Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AU1545

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-06-2005
Datum publicatie
25-08-2005
Zaaknummer
126714
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht; concurrentiebeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2005, 116
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 126714 / KG ZA 05-282

Datum vonnis: 21 juni 2005

Vonnis in kort geding

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KOPIEERSYSTEMEN NEDERLAND B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Badhoevedorp,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

advocaat mr. H.J. Funke te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EXCHANGEIT B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Nijkerk,

gedaagde in conventie,

2. [gedaagde],

wonende te [gedaagde 2],

gedaagde in conventie,

eiser in voorwaardelijke reconventie,

beiden procureur mr. F.J. Boom,

en advocaat mr. H.H.A. Lewin te Rotterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DINEL SOLUTIONS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Nijkerk,

gedaagde in conventie,

4. [gedaagde 4],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

beiden procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

en advocaat mr. A.A.T.M. de Jong te Rotterdam.

Partijen zullen hierna ook respectievelijk KN, ExchangeIt, [gedaagde 2], Dinel en [gedaagde 4] worden genoemd.

Het verloop van de procedure

KN heeft gedaagden in conventie ter zitting in kort geding doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding. KN heeft ter zitting haar eis met betrekking tot [gedaagde 2] aangevuld - waartegen [gedaagde 2] zich niet heeft verzet - in die zin, dat het sub 2 gevorderde dient te worden aangevuld met de woorden “te overtreden”. Gedaagden in conventie hebben geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen. [gedaagde 2] heeft tevens een eis in voorwaardelijke reconventie ingesteld, zoals neergelegd in de pleitnota, tevens houdende eis in voorwaardelijke reconventie. KN heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorwaardelijke eis in reconventie. De advocaat van KN, de advocaat van ExchangeIt en [gedaagde 2] en de advocaat van Dinel en [gedaagde 4] hebben de zaak bepleit, de twee laatstgenoemden overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnotities. Daarbij hebben de advocaat van KN en de advocaat van Dinel en [gedaagde 4] producties in het geding gebracht. Ten slotte is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten in conventie en voorwaardelijke reconventie

1. KN is een onderneming die actief is in de kopieer/print branche

en bestaat uit meerdere divisies. Eén van deze divisies is ID-Systems. ID-Systems houdt zich bezig met de levering, de installatie, de service en het onderhoud van ID-card printers en de daarbij behorende software, randapparatuur en supplies.

2. Op 1 december 1982 is [gedaagde 4] bij KN in dienst getreden. Hij

had daar laatstelijk de functie van Product Support Specialist.

3. Op 8 december 2000 is tussen KN en [gedaagde 2] een tijdelijke

arbeidsovereenkomst (voor de duur van 12 maanden) gesloten op grond waarvan [gedaagde 2] in dienst is getreden bij KN in de functie van Account Manager ID-Systems.

4. Naast een arbeidsovereenkomst hebben KN en [gedaagde 2] ook

een concurrentieovereenkomst, d.d. 7 december 2000, gesloten. Artikel 3 van deze overeenkomst luidt als volgt.

“Het is werknemer verboden zonder schriftelijke toestemming van KN bv binnen een tijdvak van 2 jaren na beëindiging der dienstbetrekking in dienst van anderen werkzaam te zijn in een organisatie gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever of samen met of zelfstandig in Nederland in enigerlei vorm een zaak, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever te vestigen, te drijven, mede te drijven of te doen drijven, hetzij direct hetzij indirect, als ook financieel in welke vorm ook bij een dergelijke zaak belang te hebben, direct of indirect, of daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard ook te hebben. Bij overtreding van dit verbod verbeurt werknemer ten behoeve van werkgever een dadelijke opvorderbare boete van f 2.000,-- voor elke dag dat hij in overtreding is, onverminderd zijn gehoudenheid tot betaling aan werkgever van een volledige schadevergoeding te dezer zake.”

5. Bij brief van 5 december 2001 is door KN aan [gedaagde 2], voor

zover van belang, het volgende bericht.

“Hiermede hebben wij het genoegen u te bevestigen dat per 8 december 2001 uw arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd omgezet wordt naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (...).

Voor het overige blijven uw arbeidsvoorwaarden ongewijzigd van kracht.”

6. Bij brief van 20 februari 2004 heeft [gedaagde 2], voor zover van

belang, het volgende aan de heren Compaan en Scheepmaker van KN bericht.

“Mijn wens om eigen ondernemer te worden gaat 1 april a.s. in vervulling. (...)

Mijn juridisch adviseur heeft onder andere mijn contract en concurrentiebeding bekeken en vastgesteld dat volgens de letter van deze bedinging er geen ruimte is voor de activiteiten zoals ik deze bedrijfsmatig wil gaan uitvoeren. De bedinging verbiedt mij om contact en relaties binnen de toegang- en betalingsmarkt te hebben. Verder start ik de onderneming samen met een compagnon, waarij mijn adviseur aangaf dat een relatiebeding ook een onderdeel van deze concurrentiebedinging is.

Resumerend gaf mijn juridisch adviseur aan dat het starten met een bedinging zoals deze geen goed uitgangspunt is. Ik wil dan ook graag bespreken of dat het mogelijk is dat mijn concurrentiebedinging kan komen te vervallen of dan wel aangepast kan worden waarbij mijn relatiebedinging kan worden geschrapt, en mijn bedinging teruggebracht wordt naar maximaal één jaar en de toespitsing op het marktsegment minder stringent is. (...)”

7. De heer L.H. Scheepmaker, financieel directeur van KN, heeft bij

brief van 29 maart 2004, voor zover van belang, het volgende aan [gedaagde 2] bericht.

“Op 9 maart 2004 vond een gesprek met u plaats, naar aanleiding van uw brief van 20 februari 2004.(...)

Wij kwamen op basis van de door u verstrekte informatie (...) tot de slotsom dat er zich geen strijdigheid van belangen tussen KN en uw onderneming behoeft voor te doen. Op basis van de door u verstrekte informatie, zoals in deze brief verwoord en onder de voorwaarde dat u zich ook verder tijdens de loopduur van de geldende concurrentieovereenkomst zult onthouden van (1) elke vorm van activiteit of handelen waarmee u in concurrentie treedt met KN en (2) van elk contact met Card 5 en Fargo, verlenen wij u toestemming om als ondernemer in voorkomende gevallen ook klanten en/of prospects van KN te benaderen.”

8. Eind maart 2004 is [gedaagde 2] bij KN uit dienst getreden.

9. Bij brief van 28 april 2004 heeft advocaat mr. F.J. Bloem namens

[gedaagde 2], voor zover van belang, het volgende aan KN bericht.

“(...)

Namens cliënt stel ik mij dan ook op het standpunt, dat de concurrentieovereenkomst niet stilzwijgend is verlengd en het concurrentiebeding vanaf 8 december 2003 haar gelding heeft verloren. (...)

Vervolgens heeft u in uw brief van 29 maart 2004 getracht om cliënt alsnog te binden aan het concurrentiebeding. Volledigheidshalve bevestig ik hierdoor, dat de inhoud van deze brief voor cliënt niet acceptabel is. Bovendien geeft de brief niet geheel correct en niet volledig het besprokene weer.

Gelet op het feit dat cliënt sinds 8 december 2003 niet meer gebonden is aan de concurrentieovereenkomst en vanwege het feit, dat de door cliënt te ondernemen activiteiten niet concurrerend zijn jegens KN, zoals bedoeld in artikel 3 van de concurrentieovereenkomst, wenst cliënt af te zien van verder overleg over de ontheffing of beperking van dit concurrentiebeding.”

10. In reactie op voornoemde brief heeft de heer Sturkenboom,

manager personeel en organisatie van KN, bij brief van 29 april 2004, voor zover van belang, het volgende aan advocaat mr. F.J. Bloem bericht.

“(...)

Nu uw cliënt, na geruime tijd, kennelijk alsnog afstand neemt van de op 9 maart 2004 op uw cliënt’s verzoek met hem gemaakte afspraken, acht KN zich niet meer gebonden aan zijn deel van de gemaakte afspraken. Met onmiddellijke ingang trekken wij derhalve onze toestemming aan [gedaagde 2] in, om als ondernemer in voorkomende gevallen ook klanten en/of prospects van KN te benaderen. Voor alle duidelijkheid: KN acht [gedaagde 2] onverkort gehouden aan de op 7 december 2000 overeengekomen concurrentieovereenkomst.

11. Eind april 2004 is [gedaagde 4] bij KN uit dienst getreden.

12. Dinel is een onderneming die zich bezighoudt met service,

onderhoud en levering en installatie van ID-card printers en de bijbehorende software. [gedaagde 4] is bestuurder van Dinel.

13. ExchangeIt is een onderneming die zich bezighoudt met de

ontwikkeling van software. Recentelijk heeft ExchangeIt een programma geschreven, genaamd CardExchange, dat de gebruiksmogelijkheden van ID-printers uitbreidt.

14. Enig aandeelhouder en bestuurder van ExchangeIt is Mayfairy

BV, van welke BV [gedaagde 2] enig aandeelhouder en bestuurder is.

15. Bij brief van 10 februari 2005 heeft mevrouw [betrokkene 1]

namens Vandenberg Security te Geldrop, voor zover van belang, het volgende aan KN bericht.

“Wij zijn ca. 3-4 maal via een mailing benaderd door Dinel Solutions. Deze mailing was gericht aan onze Adjunct Directeur [betrokkene 2]. De mailing werd nagebeld door de heer [betrokkene 3] namens Dinel Solutions.

Tevens hebben we van de heer [betrokkene 3] een offerte ontvangen, naar aanleiding van één van deze gesprekken. (...)”

16. Op 22 februari 2005 heeft de heer [betrokkene 4] namens Tokens

Unlimited te Nieuw-Vennep per brief, voor zover van belang, het volgende aan KN bericht.

“(...)

Hoe bent u benaderd

Wij zijn medio september/oktober telefonisch benaderd door de heer [betrokkene 5] van Dinel met het verzoek of hij ons informatie mocht sturen over de produkten van Dinel. (...) In dat gesprek werd overigens ook aangegeven dat men Fargo printers leverde.

Wij zijn benaderd door:

De heer [betrokkene 3] en de heer [betrokkene 6].

Presentatie namens

De heren presenteerden zich namens de firma Dinel. Op mijn vraag wat dit bedrijf deed was het antwoord dat men zich gespecialiseerd had in service op diverse machines en dat men daarbij tevens de betreffende machines kon leveren. (...)

Wij ontvingen vervolgens ook een offerte. (...)

Hoe vaak en door wie benaderd

Benadering door bovenstaande 2 heren.

Heer [betrokkene 3] met name in september en oktober (5 tot 10 keer). Hierna met name door de heer [betrokkene 6] (ook 5 tot 10 keer). Laatste benadering was jongstleden vrijdag waarin de heer [betrokkene 6] sterk aandrong op een afspraak om hun diensten over het voetlicht te brengen.

Kwalificaties over KN

(...) Wel werd aangegeven dat de destijds beste man van KN voor technische zaken ([betrokkene 6]) nu bij Dinel werkte en dat dat toch eigenlijk wel voldoende reden zou moeten zijn om hen in te schakelen voor de diensten van Dinel. (...)”

Het geschil

in conventie

1. KN vordert dat:

- [gedaagde 2] op straffe van een dwangsom:

a. zal worden verboden met ingang van twee dagen na betekening van dit vonnis direct of indirect betrokken te zijn bij, werkzaam te zijn voor en/of een financieel belang te hebben in Dinel, ExchangeIt en andere ondernemingen die gelijk, gelijksoortig of aanverwant zijn aan de onderneming van KN;

b. zal worden verboden met ingang van twee dagen na betekening van dit vonnis op enige andere wijze het concurrentiebeding en de overige bepalingen van de concurrentieovereenkomst te overtreden;

c. zal worden verboden met ingang van twee dagen na betekening van dit vonnis op enigerlei wijze contacten te hebben of te onderhouden met klanten, dealers en prospects van KN die klant, dealer of prospect van KN waren gedurende de periode dat [gedaagde 2] bij KN in dienst was;

d. zal worden veroordeeld binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan KN te betalen de tussen [gedaagde 2] en KN op 8 december 2000 overeengekomen contractuele boete die staat op overtreding van het concurrentiebeding, zijnde € 907,56 per dag vanaf 1 april 2004, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2004;

e. hoofdelijk zal worden veroordeeld binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan KN een schadevergoeding te betalen ter grootte van € 50.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2004;

f. zal worden veroordeeld binnen twee dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot afgifte aan KN van alle informatie die [gedaagde 2] in zijn bezit heeft aangaande KN en haar klanten, leveranciers, prospects en andere zakelijke relaties behoudens die informatie welke duidelijk niet van vertrouwelijke aard zijn of welke [gedaagde 2] ook zou hebben gekend als hij niet bij KN werkzaam zou zijn geweest;

- ExchangeIt op straffe van een dwangsom:

a. zal worden verboden met ingang van twee dagen na betekening van dit vonnis op enigerlei wijze contacten te hebben of te onderhouden met klanten, dealers en prospects van KN die klant, dealer of prospect van KN waren gedurende de periode dat [gedaagde 2] bij KN in dienst was;

b. zal worden veroordeeld binnen twee dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot afgifte aan KN van alle informatie die zij in zijn bezit heeft aangaande KN en haar klanten, leveranciers, prospects en andere zakelijke relaties behoudens die informatie welke duidelijk niet van vertrouwelijke aard zijn of welke ExchangeIt ook zou hebben gekend als zij niet die niet had vernomen van werknemers of voormalig werknemers van KN;

c. zal worden veroordeeld binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan alle klanten, leveranciers, prospects en andere zakelijke relaties van KN die ExchangeIt in het verleden heeft benaderd een rectificatie te doen toekomen op het gebruikelijke ExchangeIt briefpapier met de inhoud zoals in de dagvaarding vermeld;

- [gedaagde 4] op straffe van een dwangsom:

a. zal worden verboden met ingang van twee dagen na betekening van dit vonnis op enigerlei wijze contacten te hebben of te onderhouden met klanten, dealers en prospects van KN die klant, dealer of prospect van KN waren gedurende de periode dat [gedaagde 4] bij KN in dienst was;

b. hoofdelijk zal worden veroordeeld binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan KN een schadevergoeding te betalen ter grootte van € 50.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2004;

c. zal worden veroordeeld binnen twee dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot afgifte aan KN van alle informatie die hij in zijn bezit heeft aangaande KN en haar klanten, leveranciers, prospects en andere zakelijke relaties behoudens die informatie welke duidelijk niet van vertrouwelijke aard zijn of welke [gedaagde 4] ook zou hebben gekend als hij niet bij KN werkzaam zou zijn geweest;

- Dinel op straffe van een dwangsom:

a. zal worden verboden met ingang van twee dagen na betekening van dit vonnis op enigerlei wijze contacten te hebben of te onderhouden met klanten, dealers en prospects van KN die klant, dealer of prospect van KN waren gedurende de periode dat [gedaagde 2] en/of [gedaagde 4] bij KN in dienst waren;

b. hoofdelijk zal worden veroordeeld binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan KN een schadevergoeding te betalen ter grootte van € 50.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2004;

c. zal worden veroordeeld binnen twee dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot afgifte aan KN van alle informatie die Dinel in haar bezit heeft aangaande KN en haar klanten, leveranciers, prospects en andere zakelijke relaties behoudens die informatie welke duidelijk niet van vertrouwelijke aard zijn of welke Dinel ook zou hebben gekend als zij niet die niet had vernomen van werknemers of voormalig werknemers van KN;

d. zal worden veroordeeld binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan alle klanten, leveranciers, prospects en andere zakelijke relaties van KN die Dinel in het verleden heeft benaderd een rectificatie te doen toekomen op het gebruikelijke Dinel briefpapier met de inhoud zoals in de dagvaarding vermeld.

2. KN legt aan haar vorderingen - kort gezegd - het volgende ten

grondslag. [gedaagde 2] handelt in strijd met zijn concurrentiebeding en pleegt wanprestatie jegens KN. [gedaagde 2] is indirect aandeelhouder en bestuurder van ExchangeIt en hij heeft voor zowel ExchangeIt als Dinel werkzaamheden verricht, terwijl beide ondernemingen directe concurrenten zijn van KN. Beide ondernemingen leveren namelijk dezelfde dan wel vergelijkbare producten en diensten. [gedaagde 2], [gedaagde 4] en Dinel handelen onrechtmatig jegens KN omdat zij met gebruikmaking van de kennis, vertrouwelijke bedrijfsinformatie, ervaring en goodwill die [gedaagde 2] en [gedaagde 4] bij KN hebben opgedaan, werkzaamheden hebben verricht ten behoeve van Dinel. Dinel handelt bovendien onrechtmatig jegens KN omdat zij werkzaamheden heeft laten verrichten ten behoeve van haarzelf die misleidend zijn omdat Dinel zich ten onrechte voordoet als een geautoriseerde Fargo reseller/distributor en een geautoriseerde Fargo serviceprovider. Dinel handelt ten slotte onrechtmatig jegens KN omdat zij profiteert van de wanprestatie die [gedaagde 2] pleegt ten aanzien van het concurrentiebeding dat hij is overeengekomen met KN. ExchangeIt handelt tezamen met [gedaagde 2] ook onrechtmatig jegens KN omdat zij, eveneens met gebruikmaking van de kennis, vertrouwelijke bedrijfsinformatie, ervaring en goodwill die [gedaagde 2] bij KN heeft opgedaan, werkzaamheden hebben verricht ten behoeve van ExchangeIt. ExchangeIt heeft ten slotte de wanprestatie van [gedaagde 2] ten aanzien van zijn concurrentiebeding uitgelokt dan wel bevorderd dan wel daarvan geprofiteerd, hetgeen ook onrechtmatig is jegens KN.

in voorwaardelijke reconventie

3. [gedaagde 2] vordert in voorwaardelijke reconventie, namelijk

indien het door KN ten aanzien van [gedaagde 2] onder a en/of b gevorderde voor toewijzing in aanmerking zou komen, dat:

- primair het in de op 8 december 2000 getekende overeenkomst opgenomen concurrentiebeding voor de resterende duur zal worden geschorst;

- subsidiair dit beding zal worden beperkt tot Nederland en de verkoop van hardware (kopieermachines, faxen en printers);

- meer subsidiair bij wijze van voorschot aan hem een vergoeding wordt toegekend ex artikel 7:653 lid 4 BW ter grootte van € 4.000,- bruto per maand dat [gedaagde 2] nog aan het beding gehouden zal zijn.

4. [gedaagde 2] legt aan zijn vordering in voorwaardelijke reconventie

ten grondslag dat - kort gezegd - indien zou worden geoordeeld dat de activiteiten van ExchangeIt toch onder het concurrentiebeding vallen, de duur van dit beding onredelijk lang is. Duidelijk zou dan moeten worden gemaakt wat wel en niet toelaatbaar is voor de resterende duur van het beding.

in conventie en voorwaardelijke reconventie

5. Gedaagden en KN voeren op de vorderingen van de andere

partij(en) gemotiveerd verweer waarop, voor zover van belang, hierna zal worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

in conventie

ten aanzien van alle gedaagden

1. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van KN.

Bovendien hebben gedaagden de voorzieningenrechter verzocht de vorderingen van KN niet af te wijzen op grond van het ontbreken van een spoedeisend belang aan de zijde van KN.

ten aanzien van [gedaagde 2]

2. Artikel 7:653 lid 1 BW bepaalt dat een beding, waarbij de

werknemer wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn, slechts geldig is, indien de werkgever dit schriftelijk is overeengekomen met een meerderjarige werknemer. Vaststaat dat aan deze formele eisen is voldaan, zodat er sprake is van een vooralsnog geldig beding.

3. Vervolgens dient te worden beoordeeld of het

concurrentiebeding zijn geldigheid heeft verloren na beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, nu dit beding bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (8 december 2001) niet opnieuw schriftelijk is vastgelegd. Nu niet is gesteld of gebleken dat bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd de arbeidsvoorwaarden ingrijpend zijn gaan verschillen ten opzichte van die in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, is er voorshands geoordeeld sprake van een voortzetting van de arbeidsverhouding onder dezelfde arbeidsvoorwaarden (zij het dat de arbeidsovereenkomst na de omzetting zou gelden voor onbepaalde tijd), zodat het beding tussen partijen is blijven gelden ook nadat de arbeidsovereenkomst is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dit volgt ook met zoveel woorden uit de brief van 5 december 2001 (zie 5 van de vaststaande feiten) van KN aan [gedaagde 2].

4. De vraag die thans nog resteert, is of [gedaagde 2], nadat hij uit

dienst is getreden bij KN, het concurrentiebeding heeft overtreden. Vaststaat dat [gedaagde 2] enig aandeelhouder en bestuurder is van Mayfairy BV, die op haar beurt weer enig aandeelhouder en bestuurder is van ExchangeIt. ExchangeIt houdt zich onder meer bezig met de ontwikkeling van software. Zij heeft recentelijk het softwareprogramma CardExchange geschreven, dat, blijkens de door KN overgelegde producties, ook ter verkoop wordt aangeboden. [gedaagde 2] heeft ter zitting niet betwist dat een dergelijk softwarepakket ook door KN wordt aangeboden. Voorshands geoordeeld heeft [gedaagde 2], nu hij eigenaar is van de eenmanszaak ExchangeIt, daarmee het concurrentiebeding reeds overtreden. Dit leidt tot de conclusie dat het ten aanzien van [gedaagde 2] onder a, b en c gevorderde kan worden toegewezen in voege zoals hierna aan te geven. De voorzieningenrechter is daarbij vooralsnog van oordeel dat een concurrentiebeding voor de duur van twee jaren niet onredelijk lang is, gelet op het doel van dit beding alsmede op de functie die [gedaagde 2] binnen KN heeft vervuld.

5. Het onder a gevorderde zal ook worden toegewezen voor zover

dit ziet op de relatie tussen [gedaagde 2] en Dinel. Op grond van de door KN overgelegde producties (een visitekaartje van Dinel met daarop de naam van [gedaagde 2] als technisch/commercieel directeur, productie 22 en een afdruk van Nedcomp Hosting met daarop onder meer een e-mailadres “m.oosterhof@dinelsolutions.com”, productie 23) is vooralsnog aannemelijk geworden dat [gedaagde 2] ook activiteiten ten behoeve van Dinel heeft verricht. Niet kan worden uitgesloten dat [gedaagde 2] opnieuw concurrerende activiteiten ten behoeve van Dinel zal verrichten. Met betrekking tot het sub c gevorderde is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat dit deel uitmaakt van het overeengekomen concurrentiebeding. Daarbij wordt opgemerkt dat een concurrentiebeding ruimer is dan een relatiebeding. KN heeft bij brief van 29 maart 2004 (zie 7 van de vaststaande feiten) [gedaagde 2] het voorstel gedaan het concurrentiebeding om te zetten in een relatiebeding. Dit is door [gedaagde 2] echter afgewezen (zie 9 van de vaststaande feiten). Als gevolg hiervan geldt het aanvankelijk overeengekomen concurrentiebeding onverkort en kan het onder c gevorderde derhalve worden toegewezen.

6. Het onder d gevorderde zal niet worden toegewezen voor zover

dit ziet op toewijzing van een bedrag van € 907,56 per dag vanaf 1 april 2004, nu niet duidelijk is geworden op welk moment [gedaagde 2] het concurrentiebeding precies heeft overtreden/is gaan overtreden. De voorzieningenrechter acht toewijzing van een bedrag van € 50.000,- als voorschot op de overeengekomen contractuele boete wel alleszins redelijk nu [gedaagde 2] het concurrentiebeding heeft overtreden. Voor het meerdere dient KN zich echter te wenden tot de bodemrechter.

7. De onder e gevorderde schadevergoeding zal worden afgewezen.

Voor toewijzing van een geldvordering binnen het kader van een kort geding moet in ieder geval de voorwaarde zijn vervuld dat het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende duidelijk geworden óf en zo ja welke schade KN heeft geleden. Dit is alleen (eventueel) te achterhalen door middel van het horen van getuigen en/of het overleggen van nadere stukken. Daarvoor leent een behandeling in kort geding zich echter niet.

8. Ook het gevorderde onder f zal worden afgewezen. Deze

vordering is in veel te algemene termen (“alle informatie”) geformuleerd.

9. Met betrekking tot de toe te wijzen delen van de vordering

bestaat er aanleiding de ten behoeve daarvan gevorderde dwangsommen te matigen in voege zoals hierna aan te geven.

10. Het voorgaande brengt mee dat met betrekking tot de

proceskosten het griffierecht, waarin [gedaagde 2] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, zal worden veroordeeld, zal worden gerelateerd aan de hoogte van het toe te wijzen bedrag, zodat het meerdere (€ 3.484,-) voor rekening van KN dient te blijven.

ten aanzien van ExchangeIt

11. De vraag die ten aanzien van ExchangeIt dient te worden

beantwoord, is of ExchangeIt onrechtmatig jegens KN handelt door - kort gezegd - gebruik te maken van de wanprestatie van [gedaagde 2]. Daartoe wordt het volgende overwogen.

12. KN verwijt ExchangeIt dat zij met gebruikmaking van de

informatie van [gedaagde 2] (die door middel van zijn BV Mayfairy enig aandeelhouder en bestuurder is van ExchangeIt) stelselmatig klanten van KN heeft benaderd met de bedoeling de contractuele relaties van KN met haar klanten te beëindigen. ExchangeIt heeft dit gemotiveerd betwist. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat KN onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ExchangeIt zich aan dit verwijt heeft schuldig gemaakt. Ter staving van haar stellingen heeft KN alleen een verklaring van 2 mei 2005 van de heren [betrokkene 7] en [betrokkene 8] overgelegd. Dit betreft echter een partijverklaring, nu de heren [betrokkene 7] en [betrokkene 8] respectievelijk Manager ID-Systems en Account Manager ID-Systems bij KN zijn. Deze verklaring is daarom, en gelet ook op de gemotiveerde betwisting door ExchangeIt, onvoldoende om in het onderhavige kort geding aan te nemen dat ExchangeIt onrechtmatig jegens KN heeft gehandeld. Dit leidt tot de conclusie dat alle vorderingen van KN met betrekking tot ExchangeIt zullen worden afgewezen.

13. Als de ten aanzien van ExchangeIt in het ongelijk gestelde partij

zal KN in de kosten van ExchangeIt worden veroordeeld. Gelet op het feit dat de advocaat van ExchangeIt ook de advocaat is van [gedaagde 2], en de vorderingen van KN tegen [gedaagde 2] grotendeels wel zullen worden toegewezen, zullen deze kosten worden gehalveerd.

ten aanzien van [gedaagde 4]

14. In tegenstelling tot hetgeen hierover ten aanzien van [gedaagde 2]

is overwogen, is er geen concurrentieovereenkomst gesloten tussen KN en [gedaagde 4]. Dit betekent dat ten aanzien van [gedaagde 4] alleen de vraag dient te worden beantwoord of [gedaagde 4] KN oneerlijke concurrentie heeft aangedaan en daardoor onrechtmatig jegens KN heeft gehandeld. In dit kader is van belang de vraag of [gedaagde 4] stelselmatig klanten van KN heeft benaderd met de bedoeling de contractuele relaties van KN met haar klanten te beëindigen. Daartoe wordt het volgende overwogen.

15. Bij de stukken bevindt zich een verklaring van 18 april 2005 van

de heren [betrokkene 7] en [betrokkene 8] waarin, kort gezegd, het volgende wordt aangegeven.

“De afgelopen maanden zijn wij door relaties (zowel klanten als dealers) van ons erop geattendeerd, dat zij stelselmatig banaderd worden door een nieuwe organisatie, Dinel Solutions geheten. Het benaderen vindt zowel plaats per telefoon (soms wel 5 tot 10 keer gebeld in een korte periode) als door het versturen van mailings en heeft volgend onze relaties duidelijk tot doel het verkopen van ID-printers, aanverwante apparatuur/producten en het binnen halen van service- en onderhoudscontracten. (...)

Onze relaties gaven in veel gevallen aan te zijn benaderd namens Dinel Solutions door (...) de Heer [gedaagde 4]. (...)”

Deze partijverklaring, de heren [betrokkene 7] en [betrokkene 8] zijn respectievelijk Manager ID-Systems en Account Manager ID-Systems bij KN, wordt ondersteund door een verklaring van de heer [betrokkene 4] van Tokens Unlimited (zoals onder 16 van de vaststaande feiten is weergegeven). Bovendien staat vast (zie 12 van de vaststaande feiten) dat [gedaagde 4] bestuurder is van Dinel. Op grond van het voorgaande is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagde 4] verschillende klanten van zijn voormalige werkgever KN heeft benaderd, daarbij gebruik heeft gemaakt van kennis die hij bij KN heeft opgedaan en KN daarmee oneerlijke concurrentie heeft aangedaan. Dit is onrechtmatig jegens KN.

16. Dit leidt tot de conclusie dat het ten aanzien van [gedaagde 4]

onder a gevorderde zal worden toegewezen. De onder b gevorderde schadevergoeding zal worden afgewezen. Voor toewijzing van een geldvordering binnen het kader van een kort geding moet in ieder geval de voorwaarde zijn vervuld dat het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende duidelijk geworden óf en zo ja welke schade KN heeft geleden. Dit is alleen (eventueel) te achterhalen door middel van het horen van getuigen en/of het overleggen van nadere stukken. Daarvoor leent een behandeling in kort geding zich echter niet. Ook het gevorderde onder c zal worden afgewezen. Deze vordering is in veel te algemene termen (“alle informatie”) geformuleerd.

17. Met betrekking tot het toe te wijzen deel van de vordering

bestaat er aanleiding de ten behoeve daarvan gevorderde dwangsommen te matigen in voege zoals hierna aan te geven.

ten aanzien van Dinel

18. De vraag die ten aanzien van Dinel dient te worden beantwoord,

is of Dinel onrechtmatig jegens KN handelt door - kort gezegd - met gebruikmaking van de door [gedaagde 4] bij KN opgedane kennis, klanten van KN te benaderen. Daartoe wordt het volgende overwogen.

19. Zoals reeds eerder is overwogen is [gedaagde 4] bestuurder van

Dinel. Uit de hiervoor onder 15 weergegeven, door de heren [betrokkene 7] en [betrokkene 8] opgemaakte verklaring, in samenhang bezien met de verklaring van de heer [betrokkene 4] van Tokens Unlimited (zie 16 van de vaststaande feiten), is vooralsnog voldoende aannemelijk geworden dat [gedaagde 4] verschillende klanten van KN heeft benaderd. Klanten die toevalligerwijs dezelfde printers bezitten als waar Dinel zich op richt. [gedaagde 4] wist als geen ander, nu hij vaak klanten en/of dealers bezocht, welke printers deze klanten en/of dealers onder zich hadden. Uit de verklaring van de heer Kuipers blijkt voorts dat [gedaagde 4] klanten en/of dealers heeft benaderd namens Dinel. Bovendien heeft mevrouw [betrokkene 1] namens de onderneming Vandenberg bij brief van 10 februari 2005 aan KN bericht dat zij “ca. 3-4 maal via een mailing zijn benaderd door Dinel Solutions.” Op grond hiervan is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk geworden dat Dinel wist dat [gedaagde 4] klanten van KN benaderde en dat hij daarmee KN oneerlijke concurrentie aandeed. Dit leidt tot de conclusie dat ook Dinel onrechtmatig handelt jegens KN. Het ten aanzien van Dinel onder a gevorderde zal derhalve worden toegewezen, in voege zoals hierna aan te geven.

20. De onder b gevorderde schadevergoeding zal worden afgewezen.

Opnieuw geldt dat voor toewijzing van een geldvordering binnen het kader van een kort geding in ieder geval de voorwaarde moet zijn vervuld dat het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende duidelijk geworden óf en zo ja welke schade KN heeft geleden. Dit is alleen (eventueel) te achterhalen door middel van het horen van getuigen en/of het overleggen van nadere stukken. Daarvoor leent een behandeling in kort geding zich echter niet. Ook het gevorderde onder c zal worden afgewezen. Deze vordering is wederom in veel te algemene termen (“alle informatie”) geformuleerd.

21. Ook de onder d gevorderde rectificatie zal worden afgewezen.

Deze rectificatie ziet op het verwijt van KN dat Dinel zich ten onrechte voordoet als een geautoriseerde Fargo reseller/distributor en een geautoriseerde Fargo serviceprovider. Voorshands geoordeeld is op geen enkele wijze gebleken dat Dinel zich aan klanten en/of aan leveranciers heeft voorgedaan als een geautoriseerde Fargo serviceprovider. Overigens kan het gebruik van het logo van Fargo op de website van Dinel jegens Fargo onrechtmatig zijn, maar in ieder geval niet jegens KN.

22. Met betrekking tot het toe te wijzen deel van de vordering

bestaat er aanleiding de ten behoeve daarvan gevorderde dwangsommen te matigen in voege zoals hierna aan te geven.

ten aanzien van [gedaagde 4] en Dinel

23. De voorzieningenrechter ziet aanleiding [gedaagde 4] en Dinel

hoofdelijk in de kosten van KN te veroordelen. Dit brengt mee dat het griffierrecht zal worden gerelateerd aan het standaard tarief dat geldt voor het griffierecht in kort geding, zodat het meerdere (€ 856,-) voor rekening van KN dient te blijven.

in voorwaardelijke reconventie

24. Nu de vorderingen van KN, die betrekking hebben op het

concurrentiebeding van [gedaagde 2], zullen worden toegewezen, is voldaan aan de voorwaarde waaronder de eis in reconventie is ingesteld, en zal deze worden behandeld.

25. Het primair door [gedaagde 2] gevorderde, dat het in de op 8

december 2000 getekende overeenkomst opgenomen concurrentiebeding voor de resterende duur zal worden geschorst, zal worden afgewezen. Hiervoor onder 4 is reeds overwogen dat een concurrentiebeding voor de duur van twee jaren, gelet op het doel van dit beding alsmede op de functie die [gedaagde 2] binnen KN heeft vervuld, niet onredelijk lang is.

26. Ook het subsidiair gevorderde (het beding beperken tot

Nederland en de verkoop van hardware, zijnde kopieermachines, faxen en printers) zal worden afgewezen. Het concurrentiebeding van [gedaagde 2] is gedeeltelijk - voor zover het betreft het (doen) drijven van een zaak - al beperkt tot Nederland en overigens is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat KN uitsluitend de Nederlandse markt bedient. Bovendien is er geen reden het beding te beperken tot hardware nu KN onweersproken heeft gesteld dat zij ook software produceert en verhandelt en dus belang heeft bij handhaving van het beding.

27. Meer subsidiair vordert [gedaagde 2] dat bij wijze van voorschot

aan hem een vergoeding wordt toegekend ex artikel 7:653 lid 4 BW ter grootte van € 4.000,- bruto per maand gedurende de tijd dat hij nog aan het beding zal zijn gehouden. Ter beoordeling hiervan is van belang de vraag of het concurrentiebeding [gedaagde 2] in belangrijke mate belemmert anders dan in dienst van KN werkzaam te zijn. De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag ontkennend. Hierbij is van belang dat [gedaagde 2] ontslag heeft genomen bij KN en daarmee derhalve zelf een risico heeft gelopen. Dit leidt tot de conclusie dat ook het meer subsidiair gevorderde zal worden afgewezen.

28. Als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde 2]

worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten van de procureur van KN zullen in deze procedure worden begroot op nihil.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

ten aanzien van [gedaagde 2]:

1. verbiedt [gedaagde 2] met ingang van twee (2) weken na

betekening van dit vonnis direct of indirect betrokken te zijn bij, werkzaam te zijn voor en/of een financieel belang te hebben in Dinel, ExchangeIt en andere ondernemingen die gelijk, gelijksoortig of aanverwant zijn aan de onderneming van KN;

2. verbiedt [gedaagde 2] met ingang van twee (2) weken na

betekening van dit vonnis op enige andere wijze het

concurrentiebeding en de overige bepalingen van de concurrentieovereenkomst die [gedaagde 2] op 8 december 2000 met KN is overeengekomen, te overtreden;

3. verbiedt [gedaagde 2] met ingang van twee (2) weken na

betekening van dit vonnis op enigerlei wijze contacten te hebben of te onderhouden met klanten, dealers en prospects van KN die klant, dealer of prospect van KN waren gedurende de periode dat [gedaagde 2] bij KN in dienst was;

4. veroordeelt [gedaagde 2] om binnen twee (2) weken na betekening

van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting als voorschot aan KN te betalen een bedrag van € 50.000,- (zegge vijftigduizend euro) ter zake de overeengekomen contractuele boete;

5. veroordeelt [gedaagde 2] om, ingeval hij na betekening van dit

vonnis een of meerdere bovenstaande (onder 1, 2 en/of 3 genoemde) verboden overtreedt, aan KN een dwangsom te betalen van € 2.000,- per keer dat hij een of meerdere van deze verboden overtreedt, echter tot een maximum van € 50.000,-;

6. veroordeelt [gedaagde 2] in de kosten van deze procedure, tot aan

deze uitspraak aan de zijde van KN bepaald op € 408,- voor salaris en op € 1.100,- voor verschotten;

7. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

8. weigert het meer of anders gevorderde;

ten aanzien van ExchangeIt:

9. weigert de gevorderde voorziening;

10. veroordeelt KN in de kosten van deze procedure, tot aan deze

uitspraak aan de zijde van ExchangeIt bepaald op € 408,- voor salaris en op € 122,- voor verschotten;

ten aanzien van [gedaagde 4]:

11. verbiedt [gedaagde 4] met ingang van twee (2) weken na

betekening van dit vonnis op enigerlei wijze contacten te hebben of te onderhouden met klanten, dealers en prospects van KN die klant, dealer of prospect van KN waren gedurende de periode dat [gedaagde 4] bij KN in dienst was;

12. veroordeelt [gedaagde 4] om, ingeval hij na betekening van dit

vonnis bovenstaand verbod overtreedt, aan KN een dwangsom te betalen van € 2.000,- per keer dat hij dit verbod overtreedt, echter tot een maximum van € 50.000,-;

13. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

14. weigert het meer of anders gevorderde;

ten aanzien van Dinel:

15. verbiedt Dinel met ingang van twee (2) weken na betekening van

dit vonnis op enigerlei wijze contacten te hebben of te onderhouden met klanten, dealers en prospects van KN die klant, dealer of prospect van KN waren gedurende de periode dat [gedaagde 4] bij KN in dienst was;

16. veroordeelt Dinel om, ingeval zij na betekening van dit vonnis

bovenstaand verbod overtreedt, aan KN een dwangsom te betalen van € 2.000,- per keer dat zij dit verbod overtreedt, echter tot een maximum van € 50.000,-;

17. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

18. weigert het meer of anders gevorderde;

ten aanzien van [gedaagde 4] en Dinel:

19. veroordeelt [gedaagde 4] en Dinel hoofdelijk, des dat de een

betalend ook de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van KN bepaald op € 816,- voor salaris en op € 244,- voor verschotten;

20. verklaart deze proceskosten uitvoerbaar bij voorraad;

in voorwaardelijke reconventie

21. weigert de gevorderde voorziening;

22. veroordeelt [gedaagde 2] in de kosten van deze procedure;

23. begroot het salaris van de procureur van KN in deze procedure,

tot aan deze uitspraak, op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Noordraven en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van Gameren op 21 juni 2005.

de griffer de rechter