Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AU9198

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
02-11-2005
Datum publicatie
06-01-2006
Zaaknummer
123738
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident ex art. 223 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 123738/HA ZA 05-309

Datum vonnis: 2 november 2005

Vonnis

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JOOSTEN PRODUCTIE- EN LASTECHNIEK B.V.,

gevestigd te Gendt,

eiseres in conventie, verweerster reconventie,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JOOSTEN KUNSTSTOFFEN DELFT B.V.,

gevestigd te Delft,

eiseres in conventie, verweerster reconventie,

tevens eiseres in het incident tot vrijwaring en

verweerster in het incident ex art. 223 Rv.,

procureur mr. A.J.B. Ross,

advocaat mr. R.H. van de Beeten,

beiden te Zevenaar

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KOK LEXMOND B.V.,

gevestigd te Lexmond, gemeente Meerkerk,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

tevens verweerster in het incident tot vrijwaring en

eiseres in het incident ex art. 223 Rv.,

procureur mr. E.A. van der Dussen te Arnhem,

advocaat mr. M. Straatman te Rotterdam.

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PLASTI-NED B.V.,

gevestigd te Rijen, gemeente Gilze en Rijen,

gedaagde in conventie,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal te Arnhem,

advocaat mr. W.A. Luiten te Rotterdam.

Het verloop van de procedure in de hoofdzaak en in de incidenten

Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 20 april 2005 wordt naar dat vonnis verwezen. De bij dat vonnis bepaalde comparitie van partijen heeft geen doorgang gevonden. Vervolgens heeft Kok Lexmond bij akte producties overgelegd en daarbij haar eis gewijzigd. Tevens heeft zij (in reconventie) een incidentele conclusie genomen met het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 223 Rv. Joosten Kunststoffen heeft daarop een incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring in het door Kok Lexmond opgeworpen incident genomen. Zowel Joosten Kunststoffen als Kok Lexmond hebben in de over en weer opgeworpen incidenten geantwoord. Joosten c.s. hebben tenslotte (in de hoofdzaak) een conclusie van antwoord in reconventie genomen, tevens houdende akte uitlating vermeerdering van eis. Daarna is vonnis in de incidenten bepaald.

De vaststaande feiten

1.1. Op 24 oktober 2003 heeft de gemeente Sliedrecht het werk “Vervanging riolering Nijverwaard fase 2 en 3” aan Kok Lexmond gegund. Fasen 2 en 3 zien op de vervanging van de riolering op het Noordelijke gedeelte van het industrieterrein Nijverwaard. Door Kok Lexmond dienden drie rioolstrengen (DWA-riool, VRWA-riool en SRWA-riool) op verschillende diepten te worden aangelegd.

1.2. Ten behoeve van de aanleg van het riool heeft/hebben Joosten Kunststoffen en/of Joosten PLT in opdracht van Kok Lexmond begin 2004 zestig inspectieputten geleverd aan Kok Lexmond. Deze putten bestaan uit drie elementen, de bolle bodem, een of meer tussenstukken en een kegelstuk, die door middel van een lasverbinding zijn samengesteld. De inspectieputten werden door Joosten PLT op haar vestiging in Gendt geproduceerd met materialen die door haar van Plasti-Ned werden betrokken.

1.3. Volgens het bestek dienden de inspectieputten te worden vervaardigd uit HD-PE (high density polyethyleen). Dat was bekend bij Joosten c.s.

1.4. Op 12 mei 2004 is plotseling een gat ontstaan in het wegdek van de Leeghwaterstraat te Sliedrecht ter hoogte van het bedrijfspand 41 (op voormeld industrieterrein). Na inspectie op 14 mei 2004, waarbij de heer [betrokkene] namens Joosten PLT en/of Joosten Kunststoffen aanwezig was, is vastgesteld dat het gat in het wegdek werd veroorzaakt door een deuk en een scheur in het onderste segment van put nr. D16. Toen is ook geconstateerd dat een aantal andere putten vervormingen vertoonden. Kok Lexmond heeft put D16 vervangen met door Joosten (PLT of Kunststoffen) aangeleverd materiaal.

1.5. Bij brieven van 14 mei 2004 en 8 juni 2004 heeft Kok Lexmond Joosten c.s. aansprakelijk gesteld voor de als gevolg van de vervormde/gescheurde putten te lijden schade.

1.6. Op 26 mei 2004 heeft een bouwvergadering plaatsgevonden waarbij Kok Lexmond, de gemeente Sliedrecht, Adcim BV (de door de gemeente ingeschakelde directievoerder) en voornoemde heer [betrokkene] aanwezig waren. Voorafgaand aan de vergadering heeft inspectie van het werk plaatsgevonden. Geconstateerd is toen dat op dat moment tien putten vervormingen vertoonden, waarvan drie ernstig (D13, D17 en V15). Deze putten zijn opnieuw door Joosten (PLT of Kunststoffen) aangeleverd en in het werk door Kok Lexmond vervangen.

1.7. Van voormelde bouwvergadering is een besprekingsverslag opgemaakt. Daarin is onder meer neergelegd:

“Dhr [betrokkene] verzekerd dat de kosten voortvloeiend uit het vervangen, begeleiden en inspecteren van de defecte putten zoals uitvoeringskosten, materiaalkosten, inspectiekosten, en directiekosten vergoed zullen worden”.

1.8. Bij brief van 8 juni 2004 heeft Kok Lexmond aan Joosten PLT geschreven dat de vervangen put D16 opnieuw vervormingen vertoont en dat betaling van de nog openstaande facturen wordt opgeschort totdat een beter inzicht is verkregen in de wijze waarop de onderhavige kwestie zal worden afgewikkeld.

1.9. Op 15 juni 2004 heeft de schade-expert McLarens Young van de AVB verzekeraar (Delta Lloyd) van Joosten c.s. een rapport uitgebracht ter zake van de onderhavige schade. Het rapport bevindt zich (als productie 12) bij de stukken. Daarin is neergelegd dat de oorzaak van de schade zou kunnen zijn gelegen in “1) mechanische beschadiging van buitenaf, 2) een gebrekkige kwaliteit van een aantal van Plasti-Ned afkomstige segmenten of 3) een ‘overbelasting’ van de grond- en waterdruk op de wand van de put”.

1.10. In opdracht van Joosten c.s. heeft TNO op 20 en 23 augustus 2004 rapporten uitgebracht van onderzoeken met betrekking tot de aard van het materiaal van de inspectieputten en de kwaliteit van de lasnaden. Deze rapporten bevinden zich (als producties 17 en 21) bij de stukken.

1.11. Op 1 oktober 2004 heeft hernieuwde opneming van de toestand van de putten plaatsgevonden. Namens Joosten (PLT en/of Kunststoffen) was daarbij aanwezig J. Hartman. In het daarvan opgemaakte rapport is neergelegd dat 16 putten in meerdere of mindere mate zijn ingedeukt of vervormd en dat bij put R40 het waterniveau boven de PE-putschacht staat.

1.12. Bij brief van 1 oktober 2004 heeft de schade-expert van de CAR-verzekeraar (Centraal Beheer Achmea) van de gemeente Sliedrecht aan de Gemeente geschreven dat zij geen dekking biedt voor de schade omdat deze is veroorzaakt door gebreken in de levering van de putten door Joosten BV - de putten zijn vervaardigd uit LLDPE, terwijl in het bestek HDPE was voorgeschreven en er zijn gebrekkige lasnaden geconstateerd - zodat geconcludeerd moet worden dat de putten niet conform het bestek zijn geleverd en reeds vóór de verwerking in het werk een eigen gebrek vertoonden; de CAR polis kent voor dergelijke situaties een uitsluiting.

1.13. Bij brief van 15 oktober 2004 heeft Plasti-Ned aan Joosten Kunststoffen geschreven:

“De PE welke wij gebruiken tbv de productie van uw putten is een lldpe met 33n dichtheid van minimaal 935 kg/m³.

Na toevoeging van pigmenten en na ons productieproces is de dichtheid normaal gesproken ca 940 kg/m³ en spreekt men van een hogedichtheid polyethyleen (HDPE)”.

1.14. In opdracht van Kok Lexmond heeft Kiwa onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van de lasnaden. De bevindingen daarvan zijn neergelegd in brieven van Kiwa aan Kok Lexmond van 17 november 2004 en 7 juni 2005. Daarbij zijn gevoegd “analyserapporten kunststof inspectieputten” (producties 18, 19 en F).

1.15. Namens Kok Lexmond heeft Arag Rechtsbijstand Joosten Kunststoffen bij brief van 25 november 2004 gesommeerd de te vervangen putten kosteloos en conform de bestekeisen de herleveren en volledige aansprakelijkheid te erkennen voor de gevolgschade.

1.16. Kok Lexmond heeft inmiddels op last van de gemeente Sliedrecht alle zestig putten vervangen.

1.17. Op 30 maart 2005 heeft dr. J. Breen van TNO Industrie en Techniek op vragen van Kok Lexmond een notitie opgesteld met als onderwerp “HDPE versus LLDPE” (productie 40).

1.18. Joosten c.s. hebben Kok Lexmond in verband met de aan laatstgenoemde geleverde producten (inspectieputten) en diensten gefactureerd. Kok Lexmond heeft de facturen van Joosten Kunststoffen onbetaald gelaten tot een bedrag van € 54.221,58 en die van Joosten PLT tot een bedrag van € 20.163,42.

Het geschil in de hoofdzaak en in de incidenten

2. In de hoofdzaak hebben Joosten c.s. gevorderd Kok Lexmond te veroordelen aan hen te betalen de onder 1.18 genoemde restant factuurbedragen ad € 54.221,58 en € 20.163,42, telkens te vermeerderen met de wettelijke handelsrente. Voorts hebben zij gevorderd Joosten c.s. te veroordelen aan hen te betalen de buitengerechtelijke en gerechtelijke incassokosten ad € 1.834,97 (berekend tot en met december 2004), vermeerderd met een voorlopig begroot bedrag van

€ 13.000,--, althans Kok Lexmond op de voet van art. 6:92 BW te veroordelen in de tot aan de voorbereiding van de dagvaarding gemaakte kosten. Joosten c.s. hebben aan hun vorderingen naast de hiervoor onder 1.2 en 1.18 vermelde feiten ten grondslag gelegd dat op de overeenkomst met Kok Lexmond hun algemene voorwaarden van toepassing zijn.

3. Voorwaardelijk - voor het geval een door Kok Lexmond in reconventie ingestelde vordering geheel of gedeeltelijk zal worden toegewezen danwel indien en voor zover een beroep van Kok Lexmond op wanprestatie en/of verrekening tegenover Joosten Kunststoffen wordt gehonoreerd wegens gebrekkigheid van de door Plasti-Ned geleverde materialen - hebben Joosten c.s. gevorderd Plasti-Ned te veroordelen aan Joosten Kunststoffen te betalen de door Joosten c.s. van Kok Lexmond gevorderde bedragen, een en ander voor zover die bedragen niet door de rechtbank in conventie worden toegewezen c.q. het meerdere indien dat in reconventie wordt toegewezen.

4. Kok Lexmond en Plasti-Ned hebben het gevorderde gemotiveerd weersproken. Kok Lexmond heeft, kort weergegeven, opgeworpen dat zij alleen zaken heeft gedaan met Joosten Kunststoffen en dat de door laatstgenoemde aan haar geleverde inspectieputten niet aan de overeenkomst voldeden omdat:

a. de putten zijn vervaardigd uit LLDPE en niet uit, zoals in het bestek was voorgeschreven, HDPE;

b. te lange tussenstukken zijn gebruikt en

c. de lasverbindingen van slechte kwaliteit waren.

Joosten Kunststoffen is daarom toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst, ten gevolge waarvan Kok Lexmond schade heeft geleden. Kok Lexmond wenst deze schade te verrekenen met de door Joosten c.s. gevorderde factuurbedragen. Subsidiair heeft Kok Lexmond zich beroepen op een opschortingsrecht met het oog op verrekening van de beweerdelijk door haar geleden schade, en meer subsidiair op dwaling. Het beroep van Joosten c.s. op haar algemene voorwaarden gaat volgens Kok Lexmond om verschillende redenen niet op.

Kok Lexmond heeft op grond van het voorgaande in reconventie gevorderd, na wijziging van eis:

a. voor recht te verklaren dat Joosten Kunststoffen toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst en dat Joosten Kunststoffen aansprakelijk is voor alle geleden en nog te lijden schade,

b. voor recht te verklaren dat Kok Lexmond de onder a bedoelde schade mag verrekenen met de niet door Kok Lexmond voldane facturen van Joosten Kunststoffen,

c. voor recht te verklaren dat Joosten Kunststoffen jegens Kok Lexmond aansprakelijk is voor de schade welke deze lijdt als gevolg van een eventuele weigering van de gemeente Sliedrecht tot oplevering van het werk over te gaan, danwel een verdere vertraging daarvan, voor zover verband houdende met de (vervanging van de) door Joosten Kunststoffen en/of Joosten PLT geleverde putten, welke schade nader bij schadestaat is op te maken,

d. Joosten Kunststoffen te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 579.640,84 wegens reeds geleden schade, te vermeerderen met de wettelijke rente als in de wijziging van eis onder i t/m xi is weergegeven,

e. Joosten Kunststoffen te veroordelen aan Kok Lexmond te voldoen de nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet

Subsidiair heeft Kok Lexmond gevorderd de overeenkomst met Joosten Kunststoffen gedeeltelijk te ontbinden en Joosten Kunststoffen voor het ontbonden deel van de overeenkomst te veroordelen tot betaling van vervangende schadevergoeding aan Kok Lexmond ter hoogte van het bedrag als primair gevorderd, met terugneming van de op de werf van Kok Lexmond opgeslagen putten.

Meer subsidiair (voorwaardelijk) heeft Kok Lexmond gevorderd de overeenkomst met Joosten Kunststoffen te ontbinden en Joosten Kunststoffen te veroordelen tot betaling van vervangende schadevergoeding aan Kok Lexmond ter hoogte van het bedrag als primair gevorderd, met terugneming van de op de werf van Kok Lexmond opgeslagen putten.

5. Voorwaardelijk, voor het geval mocht komen vast te staan dat tussen Kok Lexmond en Joosten PLT enige overeenkomst tot stand is gekomen, heeft Kok Lexmond tegen Joosten PLT dezelfde vorderingen ingesteld zoals hiervoor onder 4 is weergegeven.

6. Bij incidentele conclusie heeft Kok Lexmond tevens gevorderd voor de duur van het geding een voorlopige voorziening te treffen in die zin, dat Joosten Kunststoffen zal worden veroordeeld aan haar te betalen een bedrag van € 200.000,-- als voorschot op de door Kok Lexmond geleden en nog te lijden schade zoals die in reconventie is gevorderd, dan wel Joosten Kunststoffen te veroordelen tot het stellen van een bankgarantie conform het Rotterdams Garantieformulier tot voormeld bedrag.

7. Joosten c.s. hebben gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen in reconventie. Joosten Kunststoffen heeft tevens gemotiveerd verweer gevoerd tegen de provisionele vordering op gronden die hierna zo nodig aan de orde zullen komen. Zij heeft tevens bij incidentele conclusie gevorderd Plasti-Ned op te roepen in het door Kok Lexmond aangespannen incident tot het treffen van een voorlopige voorziening.

8. Ter zake van laatstbedoelde incidentele vordering heeft Kok Lexmond zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De beoordeling van het geschil

9. Om proceseconomische redenen zal eerst het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening worden beoordeeld.

Het incident ex art. 223 Rv.

10. Vooropgesteld wordt dat het algemene vereiste voor toewijsbaarheid van een provisionele vordering, dat de eisende partij bij haar vordering belang heeft, gevoegd bij de beperkte werkingsduur van een provisionele voorziening op grond van art. 223 Rv, ertoe leidt dat het belang bij de gevraagde voorziening zodanig dringend moet zijn dat van de eisende partij niet kan worden gevergd dat zij de afloop van de procedure in de hoofdzaak afwacht.

Kok Lexmond heeft daartoe gesteld dat, gelet op de complexiteit van de zaak het eindvonnis in de hoofdzaak op korte termijn niet te verwachten valt en van haar niet gevergd kan worden dat zij de afloop van de bodemzaak afwacht, enerzijds omdat de vrees bestaat dat met het verstrijken van de tijd Joosten Kunststoffen geen verhaal meer zal bieden en anderzijds omdat als gevolg van de opgetreden schade en de door Kok Lexmond gestelde bankgarantie (om te komen tot opheffing van de door Joosten c.s. gelegde beslagen) haar liquiditeitspositie is aangetast. Deze omstandigheden, zo al juist, hangen zo nauw samen met de vraag of en zo ja tot welk bedrag Joosten Kunststoffen aansprakelijk is voor de door Kok Lexmond gestelde schade, dat aan genoemd vereiste slechts kan zijn voldaan wanneer voldoende aannemelijk is dat het provisioneel gevorderde bedrag in de hoofdzaak toewijsbaar zal zijn.

11. Volgens Kok Lexmond is dat laatste het geval omdat uit de onder 1.13 bedoelde brief van Plasti-Ned van 15 oktober 2004 in samenhang met de notitie van Breen van TNO van 30 maart 2005 blijkt dat het door Joosten Kunststoffen gebruikte materiaal bij de fabricage van de putten gebrekkig is geweest (omdat LLDPE is gebruikt in plaats van HDPE) en omdat uit de rapporten van Kiwa en TNO blijkt dat de lasverbindingen van de door Joosten Kunststoffen geleverde putten van slechte kwaliteit waren. Dat, gevoegd bij het feit dat op dit moment met voldoende mate van zekerheid vast staat dat alleen de schade wegens het vervangen van de defecte putten al € 342.740,88 heeft bedragen, maakt volgens Kok Lexmond dat de provisionele vordering toewijsbaar is.

12. Naast haar verweer dat zij niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de door Kok Lexmond gestelde schade en dat zij niet of niet volledig aansprakelijk is op grond van haar toepasselijke algemene voorwaarden, heeft Joosten Kunststoffen de aansprakelijkheid voor die schade gemotiveerd betwist. Zij heeft daarvoor, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.

De begrippen HDPE en LLDPE zijn geen technisch vastomlijnde begrippen en Joosten Kunststoffen heeft, in dat licht bezien, aan Kok Lexmond putten geleverd die voldoen aan de overeenkomst. Joosten Kunststoffen heeft ter staving van dat verweer daarvoor verwezen naar het rapport van TNO van 23 augustus 2004 en de eerder genoemde notitie van Breen van TNO. De lasverbindingen zijn volgens Joosten Kunststoffen van voldoende kwaliteit. Zij heeft in dat verband verwezen naar het rapport van TNO van 20 augustus 2004.

13. Aan de hiervoor weergegeven verweren van Joosten Kunststoffen kan niet zonder nader onderzoek, dat wil zeggen niet zonder een getuigenverhoor en/of een deskundigenonderzoek, worden voorbijgegaan. Daarbij is van belang dat in het rapport van TNO van 23 augustus 2004 als conclusie is vermeld dat het voor de inspectieputten gebruikte materiaal, met een dichtheid van 0,949 kg/m³ naar alle waarschijnlijkheid hoge dichtheid polyetheen (PE-HD) is. Dat strookt met de notitie van Breen, waarin is vermeld dat dichtheden hoger dan 0.940 g/cm³ nagenoeg niet kunnen worden verkregen met LLDPE grades en dat van een ongevulde PE grade met een dichtheid van 0,949 g/cm³ met bijna 100% zekerheid kan worden aangenomen dat dit een HDPE grade betreft. Al met al kan thans niet met voldoende mate van zekerheid worden aangenomen dat het door Joosten Kunststoffen gebruikte materiaal afweek van hetgeen in het bestek was voorgeschreven en dat de door Joosten Kunststoffen geleverde putten daarom niet deugdelijk waren. De onder 1.13 geciteerde brief van Plasti-Ned van 15 oktober 2004 kan dat niet anders maken. Datzelfde geldt voor de lasverbindingen. Weliswaar volgt uit de begeleidende brieven van Kiwa van 17 november 2004 en 7 juni 2005 bij haar analyserapporten dat de lasverbindingen van de aangeleverde proefstukken niet goed waren, maar daar staat tegenover het rapport van TNO van 20 augustus 2004. Daarin is neergelegd dat aangenomen wordt dat de las van het aangeleverde proefstuk ”van voldoende kwaliteit is in relatie tot de tank”. In datzelfde rapport is wel vermeld dat de onderzochte las niet voldoet aan de eisen gesteld in “DVS 2205 Teil 1”, maar Joosten Kunststoffen heeft betwist dat die Duitse norm in Nederland van toepassing is. In het rapport van McLarens is (na controle van put D16) vermeld dat uitgesloten wordt dat de oorzaak van de scheur is gelegen in de kwaliteit van de lasverbinding.

Bij al het voorgaande komt bovendien dat de partijen over en weer de inhoud van de in opdracht van de ander opgemaakte (partij) deskundigenrapporten hebben betwist.

14. Dat de uitvoering van het door Joosten Kunststoffen gebruikte materiaal bij de vervaardiging van de putten gebrekkig was - omdat putten zijn geleverd met een wanddikte van 8 à 10 mm, terwijl voor LLPDE een dikte van 14 à 18 mm gebruikelijk is en omdat te lange tussenelementen zijn gebruikt - en dat als gevolg daarvan de schade is ontstaan, zoals Kok Lexmond nog heeft gesteld, kan op dit moment evenmin als voldoende vaststaand worden aangenomen. Joosten Kunststoffen heeft het gemotiveerd betwist en in de hiervoor genoemde (partij)deskundigenrapporten zijn voor deze stelling onvoldoende aanknopingspunten te vinden.

15. Al met al staat dan ook op dit moment onvoldoende vast dat Kok Lexmond in de hoofdzaak (in reconventie) enig bedrag toekomt.

De slotsom is dat de provisionele vordering reeds op grond van het voorgaande, nog afgezien van hetgeen overigens door Joosten Kunststoffen is aangevoerd, moet worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Kok Lexmond in de kosten van het incident worden veroordeeld.

Het incident tot vrijwaring

16. Daargelaten of het oproepen van een derde in vrijwaring verenigbaar is met de aard van de voorlopige voorzieningenprocedure en de daarin vereiste spoed, geldt het volgende. Nu de provisionele vordering van Kok Lexmond jegens Joosten Kunststoffen wordt afgewezen, heeft laatstgenoemde geen belang meer bij haar vordering tot oproeping in vrijwaring van Plasti-Ned in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening, zodat zij daarin niet-ontvankelijk verklaard moet worden.

17. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Joosten Kunststoffen in de kosten van het incident worden veroordeeld.

In de hoofdzaak

18. Er bestaat, nu Kok Lexmond reeds heeft geantwoord in de conventie en Joosten c.s. hebben geantwoord in de reconventie, aanleiding een comparitie van partijen te beleggen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of de partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Daarbij kan de mogelijkheid van doorverwijzing naar een mediator aan de orde komen.

19. De rechtbank wijst de partijen erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekking - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

20. De partijen wordt verzocht de stukken waarop zij tijdens de comparitie een beroep willen doen, uiterlijk twee weken tevoren in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toe te zenden.

21. De partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen.

22. Ter zitting zal aan de orde komen of een deskundigenonderzoek noodzakelijk is, welke vragen beantwoord moeten worden en wie de partijen als deskundige benoemd willen zien. De partijen wordt verzocht daartoe (liefst in onderling overleg) reeds een vragenlijst te concipiëren en de na(a)m(en) van de deskundige(n) gereed te hebben.

23. Hoger beroep van dit vonnis in de hoofdzaak staat slechts open tegelijk met dat van het eindvonnis. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

De rechtbank:

in het incident tot vrijwaring

verklaart Joosten Kunststoffen niet-ontvankelijk in haar vordering,

veroordeelt Joosten Kunststoffen in de kosten van de procedure in het incident, tot deze uitspraak aan de zijde van Kok Lexmond bepaald op € 452,-- voor salaris procureur,

in het incident ex art. 223 Rv

weigert de gevorderde voorziening,

veroordeelt Kok Lexmond in de kosten van de procedure in het incident, tot deze uitspraak aan de zijde van Joosten Kunststoffen bepaald op € 2.000,-- voor salaris procureur,

in de hoofdzaak

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. J.T.G. Roovers in gerechtsgebouw te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 16 november 2005 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de maandagen in de maanden december 2005 tot en met februari 2006, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

wijst partijen er op, dat voor de zitting drie uur zal worden uitgetrokken,

bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd zullen zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

verzoekt de tijdige toezending van de stukken,

verstaat dat hoger beroep van dit vonnis in de hoofdzaak alleen mogelijk is tegelijk met dat van het eindvonnis,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.T.G. Roovers en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2005.

de griffier de rechter

coll.: ED