Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AV0832

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
16-11-2005
Datum publicatie
02-02-2006
Zaaknummer
124247 en 128408
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat Rabobank, door ten laste van de bankrekening betalingsopdrachten uit te voeren die waren ondertekend door gedaagde in vrijwaring 1, onrechtmatig heeft gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummers: 124247 / HA ZA 05-393 en 128408 / HA ZA 05-1132

Datum vonnis: 16 november 2005

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring

in de hoofdzaak met rolnummer 05-393 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. EUROCOMMERCE,

gevestigd te Gorssel en kantoorhoudende te Deventer,

eiseres,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. N.P.M. Haas te Enschede,

tegen

de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid

COÖPERATIEVE RABOBANK ARNHEM E.O. U.A.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

procureur mr. H.A. Wiggers,

en in de vrijwaringszaak met rolnummer 05-1132 van

de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid

COÖPERATIEVE RABOBANK ARNHEM E.O. U.A.,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

procureur mr. H.A. Wiggers,

tegen

1. [gedaagde in vrijwaring 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. C. Boonman,

2. [gedaagde 2 in vrijwaring],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

niet verschenen,

3. [gedaagde 3 in vrijwaring],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. J.M. Bosnak.

Partijen zullen hierna ook Eurocommerce, Rabobank, [gedaagde 1 in vrijwaring], [gedaagde 2 in vrijwaring] en [gedaagde 3 in vrijwaring] worden genoemd.

Het verdere verloop van de procedure in de hoofdzaak

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van 1 juni 2005 in het vrijwaringsincident;

- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 4 oktober 2005.

Vervolgens is vonnis bepaald.

Het verdere verloop van de procedure in de vrijwaringszaak

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in vrijwaring van 20 juni 2005, met producties;

- de conclusie van antwoord van de zijde van [gedaagde 1 in vrijwaring];

- de conclusie van antwoord van de zijde van [gedaagde 3 in vrijwaring];

- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 4 oktober 2005.

In het griffiedossier bevindt zich een brief van [gedaagde 2 in vrijwaring] van 29 september 2005. De rechtbank zal deze buiten beschouwing laten, omdat [gedaagde 2 in vrijwaring] niet is verschenen.

Vervolgens is vonnis bepaald.

De feiten

3.1 Op 22 juli 2004 is tussen Eurocommerce, [gedaagde 2 in vrijwaring] Beheer B.V., Scan Beheer B.V., Noordergraaf Beheer B.V. i.o., Holding DNA Consulting B.V. en [gedaagde 3 in vrijwaring] Holding B.V. de “Intentie-overeenkomst Multimedia & Facility Services B.V.” tot stand gekomen. De overeenkomst strekte ertoe deze bedrijven met uitzondering van die van Eurocommerce te integreren tot een nieuwe onderneming, genaamd Multimedia & Facility Services B.V..

3.2 In artikel 7 van de intentieovereenkomst staat onder meer vermeld dat partijen, tot de besloten vennootschap is opgericht, zullen handelen in de vorm van een besloten vennootschap in oprichting en dat besluitvorming in de besloten vennootschap in oprichting met unanimiteit geschiedt.

3.3 Artikel 8 van de intentieovereenkomst bepaalt dat een bankrekening wordt geopend op naam van de besloten vennootschap in oprichting en dat betalingen slechts kunnen geschieden met drie handtekeningen, waarvan er één van Eurocommerce is, één van [gedaagde 2 in vrijwaring] en één van [gedaagde 3 in vrijwaring].

3.4 Bij brief van 13 juli 2004 heeft de heer G. Schimmel, bedrijfsjurist van Eurocommerce, Rabobank verzocht een bankrekening te openen op naam van Multimedia & Facility Services B.V.. Deze brief bevat de passage: “Over de bankrekening kan worden beschikt d.m.v. een goedkeuring door de heren [betrokkene 1], [gedaagde in vrijwaring 2], [gedaagde in vrijwaring 3] gezamenlijk.”

3.5 Rabobank heeft de bankrekening geopend. De partijen bij de intentieovereenkomst hebben elk een bedrag op de rekening gestort.

3.6 In de periode van 21 juli 2004 tot en met 7 september 2004 hebben ten laste van de bankrekening betalingen plaatsgevonden tot een som van in totaal € 244.102,79. In het bijzonder zijn bedragen afgeboekt ten gunste van De Bruin Burgers Communicatieadviesbureau B.V., het bedrijf van [gedaagde 2 in vrijwaring], waarvan de aandelen in Multimedia & Facility Services B.V. zouden worden ingebracht en dat op 17 september 2004 failliet is gegaan. De betalingsopdrachten zijn ondertekend door [gedaagde 1 in vrijwaring], (destijds) financieel manager bij De Bruin Burgers Communicatieadviesbureau B.V..

3.7 De vennootschap is uiteindelijk niet opgericht.

4. Het geschil

in de hoofdzaak

4.1 Eurocommerce vordert dat Rabobank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar te betalen:

a. de hoofdsom van € 98.039,57;

b. de wettelijke rente, te berekenen over de periode van 7 september 2004 tot aan het moment van betaling, althans - subsidiair - te berekenen over de periode van 28 oktober 2003 tot aan het moment van betaling waar het een som van € 79.960,39 betreft en vanaf het moment van dagvaarding tot aan het moment van betaling waar het de som van € 18.079,18 betreft;

c. de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 1.937,42;

d. de wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten, te berekenen over de periode vanaf de dagvaarding tot aan het moment van betaling;

e. de kosten van dit geding.

4.2 Aan haar vordering legt Eurocommerce het volgende ten grondslag. Nu Rabobank in strijd met de aan haar gegeven instructies overboekingen ten laste van de rekening heeft uitgevoerd, heeft zij jegens Eurocommerce wanprestatie gepleegd, althans heeft zij jegens Eurocommerce onrechtmatig gehandeld. Eurocommerce stelt Rabobank aansprakelijk voor de schade die zij hierdoor heeft geleden. Eurocommerce neemt het standpunt in dat het bij de vereffening van de besloten vennootschap in oprichting tussen de participanten te verdelen saldo € 135.526,09 hoger zou zijn geweest indien Rabobank geen wanprestatie dan wel een onrechtmatige daad zou hebben gepleegd. Eurocommerce zou vervolgens op deze som aanspraak hebben kunnen maken voor 72,34%, dus tot een bedrag ter hoogte van € 98.039,07.

4.3 Rabobank heeft de vordering betwist. Zij stelt zich, kort samengevat, primair op het standpunt dat zij geen wanprestatie of onrechtmatige daad heeft gepleegd. Volgens Rabobank is nooit aan haar meegedeeld dat voor betalingen vanaf de rekening van Multimedia & Facility Services B.V. i.o. ook de goedkeuring van Eurocommerce was vereist. Rabobank stelt dat de intentieovereenkomst tot oprichting van Multimedia & Facility Services B.V. haar eerst eind 2004 bekend is geworden, zodat deze overeenkomst haar niet kan worden tegengeworpen.

Daarnaast heeft Eurocommerce volgens Rabobank geen schade geleden, in ieder geval niet tot het door haar gevorderde bedrag. Indien door Eurocommerce schade is geleden, kan Rabobank daarvoor niet aansprakelijk worden gehouden. Rabobank voert hiertoe aan dat nooit een bankrekening op naam van Multimedia & Facility Services B.V. is geopend en dat dit ook niet kon, omdat Multimedia & Facility Services B.V. niet was en is opgericht. De rekening die is geopend stond op naam van Multimedia & Facility Services B.V. i.o.. Volgens Rabobank was Eurocommerce voldoende bekend met de financiën van de besloten vennootschap in oprichting.

in de vrijwaringszaak

4.4 Rabobank vordert dat [gedaagde 1 in vrijwaring], [gedaagde 2 in vrijwaring] en [gedaagde 3 in vrijwaring] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat:

a. zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak hoofdelijk, met dien verstande dat als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, worden veroordeeld om aan Rabobank te betalen waartoe Rabobank als gedaagde in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling;

b. hoofdelijk, met dien verstande dat als de één betaalt de ander zal zijn bevrijd, worden veroordeeld in de kosten van het geding in vrijwaring, met inbegrip van de proceskosten in het incident.

4.5 Aan haar vordering legt Rabobank ten grondslag dat [gedaagde 1 in vrijwaring], [gedaagde 2 in vrijwaring] en [gedaagde 3 in vrijwaring] haar willens en wetens valselijk hebben geïnformeerd, doordat de intentieovereenkomst tot oprichting van Multimedia & Facility Services B.V. eerst eind 2004 aan Rabobank bekend is geworden. Bovendien waren [gedaagde 2 in vrijwaring] en [gedaagde 3 in vrijwaring] volgens Rabobank (als enigen) bevoegd rechtsgeldig handelingen, waaronder betalingsverkeer, namens de besloten vennootschap in oprichting te verrichten.

4.6 [gedaagde 1 in vrijwaring] heeft de vordering betwist. Hij voert aan dat hij niemand valselijk heeft geïnformeerd, zeker Rabobank niet. [gedaagde 1 in vrijwaring] was geen partij bij de intentieovereenkomst. Hij was slechts uitvoerder van de opdrachten van zijn werkgever De Bruin Burgers Communicatieadviesbureau B.V., in de persoon van [gedaagde 2 in vrijwaring], welke vennootschap mede handelde in de vorm van Multimedia & Facility Services B.V. i.o.. [gedaagde 1 in vrijwaring] was niet op de hoogte van de inhoud van de overeenkomsten tussen de partijen bij de intentieovereenkomst omtrent de financiële aangelegenheden. [gedaagde 1 in vrijwaring] wist in ieder geval niet dat er meer (namelijk drie) handtekeningen nodig waren voor het geven van betalingsopdrachten aan Rabobank.

4.7 [gedaagde 3 in vrijwaring] heeft de vordering eveneens betwist. In de brief van Eurocommerce aan Rabobank van 13 juli 2004 stond vermeld dat over de bankrekening kon worden beschikt door middel van een goedkeuring door de heren [betrokkene 1] (Eurocommerce), [gedaagde 2 in vrijwaring] en [gedaagde 3 in vrijwaring] gezamenlijk. Ditzelfde staat ook in de intentieovereenkomst vermeld. Daarom valt volgens [gedaagde 3 in vrijwaring] niet in te zien waarom Rabobank door hem over de intentieovereenkomst zou moeten worden geïnformeerd. [gedaagde 3 in vrijwaring] heeft Rabobank niet over de intentieovereenkomst geïnformeerd en heeft Rabobank dus ook niet willens en wetens valselijk geïnformeerd. Ervan uitgaande dat Rabobank niet bekend was met de brief van 13 juli 2004 dan wel de intentieovereenkomst, is het voorts volgens [gedaagde 3 in vrijwaring] uiterst merkwaardig dat Rabobank betalingsopdrachten die waren ondertekend door [gedaagde 1 in vrijwaring] namens De Bruin Burgers Communicatieadviesbureau B.V. heeft uitgevoerd, terwijl uit het uittreksel uit het handelsregister blijkt dat noch De Bruin Burgers Communicatieadviesbureau B.V. noch [gedaagde 1 in vrijwaring] bevoegd waren Multimedia & Facility Services B.V. i.o. rechtsgeldig te vertegenwoordigen.

4.8 Tegen [gedaagde 2 in vrijwaring] is verstek verleend.

5. De beoordeling

in de hoofdzaak

5.1 De rechtbank is met Eurocommerce van oordeel dat Rabobank, door ten laste van de bankrekening betalingsopdrachten uit te voeren die waren ondertekend door [gedaagde 1 in vrijwaring], onrechtmatig heeft gehandeld. In de brief van Eurocommerce van 13 juli 2004 staat immers expliciet vermeld dat over de bankrekening kan worden beschikt door middel van een goedkeuring van de heren [betrokkene 1], [gedaagde 2 in vrijwaring] en [gedaagde 3 in vrijwaring] gezamenlijk. Rabobank heeft naar aanleiding van deze brief de bankrekening geopend, maar geen contact gezocht met Eurocommerce. Hierdoor heeft Rabobank bij Eurocommerce het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat zij zou handelen overeenkomstig de brief van 13 juli 2004. Dat volgens de inschrijving van Multimedia & Facility Services B.V. i.o. [gedaagde 2 in vrijwaring] en [gedaagde 3 in vrijwaring] bevoegd waren, doet in dit verband niet ter zake.

5.2 Voor zover Rabobank aanvoert dat de bankrekening niet is geopend op naam van Multimedia & Facility Services B.V. maar op naam van Multimedia & Facility Services B.V. i.o. en dat haar nooit is meegedeeld dat voor betalingen vanaf deze rekening ook de goedkeuring van Eurocommerce was vereist, gaat deze stelling niet op. Nu Rabobank naar aanleiding van de brief van 13 juli 2004 de bankrekening heeft geopend, had zij uit die brief zonder meer moeten begrijpen dat deze ook betrekking had op de oprichtingsfase van de besloten vennootschap. Dit geldt te meer daar in de brief wordt verwezen naar het inschrijvingsnummer 09144107 van het handelsregister en dit inschrijvingsnummer betrekking heeft op Multimedia & Facility Services B.V. i.o..

5.3 Gezien het voorgaande is Rabobank aansprakelijk voor de schade die Eurocommerce als gevolg van de ten onrechte uitgevoerde overboekingen heeft geleden.

5.4 Ten aanzien van het verweer van Rabobank dat Eurocommerce niet zoveel schade heeft geleden als zij heeft gevorderd, overweegt de rechtbank als volgt.

5.5 Rabobank meent dat Eurocommerce in ieder geval € 10.000,00 minder schade heeft geleden dan in hoofdsom gevorderd, omdat Noordergraaf Beheer B.V. € 10.000,00 van de door haar geleende € 52.969,11 aan Eurocommerce heeft terugbetaald. Dit verweer van Rabobank moet worden verworpen. Eurocommerce heeft immers - onweersproken - aangevoerd dat zij het bedrag ter hoogte van € 52.969,11 bij de becijfering van het te verdelen saldo van € 135.526,09 (genoemd in rechtsoverweging 4.2) al buiten beschouwing heeft gelaten.

5.6 Ook de omstandigheid dat - zoals Rabobank aanvoert - de Nijhof Groep en Nysingh Advocaten en Notarissen van hun vordering geheel respectievelijk gedeeltelijk afstand hebben gedaan is reeds door Eurocommerce betrokken in het door haar opgevoerde te verdelen saldo en doet dus aan dat saldo niet af.

5.7 Rabobank stelt verder dat Eurocommerce aanspraak kan maken op teruggave van BTW, hetgeen in mindering kan worden gebracht op de geleden schade. Naar de inschatting van Rabobank betreft het “snel meer dan € 15.000,00”. Eurocommerce weet niet of een dergelijke vordering op de Belastingdienst bestaat, naar zij stelt.

5.8 Rabobank voert aan dat activa van Multimedia & Facility Services B.V. i.o., zoals kantoormeubilair en computers, zo nodig te gelde kunnen worden gemaakt om de schade zoveel mogelijk te beperken. Rabobank heeft dit standpunt echter niet nader onderbouwd, terwijl Eurocommerce aanvoert niet op de hoogte te zijn van het bestaan van activa van de besloten vennootschap in oprichting of aanschaf van kantoormeubilair.

5.9 Verder concludeert Rabobank dat Multimedia & Facility Services B.V. i.o. mogelijk een vordering heeft op B&S Kantoren X C.V., de eigenaar van het door de besloten vennootschap in oprichting gehuurde pand, vanwege “de aanleg van infrastructuren en dergelijke”. Eurocommerce stelt zich op het standpunt dat B&S Kantoren X C.V. het pand van haar heeft gekocht en daarbij geen enkele extra betaling heeft gedaan in verband met de aanwezige bekabeling. Eurocommerce voert aan ook overigens op geen enkele wijze van die bekabeling te profiteren.

5.10 Voorts stelt Rabobank dat de besloten vennootschap in oprichting over opdrachten beschikte van de Heidelberg Groep (Mebin), de Bibliotheekservice Gelderland en de Universiteit Wageningen. Dit actief zal volgens Rabobank een waarde vertegenwoordigen waarmee bij de liquidatie rekening dient te worden gehouden, waardoor mogelijke schade minder zal worden. Eurocommerce voert echter aan dat zij deze opdrachten niet kent en er in ieder geval op geen enkele wijze van heeft geprofiteerd of zal profiteren.

5.11 Ten slotte brengt Rabobank naar voren dat door de besloten vennootschap in oprichting een bedrag van € 8.772,00 is betaald ter zake van loonheffing en dat betalingen hebben plaatsgevonden aan de heren Tekens, Noordergraaf en Homan, die niet in dienst zijn bij de besloten vennootschap in oprichting. Eurocommerce voert aan dat zij, evenmin als Rabobank, weet op welke belastingplicht de betaling van loonheffing betrekking heeft. Voorts stelt zij dat, voor zover in verband met deze betalingen verhaal op derden mogelijk is, zij vrij is in de keuze van haar debiteur en niet gehouden is die derden aan te spreken in plaats van Rabobank.

5.12 De rechtbank ziet aanleiding om de zaak naar de rol te verwijzen voor uitlating door Eurocommerce en Rabobank, waarbij zij hun stellingen met betrekking tot de posten, genoemd in rechtsoverwegingen 5.7 tot en met 5.11, nader dienen te onderbouwen.

5.13 De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.

in de vrijwaringszaak

5.14 In meergenoemde brief van Eurocommerce aan Rabobank van 13 juli 2004 staat vermeld dat over de bankrekening kan worden beschikt door middel van goedkeuring door de heren [betrokkene 1] van Eurocommerce, [gedaagde 2 in vrijwaring] en [gedaagde 3 in vrijwaring] gezamenlijk. In de intentieovereenkomst staat eveneens vermeld dat betalingen slechts kunnen geschieden met de handtekeningen van Eurocommerce, [gedaagde 2 in vrijwaring] en [gedaagde 3 in vrijwaring]. Op dit punt was de inhoud van die brief dus in overeenstemming met de intentieovereenkomst. Daarom valt naar het oordeel van de rechtbank niet in te zien dat [gedaagde 1 in vrijwaring], [gedaagde 2 in vrijwaring] en [gedaagde 3 in vrijwaring] Rabobank willens en wetens valselijk zouden hebben geïnformeerd doordat de intentieovereenkomst eerst eind 2004 aan Rabobank bekend is geworden.

5.15 Rabobank voert aan dat (uitsluitend) [gedaagde 2 in vrijwaring] en [gedaagde 3 in vrijwaring] bevoegd waren rechtsgeldig handelingen, waaronder betalingsverkeer, namens de besloten vennootschap in oprichting te verrichten. Rabobank heeft echter betalingsopdrachten uitgevoerd die door [gedaagde 1 in vrijwaring] namens De Bruin Burgers Communicatieadviesbureau B.V. waren ondertekend. Uit het uittreksel uit het handelsregister blijkt dat noch De Bruin Burgers Communicatieadviesbureau B.V. noch [gedaagde 1 in vrijwaring] ter zake bevoegd is. [gedaagde 1 in vrijwaring] heeft bovendien het onweersproken verweer gevoerd dat hij van de afspraken omtrent de financiële aangelegenheden niet op de hoogte was en dat hij niet onrechtmatig heeft gehandeld door de opdrachten van zijn werkgever uit te voeren. Gelet hierop kan Rabobank [gedaagde 1 in vrijwaring] niet aansprakelijk stellen voor de schade die zij aan Eurocommerce moet vergoeden. De vordering jegens hem zal worden afgewezen.

5.16 [gedaagde 3 in vrijwaring] heeft, hoewel dit volgens de meergenoemde brief van 13 juli 2004 wel was vereist, niet getekend voor de betalingsopdrachten. [gedaagde 3 in vrijwaring] heeft onweersproken gesteld dat hij er niet van op de hoogte was dat gelden van de bankrekening werden afgeboekt. Ook heeft Rabobank niet weersproken dat [gedaagde 3 in vrijwaring], nadat hij kennis had genomen van deze betalingen, contact heeft opgenomen met Rabobank en heeft verzocht in het vervolg een opdracht tot betaling van een bedrag boven de € 10.000,00 slechts uit te voeren indien de opdracht was getekend door [gedaagde 3 in vrijwaring] en [gedaagde 2 in vrijwaring]. Het merendeel van de betalingen had op dat moment echter al plaatsgevonden. Gelet hierop kan [gedaagde 3 in vrijwaring] evenmin door Rabobank aansprakelijk worden gesteld voor de schade die deze in de hoofdzaak aan Eurocommerce moet vergoeden. Ook jegens hem zal de vordering worden afgewezen.

5.17 Ook [gedaagde 2 in vrijwaring] heeft niet getekend voor de betalingsopdrachten. Hij heeft echter wel [gedaagde 1 in vrijwaring] ervoor laten tekenen. Hiermee heeft [gedaagde 2 in vrijwaring] welbewust gehandeld in strijd met de afspraken. Bovendien hebben de betalingen in het bijzonder ten gunste van zijn eigen bedrijf, De Bruin Burgers Communicatieadviesbureau B.V., plaatsgevonden. Mede gezien het voorgaande komt de vordering van Rabobank op [gedaagde 2 in vrijwaring] de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat de vordering jegens hem toewijsbaar is.

5.18 Gelet op de beslissing in de hoofdzaak zal de rechtbank de beslissing in de vrijwaringszaak echter aanhouden.

6. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

6.1 bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 14 december 2005 voor uitlating door Eurocommerce als bedoeld in rechtsoverweging 5.12;

in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak

6.2 verstaat dat hoger beroep van dit vonnis alleen mogelijk is tegelijk met dat van het eindvonnis;

6.3 houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2005.

de griffier de rechter