Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AU1620

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
29-06-2005
Datum publicatie
26-08-2005
Zaaknummer
121217
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Op enkele plaatsen blijkt de afscheiding de gemeenschappelijke erfgrens te overschrijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 121217 / HA ZA 04-2323

Datum vonnis: 29 juni 2005

Vonnis

in de zaak van

1. [eiser 1],

2. [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

procureur en advocaat mr. D.P. de Vries te Tiel,

tegen

1. [gedaagde 1],

2. [gedaagde 2],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur en advocaat mr. A.A. Voets te Druten.

Het verloop van de procedure

Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar het tussenvonnis van 16 maart 2005. De daarop gehouden comparitie van partijen ter plaatse, waarvan het proces-verbaal zich bij de stukken bevindt, heeft niet tot overeenstemming geleid. Tijdens de comparitie is de conclusie van antwoord in reconventie genomen. Na afloop is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1.1 De partijen zijn buren. [eiser 1] c.s. wonen op het adres [adres] te [woonplaats]. [gedaagde 1] c.s. wonen daarnaast op nummer 4. De partijen hebben langdurig met elkaar geprocedeerd voor deze rechtbank (rolnummer 00-365). Na een tussenvonnis van 6 september 2001 en een op 14 oktober 2003 gewezen arrest van het gerechtshof te Arnhem, waarbij werd terugverwezen naar deze rechtbank, zijn op 3 juni 2004 ter plaatse van het geschil getuigen gehoord. Vervolgens zijn de partijen tijdens de in aansluiting daarop gehouden comparitie tot overeenstemming gekomen, hetgeen is neergelegd in een vaststellingsovereenkomst.

1.2 Bij die gelegenheid is allereerst het verloop van de gemeenschappelijke erfgrens bepaald. Overeenkomstig de daarover gemaakte afspraak heeft een landmeter van het kadaster op 7 juli 2004 de erfgrens opgemeten (veldwerk 1643). Het perceel van [eiser 1] c.s. is nu kadastraal bekend als gemeente [woonplaats], sectie C, nummer 4695, dat van [gedaagde 1] c.s. als gemeente [woonplaats], sectie C, nummer 4696.

1.3 Ook was overeengekomen dat [gedaagde 1] c.s. voor 15 juli 2004 een schutting zouden plaatsen met een hoogte van tussen 1.80 en 2.00 meter vanaf de achterzijde van hun perceel tot de lijn in het verlengde van de achtergevel van hun woning op een afstand van 1.20 meter daarvan. Hoewel dat niet met zoveel woorden tot uitdrukking is gebracht, zou de afscheiding op het terrein van [gedaagde 1] c.s. komen te staan.

1.4 [gedaagde 1] c.s. hebben een hekwerk met ijzeren palen laten plaatsen. Het hekwerk loopt niet geheel naar achteren door in verband met een daar staand schuurtje van [eiser 1] c.s.. Op enkele plaatsen blijkt de afscheiding de gemeenschappelijke erfgrens te overschrijden. Bij brief van 19 oktober 2004 hebben [eiser 1] c.s. [gedaagde 1] c.s. laten aanschrijven met de constatering dat anders dan was overeengekomen geen schutting is geplaatst, die geheel op eigen grond had moeten staan. Daarbij is aangekondigd dat in rechte de nakoming van de overeenkomst zou worden gevorderd. [gedaagde 1] c.s. hebben aan de afscheiding niets veranderd.

Het geschil in conventie en in reconventie

2. [eiser 1] c.s. vorderen de veroordeling van [gedaagde 1] c.s., des dat de een presterende de ander zal zijn bevrijd, binnen een maand na betekening van het te wijzen vonnis het geplaatste hekwerk tussen de percelen Langakkers 4 en 6 te [woonplaats] te amoveren en binnen voornoemd tijdsbestek te doen plaatsen een schutting qua hoogte en positionering overeenkomend met de vaststellingovereenkomst van

3 juni 2004, voorts ten bewijze van de juiste positionering binnen twee maanden na de datum van het aan [gedaagde 1] c.s. betekende vonnis, aan [eiser 1] c.s. te doen overleggen een verklaring van het kadaster waaruit blijkt dat het hekwerk op de aan [gedaagde 1] c.s. in eigendom toebehorende grond is geplaatst, dit alles op straffe van (verbeurte van) een dwangsom van € 1.500,-- per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat [gedaagde 1] c.s. met deze veroordelingen in gebreke zullen zijn, met hun veroordeling in de proceskosten.

[eiser 1] c.s. leggen aan hun vorderingen de vaststaande feiten ten grondslag. Zij verlangen de integrale nakoming van de vaststellingsovereenkomst. Zij stellen dat [gedaagde 1] c.s. jegens hen toerekenbaar tekortschieten, althans onrechtmatig handelen door inbreuk te maken op hun eigendom door de afscheiding niet geheel op eigen grond te plaatsen. Zij menen voorts dat het geplaatste hekwerk geen schutting is en daarmee niet voldoet aan hetgeen is afgesproken.

3. [gedaagde 1] c.s. voeren gemotiveerd verweer. In reconventie vorderen zij [eiser 1] c.s. te veroordelen binnen een maand na betekening van het te wijzen vonnis hun schuur dan wel het overstekende dak van de schuur en vier bomen: een beuk, twee coniferen op stam en een berk, te verwijderen, dit alles op straffe van (verbeurte van) een dwangsom van € 1.500,-- per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, met hun veroordeling in de proceskosten.

[gedaagde 1] c.s. stellen daartoe dat de schuur van [eiser 1] c.s. op hun grond staat en/of dat het dak daarvan over de erfgrens heen steekt, hetgeen een onrechtmatige inbreuk op hun eigendom oplevert. De vier door hen genoemde bomen staan binnen twee meter van de erfgrens en dus in strijd met het bepaalde in artikel 5:42 BW.

[eiser 1] c.s. voeren op hun beurt in reconventie gemotiveerd verweer.

De beoordeling van het geschil

4. De partijen zijn het er over eens dat het door [gedaagde 1] c.s. geplaatste hekwerk niet geheel op hun eigen terrein is gesitueerd, zoals dat was overeengekomen. Tijdens de comparitie is van de zijde van [gedaagde 1] c.s. verklaard dat zij er niet bij zijn geweest toen de door hen ingeschakelde onderneming het hekwerk plaatste. Zij hoorde van die kant dat het niet mogelijk was alle palen op de juiste plek in te slaan in verband met aangetroffen wortels en puin. [gedaagde 1] c.s. hebben zich voor het gebruikte materiaal aangesloten bij de materiaalkeuze van de wederpartij (worteldoek).

5. Het lag op de weg van [gedaagde 1] c.s. de overeengekomen schutting zodanig te (laten) plaatsen dat deze niet op het terrein van [eiser 1] c.s zou staan. Dat dat nu deels wel het geval blijkt te zijn komt voor rekening en risico van [gedaagde 1] c.s.. Dat de door hem ingeschakelde onderneming kennelijk zonder ruggespraak over de grens zijn heen gegaan ontslaat hen niet van hun verantwoordelijkheid na te komen zoals het is afgesproken. Dat klemt temeer nu de partijen na een langdurige procedure juist met het oog op een beëindiging daarvan duidelijke afspraken hebben gemaakt. Aan het verweer dat plaatsing op eigen terrein niet mogelijk bleek wordt voorbijgegaan. Als bij het inslaan van de toegepaste palen al moeilijkheden werden ondervonden, dan had voor een andere uitvoering gekozen moeten worden. [gedaagde 1] c.s. zullen de afrastering daarom zodanig moeten verplaatsen dat deze geheel op eigen terrein komt te staan.

6. Over de uitvoering van de schutting zijn op 3 juni 2004 geen afspraken gemaakt. Het dient ten minste een ondoorzichtige afscheiding te zijn. Hoewel in het spraakgebruik bij een schutting eerder aan een afscheiding van hout wordt gedacht, is een afscheiding van palen met een raster van betonijzer bekleed met worteldoek een uitvoering die in beginsel voldoet aan de niet doorzichtige afscheiding die de partijen voor ogen stond. Iets anders is dat het toegepaste worteldoek niet degelijk voorkomt. De rechtbank heeft ter plaatse in elk geval een, zij het nog klein, gaatje waargenomen waardoor naar het andere erf kon worden gekeken. [gedaagde 1] c.s. dienen ervoor te zorgen dat de bekleding van het hekwerk zodanig wordt uitgevoerd dat deze daadwerkelijk ondoorzichtig is en blijft.

7. Zoals tijdens de comparitie is besproken is het verstandig een landmeter voor de uitvoering van de werkzaamheden de grens te laten reconstrueren. Het ligt op de weg van [gedaagde 1] c.s. daarvoor zorg te dragen. De daaraan verbonden kosten zullen ook door hen moeten worden gedragen, nu zij de partij zijn die de erfgrens hebben overschreden. Om nieuwe ongelukken te voorkomen verdient het aanbeveling de kadastrale grens in het terrein met ingeslagen ijzeren buizen op alle daarvoor in aanmerking komende punten te laten uitzetten en deze buizen vervolgens daar te laten. Om dezelfde reden lijkt de aanwezigheid van de advocaten van de partijen bij de reconstructie aan te bevelen. Bij een verklaring van het kadaster dat de vervolgens geplaatste afscheiding op eigen grond van [gedaagde 1] c.s. staat hebben [eiser 1] c.s. geen belang. De partijen (en hun advocaten) kunnen dat aan de hand van de in het terrein uitgezette grens zelf zien. Met inachtneming van het voorgaande zijn de vorderingen van [eiser 1] c.s. toewijsbaar. Er is aanleiding de dwangsom te matigen en te binden aan een maximum.

8. [eiser 1] c.s. hebben zich tijdens de comparitie verplicht hun schuurtje binnen een maand 50 cm opzij te plaatsen, zodat iedere twijfel over overschrijding van de erfgrens zal zijn weggenomen. Uit het overgelegde veldwerk 1643 en de waarneming ter plaatse door de rechtbank dat een recente verplaatsing van de trottoirband achter in de tuin van [gedaagde 1] c.s. niet aannemelijk is, volgt voldoende dat in elk geval het dak van het schuurtje van [eiser 1] c.s. over de erfgrens heen steekt. De daarop slaande vordering in reconventie zal daarom zoals hierna weer te geven worden toegewezen. Het komt in dit verband beter voor eerst de reconstructie van de erfgrens af te wachten, pas dan is er zekerheid over het precieze verloop van de grens. De veroordeling zal daarop aansluiten. Ook hier zal de op te leggen dwangsom worden gematigd en worden gebonden aan een maximum.

9. Terecht werpen [eiser 1] c.s. op dat de aanwezigheid van bomen in de eerdere procedure, die is geëindigd met de vaststellingsovereenkomst van 3 juni 2004, onderdeel van het geschil is geweest. Zij mochten er daarom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid op vertrouwen dat zij na het treffen van de schikking op de genoemde datum en het in verband daarmee beëindigen van de procedure niet nogmaals zouden worden aangesproken de bomen te verwijderen. Daarop stuit de vordering van [gedaagde 1] c.s. op dit onderdeel af.

10. In conventie zijn [gedaagde 1] c.s. de in het ongelijk gestelde partij. Zij zullen in de kosten van die procedure worden veroordeeld. In reconventie zijn de partijen over en weer deels in het ongelijk gesteld. Dat rechtvaardigt het ieder de eigen kosten te laten dragen.

De beslissing

De rechtbank,

in conventie

veroordeelt [gedaagde 1] c.s., aldus dat bij nakoming door de een de ander zal zijn bevrijd, binnen één maand na betekening van dit vonnis het kadaster Gelderland opdracht te geven de erfgrens tussen de kadastrale percelen gemeente [woonplaats], sectie C, nummers 4695 en 4696 te reconstrueren en in het terrein uit te zetten en na de uitvoering van die opdracht binnen één maand het geplaatste hekwerk tussen de beide percelen te verwijderen voor zover het niet op hun eigen perceel 4696 staat en (opnieuw) op eigen terrein te plaatsen, tot aan de achtergrens te voltooien zodra het schuurtje van [eiser 1] c.s. is verplaatst, alsmede te voorzien van een deugdelijke ondoorzichtige stof, zoals bijvoorbeeld hout, kunststof of rietmat, met afmetingen zoals op 3 juni 2004 overeengekomen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,-- per dag, een deel daarvan daaronder begrepen, dat aan deze veroordeling niet wordt voldaan, tot een maximum van € 5.000,--,

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [eiser 1] c.s. bepaald op € 1.228,78, waarvan

€ 324,78 wegens verschotten en € 904,-- wegens salaris,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

ontzegt het meer of anders gevorderde,

in reconventie

veroordeelt [eiser 1] c.s. binnen veertien dagen na de reconstructie van de kadastrale grens zoals in conventie bedoeld hun schuurtje zodanig te verplaatsen dat deze geheel op eigen terrein komt te staan, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,-- per dag, een deel daarvan daaronder begrepen, dat aan deze veroordeling niet wordt voldaan, tot een maximum van € 5.000,--,

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

veroordeelt iedere partij de eigen kosten te dragen,

wijst het meer gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Driel van Wageningen en uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2005.

de griffier de rechter