worden ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1 De rechtbank is van oordeel dat Innotiv mede in het licht van de tussen partijen gevoerde correspondentie haar stelling dat namens Caelum (integrale) betaling is toegezegd, onvoldoende heeft onderbouwd. Tot bewijslevering op dit punt zal Innotiv dus niet worden toegelaten.

aanneemsom

4.2 Caelum voert ten verwere aan dat Innotiv tekortgeschoten is in de uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden op de gronden vermeld in r.ov. 3.5. Caelum beroept zich op verrekening, althans opschorting.

4.3 Dit verweer wordt verworpen, waartoe de rechtbank het volgende overweegt. Ingevolge artikel 6:74 BW verplicht iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar tot schadevergoeding (lid 1), doch slechts met inachtneming van de na te noemen bepalingen met betrekking tot verzuim, voor zover nakoming niet reeds blijvend onmogelijk is (lid 2). Volgens artikel 6:82 lid 1 BW treedt verzuim in doordat de schuldenaar in gebreke is gesteld en nakoming binnen de gestelde termijn uitblijft. Caelum heeft niet gesteld en evenmin is gebleken dat Innotiv in verzuim is geraakt. Zij stelt wel dat zij Innotiv meerdere malen mondeling in gebreke heeft gesteld, maar daargelaten dat zij deze stelling op geen enkele wijze toelicht, is voor een rechtsgeldige ingebrekestelling vereist dat deze schriftelijk geschiedt, zo leert artikel 6:82 BW. Dat sprake is van een geval als bedoeld in artikel 6:83 BW, waarbij verzuim intreedt zonder ingebrekestelling, is gesteld noch gebleken, zo merkt de rechtbank volledigheidshalve op.

4.4 Op grond van het bovenstaande heeft Caelum naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen tot het bestaan van een vordering tot schadevergoeding van haar op Innotiv. Het verweer wordt dan ook verworpen. De vordering tot betaling van het onbetaald gebleven gedeelte van de aanneemsom zal worden toegewezen.

meerwerk

4.5 De rechtbank zal thans oordelen over de vordering, voor zover deze betrekking heeft op het door Innotiv gestelde meerwerk. Partijen zijn verdeeld over de vraag of de uren die Innotiv heeft gewerkt, als meerwerk voor vergoeding in aanmerking komen voor zover deze de projectduur van 3000 uren te boven gaan. De vraag is dus: is meer werk meerwerk? Innotiv stelt dat de aanneemsom van € 135.000,00 is gerelateerd aan de projectduur van 3.000 uren en dat de gewerkte uren voor zover deze het aantal van 3000 uren te boven gaan, kwalificeren als meerwerk die overeenkomstig de overeenkomst tegen een uurtarief van € 45,00 exclusief BTW betaald dienen te worden. Caelum stelt dat de projectduur van 3.000 uren een schatting betrof, dat het bedrag van € 135.000,00 de vaste aanneemsom betrof voor de omschreven werkzaamheden en dat meer uren geen meerwerk in de zin van de overeenkomst vormen.

4.6 Ter beantwoording van die vraag dienen de overeenkomst en de bijlage te worden uitgelegd. De vraag, hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers volgens vaste jurisprudentie aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht (HR 13 maart 1981, NJ 1981/635).

4.7 De overeenkomst bevat geen definitie of omschrijving van het begrip meerwerk. Naar het oordeel van de rechtbank zijn voor de uitleg van dat begrip de artikelen 4 en 5 van de overeenkomst van belang. Artikel 4, dat bepaalt dat de aanneemsom geacht wordt te zijn bepaald op het totaal van de werkelijk bestede tijd, duidt erop dat meer uren geen meerwerk in de zin van de overeenkomst zijn. Het tegenovergestelde standpunt van Innotiv dat meer uren wél meerwerk in de zin van de overeenkomst opleveren, valt met de inhoud van dat artikel 4 niet te verenigen. Volgens artikel 5 is de opdrachtgever gehouden de aannemer van meer- of minderwerk in kennis te stellen op de wijze als daar is aangegeven. Daarmede kan artikel 5 redelijkerwijze geen betrekking hebben op het aantal gewerkte uren, aangezien slechts Innotiv als opdrachtnemer daarin een goed inzicht zal hebben en niet Caelum als opdrachtgever. De stelling van Caelum dat van meer- of minderwerk slechts sprake is ingeval van een afwijking van de projectomschrijving en dat sprake is van minderwerk omdat Innotiv 51 in plaats van de overeengekomen 57 locaties heeft geïnspecteerd, lijkt dus juist. Caelum mocht de overeenkomst dan ook aldus uitleggen en erop vertrouwen dat sprake was van een vaste aanneemsom voor de overeengekomen werkzaamheden, ongeacht het aantal gewerkte uren. Daarbij speelt mede een rol dat, zoals ter comparitie is komen vast te staan, de overeenkomst van de zijde van Innotiv is opgesteld.

4.8 De vordering zal derhalve op grond van het bovenstaande worden afgewezen voor zover deze betrekking heeft op meerwerk. De overige verweren met betrekking tot het meerwerk behoeven geen bespreking.

conclusie

4.9 De vordering zal worden toegewezen tot een bedrag van in hoofdsom € 38.947,30. Tegen de gevorderde wettelijke rente is op zichzelf geen verweer gevoerd. Nu de overeenkomst een handelsovereenkomst is als bedoeld in artikel 6:119a BW, is de in dat artikel bedoelde wettelijke rente toewijsbaar.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen. Uit hetgeen Innotiv ter onderbouwing van die kosten heeft aangevoerd, volgt niet en zeker niet zonder meer dat de desbetreffende werkzaamheden meer hebben ingehouden dan die waarvoor de kosten als bedoeld in de artikelen 237 e.v. Rv. een vergoeding plegen in te sluiten. Bovendien heeft Caelum de verschuldigdheid van dit onderdeel van de vordering betwist en heeft Innotiv daarop niet meer gereageerd.

4.10 De rechtbank begrijpt dat Innotiv de beslagkosten -geen onderdeel van de proceskosten, maar schade- van Caelum wil terugvorderen. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op EUR 426,32 voor verschotten en EUR € 452,- voor salaris procureur.

4.11 Nu partijen over en weer ten dele in het ongelijk zijn gesteld, zal de rechtbank de kosten van dit geding compenseren als na te melden.

in reconventie

4.12 Nu de voorwaarde waaronder de vordering in reconventie is ingesteld, is vervuld, is deze onvoorwaardelijk van karakter geworden. Op de vordering dient derhalve te worden beslist.

4.13 Uit de beoordeling in conventie volgt dat de vordering dient te worden afgewezen.

4.14 Caelum zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

Deze kosten, gevallen aan de zijde van Innotiv, bedragen € 226,-, zijnde 50% van een punt volgens liquidatietarief II.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1 veroordeelt Caelum om aan Innotiv te betalen een bedrag van € 38.947,30 (achtendertigduizend negenhonderd zevenenveertig duizend euro en dertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119a BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 4 december 2004 tot de dag van volledige betaling,

5.2 veroordeelt Caelum in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 878,32,

5.3 verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4 compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.5 wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.6 wijst de vorderingen af,

5.7 veroordeelt Caelum in de proceskosten, aan de zijde van Innotiv tot op heden begroot op € 226,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2005.