Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AU1704

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
29-06-2005
Datum publicatie
30-08-2005
Zaaknummer
125083
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vereenzelviging; Bestuurdersaansprakelijkheid.

Gedaagde 2 c.s. kunnen alleen doorprocederen als zij zich met spoed tot een advocaat/procureur wenden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank ARNHEM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 125083 / HA ZA 05-558

Datum vonnis: 29 juni 2005

Vonnis

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur mr. R.J. Sturkenboom,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 2] HOLDING B.V.,

gevestigd te Geldermalsen,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden.

Partijen zullen hierna [eiser], [gedaagde 2] Holding en [gedaagde 2] genoemd worden. Gedaagden zullen gezamenlijk als [gedaagde 2] c.s. (enkelvoud) worden aangeduid.

Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit het vonnis van deze rechtbank, sector kanton, locatie Tiel van 23 maart 2005.

In de procedure bij de sector kanton is [gedaagde 2] c.s. bij gemachtigde verschenen. Na verwijzing heeft [gedaagde 2] c.s. geen procureur gesteld.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De feiten

Euro Design BV produceerde tot omstreeks februari 2004 zitmeubelen. [gedaagde 2] Holding is enig bestuurder en aandeelhouder van Euro Design BV. [gedaagde 2] is bestuurder van [gedaagde 2] Holding.

[eiser] is op 8 juni 1998 in dienst getreden bij Euro Design BV in de functie van meubelmaker. De arbeidsovereenkomst is op 1 februari 2004 geëindigd door opzegging zijdens Euro Design BV, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Er is opgezegd na verkregen toestemming van de Centrale Organisatie Werk en Inkomen (CWI). Euro Design BV heeft als reden voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met [eiser] (en nog tien andere werknemers van Euro Design BV) bedrijfseconomische redenen aangevoerd. Zij heeft gesteld dat de productie van zitmeubelen verliesgevend was. Om die reden is besloten de productie van zitmeubelen te beëindigen en deze meubelen voortaan te importeren uit Turkije.

[eiser] heeft Euro Design BV verzocht hem een vergoeding conform de kantonrechtersformule te betalen, namelijk een bedrag van € 13.433,22 bruto. Euro Design BV heeft geen vergoeding betaald.

Vervolgens heeft [eiser] (evenals vier collega’s) Euro Design BV en [gedaagde 2] c.s. gedagvaard voor deze rechtbank, sector kanton, locatie Tiel. [eiser] heeft in die procedure onder meer gevorderd voor recht te verklaren dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en Euro Design BV kennelijk onredelijk is alsmede een veroordeling gevorderd van Euro Design BV en [gedaagde 2] c.s. tot betaling van een vergoeding als bedoeld in artikel 7:681 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) met rente en kosten. Tevens is overlegging van bepaalde financiële stukken gevorderd op verbeurte van een dwangsom.

De sector kanton van de rechtbank heeft in het vonnis van 23 maart 2005 beslist dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is en heeft Euro Design BV veroordeeld een schadevergoeding aan [eiser] te betalen van € 9.287,16 bruto. Euro Design BV is tevens veroordeeld in de kosten van het geding bij de sector kanton. De vordering strekkende tot het overleggen van stukken is afgewezen wegens het ontbreken van belang, gelet op de toewijzing van de vordering tot betaling van een schadevergoeding ex artikel 7:681 BW.

De rechtbank heeft zich daarnaast onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de vordering van [eiser] tegen [gedaagde 2] c.s. en heeft dat deel van het geschil verwezen naar de sector civiel van de rechtbank.

Het geschil

[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde 2] c.s. tot betaling van € 13.433,22 bruto, althans een zodanig bedrag als de E.A. Kantonrechter in goede justitie meent te behoren, vermeerderd met rente en kosten.

[eiser] voert daartoe - zo begrijpt de rechtbank - aan dat [gedaagde 2] c.s. uit hoofde van vereenzelviging dan wel bestuurdersaansprakelijkheid tezamen met Euro Design BV hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die [eiser] lijdt als gevolg van de kennelijk onredelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst. Hij stelt dat [gedaagde 2] Holding als enig aandeelhouder en enig bestuurder van Euro Design BV volledige zeggenschap uitoefende over Euro Design BV en het beleid van Euro Design BV bepaalde. Voorts stelt hij dat [gedaagde 2] op zijn beurt als enig aandeelhouder en enig bestuurder van [gedaagde 2] Holding volledige zeggenschap uitoefende over [gedaagde 2] Holding. Volgens [eiser] vormen [gedaagde 2] Holding en Euro Design BV daarnaast feitelijk een economische eenheid die het besluit heeft genomen om de bedrijfsactiviteiten van Euro Design BV te staken.

[gedaagde 2] c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

De rechtbank zal uitgaan van de vordering zoals bij repliek gewijzigd, nu [gedaagde 2] c.s. zich daartegen niet heeft verzet en van overige beletselen ex artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) niet is gebleken.

In de onderhavige procedure heeft [gedaagde 2] c.s. geen procureur gesteld. Op grond van de parlementaire geschiedenis moet gelet op de omstandigheid dat vóór de verwijzing verrichte proceshandelingen ná verwijzing geldig blijven, een eenmaal in het geding verschenen partij ook ná verwijzing worden aangemerkt als in het geding verschenen, ondanks een eventueel verzuim om procureur te stellen.

Kortom: hoewel [gedaagde 2] c.s niet bij procureur is verschenen, is geen sprake van verstek. Dit vonnis wordt derhalve op tegenspraak gewezen.

De rechtbank stelt vast dat [eiser] zijn vordering na verwijzing van de zaak tussen [eiser] en [gedaagde 2] c.s. naar de sector civiel van de rechtbank, niet heeft gewijzigd. Daartoe was zeker aanleiding nu de rechtbank, sector kanton inmiddels onder meer heeft beslist dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is en dat Euro Design BV [eiser] een bedrag van € 9.287,16 bruto dient te betalen. De rechtbank zal [eiser] alsnog in de gelegenheid stellen zijn eis te wijzigen.

De rechtbank begrijpt de vordering van [eiser] aldus, dat hij een veroordeling van [gedaagde 2] c.s. vordert voor het geval de betaling van

€ 9.287,16 bruto, waartoe het vonnis van 23 maart 2005 verplicht, uitblijft. Pas in dat geval kan immers de vraag aan de orde komen of een ander voor dat bedrag kan worden aangesproken. Kennelijk heeft [eiser] het oog op deze situatie. Hij zal echter nader moeten toelichten wat hij precies bedoelt. Het is de rechtbank niet bekend of hoger beroep is ingesteld tegen voornoemd vonnis van 23 maart 2005.

In het geval dat [eiser] zijn eis wijzigt zoals bedoeld in 4.3, sprake is van een onherroepelijk vonnis en komt vast te staan dat Euro Design BV geen verhaal biedt, dan ligt de vraag voor of [gedaagde 2] Holding en/of [gedaagde 2] tot betaling van het bedrag ad € 9.287,16 kan/kunnen worden aangesproken.

vereenzelviging

[eiser] stelt dat [gedaagde 2] Holding en Euro Design BV feitelijk een economische eenheid vormen en dat [gedaagde 2] Holding de feitelijke beslissingsmacht over Euro Design heeft, doordat zij bestuurder en enig aandeelhouder is. Volgens [eiser] kon [gedaagde 2] Holding Euro Design BV maken en breken. Deze nauwe verbondenheid brengt volgens [eiser] mee dat beide vennootschappen vereenzelvigd kunnen worden en dat ze zodanig verweven zijn dat zij voor elkaars schulden aansprakelijk kunnen worden geacht. [eiser] benadrukt dat het [gedaagde 2] Holding is geweest die heeft besloten de bedrijfsactiviteiten te staken.

In het geval van vereenzelviging dient voorbij te worden gegaan aan het identiteitsverschil tussen een bij een geval betrokken rechtspersoon en één of meer andere bij die rechtspersoon betrokken (rechts-)personen, in die zin dat gedragingen van de één aan de ander worden toegerekend. Op grond van vaste jurisprudentie (onder meer HR 9 juni 1995, NJ 1996/213) is er slechts onder uitzonderlijke omstandigheden sprake van vereenzelviging. Naar het oordeel van de rechtbank is in het thans voorliggende geschil geen sprake van dusdanig uitzonderlijke omstandigheden dat tot vereenzelviging geconcludeerd kan worden. Daartoe is onvoldoende gesteld. De rechtbank overweegt dat de omstandigheden dat [gedaagde 2] Holding volledige zeggenschap heeft over Euro Design BV en dat [gedaagde 2] bestuurder is van [gedaagde 2] Holding op zichzelf niet een dergelijke bijzondere omstandigheid opleveren. De rechtbank zal de vordering gebaseerd op vereenzelviging afwijzen.

bestuurdersaansprakelijkheid

In de dagvaarding stelt [eiser] in punt 20 dat [gedaagde 2] Holding aansprakelijk is voor de schulden van Euro Design omdat zij als enig bestuurder en aandeelhouder wist dat werknemers zouden worden benadeeld en hun verhaalsmogelijkheden zouden verminderen door de bedrijfsactiviteiten te verplaatsen naar Turkije.

De rechtbank stelt voorop dat naar Nederlands recht de rechtspersoon als zelfstandig rechtssubject in beginsel uitsluitend zelf aansprakelijk is voor zijn schulden. Daarom kan er slechts onder bijzondere omstandigheden aanleiding bestaan om de aan die rechtspersoon verbonden andere (rechts)personen - zoals bijvoorbeeld de bestuurders of feitelijk leidinggevenden bij die rechtspersoon - op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk te houden voor schulden van eerstgenoemde rechtspersoon. In het geval van een bestuurder is beslissend of de bestuurder persoonlijk een hem toerekenbare onrechtmatige daad heeft gepleegd tegenover de derde of de wederpartij, anders gezegd, indien hem ter zake van de schade persoonlijk een verwijt treft.

De rechtbank stelt vast dat [eiser] in dienst was van Euro Design BV en dat Euro Design BV het besluit heeft genomen het dienstverband met [eiser] (en zijn collega’s) te beëindigen. Het is de rechtbank niet duidelijk geworden op basis waarvan [eiser] tot de conclusie komt dat desondanks [gedaagde 2] Holding en [gedaagde 2] gehouden zijn de schade van [eiser] te vergoeden. De rechtbank zal [eiser] in de gelegenheid stellen kort, bondig en overzichtelijk in een akte aan te geven op welke rechtsgrond en op basis van welke feiten en omstandigheden [eiser] tot de conclusie komt dat [gedaagde 2] Holding en [gedaagde 2] moeten worden veroordeeld tot betaling van de (kennelijk onredelijk ontslag-) vergoeding.

De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zoals in het dictum is aangegeven, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over de hiervoor aangegeven onderwerpen.

De rechtbank benadrukt dat ook [gedaagde 2] c.s. in de gelegenheid wordt gesteld een akte te nemen. Dit kan alleen als zich voor hem een procureur heeft gesteld. Wil [gedaagde 2] c.s. doorprocederen dan dient hij zich dus met spoed tot een advocaat/procureur te wenden.

De rechtbank houdt voor het overige iedere verdere beslissing aan.

De beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 27 juli 2005 voor het nemen van een akte door [eiser] als bedoeld in 4.3, 4.4 en 4.10;

verstaat dat de zaak vervolgens op de rol van 24 augustus 2005 komt om [gedaagde 2] c.s. in de gelegenheid te stellen bij akte te reageren op de akte van [eiser];

de rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.C.J. van Bavel en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2005.

de griffier de rechter