Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AT7638

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-05-2005
Datum publicatie
17-06-2005
Zaaknummer
111140
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verborgen gebrek; art. 7:18 lid 2 BW;

Gedaagde geslaagd in bewijslevering dat paard ten tijde van aflevering nog geen "luchtzuiger" was en eiser vervolgens niet geslaagd in bewijslevering dat paard ten tijde van aflevering wél een luchtzuiger was; vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 111140 / HA ZA 04-497

Datum vonnis: 4 mei 2005

Vonnis

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. A.A.M. van Beek te Tilburg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STAL VAN BORTEL B.V.,

gevestigd te Lunteren, gemeente Ede,

gedaagde,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

advocaat mr. H.C.M. van Haastert te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiser] en Stal van Bortel genoemd worden.

Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

- het tussenvonnis van 6 oktober 2004

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 19 januari 2005

- het proces-verbaal van getuigenverhoor en comparitie van partijen van 20 april 2005.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De verdere beoordeling

In het tussenvonnis van 6 oktober 2004 is Stal van Bortel toegelaten tot het leveren van bewijs tegen het wettelijk vermoeden dat Way of Picobello ten tijde van de aflevering een luchtzuiger was. Zij heeft vier getuigen laten horen.

De getuige [getuige 1], dierenarts, heeft verklaard na de keuring van de pony vier of vijf maal Way of Picobello te hebben bekeken. De paardenhandelaar [betrokkene 1] heeft verklaard regelmatig bij Stal van Bortel te zijn geweest en éénmaal de pony goed te hebben bekeken met klanten. De stagiaire [betrokkene 2] zag de pony volgens haar verklaring dagelijks. [betrokkene 3], genoemd in het tussenvonnis onder 1, heeft verklaard de pony tijdens de onderhandelingen over de koop tussen partijen te hebben gezien.

Uit geen van de getuigenverklaringen komen feiten naar voren die op luchtzuigen vóór de levering duiden.

[getuige 1] heeft voorts verklaard: “Als je twee minuten bij zo’n paard bent dan weet je het. Je kan ook in de stal zien of het paard ergens op zuigt. Ik heb dat niet speciaal onderzocht, maar het valt direct op.”

[betrokkene 2]: “Ik heb er nooit een op luchtzuigen betrapt. Dat is makkelijk te herkennen.(...) als je door de stal loopt zie je het als er iets gebeurt.”

Klein: “Ik heb nooit gezien dat Way of Picobello aan het luchtzuigen of kribbebijten was. Dat is makkelijk te constateren (...). Je hoort en ziet het.”

De rechtbank acht Stal van Bortel hiermee in haar tegenbewijs geslaagd. Het vermoeden is doorbroken nu volgens de getuigen niets erop wees dat Way of Picobello zich voor de levering schuldig maakte aan luchtzuigen.

Vervolgens is [eiser] opgedragen te bewijzen dat Way of Picobello een luchtzuiger was ten tijde van de aflevering.

Hij heeft allereerst zelf als getuige verklaard: “Toen wij de pony drie of vier dagen hadden zei mijn dochter dat de pony aan het luchtzuigen was.” De beschrijving van de handeling die toen geconstateerd zou zijn, stemt volgens partijen, zo is later ter zitting gebleken, overeen met die van luchtzuigen.

Mevrouw [eiser] heeft als getuige verklaard dat zij een dag of drie, vier na de levering het bewuste geluid hoorde, toen aan haar dochter [betrokkene 4] vroeg of zij dat geluid wel eens had gehoord en het antwoord kreeg dat [betrokkene 4] het inderdaad eerder had gehoord.

[betrokkene 4] [eiser] tenslotte, verklaarde: “Toen ik het voor het eerst hoorde had ik de pony twee of drie dagen. Het gebeurde in elk geval binnen drie dagen.”

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit deze verklaringen dat in elk geval op de derde dag na de levering bij Way of Picobello een geluid is geconstateerd dat overeenstemt met dat van luchtzuigen. Nu dit betekent dat er een kans is dat het dier pas op die derde dag begonnen is met luchtzuigen, omdat er geen verklaring is die op een eerder moment duidt, is [eiser] niet in deze bewijsopdracht geslaagd. Daarbij kan in het midden blijven wat overigens over de antedateringstermijn van deze stalondeugd naar voren is gebracht.

Ten slotte is [eiser] opgedragen te bewijzen dat Stal van Bortel hem ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst niet de juiste gegevens had verschaft om de stokmaat op het moment van aflevering en de nog te verwachten groei van de pony te kunnen vaststellen. Van uitvoering van deze bewijsopdracht heeft [eiser] afgezien. Wel heeft hij in het geding gebracht een verklaring van dierenarts [betrokkene 5] te Waalwijk, die onder meer inhoudt dat ‘het feit dat er op enig moment tijdens groei pony-schofthoogten (...) gemeten zijn,’ niets afdoet ‘aan het feit dat dit dier in oktober 2003 de eigenschappen bezat die het tot een paard maken.’ Dit onder meer uitgaande van het gegeven dat alle paarden als veulens worden geboren en dat op het moment dat een dier uitgegroeid is, komt vast te staan of het een paard dan wel een pony is geworden.

Deze conclusie doet – wat er overigens zij van de waarde van deze eenzijdig ingebrachte verklaring – naar het oordeel van de rechtbank niet af aan haar overweging in het tussenvonnis onder 13, erop neerkomend dat [eiser] uit de op 7 maart 2003 gemeten stokmaat van 147,9 cm kon afleiden dat het dier in ongeveer zeven maanden zes centimeter was gegroeid, zodat het, als het nog tot eind 2003 in dit tempo doorgroeide, te groot zou zijn voor een E-pony en dat [eiser] in deze wetenschap welbewust een risico nam dat de pony voor 2004 niet meer als pony goedgekeurd zou worden. Dat dit risico zich heeft gerealiseerd, heeft de rechtbank overwogen, komt dan voor rekening van [eiser]. Hij zou de gevolgen daarvan wellicht niet hoeven dragen als hij in zijn tweede bewijsopdracht slaagde, maar daar heeft hij, zoals reeds is overwogen, geen uitvoering aan gegeven.

Het voorgaande betekent dat de vordering moet worden afgewezen.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Stal van Bortel worden begroot op:

- vast recht € 288,00

- getuigenkosten € 690,40

- salaris procureur € 1.344,00 (3,5 punten × tarief € 384,00)

Totaal € 2.322,40

De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen af,

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Stal van Bortel tot op heden begroot op € 2.322,40.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2005.

de griffier de rechter