Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AU3705

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
29-06-2005
Datum publicatie
04-10-2005
Zaaknummer
128285
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kernvraag die in dit kort geding dient te worden beantwoord, is of de Gemeente onrechtmatig handelt jegens De Zwaluw door thans uitvoering te geven aan de herinrichting van de Dorpsstraat te Opheusden en daarmee de parkeerplaatsen op het terrein van De Zwaluw te verwijderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 128285 / KG ZA 05-379

Datum vonnis: 29 juni 2005

Vonnis in kort geding

in de zaak van

de vereniging van eigenaars

VERENIGING VAN EIGENAARS RESIDENTIE “ DE ZWALUW” DOPRSSTRAAT OPHEUSDEN,

gevestigd te Opheusden, gemeente Neder-Betuwe,

eiseres,

procureur mr. J.F.E. van Halder,

advocaat mr. I. Smeenk te Nijmegen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE NEDER-BETUWE,

zetelende te Opheusden,

gedaagde,

advocaat mr. T.E.P.A. Lam te Nijmegen.

Partijen zullen hierna De Zwaluw en de Gemeente worden genoemd.

Het verloop van de procedure

De Zwaluw heeft de Gemeente ter zitting in kort geding doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding.

De Gemeente heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen. De advocaat van De Zwaluw en de advocaat van de Gemeente hebben de zaak bepleit overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnotities. Daarbij hebben zij producties in het geding gebracht. Ten slotte is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1. De Zwaluw is een Vereniging van Eigenaars. Zij

vertegenwoordigt de appartementseigenaren van het gebouw ‘De Zwaluw’ aan de Dorpsstraat 4 tot en met 6 en 6a tot en met 6d te Opheusden (hierna: het gebouw). Het gebouw omvat op de begane grond een supermarkt met daarboven een vijftal appartementen en is na een daartoe op 2 oktober 2001 verleende bouwvergunning in 2002 gerealiseerd.

2. Op de bij de verleende bouwvergunning behorende

bouwtekening is een aantal parkeerplaatsen ingetekend met de vermelding “maximaal 14 parkeerplaatsen, definitieve inrichting in overleg met gemeente”.

3. Ter plaatse zijn voor de bewoners van de appartementen van het

gebouw (hierna: de bewoners) zeven parkeerplaatsen gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen liggen voor een deel op eigen grond en voor een deel op grond die in eigendom toebehoort aan de Gemeente.

4. In 2003 is door de Gemeente een plan gepresenteerd voor de

herinrichting van de Dorpsstraat in Opheusden. Onderdeel van dit plan is onder meer het verwijderen van de zeven bij de bewoners in gebruik zijnde parkeerplaatsen.

5. De bewoners hebben verschillende keren met

(vertegenwoordigers van) de Gemeente gesproken over de geplande verwijdering van de parkeerplaatsen.

6. Bij brief van 4 april 2005 heeft de heer [betrokkene 1]

namens de Gemeente, voor zover van belang, het volgende aan De Zwaluw bericht.

“(...)

Via deze brief leggen wij u de volgende mogelijkheden voor:

- U stemt in met het ontwerp en wij richten het terrein voor uw pand op onze kosten opnieuw in (...). De huidige parkeergelegenheid (8 plaatsen) voor het pand komt daarbij te vervallen en er worden 15 vakken nabij uw pand aangelegd.

- U bent niet bereid toestemming te verlenen om het voorgestelde plan uit te voeren. Het gedeelte van het terrein voor uw pand dat in uw eigendom is, blijft ongemoeid. (...) De huidige parkeergelegenheid voor het pand komt daarbij te vervallen en er worden 12 vakken nabij uw pand aangelegd. (...)

7. Bij brief van 20 april 2005 heeft de heer [betrokkene 2]

namens De Zwaluw aangegeven zich met beide mogelijkheden niet te kunnen verenigen.

8. De heer [betrokkene 1] heeft namens de Gemeente bij brief van

19 mei 2005, nadat De Zwaluw bij brief van 19 mei 2005 nogmaals had verzocht om een reactie, aan De Zwaluw bericht dat haar brief van 20 april 2005 voor de Gemeente geen aanleiding is geweest af te zien van de voorstellen of daarin wijzigingen aan te brengen. Voorts is aangegeven dat de werkzaamheden voor het pand zijn ingepland voor week 26, vanaf 27 juni 2005.

Het geschil

1. De Zwaluw vordert primair dat:

a. de Gemeente op straffe van een dwangsom wordt veroordeeld zich te onthouden van verdere uitvoering, en het daartoe opdracht geven aan derden, van de werkzaamheden ter uitvoering van de derde fase van de herinrichting van de Dorpsstraat te Opheusden, in het bijzonder door de huidige parkeerplaatsen ter hoogte van Dorpsstraat 4-6 te Opheusden te handhaven, dan wel minimaal vijf parkeerplaatsen terug te plaatsen binnen twee maanden na verwijdering van de bestaande parkeerplaatsen, en de realisering van de muur aan de oostzijde van de Dorpsstraat achterwege te laten;

b. de Gemeente op straffe van een dwangsom wordt veroordeeld binnen tien dagen na betekening van dit vonnis in overleg te treden met De Zwaluw over een nieuwe parkeergelegenheid op eigen terrein van tenminste vijf plaatsen met een adequate ontsluiting op de Dorpsstraat.

Subsidiair vordert De Zwaluw hetgeen onder b is gevorderd.

2. De Zwaluw legt aan haar vordering ten grondslag dat de

Gemeente onrechtmatig jegens haar handelt door ondanks de belangen van De Zwaluw toch door te gaan met de herinrichting van de Dorpsstraat en de verwijdering van de parkeerplaatsen op het terrein van De Zwaluw. Hiermee maakt De Gemeente een ongeoorloofde inbreuk op het eigendomsrecht van De Zwaluw. Bovendien handelt de Gemeente in strijd met de maatschappelijke betamelijkheid door zonder rekening te houden met de belangen van De Zwaluw het openbaar gebied op zodanige wijze in te richten dat het niet meer mogelijk is voor De Zwaluw om op eigen terrein te parkeren. Ten slotte handelt de Gemeente in strijd met het evenredigheidsbeginsel door te volharden in haar standpunt dat het openbaar belang in dit geval dient te prevaleren boven het belang van De Zwaluw. Als gevolg van de handelwijze van de Gemeente lijdt De Zwaluw schade.

3. De Gemeente voert gemotiveerd verweer waarop, voor zover van

belang, hierna zal worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

1. De Gemeente stelt dat De Zwaluw niet-ontvankelijk dient te

worden verklaard in haar vordering nu nergens uit blijkt dat De Zwaluw, als Vereniging van Eigenaars, bevoegd is om de door haar gevorderde voorziening aan de voorzieningenrechter ter beoordeling voor te leggen.

2. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer. Voorshands

geoordeeld is een Vereniging van Eigenaars bij uitstek aangewezen in een zaak als deze, waarbij het gaat om een collectief belang van alle appartementseigenaren, een vordering zoals hiervoor geformuleerd in te stellen.

Overigens begrijpt de voorzieningenrechter dat de Gemeente haar tweede formele verweer, dat De Zwaluw niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering nu nergens uit blijkt dat de ledenvergadering van De Zwaluw heeft ingestemd met het voeren van deze kort geding procedure, niet handhaaft, nu veel leden van De Zwaluw ter zitting zijn verschenen.

3. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van De

Zwaluw.

4. Kernvraag die in dit kort geding dient te worden beantwoord, is

of de Gemeente onrechtmatig handelt jegens De Zwaluw door thans uitvoering te geven aan de herinrichting van de Dorpsstraat te Opheusden en daarmee de parkeerplaatsen op het terrein van De Zwaluw te verwijderen.

5. Voorop wordt gesteld dat met betrekking tot de

parkeervoorziening voor het gebouw op grond van de bouwverordening als uitgangspunt gold dat voldoende parkeerplaatsen dienden te worden gerealiseerd op eigen terrein. Dit is door de Gemeente bij brief van 19 oktober 2000, naar aanleiding van de aangekondigde indiening van de bouwaanvraag voor het gebouw, aan de projectontwikkelaar, Dicobouw Druten BV, medegedeeld. Vervolgens is op 2 oktober 2001 een bouwvergunning verleend waarbij op de daarbij behorende bouwtekening is aangegeven, zoals hiervoor onder 2 van de vaststaande feiten reeds is weergegeven, dat er ‘maximaal 14 parkeerplaatsen worden gerealiseerd, definitieve inrichting in overleg met de Gemeente’. Nadat is gebleken dat het niet haalbaar was parkeerplaatsen (in zijn geheel) te realiseren op eigen terrein, heeft de Gemeente medewerking verleend aan het realiseren van een zevental parkeerplaatsen, welke gedeeltelijk zijn gesitueerd op grond van de Gemeente. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat op dat moment echter reeds voor een ieder duidelijk was, althans had moeten zijn, dat de Gemeente de parkeervoorziening voor de Dorpsstraat had voorzien op de locatie Dorpsstraat-West, en dat de door de Gemeente voor de bewoners gerealiseerde parkeerplaatsen slechts een tijdelijk karakter droegen. Dit blijkt allereerst uit de volgende passage uit het stuk ‘zelfstandige projectprocedure winkelconcentratie Dorpsstraat 6 Opheusden’:

“Het parkeren zal plaatsvinden middels langsparkeren aan de Dorpsstraat en op een nieuw aan te leggen groot parkeerterrein achter de toekomstige supermarkt aan de Dorpsstraat-West. Voor de bewoners van de appartementen boven de supermarkt aan de oostzijde van de Dorpsstraat (...), zullen parkeerplaatsen worden gerealiseerd aan de noordzijde van de toekomstige supermarkt aan de westkant van de Dorpsstraat.”

Dit is eveneens af te leiden uit het uit 2001 daterende ‘Bestemmingsplan kern Opheusden’:

“Bij de locatie Dorpsstraat is het gewenst om zoveel mogelijk aan de achterzijde het parkeren op te lossen.”

6. Thans wordt door de Gemeente uitvoering gegeven aan het in

2003 door haar gepresenteerde herinrichtingsplan voor de Dorpsstraat. Door of namens de Gemeente worden ook enkele feitelijke wijzigingen in afwijking van dat plan doorgevoerd. Voorshands geoordeeld zijn deze wijzigingen echter van ondergeschikte aard om daar in het onderhavige kort geding enig rechtsgevolg aan te verbinden.

7. Het voorgaande maakt dat naar het voorlopig oordeel van de

voorzieningenrechter niet kan worden geoordeeld dat de Gemeente onrechtmatig handelt jegens De Zwaluw door thans uitvoering te geven aan de herinrichting van de Dorpsstraat en de parkeerplaatsen op het terrein van De Zwaluw te verwijderen. Van strijd met de maatschappelijke betamelijkheid of het evenredigheidsbeginsel is daarmee voorshands eveneens geen sprake.

8. Dit geldt te meer nu ter zitting vooralsnog voldoende is komen

vast te staan dat met de project-ontwikkelaar van het nieuw aan te leggen parkeerterrein achter de toekomstige supermarkt aan de Dorpsstraat-West op een algemene bijeenkomst is gesproken over de mogelijkheid tot het vrijmaken van een vijftal parkeerplaatsen op dat terrein voor de bewoners van De Zwaluw, en dat dit alternatief voor de bewoners onbespreekbaar was.

9. Voorshands geoordeeld handelt de Gemeente ook niet

onrechtmatig jegens De Zwaluw door het realiseren van een muur aan de oostzijde van de Dorpsstraat, nu onvoldoende is komen vast te staan dat er (vijf) parkeerplaatsen op het eigen terrein van De Zwaluw kunnen worden gerealiseerd. Bovendien heeft de Gemeente onbetwist gesteld dat de mogelijkheid tot laden en lossen voor de ingang van het gebouw voor de bewoners blijft bestaan.

10. Dit leidt tot de conclusie dat het primair sub 1 gevorderde

dient te worden afgewezen.

11. Voor een veroordeling van de Gemeente tot - kort gezegd - het

in overleg treden met De Zwaluw over een nieuwe parkeergelegenheid op eigen terrein, ziet de voorzieningenrechter gelet op het vergevorderde stadium van de herinrichtingswerkzaamheden vooralsnog ook geen aanleiding. Daarmee dient ook het primair sub 2 en het subsidiair gevorderde te worden afgewezen.

12. Als de in het ongelijk gestelde partij zal De Zwaluw in de kosten

van dit kort geding worden verwezen.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

1. weigert de gevorderde voorziening;

2. veroordeelt De Zwaluw in de kosten van deze procedure, tot aan

deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente bepaald op € 816,- voor salaris en op € 244,- voor verschotten.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van Gameren op 29 juni 2005.

de griffier de rechter