Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AV1984

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-12-2005
Datum publicatie
17-02-2006
Zaaknummer
126568
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevel tot verschijning van partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 126568 / HA ZA 05-791

Vonnis in incident van 21 december 2005

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

procureur mr. E.M. Vos,

tegen

de vereniging

VERENIGING SERVICEFLAT "PARKFLAT DE VALKENBURCHT",

gevestigd te Oosterbeek, gemeente Renkum,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. M.H. Kemna te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiser] en de Valkenburcht genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring

- de incidentele conclusie van antwoord.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

De beoordeling in het incident

De Valkenburcht vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. [eiser] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen.

[eiser] vordert primair vernietiging van het besluit van de buitengewone algemene vergadering van de Valkenburcht van 14 april 2004, subsidiair een verklaring voor recht dat dat besluit nietig is. De Valkenburcht beroept zich primair op een arbitraal beding in de statuten en subsidiair op de statutaire regeling die geschillenbeslechting opdraagt aan de algemene vergadering. Zij vordert in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Het gaat om de artikelen 47 en 48 lid 1 van de statuten, die voor zover van belang als volgt luiden:

“Artikel 47

In alle gevallen, waarin noch door deze statuten, noch door het huishoudelijk reglement, noch door de wet wordt voorzien, en in alle gevallen, waarin verschil van mening over de uitleg van de bepalingen dezer statuten mocht rijzen, beslist de algemene vergadering.

Artikel 48

1. Alle geschillen tussen een lid en de vereniging betreffende rechten en/of verplichtingen uit het lidmaatschap, buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 43 en 47, zullen door arbitrage worden beslecht op de wijze als in het huishoudelijk reglement is bepaald (...)”

Art. 2:15 lid 3 BW bepaalt dat vernietiging van een besluit geschiedt door de rechtbank. Een arbitraal vonnis kan dat rechtsgevolg niet bewerkstelligen. Dat betekent dat zich hier een op de wet gebaseerde uitzondering voordoet, zoals bedoeld in art. 47 statuten. Beslechting van het geschil, voor zover gebaseerd op de primaire grondslag, is dus opgedragen aan de gewone rechter en niet aan arbiters of de algemene vergadering.

Vanuit het gezichtspunt dat tegenstrijdige uitspraken moeten worden voorkomen is het onwenselijk dat een andere instantie beslist over de vordering van [eiser], voor zover gebaseerd op de subsidiaire grondslag (nietigheid van het besluit). [eiser] beroept er zich terecht op dat het beroep door de Valkenburcht op het arbitrale beding of geschillenbeslechting door de algemene vergadering in zoverre naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Het voorgaande betekent dat het beroep op onbevoegdheid van de rechtbank wordt verworpen.

De Valkenburcht zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

De beoordeling in de hoofdzaak

De rechtbank zal een comparitie van partijen bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Daarbij kan de mogelijkheid van doorverwijzing naar een mediator aan de orde komen.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

De partijen wordt verzocht de stukken waarop zij tijdens de comparitie een beroep willen doen, uiterlijk twee weken tevoren in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toe te zenden.

Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen.

De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst het gevorderde af,

veroordeelt de Valkenburcht in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 384,00,

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. F.J. de Vries in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

bepaalt dat [eiser] dan in persoon aanwezig moet zijn en dat de Valkenburcht dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 januari 2006 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de maandagen in de maanden februari tot en met april 2006, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

wijst partijen er op, dat voor de zitting twee uur zal worden uitgetrokken.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2005.