Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AT5954

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-04-2005
Datum publicatie
20-05-2005
Zaaknummer
124289
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De door eiseres 1 c.s. in het incident ingestelde vordering kan niet worden aangemerkt als een voorlopige voorziening voor de duur van het geding als bedoeld in artikel 223 Rv. Als zodanig kunnen slechts maatregelen worden opgelegd die kunnen worden gekarakteriseerd als een bevel om een bepaalde handeling te verrichten dan wel na te laten. Daarvan is hier geen sprake.

Op grond van de onweersproken feiten kan worden aangenomen dat eiseres 1 c.s. bij het sluiten van de koop door Dikkenberg is voorgespiegeld dat hij een huis kocht in een blijvend beboste omgeving met slechts een soortgelijk buurthuis en zonder camping. Aannemelijk is dat eiseres 1 c.s. nu aanzienlijke schade kunnen lijden o.a. in de sfeer van waardevermindering van het gekochte en dat Dikkenberg daarvoor aansprakelijk kan zijn op grond van onrechtmatige daad al dan niet gecombineerd met een vordering op grond van dwaling. De meer subsidiaire vordering komt daarmee niet onrechtmatig of ongegrond voor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 124289 / HA ZA 05-402

Datum vonnis: 20 april 2005

Vonnis

in de zaak van

1. [eiseres 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats],

3. [eiser 3],

wonende te [woonplaats],

eisers zowel in het incident als in de hoofdzaak,

procureur mr. P.C. Plochg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE DIKKENBERG B.V.,

gevestigd te Bennekom, gemeente Ede,

gedaagde zowel in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

niet verschenen.

Het verloop van de procedure in het incident en in de hoofdzaak

Het procesverloop blijkt uit de volgende handelingen.

- het uitbrengen van de dagvaarding

- de verstekverlening

- de overlegging van producties

- het bepalen van vonnis

De partijen worden verder [eiseres 1 c.s.] en [Dikkenberg] genoemd.

De vordering in het incident en in de hoofdzaak

in het incident

[eiseres 1 c.s.] hebben een incidentele vordering ingesteld ex artikel 225 Rv. Voornoemd artikel heeft echter betrekking op de gronden van schorsing van een geding zodat de rechtbank er van uit gaat dat hier sprake is van een misslag en [eiseres 1 c.s.], gelet op de inhoud van hun vordering, hebben bedoeld een incidentele vordering in te stellen ex artikel 223 Rv.

[eiseres 1 c.s.] hebben - kort weergegeven - gevorderd:

1. een deskundige te benoemen die, uitgaande van twee verschillende opties, een inrichtings- en beplantingsplan maakt inclusief een kostenbegroting;

2. [Dikkenberg] te veroordelen de kosten voor deze deskundige bij voorschot te voldoen, waarbij het voorschot door de rechtbank wordt vastgesteld;

3. [Dikkenberg] te veroordelen in de kosten van het incident.

in de hoofdzaak

[eiseres 1 c.s.] vorderen:

primair:

1. [Dikkenberg] te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van

het ten deze te wijzen vonnis de oude situatie van vóór september

2004 te herstellen door:

a. Het hekwerk (voor zoveel nog niet is geschiedt) terug te plaatsen alwaar het stond.

b. Alle caravans en/of chalets en/of overige opstallen (schuurtjes

etc.) staande op kavel 125 in een straal van 10 meter rond kavel

125 en achter kavel 127 te verwijderen en verwijderd te houden

en de grond weer (infranstructuur verwijderen) terug te brengen

in de oude staat van voor september 2004.

c. Aanvang te maken met aanplanting van bomen, begroeiing zoals

aangegeven in het beplantingsplan van de door de Rechtbank

benoemde deskundige en de aanplantingswerkzaamheden

binnen 60 dagen te voltooien, waarbij aanplanting dient plaats

te vinden op grens kavel 125 en kavel 127 met grens chalet/-

caravanpark. Bij uitblijven hiervan zal [eiseres 1 c.s.] gerechtigd zijn de

beplanting te laten uitvoeren op kosten van [Dikkenberg], waarbij

de kosten direct executabel zijn.

2. [Dikkenberg] te veroordelen om alle noodzakelijke maatregelen te

treffen om te komen tot de bouw van een vakantiewoning op kavel

125, waarbij de bouw uiterlijk 24 maanden na betekening van het

vonnis moet zijn voltooid.

3. [Dikkenberg] te veroordelen in de kosen die [eiseres 1 c.s.] heeft moeten maken aan buitengerechtelijke kosten zoals rechtsbijstand. Gezien de omvang van de procedure, voorbereiding, bezoek en vele gesprekken, in goede justitie te stellen op € 10.000,--.

(voorwaardelijk) subsidiair

1. [Dikkenberg] te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis de oude situatie van vóór september 2004 te herstellen door:

a. Het hekwerk (voor zoveel nog niet geschiedt) terug te plaatsen

alwaar het stond.

b. Alle caravans en/of chalets en/of overige opstallen (schuurtjes

etc.) staande op kavel 125 in een straal van 10 meter rond kavel

125 en achter kavel 127 te verwijderen en verwijderd te houden

en de grond weer (infrastructuur verwijderen) terug te brengen

in de oude toestand voor september 2004.

c. Aanvang te maken met aanplanting van bomen, begroeiing zoals aangegeven in het beplantingsplan van de door de Rechtbank benoemde deskundige en de aanplantwerkzaamheden binnen 60 dagen te voltooien, waarbij aanplanting dient plaats te vinden op grens kavel 125 met grens chalet/caravanpark. Bij uitblijven hiervan zal [eiseres 1 c.s.] gerechtigd zijn de beplanting te laten uitvoeren op kosten van [Dikkenberg], waarbij de kosten direct executabel zijn.

2. [Dikkenberg] te veroordelen om (een deel van) kavel 125, danwel

voor [eiseres 1 c.s.] aanvaardbare strook grond naast kavel 127 alsmede een

strook van 6 meter achter de woning van [eiseres 1 c.s.] aan [eiseres 1 c.s.] te verkopen

tegen de bestemming van de grond zoals deze volgens geldend

bestemmingsplan gemeente Ede op datum september 2004 gold

tegen een waarde vast te stellen door een door de Rechtbank aan te

wijzen deskundige.

3. [Dikkenberg] te veroordelen in de kosten die [eiseres 1 c.s.] heeft moeten maken aan buitengerechtelijke kosten zoals rechtsbijstand. Gezien de omvang van de procedure, voorbereiding, bezoek en vele gesprekken, in goede justitie te stellen op € 10.000,--.

(voorwaardelijk) meer subsidiair

1. Te oordelen dat [Dikkenberg] met haar handelen tekort is geschoten in haar contractuele verplichtingen jegens [eiseres 1 c.s.], alsmede het handelen als onrechtmatig dient te worden aangemerkt waardoor [Dikkenberg] schadeplichtig wordt jegens [eiseres 1 c.s.].

2. [Dikkenberg] te veroordelen om als voorschot op de door [eiseres 1 c.s.] geleden schade € 250.000,-- te betalen en voorts [Dikkenberg] te veroordelen de overige schade op te nemen bij staat aan [eiseres 1 c.s.] te vergoeden.

In alle gevallen [Dikkenberg], uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder de kosten van beslaglegging en eventueel nog te nemen conservatoire maatregelen.

De beoordeling van de vordering in het incident en in de hoofdzaak

De feiten waarop de vordering is gegrond, zijn niet betwist en staan daarom in dit proces vast.

in het incident

De door [eiseres 1 c.s.] in het incident ingestelde vordering kan niet worden aangemerkt als een voorlopige voorziening voor de duur van het geding als bedoeld in artikel 223 Rv. Als zodanig kunnen slechts maatregelen worden opgelegd die kunnen worden gekarakteriseerd als een bevel om een bepaalde handeling te verrichten dan wel na te laten. Daarvan is hier geen sprake. Ook kan deze vordering – gelasten van een deskundigenbericht - niet worden aangemerkt als een voorlopige voorziening welke (alleen) kracht heeft voor de duur van het geding. [eiseres 1 c.s.] dient daarom in zijn vordering in het incident niet-ontvankelijk te worden verklaard. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiseres 1 c.s.] worden veroordeeld in de kosten van het incident.

in de hoofdzaak

De door [eiseres 1 c.s.] primair en (voorwaardelijk) subsidiair ingesteld vorderingen zullen worden afgewezen omdat die de rechtbank ongegrond en/of onrechtmatig voorkomen.

Uit de door [eiseres 1 c.s.] overgelegde stukken blijkt dat het hekwerk, waarvan [eiseres 1 c.s.] onder a. terugplaatsing vordert, eigendom is van [Dikkenberg] en [Dikkenberg] dat hekwerk ook heeft geplaatst, zodat het [Dikkenberg] in beginsel vrijstond om dat hekwerk (weer) te verwijderen. [eiseres 1 c.s.] heeft niet gesteld dat het hekwerk op zijn eigendom stond en daarvan deel uitmaakte.

Dit geldt ook voor de onder b. gevorderde verwijdering van opstallen dan wel terugbrengen in de oude toestand van de kavels 125 en 127. Deze kavels waren en zijn eigendom van [Dikkenberg] zodat het [Dikkenberg] als eigenaar evenzeer in beginsel vrijstond daarmee te doen wat hem goed dacht. [eiseres 1 c.s.] stelt wel dat [Dikkenberg] afspraken en opgewekte verwachtingen bij de koop heeft geschonden. Maar dat is te weinig. De desbetreffende vorderingen zouden slechts toewijsbaar kunnen zijn, indien [Dikkenberg] zich bij de koop jegens [eiseres 1 c.s.] had verplicht de directe omgeving van het verkochte te houden zoals die was. Daaraan zou [eiseres 1 c.s.] de contractuele aanspraak kunnen ontlenen tot herstel in de oude toestand, zoals gevorderd. Niet gesteld is dat [Dikkenberg] zich hiertoe jegens [eiseres 1 c.s.] heeft verplicht. Uit de gesloten koopovereenkomst vloeit geenszins zonder meer voort dat [eiseres 1 c.s.] recht kreeg op een toestand of een bepaald gebruik van de omringende percelen.

De onder c. ingestelde vordering is gekoppeld aan een toewijzing van de incidentele vordering. Nu [eiseres 1 c.s.] in die vordering niet kunnen worden ontvangen, kan deze vordering in de hoofdzaak niet worden toegewezen.

De onder 2. ingestelde vorderingen met betrekking tot de kavel 125 en/of kavel 127 komen ook niet voor toewijzing in aanmerking omdat deze beide kavels eigendom zijn van [Dikkenberg]. Ook hiervoor geldt dat niet gesteld is dat [Dikkenberg] zich contractueel jegens [eiseres 1 c.s.] heeft verplicht daarop een woning te bouwen. [eiseres 1 c.s.] zou mogelijk wel een recht van eerste koop hebben op (een deel van) die kavels doch dit betekent nog niet dat [Dikkenberg] thans verplicht is (een deel van) die kavels aan [eiseres 1 c.s.] te verkopen.

Nu alle overige primair en (voorwaardelijk) subsidiair ingestelde vorderingen worden afgewezen moet ook de onder 3. vermelde vordering worden afgewezen.

De (voorwaardelijk) meer subsidiair ingestelde vordering is toewijsbaar.

Op grond van de onweersproken feiten kan worden aangenomen dat [eiseres 1 c.s.] bij het sluiten van de koop door [Dikkenberg] is voorgespiegeld dat hij een huis kocht in een blijvend beboste omgeving met slechts een soortgelijk buurhuis en zonder camping. Aannemelijk is dat [eiseres 1 c.s.] nu aanzienlijke schade kunnen lijden o.a. in de sfeer van waardevermin- dering van het gekochte en dat [Dikkenberg] daarvoor aansprakelijk kan zijn op grond van onrechtmatige daad al dan niet gecombineerd met een vordering op grond van dwaling. De meer subsidiaire vordering komt daarmee niet onrechtmatig of ongegrond voor.

Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal [Dikkenberg] de kosten van de procedure moeten dragen.

De beslissing

De rechtbank

in het incident

verklaart [eiseres 1 c.s.] niet ontvankelijk in hun vordering in het incident,

veroordeelt [eiseres 1 c.s.] in de kosten van het incident aan de zijde van [Dikkenberg] begroot op nihil,

in de hoofdzaak

wijst af de primair en de (voorwaardelijk) subsidiair door [eiseres 1 c.s.] ingestelde vorderingen,

verklaart voor recht dat het handelen van [Dikkenberg] als onrechtmatig jegens [eiseres 1 c.s.] dient te worden aangemerkt;

veroordeelt [Dikkenberg] om tegen behoorlijke kwijting aan [eiseres 1 c.s.] te betalen de somma van € 250.000,--, als voorschot op de door [eiseres 1 c.s.] geleden schade,

veroordeelt [Dikkenberg] aan [eiseres 1 c.s.] te vergoeden de door [eiseres 1 c.s.] geleden schade ten gevolge van het in de dagvaarding omschreven (onrechtmatig) handelen van [Dikkenberg] jegens [eiseres 1 c.s.], nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

veroordeelt [Dikkenberg] in de kosten van dit geding, die van het beslag daaronder begrepen, tot deze uitspraak aan de zijde van [eiseres 1 c.s.] begroot op in totaal € 8.951,94,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter in tegenwoordigheid van de griffier op woensdag 20 april 2005.

de griffier de rechter