Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AU4920

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
14-09-2005
Datum publicatie
25-10-2005
Zaaknummer
116935
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Appartementencomplex met woningen en een openbare bibliotheek. Eisers zijn bewoners van het complex. Zij stellen onder meer dat er onrechtmatig gebruik van de bibliotheekruimte wordt gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 116935 / HA ZA 04-1502

Datum vonnis: 14 september 2005

Vonnis

in de zaak van

1A. [eiser 1a],

1B. [eiser 1b],

echtgenoten,

2A. [eiser 2a],

2B. [eiser 2b],

echtgenoten,

3. [eiser 3],

4. [eiser 4],

5. [eiser 5],

allen wonende te [woonplaats],

eisers,

procureur mr. J.H. van Vliet,

advocaat mr. P.H.N. van Spanje te Wageningen,

tegen

de stichting

STICHTING OPENBARE BIBLIOTHEEK WAGENINGEN,

gevestigd te Wageningen,

gedaagde,

procureur en advocaat mr. H.M.G. van Lotringen te Ede.

Partijen zullen hierna [eiser 1] c.s., zonodig ieder afzonderlijk bij naam, en de OBW genoemd worden.

12. De procedure

12.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de incidentele conclusie tot onbevoegdheid, tevens conclusie van antwoord,

- het incidenteel vonnis van 11 mei 2005

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 28 juni 2005.

In dit proces-verbaal staat -onder meer - vermeld dat de partijen tijdens de zitting zijn overeengekomen dat de procedure tussen mevrouw [betrokkene 1] - eiseres 6 in de dagvaarding - en de OBW in verband met haar overlijden wordt beëindigd.

12.2. Ten slotte is opnieuw vonnis bepaald.

13. De feiten

13.1 Bij besluit van 17 mei 1982 is door de gemeente Wageningen een vergunning verleend aan de OBW voor het bouwen van een bibliotheek met bovenwoningen op een aan de OBW in erfpacht toebehorend terrein aan de Stationsstraat/ Bergstraat te Wageningen. De gemeente heeft vanwege strijdigheid met de bestemming van dat terrein -uitsluitend bestemd voor woningen, winkels en kantoren - aan de OBW in de bouwvergunning vrijstelling verleend van de bepalingen van het toen en thans nog geldende bestemmingsplan ‘Bergpoort’ van 1 maart 1967.

13.2 Bij akte van 11 oktober 1983 (hierna te noemen: ‘de splitsingsakte’) is dit door de OBW gebouwde complex gesplitst in tien appartementsrechten. Bij deze akte is tevens de VVE opgericht.

13.3 Op deze splitsing is het Reglement, zijnde het ‘reglement van splitsing van eigendom’ van februari 1973, destijds vastgesteld door de Koninklijke Broederschap der Notarissen in Nederland, van toepassing verklaard, voor zover daarvan in de splitsingakte niet van wordt afgeweken. In dit Reglement is, voor zover in deze procedure relevant, onder meer bepaald:

“(...)C. Regeling omtrent het gebruik, het beheer en het onderhoud van privé gedeelten

Artikel 9

1. Iedere eigenaar of gebruiker heeft het recht op uitsluitend gebruik van zijn privé gedeelte, mits hij bij de uitoefening van dat recht het reglement en het huishoudelijk reglement in acht neemt en mits hij aan de andere eigenaars en gebruikers geen onredelijke hinder toebrengt.

2. De eigenaars en gebruikers zijn verplicht het privé gedeelte te gebruiken overeenkomstig de daaraan nader in de akte te regelen bestemming.

Een gebruik dat afwijkt van deze bestemming is slechts geoorloofd met toestemming van de vergadering. (...)

M. Oprichting van een vereniging van eigenaars en vaststelling van statuten van deze vereniging

I. Algemene bepalingen(...)

II. Vergadering van eigenaars(...)

Artikel 33

1. Stemgerechtigd zijn de eigenaars, onverminderd het bepaalde in artikel 875 q lid 3 van het B.W. (...)

3. Het maximum aantal stemmen in de vergadering en de verdeling van de stemmen worden in de akte bepaald. (...)

Artikel 36

1. Alle besluiten, waarvoor in dit reglement of krachtens de wet geen afwijkende regeling is voorgeschreven, worden genomen met volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen. (...)

Artikel 37

1. De vergadering beslist over het beheer van de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken, voorzover de beslissing hierover niet aan de administrateur is opgedragen.

2. De beslissing over het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken berust bij de administrateur. Deze kan echter geen onderhoudswerkzaamheden opdragen die een nader in de akte te bepalen bedrag te boven gaat, indien hij daartoe niet vooraf door de vergadering is gemachtigd.(...)

4. Ieder der eigenaars of gebruikers is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de besluiten der vergadering, voorzover dit redelijkerwijze van hem verlangd kan worden. Lijdt hij als gevolg hiervan schade dan wordt deze hem door de vereniging vergoed.

5. Besluiten door de vergadering tot het doen van uitgaven die een in de akte nader te bepalen bedrag te boven gaan, kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste drie/vierde van het aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of vertegenwoordigd is, dat ten minste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan uitbrengen. In een vergadering, waarin minder dan twee/derde van het in de vorige zin bedoelde maximum aantal stemmen kan worden uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen.

In dat geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de eerste.

In de oproep tot deze vergadering zal mededeling worden gedaan dat de komende vergadering een tweede vergadering is als bedoeld in dit artikel. In deze vergadering zal over de aanhangige onderwerpen een besluit kunnen worden genomen ongeacht het aantal stemmen, dat ter vergadering kan worden uitgebracht. (...)

8. Het in lid 5 bepaalde geldt eveneens voor besluiten tot verbouwing of voor besluiten tot het aanbrengen van nieuwe installaties of tot het wegbreken van bestaande installaties, voorzover deze niet als een uitvloeisel van het normale beheer zijn te beschouwen. De eigenaar, die van een zodanige maatregel geen voordeel trekt, is niet verplicht in de kosten hiervan bij te dragen. (...)”

13.4 In aanvulling op dan wel in afwijking van het Reglement is in de splitsingsakte onder meer bepaald:

“(...) 10.

d Ten aanzien van het maximaal aantal stemmen als bedoeld in artikel 33 lid 3 van evenbedoeld reglement wordt bepaald, dat het maximaal aantal stemmen in de vergadering bedraagt achttien.

De eigenaar van het appartementsrecht A 1 heeft negen stemmen en de eigenaren van de appartementsrechten A 2 tot en met 10 hebben voor ieder appartementsrecht één stem. (...)

g. Artikel 37 lid 2 komt te vervallen en komt te luiden:

“2. De beslissing over het onderhoud van de gemeenschappelijke zaken berust bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur kan echter geen onderhoudswerkzaamheden opdragen die een bedrag van zevenduizend vijfhonderd gulden (fl. 7.500,--) te boven gaan, indien het dagelijks bestuur daartoe niet vooraf door de vergadering is gemachtigd.”

h. Het bedrag bedoeld in artikel 37 lid 5 van het algemeen reglement wordt bij deze vastgesteld op zevenduizend vijfhonderd gulden ( fl. 7.500,--).

13.5 Partij [eiser 1] c.s. wordt thans - na het overlijden van mevrouw [betrokkene 1]- gevormd door vijf van de negen gezamenlijke appartementseigenaren en gebruikers van de volgende woningen:

-Stationsstraat 6 = appartementsrecht 10 ([eisers 2a en b])

-Stationsstraat 8 = appartementsrecht 9 ( [eiser 4])

-Stationsstraat 12 = appartementsrecht 7 ([eiser 3])

-Stationsstraat 14 = appartementsrecht 6 ([eiser 1])

-Stationsstraat 18 = appartementsrecht 4 ( [eiser 5])

13.6 De OBW is eigenaar van appartementsrecht 1 (Stationsstraat 2) rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de bibliotheekruimte op de begane grond en de eerste verdieping. De dagelijkse leiding is in handen van haar directeur, de heer [betrokkene 2].

13.7 In 2003 heeft de OBW besloten tot een grootschalige verbouwing en herinrichting van haar appartementsrecht. Hiertoe heeft zij op 20 december 2002 een bouwvergunning aangevraagd, welke vergunning door de gemeente Wageningen op 1 april 2003 is verleend. In die vergunning wordt verwezen naar de eerder verleende vrijstelling van het bestemmingsplan ten behoeve van de bouwvergunning van 24 augustus 1982 ( zie rechtsoverweging 13.1).

13.8 Voorzover de verbouwing ook wijzigingen aan gemeenschappelijke gedeelten betrof, heeft de OBW haar verbouwingsvoorstellen aan de vergadering van de VVE voorgelegd. Hiertoe is op 31 maart 2003 een voorstel (versie 4) op papier gezet, met -onder meer- de volgende inhoud:

“De Vereniging van Eigenaren Appartementencomplex Bergstraat/ Stationsstraat (VvE) in haar vergadering d.d. 1 april 2003 bijeen besluiten met meerderheid van stemmen in te stemmen met het verzoek van de Stichting Verenigde Openbare Bibliotheken Wageningen (OBW) om de volgende wijzigingen aan te brengen aan de gemeenschappelijke gedeelten van de VvE, t.w.:

1. Het wijzigen van de entree en trappenhuis conform overhandigde tekeningen en de daarbij gegeven mondelinge toelichting. Dit onder voorwaarde dat de kosten voor deze wijzigingen volledig ten laste komen van de OBW;

2. Het aanbrengen van houten buiten zonneweringen aan de buitenzijde van het gebouw conform overhandigde tekeningen en de daarbij gegeven mondelinge toelichting. Dit onder voorwaarde dat de kosten voor het aanbrengen van deze zonwering volledig ten laste komen van de OBW. De OBW verplicht zich indien door deze nieuw aangebrachte zonwering een geluidsoverlast ontstaat, die hoger is dan de normaal geldende normen, de OBW hiertegen passende maatregelen zal nemen. (...)

3. Het aanbrengen van gaten in het geraamte van het gebouw ten behoeve van een nieuw ventilatiesysteem conform overhandigde tekeningen en de daarbij gegeven mondelinge toelichting. Dit onder voorwaarde dat de kosten voor het boren van deze gaten volledig ten laste komen van de OBW. De OBW verplicht zich indien door de nieuw aangebrachte ventilatiesysteem een geluidsoverlast ontstaat welke meetbaar meer is dan de toegestane wettelijke normen genoemd in het bouwbesluit ingaande 1 januari 2003 op haar kosten zodanige aanpassingen aan te brengen dat de geluidsoverlast lager uit zal komen dan het toegestane maximum. (...)

4. Het verwijderen van een deel van de vloer van de eerste verdieping ten behoeve van het aanleggen van een nieuwe trap conform overhandigde tekeningen en de daarbij gegeven mondelinge toelichting. Dit onder voorwaarde dat de kosten van het verwijderen van de vloer volledig ten laste komen van de OBW. De OBW verplicht zich indien door het verwijderen van de vloer een geluidsoverlast ontstaat welke meetbaar meer is dan de toegestane wettelijke normen van het bouwbesluit ingaande 1 januari 2003 op haar kosten zodanige aanpassingen aan te brengen dat de geluidsoverlast lager uit zal komen dan het toegestane maximum. (...)

6. Het uitbreiden van de stookruimte op het platte dak van de tweede verdieping conform overhandigde tekeningen en de daarbij gegeven mondelinge toelichting. Dit onder voorwaarde dat de kosten voor het uitbreiden van de stookruimte volledig ten laste komen van de OBW. De OBW probeert de geluidsoverlast vanuit het stookhok voor de woningen tot een minimum te beperken. (...)

8. Het verwijderen van het bestaande ventilatiesysteem op het dakterras van de tweede verdieping. Dit onder voorwaarde dat het verwijderen van het ventilatiesysteem volledig ten laste komt van de OBW.

9. Het aanpassen van de entree de gezamenlijke entree op zowel de begane grond als op de eerste en tweede verdieping. Dit onder voorwaarde dat de kosten hiervan volledig ten laste komen van de OBW. (....)

De Vereniging van Eigenaren Appartementencomplex Bergstraat/

Stationsstraat (VvE) in haar vergadering d.d. 1 april 2003 bijeen besluiten met ¾ van de stemmen in te stemmen met het verzoek van de Stichting Verenigde Openbare Bibliotheken Wageningen (OBW) om de volgende wijzigingen aan te brengen aan de gemeenschappelijke gedeelten van de VvE, t.w.:

11. het aanbrengen van een nieuwe lichtkoepel op het dakterras op de tweede verdieping. Dit onder voorwaarde dat het aanbrengen van de lichtkoepel gefinancierd wordt met de reservering uit het onderhoudsfonds en dat de meerkosten en verdere consequenties van de gekozen oplossing volledig ten laste komen van de OBW.

12. Het vervangen van de dakbedekking van het dakterras ten laste van de VvE mits de kosten van de vervanging een bedrag van

€ .... (incl. BTW) niet te boven gaan.

13. Het vervangen van de twee CV ketels geplaatst in de stookruimte op het dakterras ten laste van de VvE ( met verrekening van eerdere afschrijving en energiebesparing) mits de kosten van de vervanging een bedrag van € .... ( incl BTW) niet te boven gaan.

Daarnaast worden de volgende afspraken hiermede bevestigd: (...)

d) De OBW verplicht zich alles in het werk te zullen stellen dat tijdens de verbouwing binnen redelijke grenzen, de overlast voor de bewoners zoveel als mogelijk wordt beperkt. Daarbij garandeert zij dat de toegang tot de woningen en schuurtjes in ieder geval blijft gegarandeerd.

e) De OBW garandeert dat de bereikbaarheid van de woningen (inclusief brievenbus, bellenbord, ‘rode knop’, ingang en steegje) normaal mogelijk blijft.

f) Mocht blijken dat de lift van de begane grond naar de tweede verdieping meer dan 1 dag buiten gebruik zal moeten worden gesteld dan zal in goed overleg met de bewoners Stationsstraat 6 t/m 22 voor sommige bewoners naar tijdelijke bewoning moeten worden uitgezien. De kosten hiervoor (binnen redelijke grenzen) komen voor rekening van de OBW.

g. De OBW garandeert dat het dakterras op de tweede verdieping en het trappenhuis/entree door de aannemer niet als opslagplaats zal worden gebruikt (m.u.v. materialen die direct nodig zijn op het terras).(...)

l) De planning van grote werkzaamheden dient tenminste 2 dagen van tevoren aan de bewoners kenbaar te worden gemaakt. Dit betreft dan met name werkzaamheden zoals:

I. Het veroorzaken van grote geluidsoverlast

II. Het niet beschikbaar zijn van de lift

III. Het niet beschikbaar zijn van water, elektra, telefoon, kabel en/of gas, etc.(...)”

13.9 De VVE heeft op 1 april 2003 vergaderd. Hiervan is het volgende verslag gemaakt:

“(...)

2. Besluiten t.a.v. het aanbrengen van veranderingen genoemd in de bijlage versie 4

Aan de orde is de bijlage, versie 4, m.b.t. het verzoek van de Openbare Bibliotheek Wageningen in te stemmen met de voorgestelde aanpassingen van de gemeenschappelijke ruimten.

Besluiten dienen te worden genomen met een meerderheid van stemmen.

In stemming wordt gebracht de punten 1 t/m 10 van de genoemde bijlage versie 4

(...)

De voorstellen 1 t/m 10 zijn met meerderheid van stemmen aangenomen. (...)

Het voorstel van punt 11 wordt met meerderheid van stemmen aangenomen.

Instemming over de punten 12 en 13 wordt nog aangehouden i.v.m. het ontbreken van de volledige financiele gegevens. De instemming zal de start van de bouw niet belemmeren. (....)

Besloten wordt om Notaris [betrokkene 4] te vragen de besluiten te toetsen aan de splitsingsakte.

De punten a t/m n worden door de aanwezigen onderschreven.

3. Rondvraag en sluiting(...)

-Geluidsmetingen: Dinsdag 8 april 2003 vinden geluidsmetingen plaats tussen 15.00 en 22.00 uur. De woningen dienen dan bereikbaar te zijn.

-Tekenen contracten verbouwing: woensdag 9 april 2003 worden de contracten met de diverse bedrijven getekend. (...)

- Datum oplevering: Volgens de planning zal de bibliotheek in december weer in de Stationsstraat van start gaan. (...)”

13.10 De bouw- en sloopwerkzaamheden zijn op 22 april 2003 aangevangen.

13.11 Op 13 januari 2004 heeft opnieuw een vergadering van de VVE plaatsgevonden. Het verslag van 25 januari 2004 van deze vergadering luidt onder meer:

“ (...)

De voorzitter opent de vergadering en stelt een punt van orde. Deze middag is hem duidelijk geworden dat naar zijn mening besluiten t.a.v. verbouwing en verandering van gemeenschappelijke delen een ¾ meerderheid van stemmen behoeft, zoals genoemd in artikel 37 lid 8 van het reglement ‘Splitsing van Eigendom’. Het nemen van besluiten volgens de agenda kan geen doorgang vinden als er over de benodigde stemverhouding geen duidelijkheid bestaat. De afgevaardigden van het OBW-bestuur zijn van mening dat het artikel verwijst naar ¾ meerderheid van stemmen als sprake is van een financiele bijdrage van alle leden van de VVE. In het geval van de verbouwing worden alle kosten (excl. de cv, het dak en de koepel) door de OBW gedragen. Artikel 37-8 staat in relatie tot artikel 37-5 en verwijst naar diegene die de kosten voor zijn/haar rekening neemt.

De voorzitter stelt voor een commissie te benoemen bestaande uit dhr. [eiser 1] (voorzitter van de VVE), dhr [betrokkene 3] ( de wrnd voorzitter van de OBW), dhr [betrokkene 4] (notaris) en dhr [betrokkene 5] ( advocaat) om uit te zoeken wat de juiste stemverhouding behoort te zijn voor het nemen van besluiten over de in de agenda genoemde punten.

De OBW neemt het voorstel in beraad.

Besloten wordt de agenda zo veel mogelijk af te handelen en in stemming te brengen. Nogmaals stelt de OBW dat alle kosten van de het verbouwingstraject, gerelateerd aan de nulmeting die is gehouden door het CBB, voor rekening van de bibliotheek komt. (....)

Besloten wordt dat alle bewoners, individueel, alle punten van ergernis vastleggen en toevoegen aan het verslag van deze vergadering. (...)

4- Toestemming VVE m.b.t. het slopen oude lampen en het aanbrengen van nieuwe lampen in de entree van het appartementencomplex.

Toestemming wordt verleend onder de voorwaarde dat de kosten van deze wijziging ten laste komen van de OBW.

Tegen: (...) (8)

Voor : (...) (9)(...)

8- Besluit conform het voorstel genoemd in de brief OBW d.d. 31 oktober 2003 m.b.t. het vervangen van het dakterras en de meerkosten hiervan (...)

Agendapunt wordt aangehouden.

9- Besluit conform het voorstel genoemd in brief d.d. 15 oktober 2003 m.b.t. het vervangen van de CV-ketels (...)

Agendapunt wordt aangehouden.

10- Toestemming VVE m.b.t. het aanbrengen van belettering op de schuifpui van de entree en op de ramen van de begane grond van het appartementencomplex, conform brief d.d. 12 december 2003 (...)

Toestemming wordt verleend onder de voorwaarde dat de kosten van deze wijziging ten laste komen van de OBW.

Tegen: (...) (6)

Voor : (...) (11)

De huisnummers worden teruggeplaatst.

11- Toestemming VVE m.b.t. het aanbrengen van een tussenwand op de tweede verdieping van het appartementencomplex conform bijlage 6.

Toestemming wordt verleend onder de voorwaarde dat de kosten van deze wijziging ten laste komen van de OBW.

Tegen: (...) (8)

Voor: (...) (9)

De wand is bedoeld om geluidsoverlast te voorkomen.(...) “

13.12 Door het uitlopen van de werkzaamheden heeft de OBW, anders dan gepland, pas op 24 februari 2004 weer het pand kunnen betrekken.

13.13 Op 25 mei 2004 heeft op verzoek van de OBW door het ingenieursbureau de Schreuder Groep, vestiging Maarssen, een geluidsmeting plaatsgevonden met betrekking tot het installatiegeluid op de gevel van de boven de OBW gelegen woningen. De bevindingen van dit onderzoek, uitgevoerd door Aero-Dynamiek, zijn neergelegd in een verslag van 9 juli 2004. Geconcludeerd wordt dat onder normale klimaatomstandigheden volledig voldaan wordt aan de geluidseisen van de gemeente Wageningen.

13.14 Bij besluit van 26 april 2005 hebben burgemeester en wethouders van Wageningen het verzoek van de heer en mevrouw [eiser 1] e.a. om handhavend op te treden tegen het gebruik van de openbare bibliotheek door de OBW, in die zin dat de OBW wordt gelast het gebruik van de bibliotheek voor andere activiteiten dan het uitlenen van boeken en geluids- en beelddragers na 1 mei 2005 te staken, op straffe van een dwangsom, afgewezen. Tegen dit besluit hebben [eiser 1] e.a. bezwaar gemaakt. Hierover is nog niet beslist. Tevens hebben [eiser 1] c.s. de voorzieningenrechter van deze rechtbank, sector bestuursrecht, verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van 29 april 2005 heeft genoemde voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toegewezen in die zin dat burgemeester en wethouders van Wageningen met ingang van 15 mei 2005 handhavend dienen op te treden tegen het gebruik van de openbare bibliotheek aan de Stationsstraat te Wageningen ten aanzien van activiteiten die niet direct herleidbaar zijn tot de basisfunctie van een bibliotheek en/of plaatsvinden buiten de reguliere openingstijden onder gelijktijdige schorsing van het besluit van 26 april 2005 van burgemeester en wethouders te Wageningen.

13.15 Naar aanleiding van deze uitspraak van de voorzieningenrechter hebben burgemeester en wethouders van Wageningen bij besluit van 13 juni 2005 de “Beleidsregels handhaving basisfunctie Openbare Bibliotheek Wageningen” als bedoeld in art. 4:81 AwB vastgesteld. Deze beleidsregels bevinden zich bij de stukken.

13.16 Bij de stukken bevindt zich ook een brief gedateerd 17 juni 2005 van Chris Pachen van AGS Architekten & Planners, gevestigd te Heerlen, aan de OBW met - onder meer - de volgende inhoud:

“ (...)

Tribunetrap en isolatie plafonds

Diverse extra voorzieningen zijn getroffen om te voorkomen dat er geluid vanuit de bibliotheek wordt doorgegeven tot in de woningen. Echter bij het verbouwen van een bestaande situatie zitten er op bouwfysisch vlak altijd meer onzekerheden in de ruimte tussen de theorie en de praktijk. Vandaar ook dat de bouwfysisch adviseur in deze uitdrukkelijk geadviseerd heeft en zelfs tot op heden nog in zijn opdracht heeft nametingen te verrichten ten aanzien van de akoestiek.

Getroffen voorzieningen zijn oa. oplegrubbers onder de plakken van de tribunetrap, extra isolatie d.m.v. glaswol en gipsplaten op de systeemplafonds onder de woningen.

Ik begrijp van onze adviseur dat er totnogtoe geen nametingen in de woningen hebben kunnen plaatsvinden.

Verlichting trappenhuis

Dit is een regulier verlichtingsprincipe gebruik makend van indirect licht en erop gericht het gehele trappenhuis egaal en goed uit te lichten. Beoogd is hiermee een in de avonduren essentieel onderdeel in het gevelbeeld te creëren en met name een trappenhuis te dat veiligheid uitstraalt. Volledig transparant goed zichtbaar vanaf het plein en mooi verlicht, zal dit trappenhuis weinig of geen ongewenste gasten aantrekken.

Verlichting lamellen

Er is overleg geweest met de bovenbewoners voor zover wij in onze agenda’s kunnen traceren, op:

10-6-02/8-10-02/11-11-02/2-12-02.

Wat precies wanneer besproken is weten wij niet exact, er zijn naar ik weet ook geen verslagen van vastgelegd.

Wel weet ik zeker dat de ophangconstructie voor de verlichting door mij is extra toegelicht aan enkele bewoners, dit aan de hand van onze tekeningen. Deze constructie bestaat uit een horizontale metalen koker evenwijdig aan en op 60cm afstand van de gevel. Aan deze koker zou nog nader te bepalen verlichtingsarmaturen bevestigd worden. Deze armaturen moesten uitgezocht worden op hun prestatie namelijk het egaal uitlichten van de gevel. Het is van essentieel belang dat de bibliotheek in de avonduren een positieve bijdrage levert aan de verblijfskwaliteit in de Wageningse binnenstad en als zodanig is deze verlichting altijd integraal onderdeel geweest van de architectuur. Deze uitgangspunten zijn ook ondersteund door de plaatselijke welstandscommissie. De optie om vanuit het maaiveld de gevel aan te lichten is verlaten omdat dan de bewoners hier zeker hinder van zouden ondervinden.

Een tweede functie van deze horizontale koker is overigens een extra beveiliging tegen eventuele beklimbaarheid van de gevel. Ook dit aspect weet ik is besproken met de bewoners.”

14. De beoordeling van het geschil

14.1 De rechtbank blijft bij hetgeen in het tussenvonnis van 11 mei 2005 is overwogen en beslist. Ambtshalve overweegt de rechtbank dat met ingang van 1 mei 2005 de Wet van 19 februari 2005 tot wijziging van titel 5.9 (appartementsrechten) van het Burgerlijk Wetboek in werking is getreden, welke wet in beginsel onmiddellijke werking heeft. In artikel 172 lid 7 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek is echter bepaald dat op een splitsing die heeft plaatsgevonden vóór 11 mei 2005, zoals in de onderhavige zaak het geval is, - onder meer - het in de nieuwe leden 1-3 van art. 5:139 BW bepaalde gedurende drie jaren na dat tijdstip niet van toepassing is. De onderhavige zaak zal dan ook voor wat betreft genoemd artikel worden behandeld naar het oude appartementsrecht.

14.2 [eiser 1] c.s. hebben ten eerste - kort weergegeven- gevorderd dat het de OBW verboden zal worden haar appartementsrecht aan de Stationstraat 2 te Wageningen te gebruiken als muziek- of voorstellingsruimte. [eiser 1] c.s. hebben hiertoe stellingen aangevoerd met betrekking tot de bestemming en het daarmee samenhangende toegestane gebruik van het appartement van de OBW, zowel in bestuursrechtelijke als civielrechtelijke zin. Zij beroepen zich daarbij op de uitspraak van de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht van 29 april 2005. Daarnaast hebben zij aangevoerd dat de OBW haar appartementsrecht, zoals is bepaald in de splitsingsakte, slechts mag gebruiken als ‘bibliotheekruimte’ in de zin van een ruimte waar boeken, muziek en beeldmateriaal worden uitgeleend. Het huidige gebruik door de OBW van de bibliotheekruimte als muziek- en voorstellingsruimte overschrijdt de toegestane bestemming, zonder dat voor een dergelijke wijziging van de bestemming toestemming is gegeven door de VVE, aldus [eiser 1] c.s. Bovendien menen zij dat door de door hen gestelde nietigheid van het besluit tot het aanbrengen van een tribunetrap binnen het appartement van de OBW het gebruik daarvan onrechtmatig is. Verder stellen [eiser 1] c.s. dat door het toegenomen gebruik van de bibliotheek hun appartementen minder goed toegankelijk zijn geworden.

14.3 Om met deze laatste stelling te beginnen: de OBW heeft gemotiveerd betwist dat er sprake is van verminderde toegankelijkheid van de appartementen na de verbouwing. Volgens haar is het weliswaar drukker geworden door toename van het aantal bezoekers maar dit heeft de toegankelijkheid voor [eiser 1] c.s. naar hun appartementen niet verminderd omdat [eiser 1] c.s., in tegenstelling tot vóór de verbouwing, nu het exclusief gebruik van de lift toekomt. In het licht van dit verweer had het op de weg van [eiser 1] c.s. gelegen om hun stelling nader te onderbouwen. Dat is niet gebeurd. Op dit punt hebben [eiser 1] c.s. dan ook niet aan hun stelplicht voldaan. Aan bewijs wordt dan niet toegekomen en de stelling wordt verworpen.

14.4 Ten aanzien van het vermeende onrechtmatige gebruik van de bibliotheek hebben [eiser 1] c.s. allereerst gesteld dat het gebruik dat de OBW van haar appartementsrecht maakt niet (meer) overeenkomstig de bestemming van de bibliotheek is die in de akte van oprichting is omschreven en daarmee in strijd met het Reglement. Volgens hen is de huidige bestemming niet meer die van een “bibliotheek”, met welke term volgens hen zuiver een uitleenplaats van boeken en muziek en beeldmateriaal is bedoeld. Volgens hen kan de door haar gedefinieerde bestemming van “bibliotheek” niet zonder toestemming van de VVE worden gewijzigd en is een dergelijke toestemming niet verkregen. Naar het oordeel van de rechtbank is de door [eiser 1] c.s. voorgestane definitie van een “bibliotheek” echter te beperkt. Naar hedendaagse begrippen zijn de activiteiten van een bibliotheek ruimer dan zuiver het uitlenen van boeken en ander materiaal. Dit was ook reeds zo in 1983, toen de splitsing in appartementen plaats vond. Het huidige gebruik van het appartement door de OBW is dan ook op zich niet in strijd met het Reglement. Voor zover de vordering van [eiser 1] c.s. tot verbod van een gebruik van het appartement van de OBW als muziek- of voorstellingsruimte is gebaseerd op het ontbreken van een toestemming tot bestemmingswijziging, moet deze dan ook worden afgewezen. De rechtbank treedt daarbij uitdrukkelijk niet in de vraag of het gebruik in strijd is met regelingen die publiekrechtelijk moeten worden gehandhaafd. Hierover loopt reeds een procedure bij de bestuursrechter.

14.5 [eiser 1] c.s. hebben echter ook aangevoerd dat het gebruik door de OBW in strijd is met het Reglement omdat het aan de overige eigenaars onredelijke hinder toebrengt als bedoeld in art. 9 lid 1 van het Reglement. Om deze reden is naar hun mening het gebruik jegens hen onrechtmatig. Naar het oordeel van de rechtbank is het toebrengen van onredelijke hinder aan buren en omwonenden inderdaad in strijd met het Reglement, maar ook afgezien daarvan onrechtmatig. Derhalve zal moeten worden vastgesteld of sprake is van ernstige hinder die in de gegeven omstandigheden onredelijk is. [eiser 1] c.s. hebben in dit verband gesteld dat zij last hebben van ernstige geluids- en trillingshinder door het gebruik van de bibliotheek. De OBW heeft echter betwist dat van een dergelijk hinder sprake is. Gelet op de hoofdregel van bewijsrecht van art. 150 Rv zullen [eiser 1] c.s. de gestelde geluids- en trillingshinder moeten bewijzen. Naar het oordeel van de rechtbank zal daartoe een deskundigenbericht moeten plaatsvinden om te bepalen welke mate van geluids- en trillingshinder al dan niet toelaatbaar is (zie hierna rechtsoverweging 14.16)

14.6 De vordering van [eiser 1] c.s. met betrekking tot het beëindigen van de hinder door het gebruik van de bibliotheek hangt voor een groot deel samen met de vordering tot het aanbrengen van geluidsisolatie boven de tribunetrap. Ook in dit verband hebben [eiser 1] c.s. gesteld dat er - met name ten gevolge van het aanbrengen van de tribunetrap - sprake is van ontoelaatbare geluids- en trillingshinder. Zoals in rechtsoverweging 14.5 reeds is overwogen moeten [eiser 1] c.s. in verband met de gemotiveerde betwisting van de OBW hun stellingen over de overlast bewijzen en is hiervoor een deskundigenbericht nodig (zie hierna rechtsoverweging 14.16). In het kader van dit deskundigenonderzoek zullen de effecten van de door de OBW voorgestelde tussenwand door de deskundige moeten worden meegenomen.

14.7 [eiser 1] c.s. hebben ook nog aangevoerd dat voor het aanbrengen van de tribunetrap de splitsingsakte had moeten worden gewijzigd en dat derhalve de trap onrechtmatig is aangebracht. Deze stelling moet worden verworpen. De trap is aangebracht binnen het aan de OBW alleen ter beschikking staande appartement en voor wijziging is in zo’n geval, zelfs niet bij het doorbreken van een (intern) plafond, niet een wijziging van de splitsingsakte vereist.

14.8 Verder hebben [eiser 1] c.s., samengevat weergegeven, gevorderd dat de rechtbank de OBW zal verbieden om de luchtbehandelingsinstallatie buiten de reguliere kantooruren en met name op zon- en feestdagen te gebruiken en zal verbieden om op overige tijden meer geluid te maken op de gevel van de woningen dan 40 dB(A) (LAeq) of 60 dB(A) piekniveau en/of meer trilling in de woning dan een trillingssterkte van 0,1. [eiser 1] c.s. hebben allereerst aangevoerd dat het besluit tot het vergroten en verplaatsen van de ruimte voor luchtbehandelingsapparatuur met algemene stemmen genomen had moeten worden omdat het hier een wijziging van de akte van splitsing zou betreffen als bedoeld in art. 5:139 BW. Deze stelling is onjuist. Het enkele vergroten van een technische ruimte op het dak, welke vergroting geen wijziging brengt in de aandelen van de andere appartementen, vereist niet een wijziging van de akte van splitsing. Voor het overige gaat het er [eiser 1] c.s. kennelijk om dat zij geen geluids- en trillingshinder van deze installatie willen ondervinden, zoals thans beweerdelijk het geval is. Daarbij is van belang dat de VVE in het voorstel van 31 maart 2003 (versie 4) heeft toegezegd zodanige aanpassingen te zullen aanbrengen dat de geluidsoverlast binnen de wettelijke normen van het bouwbesluit blijven en dat de algemene vergadering onder deze voorwaarde heeft ingestemd met het nieuwe ventilatiesysteem. De OBW heeft de gestelde hinder gemotiveerd betwist. Daarom zullen [eiser 1] c.s. volgens de hoofdregel van art. 150 Rv ook hun stellingen over de gestelde hinder op dit punt moeten bewijzen. Ook hiertoe zal een deskundigenbericht worden bevolen (zie hierna rechtsoverweging 14.16).

14.9 Ter onderbouwing van de vordering van [eiser 1] c.s. dat door de OBW de letters “DE” op de schuifdeuren bij de hoofdingang verwijderd moeten worden en verwijderd moeten blijven voeren [eiser 1] c.s. aan dat het daaraan ten grondslag liggende besluit nietig is omdat het niet conform art. 37 lid 8 van het Reglement is genomen. Dit had volgens hen wel gemoeten, omdat het maken van de belettering als een onderdeel van de verbouwing moet worden beschouwd. Met de OBW is de rechtbank van oordeel dat de in lid 8 van artikel 37 van het Reglement bedoelde situatie zich hier niet voordoet. Redelijkerwijs valt niet in te zien dat hier sprake zou zijn van een ‘besluit tot verbouwing’. Aangezien het op dit punt genomen besluit niet op de voet van art. 5: 130 BW voor vernietiging is voorgedragen, is het besluit onherroepelijk en onaantastbaar geworden. De vordering van [eiser 1] c.s. zal dan ook worden afgewezen. Overigens valt niet in te zien welk redelijk belang is gediend met de verwijdering van de letters “DE” op de schuifdeuren bij de entree. Dat geldt temeer waar ook voorheen belettering op die deuren aanwezig was en de entree ook toen duidelijk herkenbaar was als de gemeenschappelijke entree voor de appartementen en de bibliotheek.

14.10 Uit de vordering van [eiser 1] c.s. tot het gebod aan de OBW tot het verwijderen van de verlichting in de hal en het vervangen daarvan door verlichting die niet verblindt en de toelichting van [eiser 1] c.s. op deze vordering wordt opgemaakt dat zij tegen de vervanging van de oude verlichting door de andere verlichting op zichzelf geen bezwaar hebben, maar dat zij de huidige verlichting verblindend vinden. Nu de OBW heeft betwist dat de verlichting verblindend is kan er niet zonder meer van worden uitgegaan dat de verlichting daadwerkelijk verblindend is. Er is aanleiding tot een bezichtiging door de rechter van de entreehal op een tijdstip dat de verlichting brandt.

14.11 Dan de vordering met betrekking tot de gevelverlichtings-constructie, waarvan [eiser 1] c.s. verwijdering hebben gevraagd. [eiser 1] c.s. stellen dat het aanbrengen van deze verlichtingsconstructie (een uitstekende balk met daaraan verlichtingsarmaturen) niet wordt bestreken door de toestemming die door de VVE is verleend met betrekking tot (uitsluitend) de gevelconstructie met houten lamellen. De gronden voor deze vordering zijn het ontbreken van een rechtsgeldig besluit van de VVE en de hinder die de gevelconstructie veroorzaakt. Tegen deze vordering heeft de OBW (onder meer) ingebracht dat in de vergadering van 1 april tekening BVT17 is overgelegd waarop de verlichting is getekend, dat deze tekening bij de voorbereiding van de besluitvorming in de bewonerscommissie aan de orde is geweest en dat de bewoners-commissie bij voorstel nr. 2 van de vergadering van 1 april 2003 deze tekening met zoveel woorden heeft genoemd.

14.12 Het is op zichzelf juist dat op tekening BVT17 te zien is dat een 60 cm uitstekende balk met daaraan verlichtingsarmaturen waren voorzien. Nu [eiser 1] c.s. ter comparitie echter gemotiveerd hebben betwist dat deze tekening in de voorbereiding van de besluitvorming en/of tijdens de vergadering van 1 april 2003 is getoond, zal de OBW haar stellingen op dit punt moeten bewijzen. Daarbij wordt opgemerkt dat het ‘voorstel nr. 2’ voor de vergadering van 1 april 2003 vermeldt: “Het aanbrengen van houten buiten zonneweringen aan de buitenzijde van het gebouw conform overhandigde tekeningen en de daarbij gegeven mondelinge toelichting”. Op grond hiervan is aannemelijk dat meer dan één tekening is overhandigd aan de bewonerscommissie. Echter, welke tekeningen dat zijn geweest staat nog niet vast; dat zal moeten blijken uit het door de OBW te leveren bewijs, waartoe de OBW in de gelegenheid zal worden gesteld. Dat [eiser 1] c.s. op 1 april 2003 met het voorstel hebben ingestemd terwijl er in die vergadering (volgens hen) maar één tekening was, komt voor hun rekening. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor uitlating door de OBW over de wijze waarop zij het hiervoor genoemde bewijs wil leveren.

14.13 [eiser 1] c.s. stellen ook nog dat zij hinder ondervinden van de gevelverlichtingsconstructie omdat zij daardoor minder zicht op de straat hebben vanuit het appartement. Daarnaast kunnen door de nieuwe verlichtingsconstructie verhuis- of onderhoudsliften mogelijk niet tegen de gevel worden gezet. De OBW heeft betwist dat sprake is van dergelijke hinder, zodat hiervan niet zondermeer kan worden uitgegaan. Er is aanleiding tot een bezichtiging vanuit één of meer appartementen door de rechter, welke bezichting gelijktijdig zal plaatsvinden met de bezichtiging als genoemd onder rechtsoverweging 14.10 hiervoor.

14.14 [eiser 1] c.s. hebben ook gevorderd dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat [eiser 1] c.s. jegens de OBW niet gehouden zijn om aan de OBW voor de vernieuwing van het dak in 2003 meer te vergoeden dan € 40.000,-. Wat er van de hiertoe door [eiser 1] c.s. aangevoerde argumenten ook zij, de OBW heeft terecht aangevoerd dat over de meerkosten boven de € 40.000,- nog door de VVE beslist moet worden. In de vergadering van 13 januari 2004 is de beslissing hierover immers aangehouden. Nu is gesteld noch gebleken dat deze besluitvorming inmiddels is afgerond, is er geen grond voor toewijzing van deze vordering.

14.15 Als laatste hebben [eiser 1] c.s. gevorderd dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de OBW jegens [eiser 1] c.s. wanprestatie of een onrechtmatige daad heeft gepleegd en aansprakelijk is voor de schade die [eiser 1] c.s. hebben geleden doordat [eiser 1] c.s. meer overlast hebben geleden door de verbouwing dan redelijkerwijs voorzienbaar was, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. Ter onderbouwing van deze vordering hebben zij, samengevat, aangevoerd tijdens de verbouwing veel overlast te hebben ondervonden van onder andere geluid, trillingen, stof en gebrek aan privacy. De OBW heeft tegen de in dit verband gemaakte verwijten uitgebreid en gemotiveerd verweer gevoerd en heeft betwist dat zij toerekenbaar is tekortgeschoten in de hieromtrent tevoren gemaakte afspraken. Ook van een onrechtmatige daad is volgens de OBW geen sprake. Ter comparitie heeft de OBW herhaald dat volgens haar de bewoners van tevoren wisten dat er sprake zou zijn van overlast. Gelet op deze uitgebreide gemotiveerde betwisting had het op de weg van [eiser 1] c.s. gelegen om de gestelde overlast nader en met concrete feiten te onderbouwen. Nu zij dat hebben nagelaten moet worden geoordeeld dat zij in dit opzicht niet aan hun stelplicht hebben voldaan. Voor bewijs is dan ook geen plaats. De stellingen van [eiser 1] c.s. moeten worden verworpen en dit onderdeel van de vordering is niet toewijsbaar.

14.16 In verband met het onder rechtsoverwegingen 14.5, 14.6 en 14.8 besproken bewijs zal een onderzoek worden bevolen door één of meer deskundigen op het gebied van geluids- en trillingshinder. De rechtbank stelt zich voor dat aan de deskundige(n) tenminste de navolgende vragen worden gesteld:

1) Welk geluids- en trillingenniveau wordt door het gebruik van de OBW tijdens de reguliere openingstijden veroorzaakt in de daarboven gelegen appartementen van [eiser 1] c.s. bij gebruik van de bibliotheek als uitleenplaats van boeken en ander materiaal?

2) Welk geluids- en trillingenniveau wordt door het gebruik van de OBW veroorzaakt in de daarboven gelegen appartementen van [eiser 1] c.s. bij gebruik van de bibliotheek als muziek- en voorstellingsruimte, waarbij onderscheid moet worden gemaakt tussen lezingen en muziekuitvoeringen?

3) Levert dat geluid- en trillingenniveau als onder vraag 1 en vraag 2 bedoeld naar uw mening ernstige hinder op voor de daarboven gelegen appartementen van [eiser 1] c.s.?

4) Indien u vraag twee en/of drie bevestigend heeft beantwoord:

a) Welk effect verwacht u ten aanzien van het geluid- en trillingenniveau in de appartementen van de door [eiser 1] c.s. voorgestelde geluidsisolatie in het plafond boven de tribunetrap?

b) Welk effect verwacht u ten aanzien van het geluid- en trillingenniveau in de appartementen van [eiser 1] c.s. van de door de OBW voorgestelde tussenwand?

c) Welke overige maatregelen zouden volgens u genomen kunnen worden?

d) Welke kosten schat u dat met de volgens u te nemen maatregelen gemoeid zijn?

5) Welk geluids- en trillingenniveau veroorzaakt de luchtbehandelingsinstallatie op de gevel van de appartementen van [eiser 1] c.s.:

a) als de bibliotheek van de OBW in gebruik is?

b) als de bibliotheek van de OBW niet in gebruik is?

6) Levert dat geluid- en trillingenniveau als onder vraag 5. bedoeld naar uw mening ernstige hinder op voor de daarboven gelegen appartementen van [eiser 1] c.s. tegen de achtergrond van de wettelijke norm van het bouwbesluit ( voor geluidshinder 25dB(A) (Laeq) of 45dB(A) piekniveau en voor trillingshinder 0,1) ?

7) Indien u vraag 6 bevestigend heeft beantwoord:

a) Wat is volgens u de oplossing?

b) Kan volgens u de oplossing redelijkerwijs worden gevonden in een enkele aanpassing van het gebruik dat door de OBW van de luchtbehandelingsinstallatie wordt gemaakt (hoger, lager of uitzetten) of zijn in elk geval technische aanpassingen nodig?

c) Welke kosten zijn volgens u gemoeid met de noodzakelijke aanpassingen?

8. Heeft u nog opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?

(U wordt verzocht al uw antwoorden duidelijk te motiveren.)

14.17 De zaak zal naar de rol worden verwezen met het verzoek aan de partijen zich uit te laten over de persoon en het aantal te benoemen deskundigen en over de vraagstelling aan de deskundige(n). De rechtbank meent dat één deskundige volstaat en stelt voor om als deskundige te benoemen de heer ir. J.F.W. Koopmans van Peutz B.V., gevestigd te Molenhoek (Lb), onder meer deskundig op het gebied van geluids- en trillingshinder.

14.18 De voorgestelde deskundige heeft verklaard geen binding te hebben met één van de partijen. Hij heeft zich bereid verklaard deze benoeming te aanvaarden. Hij heeft de kosten voor zijn werkzaamheden begroot op € 17.500,-, exclusief BTW. Deze kosten van de deskundige zullen ingevolge art. 195 Rv moeten worden voorgeschoten door de eisende partij, in dit geval door [eiser 1] c.s.

14.19 Hoger beroep van dit vonnis staat slechts open tegelijk met dat van het eindvonnis.

14.20 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

De rechtbank

verwijst de zaak naar de vierde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor uitlating bij akte door de partijen zoals in rechtsoverwegingen 14.12 en 14.17 is overwogen;

houdt iedere verdere beslissing aan;

verstaat dat van dit vonnis geen hoger beroep kan worden ingesteld dan tegelijk met dat van het in deze zaak te wijzen eindvonnis.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Noordraven en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2005.

de griffier de rechter