Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AU0545

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
08-06-2005
Datum publicatie
04-08-2005
Zaaknummer
96595
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tengevolge van het overlijden van gedaagde op 2 december 2003 is de procedure geschorst geweest. De erven van gedaagde hebben de procedure niet overgenomen. Daarop heeft de gemeente bij akte laten weten de procedure te willen hervatten.

Aangenomen moet worden dat de procedure bij gebreke van overname door erfgenamen voortgezet wordt op naam van de overledene. Aldus zal vonnis gewezen worden tussen de gemeente en gedaagde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 96595 / HA ZA 03-271

Datum vonnis: 8 juni 2005

Vonnis

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE NIJMEGEN,

gevestigd te Nijmegen,

eiseres,

procureur mr. K. van der Meulen,

tegen

[gedaagde],

laatstelijk gewoond hebbende te Nijmegen,

gedaagde,

procureur mr. J.B.M. Heerink.

Partijen zullen hierna Gemeente Nijmegen en [gedaagde] genoemd worden.

Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 november 2003

- de rolverwijzing van 19 januari 2004

- de akte van de procureur van [gedaagde] tot schorsing

- de akte van de gemeente tot hervatting van het geding

- de akte niet in staat van de procureur van [gedaagde]

- de akte vermindering van eis van de gemeente.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De verdere beoordeling

De rechtbank blijft bij hetgeen in het tussenvonnis van 12 november 2003 is overwogen en beslist. Bij dat tussenvonnis is de gemeente te bewijzen opgedragen feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat afgesproken is tussen de gemeente en (een vertegenwoor-diger van) [gedaagde] dat de kosten van archeologisch onderzoek wat betreft het terrein van de verfwinkel van [betrokkene 1] tot een maximum van f 30.000,- voor rekening van [gedaagde] zouden komen. Tengevolge van het overlijden van [gedaagde] op 2 december 2003 is de procedure geschorst geweest. De erven van [gedaagde] hebben de procedure niet overgenomen. Daarop heeft de gemeente bij akte laten weten de procedure te willen hervatten en de rechtbank verzocht een datum voor het getuigenverhoor te bepalen. De procureur van [gedaagde] heeft daarop laten weten niet in staat te zijn verder op te treden in de procedure. De gemeente heeft in een en ander aanleiding gezien af te zien van bewijslevering en haar vordering te verminderen met het deel waarop die bewijslevering betrekking heeft.

2.2 Aangenomen moet worden dat de procedure bij gebreke van overname door erfgenamen voortgezet wordt op naam van de overledene. Aldus zal vonnis gewezen worden tussen de gemeente en [gedaagde]. In het tussenvonnis was reeds beslist dat een bedrag van € 2.123,72 voor toewijzing gereed ligt. De gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 17 oktober 2002 is bij gebreke van betwisting op dat punt eveneens toewijsbaar. Voldoende aannemelijk is dat de gemeente buitengerechtelijke werkzaamheden heeft doen verrichten waarvoor een proceskostenveroordeling geen vergoeding pleegt in te sluiten. Bij gebreke van een gemotiveerde betwisting is het gevorderde bedrag, dat in overeenstemming is met Rapport Voorwerk II, eveneens toewijsbaar. Al hetgeen meer of anders is gevorderd, is ingetrokken, zodat daarover niet meer beslist hoeft te worden. Die eisvermindering kan echter niet bewerkstellingen dat [gedaagde] als de geheel in het ongelijk gestelde partij moet worden beschouwd. Over die eis is nu eenmaal geprocedeerd en uiteindelijk wordt daarvan slechts een deel toegewezen. Dat maakt dat beide partijen voor wat betreft de kosten als deels in het ongelijk gesteld moeten worden beschouwd, zodat een compensatie van kosten op zijn plaats is.

De beslissing

De rechtbank

veroordeelt [gedaagde] tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de gemeente te betalen een bedrag van € 2.785,72 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 2.123,72 vanaf 17 oktober 2002 tot aan de dag van voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten zo dat beide partijen ieder hun eigen kosten dragen;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2005.

De griffier: De rechter: