Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AU2517

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-07-2005
Datum publicatie
13-09-2005
Zaaknummer
121258
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Fortis heeft als grondslag van de vordering tot betaling aan haar van een geldbedrag aangevoerd dat gedaagde betrokken moet zijn geweest bij de frauduleuze handelingen waardoor bedragen op zijn rekening zijn gekomen waarop hij geen recht had en die er vervolgens weer zijn afgehaald. Fortis heeft daartoe gesteld dat de rekening is "leeggehaald" met behulp van de pas van gedaagde en dat dat alleen gebeurd kan zijn met gebruik van de pincode van gedaagde. Volgens Fortis kan het daarom niet anders of gedaagde heeft zelf de rekening leeggehaald of zijn pas met pincode aan (een) derde(n) ter beschikking gesteld.

Vooropgesteld moet worden dat op Fortis de stelplicht en bewijslast rusten van feiten en omstandigheden waaruit toerekenbaar onrechtmatig handelen van gedaagde jegens haar volgt. Zij zal dus feiten en omstandigheden moeten stellen en zonodig moeten bewijzen waaruit blijkt dat gedaagde desbewust betrokken is geweest bij de frauduleuze handelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 121258 / HA ZA 04-2335

Datum vonnis: 27 juli 2005

Vonnis

in de zaak van

de naamloze vennootschap

FORTIS BANK (NEDERLAND) N.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. M. van Viegen te Rotterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. F.P. Lomans,

advocaat mr. S.V. Hardonk te Arnhem.

Partijen zullen hierna Fortis en [gedaagde] worden genoemd.

Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 februari 2005

- het proces-verbaal van comparitie van 14 april 2005

- de akte van Fortis

- de akte van [gedaagde].

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

[gedaagde] heeft een privérekening bij ABN-AMRO met rekeningnummer [nummer]. Hij beschikte over een betaal/pinpas met nummer 898 behorende bij deze rekening.

2.2 Blijkens een dagafschrift van 3 augustus 2004 zijn op 30 juli 2004 op deze rekening vier bedragen gecrediteerd van respectievelijk € 2.706,39, € 1.560,42, € 1.500,- en € 1.132,40 ten laste van rekeninghouders bij Fortis. Dat is gebeurd doordat in door deze rekeninghouders ondertekende overschrijvingsformulieren -die zij naar Fortis hadden opgestuurd- het door hen ingevulde rekeningnummer is verwijderd en vervangen door het rekeningnummer van [gedaagde].

2.3 Blijkens datzelfde dagafschrift zijn op tijdstippen op 30 juli tot en met 2 augustus 2004 in totaal 15 keer bedragen variërend tussen € 30,- en € 2.000,- van de rekening opgenomen of betaald ten laste van de rekening op verschillende plaatsen in Nederland, telkens met behulp van pas 898.

2.4 Per saldo is op en na 30 juli 2004 ongeveer evenveel gecrediteerd (€ 6.899,21) als gedebiteerd (€ 6.901,56).

2.4 Vóór 30 juli 2004 hebben blijkens het dagafschrift nog enkele andere crediteringen en debetboekingen plaatsgevonden.

2.5 [gedaagde] heeft de pas op 2 augustus 2004 te 16.08 uur laten blokkeren met als melding dat de pas tijdens vakantie is verloren. Op diezelfde datum heeft hij een nieuwe pas geactiveerd.

2.6 Fortis heeft vervolgens op 4 augustus 2004 beslag doen leggen onder ABN-AMRO op de desbetreffende rekening.

2.7 In oktober 2004 is wederom op dezelfde frauduleuze manier een bedrag gecrediteerd op de rekening van [gedaagde]. Ditmaal ging het om een bedrag van € 25.000,-.

Het geschil

Fortis vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 9.899,21, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. Het gevorderde bedrag bestaat uit een hoofdsom van € 6.899,21, vermeerderd met een bedrag van € 3.000,- als vergoeding voor administratie en onderzoekskosten. [gedaagde] heeft daartegen gemotiveerd verweer gevoerd.

De beoordeling

Fortis heeft als grondslag van de vordering aangevoerd dat [gedaagde] betrokken moet zijn geweest bij de frauduleuze handelingen waardoor bedragen op zijn rekening zijn gekomen waarop hij geen recht had en die er vervolgens weer zijn afgehaald. Fortis heeft daartoe gesteld dat de rekening is ‘leeggehaald’ met behulp van de pas van [gedaagde] en dat dat alleen gebeurd kan zijn met gebruik van de pincode van [gedaagde]. Volgens Fortis kan het daarom niet anders of [gedaagde] heeft zelf de rekening leeggehaald of zijn pas met pincode aan (een) derde(n) ter beschikking gesteld. Volgens Fortis is het ‘uitlenen’ van een rekening tegen ‘vergoeding’ ter fine van handelingen als hier hebben plaatsgevonden een bekend soort fraude. Fortis stelt ten slotte dat zij door toedoen van [gedaagde] schade heeft geleden doordat zij haar rekeninghouders schadeloos heeft moeten stellen.

4.2. [gedaagde] heeft betwist dat hij op enigerlei wijze bij de frauduleuze handelingen betrokken is geweest of die mogelijk heeft gemaakt. Hij stelt dat hij op enig moment heeft bemerkt dat hij de pinpas kwijt was, dat hij zijn pincode aan niemand heeft bekend gemaakt en dat hij die nergens had opgeschreven. Hij houd het erop dat derden op een of andere wijze tegen zijn wil op de hoogte zijn gekomen van zijn pincode. Voorts beroept hij zich erop dat Fortis haar betalingsverkeer onvoldoende heeft beveiligd en het daarmee over zichzelf heeft afgeroepen dat kon gebeuren wat is gebeurd.

4.3 Vooropgesteld moet worden dat op Fortis de stelplicht en bewijslast rusten van feiten en omstandigheden waaruit toerekenbaar onrechtmatig handelen van [gedaagde] jegens haar volgt. Zij zal dus feiten en omstandigheden moeten stellen en zonodig moeten bewijzen waaruit blijkt dat [gedaagde] desbewust betrokken is geweest bij de frauduleuze handelingen. Het is in beginsel niet zo dat het aan [gedaagde] is met feiten en omstandigheden aannemelijk te maken of aan te tonen dat hij daarbij niet betrokken is.

4.4 De stellingen van Fortis omtrent de betrokkenheid van [gedaagde] zijn ontoereikend. Het enkele feit dat de onttrekking van (de gecrediteerde) bedragen aan de rekening van [gedaagde] met behulp van de pas en de pincode van [gedaagde] heeft plaatsgevonden wettigt niet de conclusie dat [gedaagde] zelf overschrijvingsformulieren heeft vervalst of de bedragen zelf heeft opgenomen danwel aan derden, al dan niet tegen betaling, zijn pas en pincode heeft afgestaan. Wat betreft pas en pincode blijft de mogelijkheid bestaan dat derden zich daarover de beschikking hebben weten te verschaffen zonder bedoeling of medeweten van [gedaagde]. Dat derden zowel de pas als de pincode in handen hebben gekregen zonder toedoen van [gedaagde] is, hoewel niet duidelijk is hoe dat in zijn werk zou zijn gegaan, niet uitgesloten. Op grond van de door Fortis overgelegde verklaring van ABN-AMRO van 4 mei 2005 is wel aannemelijk dat (electronische) skimmings operaties om de pas- en/of rekeninggegevens of de pincode te weten te komen niet hebben plaatsgevonden. De mogelijkheid blijft echter dat een derde bij ‘pinnen’ door [gedaagde] heeft meegekeken en vervolgens de pas heeft gestolen, zonder dat [gedaagde] dat heeft gemerkt.

4.5 Merkwaardig blijft echter wel hoe [gedaagde] met het verlies van de pas is omgesprongen. Hij heeft de pas, nadat hij bemerkte dat die weg was, niet laten blokkeren en evenmin aangifte van vermissing gedaan. Volgens zijn verklaring vond hij het niet nodig om de pas meteen te laten blokkeren omdat hij heel weinig gebruik maakte van de rekening en had hij het voornemen de pas te laten blokkeren na ontvangst van de nieuwe pas die volgens bericht van de bank al onderweg was naar hem toen hij de vermissing van de oude pas bemerkte. Vervolgens heeft hij de oude pas laten blokkeren onder opgave van een valse mededeling van verlies tijdens vakantie. Dat blokkeren heeft bovendien plaatsgevonden op de dag (2 augustus 2004) waarop de laatste opname van de rekening ad € 830,- te 1.13 uur heeft plaatsgevonden, waarna die leeg was. Dit zijn omstandigheden die geschikt zijn om verdenking van betrokkenheid op zich te laden. Toch is dit een en ander onvoldoende om objectief een vermoeden van betrokkenheid op te baseren of die betrokkenheid voorshands als bewezen aan te nemen, behoudens tegenbewijs. Want het is denkbaar dat iemand van een zekere zorgeloosheid het niet nodig vindt een vermiste pinpas meteen te laten blokkeren omdat er toch weinig of niets van de rekening valt op te nemen, temeer indien niet duidelijk is of de pas ‘gewoon’ kwijt is of gestolen. En het is ook denkbaar dat iemand voor zichzelf denkt dat hij een aannemelijke smoes moet opgeven voor het verlies van de pas bij het verzoek om te blokkeren, hoewel daarvoor objectief natuurlijk geen enkele reden is. En het kan toeval zijn dat de pas dan uiteindelijk alsnog wordt geblokkeerd op dezelfde dag dat de laatste geldopname heeft plaatsgevonden. Met dit alles wil niet gezegd zijn dat aannemelijk is dat [gedaagde] er niet zelf de hand in heeft gehad, maar alleen dat er objectief onvoldoende grond is om aan te nemen dat dat wel zo is.

4.6 Bij gebreke van andere stellingen van de zijde van Fortis is er op het punt van betrokkenheid van [gedaagde] voor een bewijsopdracht geen grond.

4.7 Bij akte na comparitie heeft Fortis zich als grond voor haar vordering nog beroepen op bepalingen uit de Voorwaarden Gebruik Geld- en Betaalautomaten (VgGB) ten betoge dat [gedaagde] zijn verplichtingen jegens ABN-AMRO niet is nagekomen. Fortis heeft die voorwaarden niet overgelegd, nog de relevante bepalingen letterlijk geciteerd. Bij gebreke daarvan kan de rechtbank daarmee niet zoveel. Maar zelfs indien aangenomen moet worden dat [gedaagde] gebonden is aan die voorwaarden en zijn verplichtingen uit die voorwaarden jegens ABN-AMRO niet is nagekomen, wettigt dat niet zonder meer de conclusie dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Fortis. Het zal waarschijnlijk zo zijn dat die voorwaarden in de verhouding tussen bank (hier: ABN-AMRO) en client (hier: [gedaagde]) een risicoverdeling regelen voor schade door verlies, diefstal of vermissing van een pinpas, maar niet nakoming van verplichtingen in dat kader maakt niet automatisch dat de cliënt onrechtmatig handelt jegens elke andere bank. Los van die voorwaarden kan evenmin worden gezegd dat het enkele feit dat [gedaagde] de pas niet meteen na ontdekking van de vermissing heeft laten blokkeren en bij het laten blokkeren een smoes heeft opgegeven onzorgvuldig en dus onrechtmatig handelen jegens Fortis opleveren. Niets is gesteld of gebleken waaruit volgt dat [gedaagde] erop bedacht moest zijn dat niet alleen hij zelf en ABN-AMRO schade zouden kunnen lijden door mogelijk gebruik door onbevoegden, maar ook andere banken zoals Fortis, laat staan doordat overschrijvingsformulieren van cliënten van Fortis vervalst zouden worden. Dat is in ieder geval zonder bijzondere kennis omtrent bankfraudes niet een voorzienbaar gevolg van nonchalance met een pinpas.

4.8 Uit het voorgaande volgt dat de vordering moet worden afgewezen. Fortis zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- explootkosten € 0,00

- vast recht 288,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 960,00 (2,5 punten × tarief € 384,00)

Totaal € 1.248,00

De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen af,

veroordeelt Fortis in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.248,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2005.

De griffier: De rechter: