Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AU0529

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
01-06-2005
Datum publicatie
04-08-2005
Zaaknummer
115642
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vraag of er met betrekking tot een paard een koopovereenkomst tot stand is gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 115642 / HA ZA 04-1272

Datum vonnis: 1 juni 2005

Vonnis

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

advocaat mr. A. Das Gupta te Amsterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. E.A. van der Dussen,

advocaat mr. A. de Feijter te Arnhem.

Het verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 20 oktober 2004 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken. Verder zijn nog de volgende processtukken gewisseld:

* een conclusie van repliek,

* een conclusie van dupliek.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1.1 [Gedaagde] heeft een eenmanszaak in (onder meer) de handel van paarden gedreven.

1.2 [Eiseres] is nauw betrokken bij de professionele paardendressuursport en zij heeft in dat verband veel contact met de dressuurschool van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] te Norwich, Norfolk (Groot-Brittannië). [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zijn gerenommeerde namen in de internationale paardendressuur.

1.3 In oktober 2002 is van [gedaagde] het paard Romero (ook wel Romeo genoemd) gekocht voor een koopsom van € 34.100,-. Dit bedrag is gefactureerd aan [betrokkene 1] Ltd. en door [eiseres] per bank aan [gedaagde] voldaan.

1.4 De Duitse veearts Dr. [betrokkene 3] heeft vóór het vertrek van Romero naar Engeland op röntgenfoto's een afwijking aan de voorbenen van Romero geconstateerd.

1.5 Op 20 september 2002 heeft [gedaagde] op haar briefpapier de volgende garantie afgegeven en ondertekend:

“GUARANTEE

I [gedaagde] undertake to guarantee the following horse with regard to the soundness of the front legs whilst it is owned by Mr & Mrs [betrokkene 1] and Mrs [eiseres]. And in the event of any unsoundness related to these legs in relation to the remarks made by Dr [betrokkene 3] about the navicular bones of the front legs (vetreport September 2002), I will refund the full purchase price and all reasonable training costs incurred.”

1.6 Romero is naar Engeland vervoerd. Enkele weken later is hij na telefonisch overleg met [gedaagde] teruggestuurd omdat hij niet voldeed.

1.7 Vervolgens is afgesproken dat een paard voor [eiseres] zou worden gezocht. Na een eerste vruchteloos bezoek in Nederland van [betrokkene 2] en [eiseres] aan [gedaagde], kwamen in april 2003 het echtpaar [betrokkene 1] en [eiseres] naar Nederland om een paard uit te zoeken. [eiseres] heeft vervolgens één van de door [gedaagde] geselecteerde paarden, Irving Broere, twee keer proef bereden en het paard is medisch gekeurd. Vervolgens is Irving Broere naar Engeland getransporteerd.

1.8 Enkele weken na aankomst in Engeland heeft [betrokkene 1] [gedaagde] laten weten dat Irving Broere geen geschikt paard voor [eiseres] was. Irving Broere is weer op transport naar Nederland gezet alwaar hij in juni 2003 weer onder de hoede van [gedaagde] is gekomen.

1.9 De marktprijs van Irving Broere ligt (en lag in april/mei 2003) beduidend lager dan die van Romero omdat de kwaliteit van het paard minder is.

1.10 Bij brief van 2 oktober 2003 heeft [eiseres] aan [gedaagde] het volgende meegedeeld: "Dear [gedaagde], I am now extremely concerned that we have not finalized our business re the horses. It is now almost ten months since the young horse bought for [betrokkene 2] was returned, and five months since the replacement for myself came back to you. In spite of many calls from [betrokkene 1] and visits from us both, it has remained increasingly difficult to contact you, and we receive no indication atall about how things are progressing. We had all hoped that this could be settled quickly between friends. I know that you have had difficult times recently, and have tried to be patient and make allowances for this. But I fear that my patience is now at an end. I cannot wait any longer to receive the money for these horses. The lack of it has left me very short over this summer. Please get in touch at once and tell me your intentions on this matter - either by letter to me, or through [betrokkene 1] and [betrokkene 2]. I know that with proper communications we can soon come to an arrangement which will suit us all. A copy of this letter has been sent to my sollicitor, as I feel that everything between us should now go on formal record. With best wishes, yours Bridget"

1.11 Op 25 november 2003 heeft [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) aan [gedaagde] een fax met onder meer de volgende inhoud gestuurd: "This is the second fax I have sent you and I have tried calling you and have left messages for you to call me. Please will you call me we must solve this problem re eiseres horse it is too much money to have outstanding £ 30000.00 and taking to long. As I said the last time we meet keeping in touch is the most important thing!! I will at home or on my mobile looking forward to hearing from you."

1.12 Bij brief van 1 maart 2004 heeft [eiseres] [gedaagde] het volgende meegedeeld: "As both [betrokkene 1] and I have failed to contact you by phone and you have not responded to our repeated attempts to get in touch with you I have taken legal advice concerning my position with regard to you and the horse Broere Irving. This horse came to us thro' you in may 2003 and was returned to you weeks later as it was completely unsuitable for the job for which it was intended i.e.- A safe and willing horse with some good training for an older rider and competitor. I need to know what is happening; at Christmas you told us the horse was sold. We have had no further news and you have sent me no money. Both [betrokkene 1] and I are very anxious that this matter should be resolved amicably and immediately between us and with that in mind [betrokkene 2], [betrokkene 1] and I plan to travel to Holland in the very near future so that we can meet with you and come to some conclusions with you. I strongly request that you do not ignore me further. Kindly phone [betrokkene 1] or me at your earliest convenience. This situation has gone on far too long I am not prepared to tolerate it any longer."

1.13 Bij brief van 2 juni 2004 is [gedaagde] namens [eiseres] en [betrokkene 1] gemaand de koopsom (abusievelijk is een bedrag van 34.100,- Pound Sterling vermeld) vermeerderd met de wettelijke rente en de incassokosten te betalen en is voor zover nodig de koopovereenkomst met betrekking tot Irving Broere buitengerechtelijk ontbonden.

Het geschil

2. [eiseres] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te betalen een bedrag van € 34.100,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede de buitengerechtelijke kosten ad € 1.190,- met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. Zij heeft daartoe gesteld dat de koop van Romero door het inroepen van de garantie is ontbonden, zodat [gedaagde] de koopsom moet terugbetalen en dat Irving Broere in het kader van een optie naar Engeland was gekomen, zodat met betrekking tot dat paard geen koopovereenkomst tot stand is gekomen.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

De beoordeling van het geschil

3. Op grond van artikel 2 lid 1 van de EEX-Verordening is de rechter van de lidstaat waarin gedaagde haar woonplaats heeft bevoegd, zodat in dit geval de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Vervolgens moet worden beoordeeld welk recht moet worden toegepast. Bij het tussen de partijen gerezen geschil over de koopovereenkomst(en) moet worden gekozen uit het recht van verschillende landen, zodat het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO-Verdag) van toepassing is. Ingevolge artikel 4 lid 1 EVO wordt bij gebreke van een rechtskeuze de overeenkomst beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst is verbonden. Op grond van artikel 4 lid 2 EVO wordt de overeenkomst vermoed het nauwst te zijn verbonden met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten haar verblijfplaats heeft. De meest kenmerkende prestatie - het leveren van de paarden - is door [gedaagde] verricht, zodat op de onderhavige vordering Nederlands recht van toepassing is.

4. Zoals hiervoor onder de feiten is vastgesteld is aanvankelijk het paard Romero naar Engeland op transport gezet en enkele weken later weer naar [gedaagde] in Nederland teruggestuurd en vervolgens is met het paard Irving Broere hetzelfde gebeurd. De partijen zijn het erover eens dat Romero in het kader van een koopovereenkomst naar Engeland is gegaan, maar de partijen verschillen van mening met wie [gedaagde] als verkoper die koopovereenkomst heeft gesloten.

5. [eiseres] heeft in deze procedure gesteld dat zij - voor training en gebruik door [betrokkene 2] - een paard wilde kopen dat haar eigendom zou worden en dat [betrokkene 1] als professioneel deskundige voor haar in dat kader de noodzakelijke selectie heeft gemaakt en de onderhandelingen met [gedaagde] heeft gevoerd. [betrokkene 1] heeft volgens haar aan [gedaagde] ook meegedeeld dat hij voor en namens [eiseres] een paard wilde kopen dat vervolgens door zijn echtgenote zou worden getraind en bereden. Vervolgens staat vast dat [eiseres] het hele bedrag per bank rechtstreeks aan [gedaagde] heeft betaald en dat zij in de garantie door [gedaagde] als één van de eigenaars is vermeld ("owned by"). Vaststaat voorts dat voor het uitzoeken van het paard voor [betrokkene 2], twee bezoeken zijn gebracht aan Nederland; de eerste keer door [betrokkene 2] en [eiseres] en de tweede keer door [betrokkene 1] en [eiseres]. Daartegenover heeft [gedaagde] aangevoerd dat zij alleen met [betrokkene 1] te maken heeft gehad en ervan uitging dat [eiseres] (slechts) als sponsor zou optreden. De koopovereenkomst met betrekking tot Romero is volgens haar dan ook met [betrokken[betrokkene 1] Ltd. gesloten, zoals vermeld op de factuur van 1 oktober 2002.

6. De rechtbank acht het, de voorgaande omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, voorshands aannemelijk dat [gedaagde] de koopovereenkomst met betrekking tot Romero (onder meer) met [eiseres] heeft gesloten. Het feit dat de factuur niet op haar naam is gesteld doet daar onvoldoende aan af, omdat daar bijvoorbeeld weer tegenover staat dat op de door [gedaagde] afgegeven garantie de tenaamgestelde van de factuur ([betrokkene 1] Ltd.) niet als één van de drie eigenaars is vermeld. Evenmin kan in dat verband doorslaggevende waarde worden toegekend aan het selecteren van het paard en het voeren van de onderhandelingen door [betrokkene 1]. Ook in het geval dat een consument een paard voor eigen training en gebruik aanschaft is het alleszins gebruikelijk dat diegene zich laat bijstaan door een terzake deskundige, zodat dit des temeer het geval zal zijn indien sprake is van aankoop van een paard voor training en gebruik door die deskundige persoon (of zijn echtgenote) zelf. [gedaagde] zal daarom worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.

7. Indien zij niet slaagt in dat tegenbewijs moet ervan worden uitgegaan dat de koopovereenkomst met betrekking tot Romero tussen [gedaagde] en [eiseres] is gesloten. Dan komt aan de orde of deze koopovereenkomst is ontbonden. [eiseres] heeft gesteld dat Romero in Engeland toch "unsound" bleek en dat daarom de garantie is ingeroepen en daarmee de koopovereenkomst is ontbonden. [gedaagde] heeft betwist dat sprake was van het inroepen van de garantie en zich op het standpunt gesteld dat haar werd meegedeeld dat Romero niet voldeed omdat de combinatie met [betrokkene 2] geen geschikte bleek. Wat daar van zij, ook uit de stellingen van [gedaagde] volgt dat zij akkoord is gegaan met het terugsturen van Romero omdat hij niet voldeed. Daarmee heeft zij kennelijk ingestemd met de ontbinding van deze koopovereenkomst. Er is onvoldoende gesteld of gebleken waaruit volgt dat zij aan het terugnemen van het paard nadere voorwaarden heeft verbonden op grond waarvan moet worden aangenomen dat met het feitelijk terugnemen van Romero geen ontbinding van de overeenkomst werd bewerkstelligd. Door deze ontbinding ontstond voor de partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties, hetgeen voor [gedaagde] een terugbetalingsverplichting van de koopsom voor Romero van € 34.100,- inhield.

8. De partijen zijn het erover eens dat vervolgens aan [gedaagde] is verzocht een paard voor [eiseres] te zoeken. De partijen verschillen echter van mening in welk kader het uiteindelijk uitgezochte paard, Irving Broere, naar Engeland is gegaan. Vooropgesteld moet worden dat de marktwaarde van de beide paarden aanzienlijk verschilt omdat Romero een paard is van een veel hoger niveau en klasse dan Irving Broere. [gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat Irving Broere is verkocht en dat de partijen hebben afgesproken dat voor hem een zelfde koopprijs zou worden betaald als voor Romero. Kennelijk stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat zij het openstaande geldbedrag, dat zij in beginsel zoals hiervoor onder 7 is overwogen moest terugbetalen, heeft mogen verrekenen met de koopsom voor Irving Broere. [eiseres] heeft gemotiveerd betwist dat haar vordering op [gedaagde] door verrekening is tenietgegaan. Zij heeft betoogd dat het praktisch leek het inmiddels door haarzelf benodigde paard met het nog openstaande bedrag bij [gedaagde] te kopen. De partijen hadden volgens haar echter in het geheel nog niet over een koopsom of waarde van Irving Broere gesproken en dus evenmin over wat er met het verschil in koopprijs van de beide paarden zou moeten gebeuren. Irving Broere ging zonder titel als een soort optie mee naar Engeland maar is ongeschikt bevonden en teruggestuurd. De terugbetalingsverplichting van Romero geldt daarom nog steeds onverkort, aldus [eiseres]. Gezien deze gemotiveerde betwisting van [eiseres] ligt het volgens de gewone regels van bewijslastverdeling op de weg van [gedaagde] om deze koopovereenkomst en koopprijs voor Irving Broere te bewijzen. Slaagt zij niet in dat bewijs dan moet het ervoor worden gehouden dat Irving Broere zonder titel op proef naar Engeland is gegaan, zoals [eiseres] heeft betoogd. Op [gedaagde] rust dan (nog steeds) de terugbetalingsverplichting van de koopsom van Romero ad € 34.100,-, zodat de gevorderde hoofdsom dan voor toewijzing gereed ligt. De wettelijke rente is verschuldigd vanaf het moment dat [gedaagde] met deze terugbetaling in verzuim was. Vaststaat dat [eisere] aanvankelijk heeft ingestemd met het nog niet terugbetalen van de koopsom van Romero in afwachting van het uitzoeken en eventueel aankopen van een ander paard. Bij brief van [eiseres]s advocaat van 2 juni 2004 is [gedaagde] in gebreke gesteld en is haar een termijn gegund tot 9 juni 2004 om te betalen, waarbij tevens aanspraak is gemaakt op wettelijke rente. De wettelijke rente is daarom, indien dit aan de orde komt, toewijsbaar vanaf 9 juni 2004.

9. Mocht [gedaagde] wél slagen in het bewijs van het bestaan van de koopovereenkomst met betrekking tot Irving Broere voor een koopprijs van € 34.100,-, dan geldt het volgende.

10. Vaststaat dat enkele weken na aankomst van Irving Broere in Engeland is getelefoneerd met [gedaagde], waarbij haar is meegedeeld dat Irving Broere niet voldeed voor [eiseres] en dat [eiseres] het paard niet meer wilde berijden. Voorts is [gedaagde] volgens haar eigen stelling meegedeeld dat er dus een probleem was waar een oplossing voor moest worden gezocht. Bovendien staat vast dat het paard enkele dagen later is teruggestuurd en weer onder [gedaagde]s hoede is gekomen en gebleven. Niet is gesteld of gebleken van enig (schriftelijk) protest tegen het terugsturen van dit paard. [eisere] heeft gesteld na het terugsturen van Irving Broere niets meer van [gedaagde] te hebben vernomen, ondanks pogingen van haar en [betrokkene 1] over het openstaande bedrag in contact te treden. [gedaagde] heeft bevestigd dat zij op de (schriftelijke) verzoeken tot terugbetaling van de geldsom van [eiseres] - vanwege persoonlijke problemen - niet heeft gereageerd. Onder deze omstandigheden moet voorshands worden aangenomen dat [gedaagde] kennelijk akkoord is gegaan met het terugzenden van Irving Broere en daarmee met het ontbinden van de koopovereenkomst van Irving Broere.

11. [gedaagde] heeft echter aangevoerd dat zij na terugkomst van Irving Broere met [betrokkene 1] heeft gebeld en daarbij met hem heeft afgesproken dat zij binnen de mogelijkheden (gesproken is over een koopsom van € 16.000,-) zou proberen Irving Broere te verkopen. Het terugsturen en accepteren van Irving Broere door [gedaagde] gebeurde volgens haar dan ook niet in het kader van de ontbinding van de koopovereenkomst, maar op grond van een opdracht aan haar dit paard voor [eiseres] te verkopen. In een later stadium zou [betrokkene 1] via een contactpersoon in Nederland, F. Donderwinkel, nog een lagere bodemverkoopprijs (€ 10 à 12.000,-) voor dit paard hebben laten weten. Deze nadere verkoopafspraak - in het licht waarvan de acceptatie van het terugsturen van Irving Broere volgens [gedaagde] moet worden bezien - is door [eiseres] gemotiveerd betwist. Anders dan [gedaagde] meent volgt niet reeds uit de onder 1.12 geciteerde brief van [eiseres] dat de vermeende verkoop in opdracht van haar of [betrokkene 1] zou hebben plaatsgevonden. Er staat immers niet meer dan dat [eiseres] kennelijk had vernomen dat [gedaagde] het paard inmiddels had verkocht en dat zij verder geen nieuws had gehad noch enig geld. [gedaagde] zal gezien het onder 10. overwogene in samenhang met de gemotiveerde betwisting van de verkoopafspraak door [eiseres], moeten bewijzen dat zij Irving Broere slechts onder deze voorwaarden van doorverkoop - kennelijk om de financiële strop voor [eiseres] te beperken - heeft teruggenomen. Mocht die afspraak komen vast te staan dan wordt relevant welk bedrag [gedaagde] inmiddels voor Irving Broere heeft ontvangen en al dan niet doorbetaald aan de advocaat van [gedaagde]. Ter comparitie heeft zij nog verklaard dat Irving Broere niet was verkocht en bij dupliek is thans gesteld dat zoals meegedeeld het paard inmiddels is verkocht, zonder enige koopprijs te vermelden.

12. [gedaagde] heeft nog betoogd dat geen sprake is geweest van een klacht binnen bekwame tijd in de zin van 7:23 BW, zodat zij zich niet meer op de non-conformiteit van Irving Broere mocht beroepen. Afgezien van hetgeen hiervóór daaromtrent reeds is overwogen, valt een telefoontje aan [gedaagde]s adres (enkele weken na aankomst van het paard in Engeland) dat het paard niet (meer) voldoet en het vervolgens daadwerkelijk terugsturen ervan, naar het oordeel van de rechtbank moeilijk anders op te vatten dan een klacht als in dat artikel bedoeld.

13. In het hiernavolgende zal [gedaagde] overeenkomstig haar aanbod daartoe, worden toegelaten tot het leveren van (tegen)bewijs. Hoger beroep van dit vonnis staat slechts open tegelijk met dat van het eindvonnis (art. 337 lid 2 Rv.). Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

De rechtbank,

laat [gedaagde] toe tot het leveren van tegenbewijs dat zij met eiseres een koopovereenkomst heeft gesloten met betrekking tot het paard Romero,

laat [gedaagde] voorts toe tot het bewijzen van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat:

- Irving Broere aan [eiseres] is verkocht voor € 34.100,-;

en,

- de partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] zou proberen Irving Broere namens [eiseres] te verkopen tegen een bodemprijs van € 10 à 12.000,-,

bepaalt dat, voor zover [gedaagde] dit bewijs door middel van getuigen wil leveren, de getui-gen door de rechtbank (mr. D.M.I. de Waele) gehoord zullen worden in het Paleis van Justitie aan de Walburg-straat 2-4 te Arnhem op een door de recht-bank vast te stellen datum (op een maandag) en tijd,

verwijst de zaak naar de tweede rolzitting na de dag- waarop dit vonnis is uitge-sproken voor het opgeven van eventuele getuigen met hun respectieve verhin-derdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advoca-ten in de maanden juni tot en met oktober 2005, waarna dag en uur van het getui-genver-hoor zullen worden bepaald,

bepaalt dat het aan de hand van de gedane opgave(n) vastgestelde tijdstip in beginsel niet zal worden gewij-zigd,

verstaat dat bij gebreke van de gevraagde opgave van getuigen geen gelegen-heid meer zal worden gegeven voor het doen horen van getuigen,

verwijst in dat geval de zaak naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgespro-ken, voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van [gedaagde], waarbij deze desgewenst ook het bewijs schriftelijk kan leveren, of voor bepaling datum vonnis,

bepaalt dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn,

bepaalt voorts dat de partijen tijdens en/of na de getuigenverhoren voor de genoemde rechter zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden,

bepaalt dat voorzover de partijen in verband met de getuigenverhoren nog stukken in het geding willen brengen, dit dient te geschieden bij akte op de hiervoor bedoelde tweede rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken,

verstaat dat hoger beroep van dit vonnis alleen mogelijk is tegelijk met dat van het eindvonnis,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M.I. de Waele en uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2005

de griffier de rechter