Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AT3859

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
25-02-2005
Datum publicatie
14-04-2005
Zaaknummer
123587 / FA RK 05-10364
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Trefwoorden: afstand van de gemeenschap, verlenging termijn, bijzondere omstandigheden

Toepasselijke wetsbepalingen: artt. 1:103, 1:104 en 1:106 BW

Samenvatting:

De termijn voor het doen van doen van afstand van de gemeenschap loopt af op 28 februari 2005. De vrouw verzoekt om verlenging van deze termijn voor het doen van afstand van de gemeenschap. De man verzet zich daartegen.

Verlenging van de termijn voor het doen van afstand van de gemeenschap is mogelijk in geval van "bijzondere omstandigheden". De rechtbank is van oordeel dat daarvan sprake is. Uit het onderzoek ter zitting is voldoende komen vast te staan dat de vrouw tot op heden slechts kan beschikken over summiere informatie omtrent het ontstaan en verloop van de schulden en dat deze informatie onvoldoende is voor beoordeling van de vraag of het raadzaam is afstand te doen van de gemeenschap. Het vergaren van relevante informatie door (de raadsvrouwe van) de vrouw wordt ernstig bemoeilijkt door het feit dat de vrouw sedert juni 2003 is opgenomen in een psychiatrische inrichting en zij - kennelijk - moeite heeft zaken te onthouden, alsmede door het feit dat partijen hun financiële administratie niet goed bijgehouden hebben.

Toewijzing van het verzoek.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 103
Burgerlijk Wetboek Boek 1 104
Burgerlijk Wetboek Boek 1 106
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2005/50
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector familierecht

Zaak/rekestnummer: 123587 / FA RK 05-10364

Datum uitspraak: 25 februari 2005

Beschikking

naar aanleiding van het verzoekschrift van

M.J.W. H., (hierna te noemen de vrouw),

wonende te Nijmegen,

procureur: mr. M.J.M. Willems.

Belanghebbende:

* B.J. J., wonende te Nijmegen, (hierna te noemen de man).

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift (met bijlagen), ingekomen op 9 februari 2005;

- het verweerschrift, ingekomen op 24 februari 2005;

- het proces-verbaal van de op 25 februari 2005 gehouden mondelinge behandeling.

Op 25 februari 2005 zijn ter zitting gehoord:

- mr. M.J.M. Willems, namens de niet verschenen vrouw;

- de man, bijgestaan door mr. M.B.M. Kaaij.

De feiten

De vrouw en de man zijn op 10 juni 1985 in Nijmegen in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.

Deze rechtbank heeft op 11 november 2004 de echtscheiding tussen de vrouw en de man uitgesproken, welke beschikking op 29 november 2004 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand te Nijmegen.

Het verzoek

De vrouw verzoekt de termijn van artikel 1:104 van het Burgerlijk Wetboek die afloopt op 28 februari 2005 te verlengen met zes maanden.

De vrouw voert daartoe aan dat haar advocaat pas op 31 januari 2005 gegevens over de omvang van de schulden van de (advocaat van de) man heeft ontvangen zodat zij onvoldoende tijd heeft gehad voor nader onderzoek naar de aansprakelijkheid van de schulden.

De beoordeling

Op grond van artikel 1:103 van het Burgerlijk Wetboek heeft ieder der echtgenoten het recht van de gemeenschap afstand te doen.

Op grond van artikel 1:104 van het Burgerlijk Wetboek is de echtgenoot, die op grond van artikel 1:103 BW afstand wil doen, verplicht binnen drie maanden na de ontbinding van de gemeenschap een akte van afstand te doen inschrijven in het huwelijks-goederenregister, op verbeurte van dit voorrecht.

De echtscheidingsbeschikking is op 29 november 2004 ingeschreven zodat de termijn als bedoeld in artikel 1:104 BW eindigt op 28 februari 2005.

De vrouw verzoekt thans op grond van artikel 1:106 van het Burgerlijk Wetboek deze termijn te verlengen voor zes maanden.

De vrouw heeft aangevoerd dat zij onvoldoende tijd heeft gehad om te beoordelen of het geraden is om afstand te doen van de gemeenschap, omdat zij pas op 31 januari 2005 de beschikking kreeg over de omvang van de schulden.

Uit de tijdens de mondelinge behandeling door mr. Willems gegeven toelichting op het verzoek blijkt dat bij de vrouw met name nog steeds onduidelijkheid bestaat over de vraag wie de schulden is aangegaan, hetgeen relevant is voor de aansprakelijkheid, en het verloop van de schulden aan Wehkamp, Primeline en de Rabobank. Zij meent dat het op de weg van de man had gelegen deze duidelijkheid te verschaffen. In de ogen van de vrouw heeft hij, ondanks meerdere verzoeken daartoe, onvoldoende informatie verschaft. Voorts heeft mr. Willems aangevoerd dat haar onderzoek naar het verloop van de schulden extra wordt bemoeilijkt door het feit dat de vrouw al langere tijd in een inrichting verblijft en niet in staat is haar van informatie te voorzien.

De Rabobank heeft haar geen informatie willen verschaffen.

De man verweert zich, aanvoerende dat hij alle in zijn bezit zijnde gegevens omtrent de schulden aan Wehkamp, Primeline en de Rabobank heeft toegestuurd aan de (raadsman) van de vrouw en dat hij niet in staat is haar nog verdere informatie te verschaffen. Het komt hem dan ook niet zinvol voor om het verzoek van de vrouw tot verlenging van de termijn in te willigen. Hij is bovendien van mening dat beide partijen aansprakelijk zijn voor de schulden nu deze zijn aangegaan ten behoeve van de gewone huishouding.

Verlenging van de termijn voor het doen van afstand van de gemeenschap is mogelijk in geval van "bijzondere omstandigheden". De rechtbank is van oordeel dat daarvan sprake is. Uit het onderzoek ter zitting is voldoende komen vast te staan dat de vrouw tot op heden slechts kan beschikken over summiere informatie omtrent het ontstaan en verloop van de schulden bij Wehkamp, Primeline en de Rabobank en dat deze informatie onvoldoende is voor beoordeling van de vraag of het raadzaam is afstand te doen van de gemeenschap. Het vergaren van relevante informatie door (de raadsvrouwe van) de vrouw wordt ernstig bemoeilijkt door het feit dat de vrouw sedert juni 2003 is opgenomen in een psychiatrische inrichting en zij - kennelijk - moeite heeft zaken te onthouden, alsmede door het feit dat partijen hun financiële administratie niet goed bijgehouden hebben. De rechtbank zal mitsdien het verzoek van de vrouw tot verlenging van de termijn inwilligen voor de duur van drie maanden, en wel tot 28 mei 2005.

De beslissing

De rechtbank

verlengt de termijn voor inschrijving van de akte van afstand van de gemeenschap met drie maanden, tot 28 mei 2005;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking( is gegeven door mr. A.S.W. Kroon in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op

de griffier de rechter