Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AT9747

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-05-2005
Datum publicatie
20-07-2005
Zaaknummer
125672
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geldvordering in kort geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 125672 / KG ZA 05-231

Datum vonnis: 26 mei 2005

Vonnis in kort geding

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser] TRANSPORT B.V.,

voorheen genaamd Wijntrans Dongen B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Dongen,

eiseres,

procureur mr. B.J. Schadd te Arnhem,

advocaat mr. J.P.M.M. Heijkant te Dongen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROPE FLYER LOGISTIC B.V.,

statutair gevestigd te Angeren, gemeente Lingewaard,

kantoorhoudende te Huissen, gemeente Lingewaard,

gedaagde,

procureur mr. H. van Ravenhorst,

advocaat mr. P.J.A. Plattel,

beiden te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiser] Transport en Europe Flyer genoemd worden.

Het verloop van de procedure

[eiser] Transport heeft Europe Flyer ter zitting in kort geding doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding.

De advocaat van [eiser] Transport en de advocaat van Europe Flyer hebben de zaak bepleit overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnotities. Daarbij hebben zij over en weer producties in het geding gebracht. Ten slotte is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1.1. Zowel [eiser] Transport als Europe Flyer exploiteren een (vlees)transportbedrijf, [eiser] Transport voorheen onder de naam Wijntrans Dongen B.V.

1.2. Wijntrans en Europe Flyer hebben in oktober 2004 een “activa/passiva” overeenkomst met elkaar gesloten, waarbij Europe Flyer rollend materieel, inventaris, goodwill en een deel van het personeel van Wijntrans heeft overgenomen. De op schrift gestelde overeenkomst is op 8 december 2004 namens Wijntrans ondertekend door [eiser] en namens Europe Flyer door [betrokkene 1].

1.3. In deze overeenkomst is onder meer neergelegd:

“Artikel 1 - Onderwerp en verkoop

Verkoper (Wijntrans, de rechtbank) verkoopt aan koper (Europe Flyer, de rechtbank) gelijk koper van verkoper koopt de inventaris, alsmede al het in eigendom van Wijntrans zijnde rollend materieel, zoals dat op bijlage I bij deze overeenkomst is aangegeven, behorende bij het transportbedrijf, onder meer bestaande uit vleeshaken, per trailer 250 haken, behorende in transportopleggers, de software behorende bij het planningspakket en één elektrische pompwagen, een en ander zoals opgenomen in de inventarislijsten zoals deze per 1 december 2004 aanwezig zullen zijn. Levering van de genoemde zaken en het rollend materieel vindt plaats op het moment van eigendomsoverdracht ex art. 2 van deze overeenkomst.

(...)

Artikel 3 - Koopprijs

De koopprijs van de genoemde inventarisgoederen en goodwill is als volgt samengesteld

a. een bedrag van € 100.000,--, door koper aan verkoper te voldoen indien en zodra de hier bovengenoemde roerende zaken zijn overgedragen/geleverd aan koper. Koper is bevoegd de vordering die zij op verkoper heeft te verrekenen met dit genoemde bedrag;

b. daarnaast zal in ieder geval voor eind januari 2005 het bedrag worden betaald van € 50.000,-- op een aan te geven banknummer.

(...)

Artikel 16 - Vastlegging d.d. 27 oktober 2004

Aan de onderhavige overeenkomst is gehecht een vastlegging van afspraken die partijen zijn overeengekomen op 27 oktober 2004 (bijlage 5). Indien en voor zover in de onderhavige overeenkomst hier niet van wordt afgeweken, blijft hetgeen in de overeenkomst van 27 oktober 2004 is vastgelegd van overeenkomstige toepassing”.

1.4. Het rollend materieel (volgens bijlage I bij de overeenkomst bestaande uit zes trekkers en acht trailers met een door taxateur Poot getaxeerde verkoopprijs van in totaal € 550.500,--) en de inventaris zijn aan Europe Flyer in eigendom overgedragen. De koopsom voor het rollend materieel, die niet in de artikel 3 van de overeenkomst vermelde koopprijs is begrepen, is door Europe Flyer aan [eiser] Transport voldaan inclusief de omzetbelasting. De koopsom voor de goodwill en de inventaris ad € 150.000,-- heeft Europe Flyer niet betaald. Wel hebben inmiddels, zoals overeengekomen, op het bedrag van € 100.000,-- verrekeningen plaatsgevonden in verband met door Europe Flyer ten behoeve van [eiser] uitgevoerde transporten.

1.5. [eiser] Transport heeft nu nog één vrachtwagen, waar zij zelf (dat wil zeggen [betrokkene 2]) op rijdt.

Het geschil

2. [eiser] Transport heeft gevorderd Europe Flyer te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 50.000,--, te vermeerderen met “wettelijke incassorente” en vermeerderd met buitengerechtelijke kosten ad € 3.207,94. Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat Europe Flyer haar verplichtingen uit de hiervoor onder 1.3 weergegeven overeenkomst niet volledig is nagekomen in die zin, dat zij in ieder geval het in artikel 3 onder b van de overeenkomst bedoelde bedrag van € 50.000,-- onbetaald heeft gelaten.

3. Europe Flyer heeft het gevorderde gemotiveerd weersproken op gronden die hierna aan de orde zullen komen.

De beoordeling van het geschil

4. Vooropgesteld wordt dat voor toewijzing van een geldvordering binnen het kader van een kort geding in ieder geval de voorwaarde moet zijn vervuld dat het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn. Dit is het geval als de vordering niet wordt bestreden of indien met voldoende mate van zekerheid is te verwachten dat de bodemrechter met verwerping van de gevoerde verweren de vordering zal toewijzen. Verder moet uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist zijn en mag het risico van onmogelijkheid van terugbetaling - bij afweging van de belangen van partijen - niet aan toewijzing in de weg staan.

5. Europe Flyer heeft erkend dat zij uit hoofde van de met Wijntrans gesloten overeenkomst nog een bedrag van € 50.000,-- aan [eiser] Transport verschuldigd is. Het bestaan en de omvang van de vordering staan dus vast.

6. Europe Flyer heeft opgeworpen dat zij haar betalingsverplichting mag opschorten omdat [eiser] Transport is tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. Zij heeft daarvoor het volgende aangevoerd:

a. een aantal trailers - die niet door de taxateur waren gezien - vertoonde grote gebreken en wel zodanig dat dit materieel niet verkeersveilig was en niet meer kon worden ingezet voor vervoer; de reparatiekosten hiervan bedroegen € 74.000,--;

b. het UWV stelt zich op het standpunt dat 97% van het personeel van [eiser] Transport zou zijn overgegaan naar Europe Flyer. Zij houdt Europe Flyer ook aansprakelijk voor personeel dat al uit dienst was voordat Europe Flyer het actief van Wijntrans overnam. Europe Flyer heeft slechts (ongeveer) 75% van het personeel overgenomen en afgesproken was dat [eiser] Transport dit alles met het UWV zou regelen. Dat heeft zij nagelaten;

c. in april 2005 heeft Europe Flyer in een hal van [eiser] Transport

- die zij op grond van de overeenkomst mocht gebruiken - vlees overgeladen. Na een “inval” door het RVV bleek dat deze hal niet volgens de EG-normen was gecertificeerd. Als gevolg van deze “formele problematiek” mocht het vlees niet meer geëxporteerd worden. De daardoor geleden schade begroot Europe Flyer op meer dan € 1.000.000,--, waarvoor zij [eiser] Transport aansprakelijk houdt, omdat laatstgenoemde wist dat de hal niet aan de EG-normen voldeed en dat aan Europe Flyer had moeten meedelen.

7. Dat de trailers de door Europe Flyer gestelde gebreken vertoonden en daarom voor een bedrag van € 74.000,-- zijn gerepareerd kan thans niet worden aangenomen, reeds omdat Europe Flyer desgevraagd geen factu(u)r(en) heeft kunnen tonen waaruit deze reparaties blijken. Daarbij komt dat ter zitting is gebleken dat reparaties van mogelijke gebreken aan de nog betrekkelijk jonge opleggers van 5 à 6 jaar oud (deels) onder de garantie vallen.

8. [eiser] Transport heeft op zichzelf niet betwist dat het UWV Europe Flyer aansprakelijk houdt in de zin als hiervoor onder 6.b. is weergegeven, maar dat daaruit daadwerkelijk aanspraken ten laste van Europe Flyer voortvloeien of zouden kunnen voortvloeien is voorshands onvoldoende aannemelijk geworden. De directeur van [eiser] Transport, [eiser], heeft op 25 maart 2005 een schriftelijke en door hem ondertekende verklaring afgegeven, waarin is neergelegd dat “[eiser] Transport B.V. Europe Flyer Logistics B.V. uitdrukkelijk vrijwaart voor aanspraken van het UWV Gak te Amsterdam met betrekking tot werknemers welke niet zijn overgegaan bij de overeenkomst van 8 december 2004” en “dat [eiser] Transport B.V. alles in het werk (zal) stellen zo spoedig mogelijk een verklaring te verkrijgen van UWV Gak te Amsterdam waarbij de aansprakelijkheidsstelling van Europe Flyer Logistics B.V. voor niet overgenomen personeel wordt ingetrokken”.

Weliswaar wordt met deze verklaring niet het (volledige) risico voor Europe Flyer afgedekt voor aanspraken van het UWV met betrekking tot personeel dat al uit dienst was voordat Europe Flyer het actief van Wijntrans overnam, maar aangenomen moet worden dat mogelijke problemen op dat punt door [eiser] Transport zullen worden opgelost, zoals zij dat met betrekking tot twee voormalige personeelsleden ook al daadwerkelijk heeft gedaan.

9. Ten slotte valt voorshands niet in te zien waarom [eiser] Transport aansprakelijk zou zijn voor de door Europe Flyer onder 6.c. gestelde schade, nog daargelaten of er voldoende samenhang bestaat tussen de wederzijdse verbintenissen in de zin van art. 6:52 BW.

[eiser] Transport betwist dat Europe Flyer niet op de hoogte was van de EG-normen die aan certificering van de hal worden gesteld. Daarbij is van belang dat Europe Flyer een professionele vervoerder is die zich (ook) bezig houdt met internationale transporten. Bovendien blijkt uit bijlage 5 van artikel 16 van de overeenkomst, de handgeschreven aantekeningen waarin de in oktober 2004 tussen de partijen gemaakte afspraken zijn neergelegd, dat Europe Flyer de onderhavige hal (die overigens geen eigendom is van [eiser] Transport) tijdelijk mocht gebruiken “totdat de nieuwbouw in Huissen gereed is”. Onder deze omstandigheden moet ervan worden uitgegaan dat Europe Flyer op de hoogte was, althans had moeten zijn van de desbetreffende EG-normen. Dat ook [eiser] Transport daarvan mogelijk op de hoogte was, zij heeft het betwist, is dan niet relevant.

[eiser] Transport stelt dat Europe Flyer niet een exportverbod heeft gekregen omdat de hal niet aan de gestelde normen zou voldoen, maar vanwege onreglementaire handel in vlees. Om deze stelling te onderbouwen heeft [eiser] Transport geciteerd uit dagblad BN De Stem van 29 maart j.l. waaruit blijkt dat de AID een proces-verbaal heeft opgemaakt.

Voorts heeft [eiser] Transport gemotiveerd betwist dat zij voor het gebruik van de hal zou zijn beboet. Zij heeft gesteld dat zij twintig jaar geleden eenmaal is beboet, maar ter zake van een andere kwestie. Daarop heeft Europe Flyer niet meer gereageerd.

Europe Flyer heeft geen stukken overgelegd waaruit aannemelijk wordt dat de RVV het exportverbod aan haar heeft gegeven

Als onvoldoende weersproken moet daarom voorshands worden uitgegaan van de juistheid van de lezing van [eiser] Transport.

10. De conclusie is dat de vordering van [eiser] Transport op Europe Flyer ad € 50.000,-- vast staat en dat niet met voldoende mate van zekerheid is te verwachten dat de bodemrechter het beroep van Europe Flyer op opschorting (met als doel uiteindelijk te verrekenen) zal honoreren. Dat leidt ertoe dat de vordering van [eiser] Transport tot het bedrag van de hoofdsom zal worden toegewezen. Wat betreft de daarover gevorderde rente is het volgende van belang. Nu vast staat dat het hier gaat om een handelsovereenkomst moet ervan worden uitgegaan dat [eiser] Transport met “wettelijke incassorente” heeft bedoeld te vorderen de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel

6: 119 a BW. Deze rente zal dan ook worden toegewezen vanaf de onweersproken dag van ingang.

11. [eiser] Transport heeft ook een spoedeisend belang bij het gevorderde. Uit het verweer van Europe Flyer volgt dat zij zeer recent grote schade heeft geleden en dat haar mogelijk een boete zal worden opgelegd. Niet valt uit te sluiten dat als gevolg daarvan op termijn de verhaalsmogelijkheden van [eiser] Transport kunnen worden aangetast. Bovendien moet als onweersproken worden aangenomen dat [eiser] Transport met het door haar gevorderde bedrag nog een belastingschuld moet voldoen waarvoor zij van de fiscus tot 1 mei 2005 uitstel van betaling heeft gekregen. [eiser] Transport kan dat bedrag niet voorfinancieren. Zij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij met het van Europe Flyer ontvangen bedrag in verband met de verkoop van het rollend materieel reeds een bankschuld heeft afgelost. Onder al deze omstandigheden kan niet van [eiser] Transport worden gevergd de uitslag van een (nog aanhangig te maken) bodemprocedure af te wachten. Van belang is ten slotte nog dat van enig reëel restitutierisico niet is gebleken. Overigens heeft Europe Flyer ook niet gesteld dat daarvan sprake zou zijn.

12. Resteert de vordering van [eiser] Transport ter zake de buitengerechtelijke kosten ad € 3.207,94. Europe Flyer heeft gemotiveerd betwist dat [eiser] Transport buitengerechtelijke kosten tot het door haar gevorderde bedrag heeft gemaakt. Het had vervolgens op de weg van [eiser] Transport gelegen gespecificeerd aan te geven welke werkzaamheden daartoe zijn verricht en welke kosten daarmee gemoeid zouden zijn geweest waarvoor een proceskostenveroordeling geen vergoeding pleegt in te sluiten. Dat heeft zij niet gedaan, bij gebreke waarvan dit gedeelte van de vordering moet worden afgewezen.

13. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal Europe Flyer in de kosten van dit kort geding worden verwezen.

De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt Europe Flyer tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] Transport te betalen een bedrag van € 50.000,--, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW vanaf 20 april 2005 tot aan de dag der algehele voldoening,

veroordeelt Europe Flyer in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] Transport bepaald op € 816,-- voor salaris en op € 1.241,93 voor verschotten,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

weigert het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Wiertz-Wezenbeek en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2005.