Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AT2455

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
23-02-2005
Datum publicatie
24-03-2005
Zaaknummer
115967
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wellner vordert dat de rechtbank een verklaring voor recht zal geven dat Nedcool aansprakelijk is voor de schade terzake van opslag van de peren alsmede, dat de rechtbank Nedcool zal veroordelen om aan haar het bedrag van € 100.481,46, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2003, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, te voldoen, met veroordeling van Nedcool in de kosten van de procedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 115967 / HA ZA 04-1319

Datum vonnis: 23 februari 2005

Vonnis

in de zaak van

de vennootschap onder firma

WELLNER V.O.F.,

gevestigd te Meteren, gemeente Geldermalsen,

eiseres,

procureur en advocaat mr. J.L.J.J. Nelissen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NEDCOOL B.V.,

gevestigd te Velddriel, gemeente Maasdriel,

gedaagde,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. Th.A.M.W. Willems te Oisterwijk.

Eiseres wordt hierna Wellner genoemd, gedaagde wordt hierna Nedcool genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 29 september 2004 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van het tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken. Vervolgens is vonnis bepaald.

1.2 Namens Wellner is op 18 mei 2004 ten laste van Nedcool conservatoir beslag gelegd op een vrachtauto, merk DAF, met kenteken BD-FL-47. Tevens is op die datum conservatoir derdenbeslag gelegd onder Fruitmasters Veiling BV te Geldermalsen, Van Doorn International Fruit BV te Deil, de Rabobank Maasdriel te Kerkdriel en onder Verhoeckx en Zn. Groothandel in Fruit en Champignons BV te Kerkdriel. De derdenbeslagen zijn op 19 mei 2004 aan Nedcool overbetekend.

2. De vaststaande feiten

2.1 Tussen Wellner en Nedcool bestond een overeenkomst ter zake van de opslag door Nedcool voor Wellner van een partij van circa 600.000 kg peren. De overeenkomst is telefonisch tot stand gekomen. Door Nedcool is een bevestiging gestuurd gedateerd 23 augustus 2002, waarin onder meer het volgende wordt vermeld:

“Middels deze brief willen wij u een overzicht sturen van de koelhuis ruimte welke definitief aan u is toegewezen. Indien de gegevens niet overeenstemmen met uw gegevens, verzoeken wij u zo spoedig mogelijk contact met ons op te nemen.

Bewaarseizoen 2002/2003:

2 vk 270 t Conference

1 vk 100 t Jonagold.

Totaal aantal voorraad kisten: ? vk ;

Totaal tonnage : 370 ton.”

2.2 De peren zijn in vijf koelcellen opgeslagen. De koelcellen zijn in respectievelijk december 2002, maart 2003, april 2003 en half juli 2003 ontruimd.

2.3 Door Nedcool werd periodiek aan Wellner een overzicht gestuurd, genaamd “Kwaliteitscontrole”. Op dit overzicht werd per koelcel de hardheid van het fruit aangegeven. Tevens werden op de formulieren eventuele opmerkingen gemaakt. Op enkele in het geding gebrachte overzichten worden één of meer van de volgende opmerkingen gemaakt:

“Schimmelgroei op de kist. Gecontroleerd op hol & bruin, niets gevonden.

Begin van taaie nekken geconstateerd.

Wisselende hardheid.

Deze cel gaat open.”

2.4 Nedcool heeft de opslagkosten bij Wellner in rekening gebracht. Wellner heeft deze rekeningen voldaan. De rekeningen van 14 en 17 april 2003 en de rekening van 14 juli 2003 zijn pas op 16 september 2003 voldaan. Op 11 september 2003 heeft Nedcool bij de rechtbank een verzoek tot faillietverklaring van Wellner had ingediend. Wellner heeft Nedcool bij brief van 20 oktober 2003 aansprakelijk gesteld.

3. Het geschil

3.1 Wellner vordert dat de rechtbank een verklaring voor recht zal geven dat Nedcool aansprakelijk is voor de schade terzake van de peren alsmede, dat de rechtbank Nedcool zal veroordelen om aan haar het bedrag van € 100.481,46, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2003, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, te voldoen, met veroordeling van Nedcool in de kosten van de procedure.

3.2 Ter onderbouwing van deze vordering stelt Wellner dat Nedcool te hoge opslagkosten in rekening heeft gebracht, waardoor een bedrag van € 3.846,06 onverschuldigd is betaald. Voorts stelt Wellner dat Nedcool toerekenbaar tekort is geschoten in de zorgplicht ten aanzien van de peren die zij in opslag gegeven had. Zij stelt dat zij daardoor omzetschade heeft geleden ter hoogte van € 91.876,--. Tenslotte stelt zij zich op het standpunt dat zij buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt ter hoogte van € 4.759,40.

3.3 Nedcool voert gemotiveerd verweer.

4. De beoordeling van het geschil

Ontvankelijkheid

4.1 Het eerste verweer van Nedcool betreft de ontvankelijkheid van Wellner. Nedcool stelt, dat Wellner VOF in haar vordering niet ontvankelijk is, omdat Wellner VOF niet de juiste naam van de onderneming zou zijn. Volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel zou de juiste naam Wellner Fruit VOF luiden.

4.2 De rechtbank verwerpt dit verweer. Er is maar één onderneming met de naam Wellner, waarmee Nedcool zaken heeft gedaan. Over de vraag met welke procespartij Nedcool van doen heeft kan geen verwarring bestaan, temeer daar de vennootschap onder firma geen rechtspersoonlijkheid bezit. Het is Nedcool van meet af aan duidelijk geweest dat zij in de procedure was gedagvaard door Wellner Fruit VOF. Daar komt bij dat Nedcool zelf haar correspondentie aan Wellner ook verschillend te naam heeft gesteld, te weten aan “Fruitbedrijf Wellner VOF”, aan “Fruithandel J.W. Wellner” en aan “Wellner Fruit”.

Koelkosten

4.3 Wellner stelt dat ten aanzien van koelcel nr. 27 een te hoog bedrag in rekening is gebracht, te weten € 12.159,-- exclusief BTW. De factuur voor deze koelcel, nr. 2003071, geeft een hoeveelheid van 1400 (lees: 140.000 kg) peren weer, zodat per kilo een bedrag van € 0,08685 per kilo in rekening zou zijn gebracht. Wellner stelt dat zij geen 1400 kg maar slechts 123.536 kg. in deze cel heeft gekoeld waardoor hoogstens een bedrag van € 12.438,42 zou mogen worden gefactureerd.

4.4 Ten aanzien van koelcel 32 stelt Wellner dat met de factuur van 14 juli 2003 € 14.240,50 exclusief BTW in rekening is gebracht, terwijl slechts € 12.438,42 in rekening zou mogen worden gebracht omdat niet 140.000 kg, maar 122.305 kg is gekoeld tegen een bedrag van € 0,1017 per kilo. Wellner stelt dat derhalve een bedrag van € 3.846,06 inclusief 6% BTW onverschuldigd is betaald.

4.5 Ter onderbouwing van dat standpunt voert Wellner aan dat de kosten van opslag en koeling per kilo worden berekend. Nedcool stelt daar tegenover dat de kosten gebaseerd zijn op volume en dus per m³ in rekening worden gebracht. Wellner stelt voorts dat zij over de kosten van opslag heeft gereclameerd en dat de heer Piels, directeur van Nedcool, heeft toegezegd om de bedragen te zullen crediteren. Deze stelling wordt door Nedcool betwist. Nedcool stelt zich op het standpunt dat Wellner de facturen zonder protest heeft behouden en voldaan, zodat haar thans geen beroep op onverschuldigde betaling toekomt.

4.6 De rechtbank overweegt dat zij de rekensom van Wellner niet kan volgen. De beide facturen betreffen meerdere partijen. De kosten van opslag betreffen dan ook een hoger totaal gewicht dan door Wellner gesteld. Dit kan echter in het midden blijven gelet op hetgeen hierna wordt overwogen. Wellner stelt weliswaar dat zij direct na ontvangst bezwaar heeft gemaakt tegen de hoogte van de facturen en dat Nedcool daarop zou hebben toegezegd om creditnota’s te sturen, maar deze stelling wordt door Nedcool gemotiveerd betwist. Wellner heeft voorts nog niet het begin van bewijs geleverd van haar stelling dat zij direct na ontvangst van de facturen bezwaar zou hebben gemaakt tegen de hoogte daarvan. Op haar beurt heeft Nedcool gesteld dat ondanks het verstrijken van de vervaldata en betalingsverzoeken van haar kant betaling van de facturen uitbleef. Vast staat dat de factuur met nummer 2003071 gedateerd 17 april 2003 en de factuur met nummer 2003165 gedateerd 14 juli 2003 pas op 16 september 2003 betaald onder dreiging van een faillissementsaanvraag zijn. Relevant daarbij is voorts dat Wellner zelfs bij betaling niet schriftelijk bezwaar heeft gemaakt tegen de hoogte van de factuur. Het had op de weg van Wellner gelegen om een dergelijke betaling onder protest te doen. De rechtbank is van oordeel dat Wellner in het licht van het voorgaande haar lezing onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt en ook voor het overige onvoldoende heeft gesteld om toegelaten te worden tot bewijslevering.

Schade aan peren

4.7 Wellner stelt voorts dat de partij van 80.000 kg peren die zij uit de laatste door haar gehuurde koelruimte heeft gehaald verrot was. Zij stelt dat Wellner daarvoor aansprakelijk is, omdat die niet de zorg van een goed bewaarder in acht heeft genomen. De oorzaak zou gelegen zijn in het niet goed functioneren van de koelinstallatie. Ter onderbouwing van dat standpunt stelt Wellner dat toen zij de laatste koelcel leeghaalde het gehele koelhuis al ontruimd was, terwijl er bovendien een nieuw koelsysteem werd geïnstalleerd.

4.8 Nedcool heeft gemotiveerd betwist dat zij de peren niet goed zou hebben bewaard. Zij stelt dat de werkzaamheden die ten tijde van het ontruimen van de laatste koelcel door Wellner aan het koelhuis werden verricht niets van doen hadden met het onvoldoende functioneren van de koelinstallatie, terwijl zij zich bovendien op het standpunt stelt dat in het geheel geen sprake was van schade aan de peren.

4.9 Ten aanzien van dit gedeelte van de vordering overweegt de rechtbank als volgt. Op de bewaarnemer rust ingevolge de artikelen 7:602 en 7:605 lid 4 BW de verplichting om de zorg van een goed bewaarder in acht te nemen en om de zaak terug te geven in de staat waarin hij haar heeft ontvangen. Indien derhalve vast komt te staan dat de partij peren van Wellner in de laatste koelcel (nummer 32) gedurende de periode van opslag zijn beschadigd is Nedcool voor die schade aansprakelijk. Tot op heden heeft Wellner ter onderbouwing van haar standpunt onvoldoende bewijs geleverd. Zo heeft zij bijvoorbeeld nagelaten om direct bij uitslag van de peren een expert in te schakelen teneinde het bestaan van de schade vast te stellen en de omvang te begroten. Ook heeft zij geen bemerking gemaakt op de uitslagbonnen, terwijl dit in het geval van een schade zoals door Wellner gesteld wel voor de hand had gelegen. Daar staat tegenover dat Wellner meerdere verklaringen in het geding heeft gebracht waaruit blijkt dat de partij peren bij uitslag in slechte staat was.

4.10 Op grond van het voorgaande zal de rechtbank overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv. Wellner toelaten tot het bewijs van haar stelling dat de partij peren in koelcel 32 bij uitslag daarvan verrot was en dat zij daardoor tot een bedrag van € 91.876,-- schade heeft geleden.

4.11 De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.

De beslissing

De rechtbank:

draagt Wellner op te bewijzen dat de partij peren die zij in koelcel 32 van Nedcool had opgeslagen bij uitslag verrot waren, waardoor zij schade heeft geleden tot een bedrag van € 91.876,--,

bepaalt dat, voor zover Wellner dit bewijs door middel van getuigen wil leveren, de getuigen door de rechtbank (mr. I.D. Jacobs) gehoord zullen worden in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd (in beginsel op een donderdag),

verwijst de zaak naar de tweede rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor het opgeven van eventuele getuigen met hun respectieve verhinderdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden maart tot en met mei 2005, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

bepaalt dat het aan de hand van de gedane opgave(n) vastgestelde tijdstip in beginsel niet zal worden gewijzigd,

verstaat dat bij gebreke van de gevraagde opgave van getuigen geen gelegenheid meer zal worden gegeven voor het doen horen van getuigen,

verwijst in dat geval de zaak naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken, voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van Wellner, waarbij deze desgewenst ook het bewijs schriftelijk kan leveren, of voor bepaling datum vonnis,

bepaalt dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn,

bepaalt dat, voor zover partijen in verband met de getuigenverhoren zich nog van (schriftelijke) (bewijs)stukken willen bedienen, zij deze stukken uiterlijk twee weken tevoren in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toe zullen zenden,

verstaat dat hoger beroep van dit vonnis alleen mogelijk is tegelijk met dat van het eindvonnis,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.D. Jacobs en uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2005.

de griffier de rechter