Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AV1358

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
07-12-2005
Datum publicatie
08-02-2006
Zaaknummer
122508
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kern van het geschil in conventie en reconventie is de vraag of sprake is van een beeindiging "om gewichtige reden" zoals bedoeld in artikel 8.1 van de Agentenovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 122508 / HA ZA 05-102

Vonnis van 7 december 2005

in de zaak van

de vennootschap onder firma

[eiseres],

gevestigd te Arnhem,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. H. van Ravenhorst,

advocaat mr. A.C. Waszink te Deventer,

tegen

[gedaagde],

wonende te Arnhem,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. J.A.M.P. Keijser,

advocaat mr. I. Geenen te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 maart 2005,

- het proces-verbaal van comparitie van 4 juli 2005.

[eiseres] heeft haar conclusie van antwoord in reconventie genomen.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

RE/MAX is een wereldwijde franchise-organisatie op het gebied van bemiddeling bij aan- en verkoop van onroerende zaken. RE/MAX Nederland treedt op als de franchisegever voor de makelaardijformule RE/MAX.

[eiseres] is franchisenemer van RE/MAX Nederland en exploiteert een makelaarskantoor.

Op 1 november 2003 hebben [eiseres] en [gedaagde] een zogenaamde “Agentenovereenkomst” gesloten.

De volgende artikelen uit de Agentenovereenkomst zijn voor de beoordeling van het geschil van belang.

1. Periode

Deze overeenkomst wordt aangegaan voor een periode van 5 ja(a)r(en) ingaande vanaf 01-11-2003. Indien geen der partijen binnen twee maanden voor het aflopen van de hiervoor genoemde periode aangeeft de overeenkomst te willen beëindigen, wordt deze overeenkomst stilzwijgend verlengd voor een nieuwe vijfjaarlijkse periode.

2. Voorzieningen

RE/MAX Broker/Owner stelt de Agent in staat naar buiten te treden als een zelfstandig ondernemer die samenwerkt met RE/MAX Broker/Owner met het doel te bemiddelen, taxeren of adviseren bij onroerende zaak activiteiten waarbij hij/zij onder andere kopers of huurders van woonhuizen c.q. bedrijfs onroerende zaken in contact zal brengen met verkopers c.q. verhuurders.

3. Verantwoordelijkheden RE/MAX Broker/Owner

3.1 RE/MAX Broker/Owner aanvaardt met betrekking tot de fee’s en overige uitgaven die door de Agent moeten worden betaald, dat hij/zij daarvoor aan de Agent een bureauruimte binnen zijn/haar kantoor ter beschikking stelt, alsmede het gebruik van administratieve ondersteuning en de secretaressefunctie, tezamen met gebruikmaking van de kantoorautomatisering, formulieren, telefooninstallatie en andere communicatiemiddelen een en ander op basis van “flexplekken”, exclusief mobiele telefoon. [....]

3.2 RE/MAX Broker/Owner zal aan de Agent een maandelijkse factuur voorleggen van het aandeel van Agent in de kosten, fee’s en overige financiële verplichtingen, als bedoeld in artikel 5 van deze overeenkomst.

3.3 De Agent zal onmiddellijk na ontvangst van de gelden aan de RE/MAX Broker/Owner overmaken veertig procent (40%) van de omzet die door Agent is ontvangen als vergoeding voor resultaten van zijn dienstverlening. Al het betalingsverkeer tussen de cliënt en de aan de Agent toekomende courtage en/of vergoedingen zal lopen via de Agent.

4. Verantwoordelijkheden Agent

(...)

4.4 De Agent zal zich geheel wijden aan zijn/haar bemiddelingsactiviteiten voor dat gedeelte van zijn/haar tijd en energie dat hij/zij noodzakelijk acht om zijn/haar bedrijf optimaal te kunnen uitoefenen. Echter, hoe de Agent zijn/haar tijd en energie dan ook zal investeren, dit zal geen enkele invloed hebben op de in deze overeenkomst vastgelegde financiële verplichtingen of deze op enige manier reduceren.

(..)

4.6 De Agent is verplicht, bij het drijven van zijn zaak hoge ethische standaards op te volgen en zich te conformeren naar het beleid in deze dat door de RE/MAX Broker/Owner wordt gevoerd. De Agent zal efficiënte, voorkomende en kwalitatief hoogwaardige diensten verrichten. (...)

(...)

4.9 De Agent verplicht zich deel te nemen aan de door RE/MAX Nederland te organiseren verkooptrainingen en aan speciaal daartoe door RE/MAX Nederland ontwikkelde opleidingsprogramma’s (“Quick Start”). Deze bestaat uit een cursus die één week duurt. De Agent verplicht zich op eigen kosten aan de eerstvolgende vastgestelde Quick Start cursus deel te nemen.

5. Financiële verplichtingen

5.1 (...)

5.2 Management Fee’s. De Agent stemt er mee in dat hij/zij maandelijks aan de hand van een hiertoe te overhandigen factuur een maandelijkse fee van driehonderd Euro (€ 300,-) exclusief BTW aan de RE/MAX Broker/Owner betaalt voor rechten, service en privileges die worden gegeven door de RE/MAX Broker/Owner.

(..)

8. Beëindiging van deze overeenkomst

Beëindiging van de overeenkomst geschiedt uitsluitend door middel van een aangetekend schrijven.

8.1 Beëindiging door RE/MAX Broker/Owner om gewichtige reden. In het geval de Agent één of meerdere bepalingen uit deze overeenkomst schendt, op een andere wijze tekortkomingen vertoont bij het bedrijven van zijn bedrijfsactiviteiten in het kader van deze overeenkomst, of naar het oordeel van RE/MAX Broker/Owner de goede naam van RE/MAX schendt, mag RE/MAX Broker/Owner deze overeenkomst met onmiddellijke ingang en zonder voorafgaande aankondiging beëindigen. Deze overeenkomst is dan beëindigd met ingang van de datum van verzending van het aangetekend schrijven. RE/MAX Broker/Owner behoudt aanspraak op alle vergoedingen, fee’s en verschuldigde betalingen welke uit hoofde van deze overeenkomst tijdens de looptijd zijn ontstaan.

8.2 Beëindiging door RE/MAX Broker/Owner zonder gewichtige reden. Deze overeenkomst is dan beëindigd met ingang van de datum van verzending van het aangetekend schrijven. RE/MAX Broker/Owner verliest daarmee haar aanspraak op alle vergoedingen, fee’s en verschuldigde betalingen welke uit hoofde van deze overeenkomst tijdens de looptijd zijn ontstaan.

8.3 Beëindiging door de Agent zonder gewichtige reden. De Agent mag, zonder gewichtige reden, deze overeenkomst vanaf één jaar na ingangsdatum, op ieder moment beëindigen, met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. Indien de agent binnen één jaar na ingangsdatum van deze overeenkomst opzegt, verplicht hij/zij zich de resterende fee’s als genoemd in artikel 5.2 en 5.3 tot en met één jaar na ingangsdatum van dit contract te voldoen.

In een “Allonge” bij de agentenovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

In afwijking van de bepalingen in artikel 5.2 van de overeenkomst is voor de periode van 1 november 2003 en 1 november 2004 het volgende overeengekomen:

* De betaling van de maandelijkse fee zoals omschreven in art. 5.2 van de agentenovereenkomst vindt met terugwerkende kracht plaats op het moment dat agent haar eerste betalingen (courtage) ontvangt.

* Bij beëindiging van de overeenkomst door agent of broker/owner zal agent de openstaande bedragen per direct dienen te voldoen.

[gedaagde] heeft gedurende de looptijd van het contract recht op courtage voor een bedrag van € 1.860,- en op een bedrag van € 3.981,25 exclusief BTW.

[eiseres] heeft bij haar brief van 6 juli 2004 de Agentenovereenkomst met [gedaagde] met onmiddellijke ingang beëindigd. Als gronden voor deze beëindiging heeft [eiseres] in die brief het volgende aangegeven:

Echter vanaf het begin van uw nieuwe carrière in het vastgoed hebben wij u, als startend makelaar, altijd verzocht om alle uitgaande stukken, waaronder brochures, mailingen, en brieven, ter controle bij ons neer te leggen. Dit verzoek wordt door ons standaard bij elke nieuwe makelaar gedaan, uiteraard ter voorkoming van problemen achteraf. Aan dit verzoek heeft u telkens geen gehoor gegeven.

Tot onze grote spijt hebben wij moeten ervaren dat er vanuit externe bronnen opmerkingen zijn gekomen in relatie tot de tekst vermeldingen c.q. tekst opbouw van uw lopende zaken op de diverse websites en/of de vermelding in brochures.

Reeds meerdere malen hebben wij bij u aangegeven dat wij bemerkt hebben dat de kwaliteit van dienstverlening te wensen over liet, een portefeuille opbouw achter bleef en dat uw time-management niet bijdroeg aan verbetering van beide voorgaande aspecten. Meerdere gesprekken om te trachten het bovenstaande bij te sturen zijn vruchteloos gebleken. Hierdoor zijn wij genoodzaakt de samenwerking met u te staken.

[eiseres] heeft [gedaagde] op 2 en 8 juli 2004 facturen gezonden voor een totaal bedrag van € 5.874,95 inclusief BTW, voor management fee’s, voor gebruik kantoorfaciliteiten in de periode november 2003 tot en met juni 2004, voor geleverde kantoormaterialen in de periode van 2 juni 2004 tot 2 juli 2004 en voor afdracht van courtages.

De raadsman van [gedaagde] heeft [eiseres] in zijn brief van 1 oktober 2004 laten weten dat [gedaagde] niets aan [eiseres] verschuldigd is, maar dat [eiseres] aan [gedaagde] de reeds gedane betalingen ad € 4.835,51 dient te restitueren en haar schade ten bedrage van € 11.955,46 dient te vergoeden.

Het geschil

in conventie

[eiseres] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 7.278,06, vermeerderd met rente en kosten.

[eiseres] stelt daartoe dat [gedaagde] op grond van de tussen partijen gesloten Agentenovereenkomst het in 3.1 genoemde bedrag dient te voldoen wegens management fee’s, geleverde kantoormaterialen en afdracht van courtages.

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, onder de beoordeling ingaan.

in reconventie

[gedaagde] vordert - samengevat - veroordeling van [eiseres] tot betaling van circa € 32.986,93 vermeerderd met rente en kosten.

Onder verwijzing naar artikel 8.2 van de Agentenovereenkomst vordert [gedaagde] de reeds door haar gedane betalingen aan [eiseres] terug (€ 5.191,50). Daarnaast vordert zij gefixeerde schadevergoeding (primair € 6.594,39 en subsidiair € 4.827,59), een vergoeding voor de door haar gedane investeringen (€ 10.000,- althans een bedrag door de rechtbank te bepalen) alsmede loon op grond van de Wet mimimum loon en vakantietoeslag (€ 11.201,04).

[eiseres] voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, onder de beoordeling ingegaan.

De beoordeling

in conventie

[gedaagde] heeft bij antwoord een bevoegdheidsverweer gevoerd. Zij betoogt dat op grond van artikel 93 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) niet de sector civiel, maar de sector kanton van de rechtbank bevoegd is van onderhavig geschil kennis te nemen, omdat sprake is van een agentuurovereenkomst.

[eiseres] heeft weersproken dat de sector kanton bevoegd is. Naar haar oordeel is de Agentenovereenkomst geen agentuurovereenkomst, waartoe zij op het volgende heeft gewezen:

- RE/MAX Nederland, noch RE/MAX Vastgoedgroep verstrekt opdrachten aan [gedaagde];

- er is geen sprake van bemiddeling door [gedaagde] voor RE/MAX Nederland of voor de RE/MAX Vastgoedgroep;

- er worden geen overeenkomsten gesloten op naam van RE/MAX Nederland of op naam van de RE/MAX Vastgoedgroep;

- er worden geen overeenkomsten gesloten op naam van [gedaagde];

- er is geen sprake van een beloning.

- De rechtbank overweegt het volgende.

Artikel 7:428 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek luidt:

“De agentuurovereenkomst is een overeenkomst waarbij de ene partij, de principaal, aan de andere partij, de handelsagent opdraagt, en deze zich verbindt, voor een bepaalde of een onbepaalde tijd en tegen een beloning bij de totstandkoming van overeenkomsten bemiddeling te verlenen, en deze eventueel op naam en voor rekening van de principaal te sluiten zonder aan deze ondergeschikt te zijn.”

De rechtbank maakt uit de (onder meer hiervoor geciteerde artikelen uit de) Agentenovereenkomst op dat partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] onder de vlag van RE/MAX zelfstandig voor eigen rekening en risico als makelaar optreedt en dat zij tegen betaling van een deel van haar omzet en een maandelijkse fee gebruik mag maken van kantoorruimte met faciliteiten van het kantoor van [eiseres]. [eiseres] heeft [gedaagde] niet opgedragen te bemiddelen bij de totstandkoming van overeenkomsten. Daarnaast is - zo blijkt achteraf - sprake geweest van inhoudelijke begeleiding van [gedaagde] door [eiseres], waarbij partijen overigens van mening verschillen over de intensiteit van deze begeleiding. Gezien de inhoud van de Agentenovereenkomst en de wijze waarop partijen daaraan uitvoering hebben gegeven, voldoet deze naar het oordeel van de rechtbank niet aan de wettelijke omschrijving van een agentuurovereenkomst in artikel 7:428 lid 1 BW. De aanduiding van de overeenkomst als ‘Agentenovereenkomst’ acht de rechtbank niet relevant en noopt dus niet tot een andere beslissing.

Uit voorgaande volgt dat niet de sector kanton - zoals [gedaagde] betoogt -, maar de sector civiel van deze rechtbank bevoegd is van het voorliggende geschil kennis te nemen.

voorts in conventie en in reconventie

De kern van het geschil in conventie en reconventie is de vraag of sprake is van een beëindiging ‘om gewichtige reden’, zoals bedoeld in artikel 8.1 van de Agentenovereenkomst. In het geval geen sprake is van ‘gewichtige reden’ zoals hiervoor bedoeld, rijst de vraag hoe artikel 8.2 van deze overeenkomst moet worden uitgelegd.

In artikel 8.1 wordt omschreven wat onder ‘gewichtige reden’ moet worden verstaan. [eiseres] stelt dat een gewichtige reden in de zin van dat artikel aanwezig was op de gronden neergelegd in haar brief van 6 juli 2004 aan [gedaagde]. Ter toelichting daarop heeft [eiseres] nog het volgende gesteld:

- er is sprake geweest van intensieve begeleiding van [gedaagde], hoewel dit niet was afgesproken. De begeleiding heeft geen verbetering gebracht in de situatie.

- [gedaagde] roept niet of te laat hulp in, waardoor stukken storende en ernstige fouten bevatten, met klachten van klanten tot gevolg.

- [gedaagde] staat niet open voor aanwijzingen en positieve kritiek. Ze heeft een starre houding, luistert niet naar argumenten, drukt haar eigen zin door en gaat huilen als dat niet lukt.

- meerdere gesprekken hebben niet tot een oplossing geleid.

- [gedaagde] bleef volhouden dat een brochure goed was, terwijl dat niet zo was.

- zij acquireerde op een voor [eiseres] ongebruikelijke wijze.

- zij maakte ruzie om klanten en behandelde stagiaires op een voor [eiseres] ongebruikelijke wijze.

[gedaagde] heeft de haar gemaakte verwijten ontkend. Zij heeft gesteld dat wel degelijk is overeengekomen dat zij intensief door [eiseres] begeleid zou gaan worden, omdat zij geen ervaring had als makelaar. Naast begeleiding zou sprake zijn van opleiding en verkooptraining. [gedaagde] verwijst ook naar de Agentenovereenkomst waarin een verplichting tot het volgen van een opleiding is opgenomen. De nodige begeleiding bleef naar haar zeggen echter uit, waardoor zij minder snel ervaring opdeed dan verwacht. Van fouten was volgens haar al helemaal geen sprake. Zij stelt dat zij steeds stukken ter controle heeft voorgelegd en hulp heeft gevraagd waar nodig. Haar is niets bekend over klachten van klanten. Zij stelt in vijf maanden al resultaat te hebben geboekt terwijl werd aangegeven dat het toch meestal wel zes maanden duurt voordat de bemiddeling succes oplevert.

De rechtbank is van oordeel dat hetgeen [eiseres] heeft aangevoerd - mits bewezen - noch afzonderlijk noch in samenhang de conclusie kan dragen dat sprake is van een gewichtige reden in de zin van artikel 8.1 van de Agentenovereenkomst. De rechtbank overweegt daarbij dat de verwijten moeten worden gezien tegen de achtergrond van een situatie waarin [gedaagde], als -naar [eiseres] bekend was- startende makelaar, ervaring moest opdoen en moest wennen aan de werkwijze van [eiseres]. [eiseres] heeft gesteld dat er klachten waren van klanten van RE/MAX over het door [gedaagde] geleverde werk en dat RE/MAX schade heeft geleden door het handelen van [gedaagde]. Deze stellingen zijn niet nader onderbouwd. De rechtbank sluit niet uit dat indien [eiseres] deze stellingen nader had onderbouwd - en bewezen- van een gewichtige reden zou zijn gebleken. Het lag naar het oordeel van de rechtbank op de weg van [eiseres] haar stellingen in het licht van het verweer van [gedaagde] nader te onderbouwen en nu zij dit niet heeft gedaan heeft zij niet voldaan aan haar stelplicht. Aan bewijslevering wordt dan ook niet toegekomen.

Het voorgaande brengt mee dat bij de beoordeling van de vorderingen over en weer ervan moet worden uitgegaan dat [eiseres] de overeenkomst heeft beëindigd zonder gewichtige reden als bedoeld in artikel 8.2 van de Agentenovereenkomst.

4.10 In dat kader komt de vraag op of de laatste volzin van dat artikel tot gevolg heeft dat [eiseres] geen aanspraak kan maken op betaling van de in conventie gevorderde factuurbedragen en/of [gedaagde] alles wat zij [eiseres] tijdens de looptijd van de overeenkomst op grond van de overeenkomst heeft betaald kan terug vorderen, zoals zij in reconventie ook doet. [eiseres] voert in dit verband aan dat artikel 8.2 niet van toepassing is, omdat (naar de rechtbank begrijpt) de letterlijke inhoud van artikel 8.2 nooit is besproken en niet is bedoeld door partijen en zo volstrekt onredelijk is dat de inhoud nooit bedoeld kan zijn. Ten slotte wijst [eiseres] op de Allonge, die naar haar oordeel erop wijst dat de letterlijke tekst van artikel 8.2 nimmer tussen partijen bedoeld kan zijn.

De rechtbank stelt voorop dat artikel 8.2 deel uitmaakt van de Agentenovereenkomst en derhalve tussen hen overeengekomen en geldig is. Indien dat artikel niet tussen partijen is besproken, kan dat aan de toepasselijkheid ervan niet afdoen. Vervolgens dient de vraag naar de uitleg van artikel 8.2 te worden beantwoord. De vraag, hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers volgens vaste jurisprudentie aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht (Haviltex-formule, HR 13 maart 1981, NJ 1981/635).

De rechtbank merkt allereerst op dat de tekst van die laatste volzin van artikel 8.2 op zichzelf duidelijk is: [eiseres] verliest elke aanspraak jegens [gedaagde] uit hoofde van de Agentenovereenkomst. Voorts geldt dat artikel 8.2 in een logisch verband staat met artikel 8.1: ingeval van beëindiging zonder gewichtige reden verliest [eiseres] haar aanspraken uit hoofde van de Agentenovereenkomst, ingeval van een beëindiging met gewichtige reden behoudt zij deze aanspraken. Dat een dergelijke uitleg door partijen niet is bedoeld, heeft [eiseres] niet onderbouwd en blijkt uit niets. Dat verweer zal de rechtbank dan ook passeren. Aan [eiseres] kan worden toegegeven dat de letterlijke uitleg van artikel 8.2 voor haar vergaande nadelige gevolgen heeft, maar de rechtbank vermag niet in te zien dat die uitleg “volstrekt onredelijk” is. Daarbij komt dat [eiseres] niet heeft aangegeven welke uitleg in haar ogen dan wél aan dat artikel zou moeten worden gegeven. De tekst van de Allonge geeft naar het oordeel van de rechtbank geen aanwijzingen voor de uitleg van artikel 8.2: daaruit blijkt immers niet wat onder “openstaande bedragen” moet worden verstaan, en daarvan zal toch in elk geval slechts sprake kunnen zijn als de desbetreffende bedragen op basis van de Agentenovereenkomst verschuldigd zijn.

Op grond van het bovenstaande concludeert de rechtbank dat [gedaagde] aan artikel 8.2 redelijkerwijs de betekenis mocht toekennen die dat [eiseres] ingeval van een beëindiging zonder gewichtige reden door [eiseres] haar aanspraken uit de Agentenovereenkomst zou verliezen. [eiseres] heeft door haar beëindiging die aanspraken derhalve verloren. [gedaagde] heeft aanspraak op terugbetaling van de bedragen die zij [eiseres] tijdens de looptijd van de overeenkomst heeft betaald.

voorts in conventie

4.11 Uit het bovenstaande volgt dat de vordering van [eiseres] zal worden afgewezen.

4.12 [eiseres] zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Deze kosten bedragen € 288,00 wegens vast recht en € 768,00 wegens salaris procureur.

voorts in reconventie

4.13 Zoals in r.ov. 4.3 is overwogen, heeft [gedaagde] op grond van de Agentenovereenkomst zelfstandig voor eigen rekening en risico gehandeld. Tussen partijen was dan ook geen sprake van een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 2 lid 2 Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag. De daarop gebaseerde vordering van [gedaagde] zal worden afgewezen.

4.14 Op grond van artikel 8.2 van de Agentenovereenkomst heeft [gedaagde], zoals overwogen aan het slot van r.ov. 4.10, aanspraak op terugbetaling van de bedragen die zij [eiseres] tijdens de looptijd van de overeenkomst heeft betaald. [gedaagde] noemt een bedrag van in totaal € 5.191,50, maar uit haar toelichting begrijpt de rechtbank dat een deel van dat bedrag nog betaald diende te worden. Ook uit het verweer van [eiseres] op dit punt wordt de rechtbank niet duidelijk welk bedrag [gedaagde] aan [eiseres] heeft betaald. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen teneinde partijen -eerst [gedaagde], vervolgens [eiseres]- in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de betaalde bedragen. Partijen dienen aan te geven welke bedragen [gedaagde] aan [eiseres] heeft betaald en ter voldoening van welke facturen deze betalingen strekten, onder overlegging van bewijsstukken.

4.15 De grondslag van de gevorderde gefixeerde schadevergoeding is dat tussen partijen een agentuurovereenkomst is gesloten. Dit is niet het geval, zo heeft de rechtbank reeds in r.ov. 4.3 overwogen. Dit onderdeel van de vordering wordt dus afgewezen.

4.16 [gedaagde] vordert voorts een vergoeding wegens gedane investeringen. Daargelaten dat het merendeel van de door haar genoemde posten zonder toelichting, die niet is gegeven, niet als investeringen maar als bedrijfskosten beschouwd moeten worden (verzekeringen, telefoon, huishouding, relaties, benzine, parkeergeld), is dit onderdeel van de vordering niet toewijsbaar, nu [gedaagde] wel heeft gesteld dat maar onvoldoende heeft onderbouwd op grond waarvan de redelijkheid en billijkheid nopen tot toekenning van een dergelijke vergoeding. Dit onderdeel van de vordering zal worden afgewezen.

voorts in conventie en in reconventie

4.17 De rechtbank zal iedere verdere beslissing aan houden.

De beslissing

De rechtbank

in reconventie

5.1 verwijst de zaak naar de rolzitting van 21 december 2005 voor uitlating als bedoeld in r.ov. 4.14 aan de zijde van [gedaagde],

voorts in conventie en in reconventie

5.2 houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2005.