Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AV1969

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
23-11-2005
Datum publicatie
17-02-2006
Zaaknummer
128752
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat onderhavig arbitraal onredelijk bezwarend is in de zin van artikel 6:233 aanhef en onder a BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 128752 / HA ZA 05-1205

Datum vonnis: 23 november 2005

Vonnis

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie in de hoofdzaak,

verweerder in reconventie in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

procureur en advocaat mr. J.P.A. Greuters,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde].,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

advocaat mr. J.R.R.C.L. Borest te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring

- de incidentele conclusie van antwoord tevens houdende de conclusie van antwoord in de hoofdzaak en eis in reconventie.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

Het geschil in de hoofdzaak

[eiser] vordert primair de ontbinding van de overeenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] en subsidiair de veroordeling van [gedaagde] tot - samengevat - herstel van de gebreken van de door [gedaagde] aan [eiser] geleverde trap, op straffe van een dwangsom van € 1000,- per dag dat zij niet aan deze veroordeling voldoet, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

[eiser] legt hieraan het volgende ten grondslag. Op 21 december 2004 heeft [eiser] aan [gedaagde] opdracht gegeven tot het leveren van een trap ten bedrage van € 11.500,-. [gedaagde] heeft deze opdracht schriftelijk bevestigd. Deze trap is op 23 maart 2005 geleverd, waarna diverse gebreken zijn geconstateerd door [eiser]. [eiser] heeft [gedaagde] in april 2005 in gebreke gesteld en gevorderd dat [gedaagde] de gebreken herstelt en de ontbrekende onderdelen van de trap levert. [gedaagde] is tot op heden hiertoe niet overgegaan.

[gedaagde] voert verweer in de hoofdzaak voor het geval de rechtbank zich bevoegd verklaart. In reconventie vordert [gedaagde] de veroordeling van [eiser] tot betaling van de derde termijnnota ten bedrage van in totaal € 2.148,78, vermeerderd met rente en kosten. Deze factuur heeft betrekking op de trap in kwestie en een andere door [gedaagde] geleverde trap, een keldertrap.

Het geschil en de beoordeling in het incident

Voor alle weren beroept [gedaagde] zich op onbevoegdheid van de rechtbank. Zij stelt dat tussen partijen Algemene Verkoopvoorwaarden voor de Timmerfabrieken (hierna: algemene voorwaarden) zijn overeengekomen en dat in artikel 9.2 van deze voorwaarden een arbitraal beding is opgenomen. De rechtbank dient zich volgens [gedaagde] om die reden onbevoegd te verklaren. [eiser] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

[eiser] betwist niet dat op de overeenkomst tussen partijen de algemene voorwaarden van toepassing zijn. In artikel 9.2 (hierna: het arbitraal beding) van deze algemene voorwaarden is - voor zover hier van belang - het volgende bepaald:

“Alle geschillen, welke tussen partijen mochten rijzen in verband met of naar aanleiding van een tussen hen gesloten overeenkomst zullen met uitsluiting van de gewone rechter worden beslist door drie arbiters, die zullen beslissen in hoogste ressort. (...) Mocht tussen partijen binnen twee weken na dagtekening van deze mededeling geen overeenstemming zijn verkregen over de benoeming van drie arbiters, resp. van een arbiter voor het geval partijen overeenkomen het geschil door slechts één arbiter te laten beslissen, dan zal de partij die arbitrage verlangt, de benoeming verzoeken aan de Voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam. Arbiters zullen uitspraak doen als goede mannen naar billijkheid en daarbij tevens beslissen omtrent de arbitragekosten, welke met inachtneming van het bepaalde in artikel 8. zullen worden vastgesteld. Zij kunnen degene die arbitrage aanvraagt de verplichting opleggen een door hem te betalen voorschot voor honorarium en onkosten te storten. (…)”

Verder is in artikel 9.4 onder meer het volgende bepaald:

“Voorts heeft uitsluitend de verkoper, wanneer de aard van het geschil daartoe aanleiding geeft, het recht het geschil aan het oordeel van de gewone rechter te onderwerpen, in welk geval elk recht op arbitrage vervalt. (...)”

[eiser] stelt dat het arbitraal beding onredelijk bezwarend is en beroept zich op vernietigbaarheid van het beding. De rechtbank overweegt dat een beding in algemene voorwaarden ingevolge artikel 6:233 aanhef en sub a BW vernietigbaar is indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. De rechtbank overweegt dat deze bepaling, waar nodig, moet worden uitgelegd overeenkomstig de Richtlijn 93/13/EEG inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.

Voor de beoordeling van het onderhavige arbitraal beding acht de rechtbank de volgende omstandigheden van belang. In de eerste plaat stelt de rechtbank vast dat het arbitraal beding is opgenomen in een overeenkomst tussen een consument ([eiser]) en een verkoper ([gedaagde]) zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld. Op grond van dit arbitraal beding worden geschillen tussen partijen met uitsluiting van de rechter beslist door (een) arbiter(s). De consument heeft niet de mogelijkheid zich tot de burgerlijke rechter te wenden, dit terwijl de verkoper ingevolge artikel 9.4 van de algemene voorwaarden wel een dergelijk recht toekomt. Ten slotte is van belang dat - zoals [eiser] aanvoert - de kosten van arbitrage hoog kunnen zijn en dat degene die arbitrage aanvraagt op grond van het beding verplicht kan worden tot betaling van een voorschot voor honorarium en onkosten.

Daarnaast is in het kader van voormelde richtlijnconforme interpretatie het volgende van belang. Op grond van het onderhavig beding kan de consument zich bij een geschil met de verkoper uitsluitend tot arbitrage wenden. Er is naar het oordeel van de rechtbank derhalve sprake van een beding dat tot doel of gevolg heeft het indienen van een beroep of het instellen van een rechtsvordering door de consument te beletten of te belemmeren, zoals opgenomen in de bij de richtlijn gevoegde bijlage onder q. Ingevolge artikel 3 van de richtlijn kan een dergelijk beding als oneerlijk worden aangemerkt.

Gezien bovengenoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat onderhavig arbitraal onredelijk bezwarend is in de zin van artikel 6:233 aanhef en onder a BW. [eiser] komt derhalve terecht een beroep op vernietiging van dit beding toe zodat de rechtbank bevoegd is van het onderhavige geschil kennis te nemen. De vordering in het incident zal dan ook worden afgewezen.

De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

De beoordeling in de hoofdzaak

De rechtbank zal een comparitie van partijen bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Daarbij kan de mogelijkheid van doorverwijzing naar een mediator aan de orde komen.

Verweerder in reconventie heeft de gelegenheid de conclusie van antwoord in reconventie ter comparitie te nemen. Verweerder in reconventie moet de conclusie uiterlijk twee weken voor aanvang van de comparitie toezenden. Na de comparitie kan deze conclusie niet meer genomen worden.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

De partijen wordt verzocht de stukken waarop zij tijdens de comparitie een beroep willen doen, uiterlijk twee weken tevoren in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toe te zenden.

Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen.

Ter zitting kan aan de orde komen of een deskundigenonderzoek noodzakelijk is, welke vragen beantwoord moeten worden en wie partijen als deskundige benoemd willen zien.

De beslissing

De rechtbank

in het incident

wijst het gevorderde af,

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. J.D.A. den Tonkelaar in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 7 december 2005 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de woensdagen in de maanden januari tot en met maart 2006, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

wijst partijen er op, dat voor de zitting twee uur zal worden uitgetrokken,

bepaalt dat [eiser] dan in persoon aanwezig zal zijn en dat [gedaagde] dan vertegenwoordigd zal zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

verzoekt de tijdige toezending van de stukken,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H.M. van der Heiden en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2005.

de griffier de rechter