Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AT2854

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
16-02-2005
Datum publicatie
30-03-2005
Zaaknummer
105788
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eigenrichting;

Koopovereenkomst;

Eigendomsvoorbehoud.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 105788 / HA ZA 03-1867

Datum vonnis: 16 februari 2005

Vonnis

in de zaak van

[eiser],

wonende te Nieuwerkerk aan de IJssel,

eiser, voorzover het betreft de zaak tegen

Lozeman Tuinmachines Elst B.V. in conventie,

verweerder in reconventie,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. E.A. Thomas te Amsterdam,

tegen

1. [gedaagde 1],

handelend onder de naam

Loon- en Verhuurbedrijf / Handelsonderneming & Import [gedaagde 1],

wonende te Kerkwijk,

gedaagde,

procureur mr. P.C. Plochg,

advocaat mr. drs. J.P. de Man te Rosmalen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOZEMAN TUINMACHINES ELST B.V.,

gevestigd te Elst,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie.

procureur mr. J.T.M. Palstra,

advocaat mr. M.J. Mutsaers te Nijmegen,

Partijen worden hierna ook respectievelijk als [eiser], [gedaagde 1] en Lozeman aangeduid.

Het verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 17 maart 2004 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden, ter gelegenheid waarvan [eiser] zijn eis heeft gewijzigd. Het proces-verbaal van de comparitie bevindt zich bij de stukken. [eiser], [gedaagde 1] en Lozeman hebben ieder een akte verzocht. Ten slotte is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1.1. Tot de overgelegde stukken behoort een als afleverbon opgemaakt stuk, dat vermeldt dat [eiser] van Welten-Bignell Beheersmaatschappij B.V. (Mega-Trade) een motormaaier van het merk John Deere, type 2210, heeft gekocht, dat deze hem is geleverd op 9 augustus 2003 en dat hij op dezelfde datum de factuur hiervoor van € 11.000,- heeft voldaan.

1.2. Tot de overgelegde stukken behoort een als afleverbon opgemaakt stuk, dat vermeldt dat [eiser] een maaitractor Ferrari Raptor 40DT van Mega Trade heeft gekocht voor € 19.400,01 en dat deze hem is geleverd en door hem is betaald op 11 augustus 2003.

1.3. Op 15 augustus 2003 verschenen bij [eiser] [gedaagde 1], een vertegenwoordiger van Lozeman en een filmploeg van het televisieprogramma OPGELICHT.

1.4. [gedaagde 1] pretendeerde eigenaar te zijn van de John Deere motormaaier en Lozeman van de Ferrari maaitractor, die zich op het terrein van [eiser] bevonden. Op 15 augustus 2003 zijn beide machines van het terrein van [eiser] afgevoerd.

1.5. Bij brieven van 5 september 2003 heeft Wacker Management B.V. voor [eiser] teruggave van beide machines uiterlijk op 8 september 2003 geëist. Ze zijn niet teruggegeven.

1.6. Op 29 september 2003 heeft [eiser] onder Lozeman conservatoir beslag tot afgifte gelegd op de maaitractor. Bij [gedaagde 1], waar de motormaaier zich niet bevond, is op die datum conservatoir beslag tot zekerheid op drie maaiers gelegd.

1.7. Mega Trade heeft per 17 september 2003 haar onderneming gestaakt.

De vorderingen van [eiser] en het verweer daartegen

2.1. [eiser] stelt dat hij de machines geleverd heeft gekregen van Mega Trade, die als bezitter beschouwd moet worden als beschikkingsbevoegd ten aanzien van de motormaaier en de maaitractor. Voorts stelt hij dat hij te goeder trouw was, toen hij op grond van koopovereenkomsten de zaken verkreeg. Lozeman en [gedaagde 1] hebben onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld door wederrechtelijk de beide machines weg te nemen op 15 augustus 2003. [eiser] lijdt ten gevolge hiervan schade.

2.2. [eiser] vordert tegenover [gedaagde 1] primair veroordeling om onder verbeurte van een dwangsom de John Deere motormaaier type 2210, machinenummer LV2210H210216, aan hem af te geven, alsmede om [eiser] € 137,50 te betalen voor iedere maand of gedeelte van een maand ná 15 augustus 2003 tot aan de afgifte van de machine. Subsidiair vordert hij vergoeding van de dagwaarde van deze machine op 15 augustus 2003, € 10.972,88.

2.3. [eiser] vordert tegenover Lozeman primair veroordeling om onder verbeurte van een dwangsom de Ferrari Raptor 40DT tractormaaier, chassisnummer 901198, aan hem af te geven, en € 80,83 te betalen voor iedere maand of gedeelte van maand na 15 augustus 2003 tot aan de afgifte van de machine. Subsidiair vordert hij vergoeding van de dagwaarde van de machine op 15 augustus 2003, € 19.400,01.

2.4. Tegenover Lozeman en [gedaagde 1] vordert [eiser] veroordeling in de kosten van het proces, van de beslagen en van de gerechtelijke bewaring.

2.5. De vordering wordt gemotiveerd betwist. Lozeman betoogt onder meer dat Mega Trade beschikkingsonbevoegd was ten aanzien van de Ferrari-maaitractor omdat zij de tractor aan Mega Trade had geleverd onder een eigendomsvoorbehoud, en dat [eiser] niet te goeder trouw was ten opzichte van Mega Trades beschikkingsbevoegdheid. Voor zover nodig gaat de rechtbank hierna op de overige onderdelen van het verweer in.

2.6. [gedaagde 1] sluit zich aan bij Lozeman en betoogt dat hij met Mega Trade, aan wie hij de John Deere-motormaaier had verkocht, was overeengekomen dat deze eerst betaald en pas daarna geleverd zou worden en dat die afspraak onaangetast bleef toen Mega Trade tóch de maaier ophaalde voordat zij betaald had. Voorts betoogt hij onder meer dat de onder 1.1 bedoelde afleverbon niet de waarheid bevat. Voor zover nodig gaat de rechtbank hierna op de overige onderdelen van het verweer in.

De reconventionele vordering van Lozeman en het verweer daartegen

3.1. Lozeman vordert een verklaring voor recht dat zij eigenaar is van de Ferrari tractor, een gebod aan [eiser] op verbeurte van een dwangsom om deze in oorspronkelijke staat aan haar af te geven en veroordeling in de proceskosten.

3.2. [eiser] voert ten verwere aan hetgeen hij ook in conventie betoogt.

De beoordeling van het geschil

Algemeen

4.1. De rechtbank stelt voorop dat de toepassing van eigenrichting door het weghalen van gepretendeerd eigen zaken van andermans terrein in beginsel onrechtmatig is. Als het juist is, zoals [gedaagde 1] stelt, dat de presentator van het programma OPGELICHT tegen [eiser] heeft gezegd ‘Als u (...) niet kunt bewijzen dat de hier aangetroffen machines uw eigendom zijn, dan nemen wij (Lozeman en [gedaagde 1] en Tros Opgelicht) die wel kunnen bewijzen dat de bij hen door oplichting ontvreemde machines van hen zijn, (deze) mee,' is dat in flagrante strijd met het verbod van eigen richting en de hoofdregels van bezitsbescherming en veronderstelde goede trouw.

De Ferrari Raptor 40DT tractormaaier, chassisnummer 901198

4.2. Lozeman beroept zich in verband met de beschikkings-onbevoegdheid van Mega Trade op de volgende gang van zaken. Mega Trade heeft bij haar de tractor gekocht. De koop is mondeling tot stand gekomen in telefoongesprekken tussen [betrokkene] namens Lozeman en [betrokkene] van Mega Trade. In zijn eerste telefoongesprek met De Vries heeft Van der Wardt hem gewezen op de algemene voorwaarden, waarbij hij zou hebben gezegd waar zij gedeponeerd zijn en dat zij op verzoek konden worden toegezonden. Nadat telefonisch overeenstemming was bereikt over de inhoud van de koopovereenkomst, heeft Mega Trade deze overeenstemming per fax bevestigd op 31 juli 2003. Vervolgens heeft Lozeman ter terzake een orderbon opgemaakt, gedateerd 4 augustus 2003. Onderaan deze bon staat een verwijzing naar de toepasselijke algemene voorwaarden, de Metaalunievoorwaarden, die in artikel 18 een eigendoms-voorbehoud voorzien. Vervolgens is de tractor op 6 augustus 2003 bij de lege bedrijfshal van Mega Trade afgeleverd, waar Mega Trade een acceptgirokaart heeft ingevuld en aan Lozeman gegeven. Op de hierbij overhandigde factuur (gedateerd 5 augustus 2003) staat een verwijzing naar de op de achterzijde ervan afgedrukte Metaalunievoorwaarden. Betaling is uitgebleven.

4.3. Lozeman verbindt aan de door haar gestelde feiten, de conclusie dat er tussen haar en Mega Trade geen koopovereenkomst tot stand is gekomen omdat Mega Trade nooit heeft willen betalen. Dit betoog verwerpt de rechtbank. Ook als Mega Trade heeft gekocht met de bedoeling niet te betalen, laat dit onverlet dat zij heeft beoogd een koopovereenkomst te sluiten. Er is dan sprake van flessentrekkerij en niet, zoals Lozeman betoogt, van diefstal – er is geen sprake van het zonder meer wegnemen van de zaak – of verduistering – waarbij de verduisteraar de zaak krachtens een geldige titel onder zich moet hebben gekregen. Voor flessentrekkerij is juist de koopovereenkomst wezenlijk.

4.4. De volgende vraag is of de koop is gesloten onder het aan de Metaalunievoorwaarden ontleende eigendomsvoorbehoud. De vermelding van het bestaan van de algemene voorwaarden op de na het sluiten van de koopovereenkomst opgemaakte orderbon noch de vermelding op de factuur of de afgedrukte tekst op de factuur leidt volgens vaste rechtspraak tot de conclusie dat toepasselijkheid van de algemene voorwaarden overeengekomen is.

4.5. Lozeman voert aan dat Van der Wardt in hun eerste telefoongesprek De Vries heeft gewezen op de algemene voorwaarden. Hij zou hebben gezegd waar zij gedeponeerd zijn en dat zij op verzoek konden worden toegezonden. Kennelijk bedoelt zij daarmee dat de toepasselijkheid is aanvaard door Mega Trade. Zo heeft [eiser] dit blijkens zijn antwoord in reconventie ook begrepen. Hij betwist dat Van der Wardt deze mededelingen heeft gedaan, maar motiveert die betwisting niet. Nu deze betwisting ongemotiveerd is, moet er van worden uitgegaan dat Mega Trade stilzwijgend de toepasselijkheid van de Metaalunievoorwaarden heeft aanvaard.

4.6. De Metaalunievoorwaarden voorzien in een eigendomsvoorbehoud voor de verkoper (in dit geval Lozeman) voor het geval de koper (Mega Trade) niet betaalt. Dit betekent dat Mega Trade geen eigenaar is geworden van de tractor.

4.7. Thans moet worden nagegaan of artikel 3:86 BW toepasselijk is. Daarvoor gaat de rechtbank allereerst in op het verweer dat [eiser] niet te goeder trouw was.

4.8. De goede trouw wordt voorondersteld. Lozeman voert een aantal feiten en omstandigheden aan die naar haar mening duiden op het ontbreken van goede trouw bij [eiser].

4.9. Ten aanzien van de door Lozeman betwiste goede trouw constateert de rechtbank allereerst dat [eiser]’ feitenrelaas in deze procedure verre van consistent is. Dit betreft de wijze van in contact komen met Mega Trade en de betaling van de tractor.

4.10. Bij dagvaarding stelt [eiser] dat hij terwijl hij op het internet een onderzoek deed naar wat er zoal op de markt van motormaaiers te koop was, op de website van Mega Trade terechtkwam, waar de John Deere-motormaaier werd aangeboden. Hij zou toen telefonisch contact hebben opgenomen met Mega Trade, zich over de machine hebben laten voorlichten en de John Deere motormaaier telefonisch hebben gekocht. Een paar dagen later kocht hij, volgens de dagvaarding, van Mega Trade, omdat de John Deere-maaier niet bleek te voldoen, de tractor ‘waarop een riante korting zou worden gegeven.’ En er volgt dan: ‘[eiser] heeft wederom contant betaald.’ De factuur van € 19.400,01 vermeldt inderdaad ‘voldaan a contant.’ In zijn antwoord in reconventie ontkent [eiser], nadat Lozeman heeft aangevoerd dat er in het geheel geen aanbiedingen op Mega Trades website waren te zien, dat hij de maaier(s) op de website had gezien. Hij zou door een relatie op het bestaan van Mega Trade zijn gewezen en vervolgens contact met haar hebben opgenomen nadat hij op haar website haar telefoonnummer had gevonden. Ter comparitie verklaart hij over de eerste kennismaking dat hij door een kennis op het bestaan van Mega Trade was gewezen, op het internet haar adres had achterhaald en er langs gegaan was. Nadat Lozeman een opmerking had gemaakt over het feit dat [eiser] twee maal achter elkaar een groot bedrag betaalde en dat een bonafide bedrijf als de John Deere niet voldeed, deze zou hebben teruggenomen en niet, zoals [eiser] stelt dat Mega Trade heeft gedaan, een tweede maaier zou leveren met daarbij de afspraak dat zij zou proberen de eerste voor [eiser] te verkopen, verklaart [eiser] ter comparitie dat Mega Trade de machine niet wilde terugnemen omdat hij ermee had gereden, dat overeengekomen werd dat hij € 3.500,- zou aanbetalen voor de tractor en het restant zou betalen als de John Deere-machine (opnieuw) was verkocht. Hij voegt daar aan toe dat Mega Trade daags na de uitzending van OPGELICHT bij hem kwam om het restant van de koopprijs op te halen. Op de introductiepagina’s die volgens Lozeman het enige waren dat zich op Mega Trades website bevond en waarvan zij prints heeft overgelegd, is geen adres of telefoonnummer van Mega Trade te vinden, zij het dat wél vermeld wordt dat zij van Enschede naar Ridderkerk verhuisd is.

4.11. De feiten en omstandigheden die de rechtbank in aanmerking neemt bij de beoordeling van Lozemans stelling dat [eiser] niet te goeder trouw was ten tijde van de verkrijging van de tractor, zijn de volgende.

a. [eiser] heeft evident twee of driemaal – want er bestaan drie onderling tegenstrijdige versies – onjuist verklaard over de wijze waarop hij met Mega Trade in contact zou zijn gekomen. De rechtbank leidt hieruit af dat [eiser] een reden heeft gehad zich hierover verhullend te uiten.

b. [eiser] heeft bij dagvaarding in strijd met de waarheid – althans: volgens zijn verklaring ter comparitie in strijd daarmee – verklaard dat hij de factuur voor de tractor direct bij aflevering geheel had voldaan. Ook hierover lijkt [eiser] zich verhullend te hebben willen uiten, hetgeen slechts verklaarbaar lijkt uit het willen voldoen aan de eis van verkrijging anders dan om niet van artikel 3:86 BW.

c. Volgens [eiser]’ zeggen is hij, op zoek naar een motormaaier voor een weiland, door een zakenrelatie, althans een bekende – hij laat in het midden wie dit was en in hoeverre deze terzake deskundig kon zijn – op het spoor gebracht van Mega Trade, die zich volgens haar inschrijving in het handelsregister bezighoudt met ‘im- en export van luxe bouwmaterialen en aanverwante artikelen.’ Een verklaring voor deze samenloop van omstandigheden, waar Lozeman op heeft gewezen, geeft [eiser] niet. Die geeft hij evenmin voor de bijkomende toevalligheid dat Mega Trade inderdaad kort na elkaar over twee maaiers blijkt te beschikken.

d. [eiser], die niet ontkent dat de bedrijfshal, waar hij (uiteindelijk) stelt te zijn geweest om over de aankoop van de John Deere-machine te spreken, geheel leeg was, zoals Lozeman betoogt, geeft niet aan waarom hem dit niet tot nader onderzoek, althans tot vragen bij het functioneren van Mega Trade bracht. De aanwezigheid van een motormaaier in de overigens lege bedrijfshal van een bedrijf dat de handel in luxe bouwmaterialen als hoofddoel heeft, lijkt de rechtbank op zijn minst genomen opmerkelijk.

e. De mededeling op de factuur voor de tractor dat deze à contant is voldaan, is vals; dat wist [eiser] en daarover heeft hij zich niet uitgelaten.

4.12. Het onder 4.11 overwogene brengt de rechtbank tot de conclusie dat er zich omstandigheden voordoen die [eiser] eigen verklaringen ongeloofwaardig maken (genoemd onder a, b, c en e) en andere die een zo ernstige twijfel aan de betrouwbaarheid van Mega Trade bij hem hadden moeten oproepen, dat hij nader onderzoek had behoren te doen (c en d). De rechtbank is dan ook van oordeel dat hij de tractor niet te goeder trouw heeft verkregen. Reeds daarom wordt hij niet beschermd tegen de aanspraak van de eigenaar, Lozeman.

4.13. Het voorgaande betekent dat de vordering tegen Lozeman moet worden afgewezen.

De John Deere motormaaier type 2210, machinenummer LV2210H210216

4.14. Anders dan [gedaagde 1] stelt, is de gang van zaken in zijn geval niet dezelfde als bij de tractor. Hij betoogt het volgende. De maaier is door Mega Trade van hem gekocht op 5 augustus 2003. Daarbij is overeengekomen dat hij zo snel mogelijk geleverd zou worden en dat betaling daarvóór, door middel van een telefonische overboeking zou plaatsvinden (hij mocht niet van het erf af, zo licht [gedaagde 1] toe, voordat er betaald was). Vervolgens wordt er niet betaald, maar wordt wel op 8 augustus 2003 de maaier opgehaald door een transportbedrijf. Dit is bij gebreke van een toen gemaakte, nadere afspraak – waarover [gedaagde 1] niets stelt – niet anders uit te leggen dan dat [gedaagde 1] uiteindelijk toch met eerdere levering instemde. Het feit dat Mega Trade er, zoals [gedaagde 1] stelt, ‘met de nodige smoezen en excuses (in slaagde) om de trekker te laten weghalen zonder dat er betaald was’ (ter comparitie verklaart hij overigens dat de machine gewoon is meegegeven), betekent niet, zoals [gedaagde 1] stelt, dat hij op grond van de eerdere afspraak eigenaar bleef. De feiten wijzen erop dat hij met de levering instemde en hij voert niets aan waaruit Mega Trade op dat moment moet hebben kunnen afleiden dat dat niet zo was. De betaling blijft vervolgens uit. Op dat moment is er gekocht en geleverd. Van een eigendomsvoorbehoud is geen sprake. Mega Trade is eigenaar van de maaier geworden.

4.15. Het voorgaande betekent dat [eiser] als zijn betoog dat hij de machine van Mega Trade heeft gekocht en geleverd gekregen, juist is, de John Deere-maaier van de eigenaar heeft verkregen. Daarmee komt [gedaagde 1]s deels aan Lozemans betoog ontleende verweer aan de orde dat [eiser] niet van Mega Trade heeft gekocht en geleverd gekregen en dat het onder 1.1 bedoelde stuk valselijk is opgemaakt. De argumenten die [eiser] tot nu toe heeft aangevoerd om de juistheid van zijn stellingen te adstrueren, overtuigen de rechtbank niet. Het onder 1.1 genoemde stuk is op zichzelf al onvoldoende bewijs, maar de kracht ervan wordt nog verminderd door de kennelijke valsheid van het onder 1.2 genoemde (zie 4.10). De aanwezigheid van de maaier bij [eiser] zegt op zichzelf evenmin iets over de herkomst van de machine als het betoog van [eiser] over de betaling aan Mega Trade, onder meer inhoudend dat hij een aantal malen € 1.200,- had opgenomen, zodat hij ten tijde van de koop van de machine voldoende contant geld in huis had. Het is wat dit laatste betreft de rechtbank een raadsel waarom [eiser] door steeds maar dit bedrag te pinnen de koopsom voor een maaier zou hebben verzameld, terwijl uit de akte waarin hij dit stelt, blijkt dat hij een groot bedrag ook gewoon in één keer bij zijn bank had kunnen opnemen.

4.16. Het voorgaande betekent dat [eiser] in de gelegenheid zal worden gesteld te bewijzen dat hij de John Deere-machine voor € 11.000,- van Mega Trade heeft gekocht en deze op 9 augustus 2003 van Mega Trade geleverd heeft gekregen. Slaagt hij in dit bewijs, dan ligt de vordering tot vergoeding van de dagwaarde van de machine voor toewijzing gereed. De primaire vordering, bestaande uit drie samenhangende onderdelen, zal moeten worden afgewezen omdat reeds uit de dagvaarding blijkt dat [gedaagde 1] de machine niet onder zich heeft en overigens niet is gesteld of gebleken dat hij erover kan beschikken.

De reconventionele vordering van Lozeman

4.17. Uit hetgeen onder 4.2 tot en met 4.12 is overwogen, wat de rechtbank hier, voor zover nodig, overneemt, volgt dat de vordering op het eerste onderdeel, een verklaring voor recht dat Lozeman eigenaar van de tractor is, kan worden toegewezen.

6.1. De vordering tot afgifte kan op grond van Lozemans eigendomsrecht en het feit dat door het gelegde beslag [eiser] in staat moet worden geacht aan de veroordeling te voldoen, eveneens worden toegewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gemaximeerd.

6.2. In reconventie zal [eiser] als in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten.

De beslissing

De rechtbank, recht doende,

In conventie tussen [eiser] en Lozeman

1. wijst de vordering af;

2. veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure; deze kosten worden, voorzover tot op heden aan de zijde van Lozeman gevallen, bepaald op € 575,- wegens verschotten en € 1.447,50 wegens salaris van de procureur;

3. verklaart deze kostenveroordeling (2) uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie tussen Lozeman en [eiser]

4. verklaart voor recht dat Lozeman eigenaar is van de Ferrari Raptor 40DT, chassisnummer LV2210H210216;

5. gebiedt [eiser] de Ferrari Raptor 40DT, chassisnummer LV2210H210216, binnen drie dagen na de betekening van dit vonnis in de oorspronkelijke staat af te geven aan Lozeman;

6. veroordeelt [eiser] om ingeval hij na betekening van dit vonnis in gebreke mocht blijven aan bovenstaande veroordeling tot afgifte te voldoen, aan Lozeman een dwangsom te betalen van € 1.000,- per dag of gedeelte van een dag dat hij in gebreke is, echter met een maximum van € 20.000,-;

7. veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure; deze kosten worden, voorzover tot op heden aan de zijde van Lozeman gevallen, bepaald op € 540,- wegens salaris van de procureur;

8. verklaart dit vonnis in reconventie (4 tot en met 7) uitvoerbaar bij voorraad;

9. wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

in de zaak tussen [eiser] en [gedaagde 1]

10. draagt [eiser] op te bewijzen dat hij de John Deere motormaaier type 2210, machinenummer LV2210H210216, voor € 11.000,- van Mega Trade heeft gekocht en deze op 9 augustus 2003 van Mega Trade geleverd heeft gekregen;

11. bepaalt dat, voor zover [eiser] dit bewijs door middel van getuigen wil leveren, de getui-gen door mr J.D.A. den Tonkelaar gehoord zullen worden in het Paleis van Justitie aan de Walburg-straat 2-4 te Arnhem op een door de recht-bank vast te stellen datum (op een woensdag) en tijd;

12. verwijst de zaak naar de tweede rolzitting na de dag- waarop dit vonnis is uitge-sproken voor het opgeven van eventuele getuigen met hun respectieve verhin-derdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advoca-ten in de maanden maart en april 2005, waarna dag en uur van het getui-genver-hoor zullen worden bepaald;

13. bepaalt dat het aan de hand van de gedane opgave(n) vastgestelde tijdstip in beginsel niet zal worden gewij-zigd;

14. verstaat dat bij gebreke van de gevraagde opgave van getuigen geen gelegen-heid meer zal worden gegeven voor het doen horen van getuigen;verwijst in dat geval de zaak naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgespro-ken, voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van [eiser], waarbij deze desgewenst ook het bewijs schriftelijk kan leveren, of voor bepaling datum vonnis;

15. bepaalt dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn;

16. bepaalt voorts dat de partijen in persoon, indien daartoe naar het oordeel van de rechter aanleiding bestaat, tijdens en/of na de getuigenverhoren voor de genoemde rechter zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden;

17. bepaalt dat voorzover de partijen in verband met de getuigenverhoren nog stukken in het geding willen brengen, dit dient te geschieden bij akte op de hiervoor bedoelde tweede rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken;

18. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr J.D.A. den Tonkelaar en uitge-spro-ken in het openbaar op 16 februari 2005.

de griffier de rechter