Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AS8655

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-01-2005
Datum publicatie
04-03-2005
Zaaknummer
116836
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

[eiseres] vordert, kort gezegd, een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst door haar rechtsgeldig is vernietigd. Subsidiair vordert zij vernietiging van de overeenkomst. Daarbij vordert zij terugbetaling van de koopsom met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van vernietiging. Voorwaardelijk vordert zij, voor het geval er sprake is van bedrog of onrechtmatig verzwijgen of laten dwalen, schadevergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. Uiterst subsidiair vordert zij wijziging van de koopovereenkomst. De kern van het betoog van [eiseres] is dat de omzetprognose waarvan werd uitgegaan bij het sluiten van de koopovereenkomst onjuist was, omdat is gebleken dat de omzet zoals in de prognose genoemd, bij lange na niet werd gehaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 116836 / HA ZA 04-1483

Datum vonnis: 26 januari 2005

Vonnis

in de zaak van

[eiseres],

handelend onder de naam Bakkerij Bart,

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

advocaat mr. R. van der Hooft te Opmeer,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BART'S RETAIL B.V.,

gevestigd te Beuningen,

gedaagde,

procureur mr. E.A. van der Dussen,

advocaat mr. D.L. van Dam te Rotterdam.

Het verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 10 november 2004 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken. Ten slotte is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1. Tussen aan de ene zijde [eiseres] en [betrokkene 1] als vennoten van [betrokkene 1]-[eiseres] v.o.f. en Bart’s Retail zijn een koopovereenkomst, een franchiseovereenkomst en een huurovereenkomst gesloten die ertoe leidden dat de v.o.f. in de van Bart’s Retail B.V. gehuurde bedrijfsruimte aan de [adres] te [woonplaats] een van deze b.v. gekochte onderneming is gaan drijven waarin zij deegwaren afbakte en verkocht volgens de formule van Bart’s Retail. Van de overeenkomsten zijn aktes opgemaakt, gedateerd respectievelijk 21 juni 2001, 3 mei 2001 en 14 juni 2001. Als koopprijs is f. 590.000,- betaald.

2. [eiseres] heeft vanaf 15 september 2002 de exploitatie van de onderneming in de vorm van een eenmanszaak voortgezet.

3. Voorafgaand aan het sluiten van de onder 1 bedoelde overeenkomsten is door IMK Intermediair onderzoek gedaan naar de te verwachten resultaten van de vestiging in de [adres] in [woonplaats]. Dit onderzoek heeft een omzetprognose opgeleverd, inhoudend dat er in het eerste jaar per week een omzet van, omgerekend, € 9.075,60 te verwachten was en dat deze per jaar ongeveer 10% zou stijgen.

4. De weekomzetten zijn bij de prognose achtergebleven en rond de € 7.024,- blijven hangen. Er is sprake van een zeer lichte stijging.

Het geschil

5. [eiseres] vordert, kort gezegd, een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst door haar rechtsgeldig is vernietigd. Subsidiair vordert zij vernietiging van de overeenkomst. Daarbij vordert zij terugbetaling van de koopsom met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van vernietiging. Voorwaardelijk vordert zij, voor het geval er sprake is van bedrog of onrechtmatig verzwijgen of laten dwalen, schadevergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. Uiterst subsidiair vordert zij wijziging van de koopovereenkomst. De kern van het betoog van [eiseres] is dat de omzetprognose waarvan werd uitgegaan bij het sluiten van de koopovereenkomst onjuist was, omdat is gebleken dat de omzet zoals in de prognose genoemd, bij lange na niet werd gehaald. Bart’s Retail voert gemotiveerd verweer, waarop hierna voor zover nodig nader wordt ingegaan.

De beoordeling van het geschil

6. In haar beoordeling stelt de rechtbank voorop dat voor zover [eiseres] heeft betoogd dat de eveneens aan de [adres] in [woonplaats] gevestigde bakkerij Bouwman goed vergelijkbaar is met de hare, dit betoog wordt verworpen om twee redenen. In de eerste plaats heeft [eiseres] ter comparitie niet voldoende weersproken dat Bouwman een ander soort bakkerij is, namelijk een ambachtelijke. Haar betoog dat zij en Bouwman ieder de hele dag door aan het bakken zijn, wordt niet als een voldoende betwisting daarvan beschouwd. Voorts is bij het betoog dat beide bakkerijen vergelijkbaar zijn, geen rekening gehouden met andere relevante omstandigheden, zoals met name de omstandigheid dat Bouwman kennelijk al jaren – volgens eiseres zit hij al lang aan de [adres] – een reputatie en een klantenbestand had opgebouwd. Dat Bouwmans omzetcijfers een indicatie geven voor de omzetcijfers die [eiseres] kan verwachten, is dus zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet juist.

7. Ter comparitie heeft [eiseres] haar stellingen nader toegelicht door aan te voeren dat zij zich bedrogen voelt ‘omdat Bart’s Retail op de hoogte was van de situatie bij Bouwman. [betrokkene 2] had daar gewerkt, die kende de omzet en heeft daarover gesproken bij Bart’s Retail en dat is ([eiseres]) niet gezegd.’ Zelfs als [betrokkene 2], wat Bart’s Retail ontkent, de omzetcijfers van Bouwman had meegedeeld aan Bart’s Retail voordat deze de koopovereenkomst had gesloten, is de rechtbank van oordeel dat het hier door [eiseres] betoogde niet tot de conclusie kan leiden dat er sprake is van bedrog. Nog daargelaten dat allerminst vaststaat dat de informatie over Bouwman relevant was, houdt dit betoog immers niet méér in dan dat Bart’s Retail een gegeven heeft verzwegen bij de totstandkoming van de overeenkomsten. Gesteld noch gebleken is dat dit met de opzet is gebeurd om [eiseres] tot het aangaan van de overeenkomst te bewegen en evenmin dat juist het ontbreken van deze informatie haar tot het aangaan van de overeenkomst heeft bewogen.

8. De dwaling, waarop [eiseres] zich subsidiair beroept, zou daarin zijn gelegen dat het marktonderzoek dat tot de prognose van IMK Intermediair leidde, niet met de werkelijkheid klopte omdat de door haar behaalde omzetten lager bleken te liggen. Deze redenering is gebaseerd op wat achteraf gebleken is: de prognose is niet gerealiseerd. De mogelijkheid dat een prognose niet wordt gerealiseerd, bestaat echter altijd. Wat dat betreft is een prognose niet meer dan een beredeneerde voorspelling. Een garantie is zij niet. Dat [eiseres] in haar toekomstverwachting teleurgesteld is, betekent echter niet dat zij gedwaald heeft. Over de inhoud van het marktonderzoek en de prognose merkt [eiseres] ten onrechte op dat het bestaan van Bouwman in het marktonderzoek is genegeerd. Dit is feitelijk onjuist. Voorts merkt zij op dat er geen rekening is gehouden met het gegeven dat de omzet van de vergelijkbare Bouwman indicatief is voor haar omzet. Reeds onder 6 is overwogen dat dit onjuist is. Voorts is gesteld noch gebleken dat door (een der) partijen bij het sluiten van (een van) de overeenkomst(en) ten aanzien van de inhoud van het marktonderzoek of de prognoses is gedwaald of dat in het onderzoek met onjuiste gegevens is gewerkt.

9. Gelet op het voorgaande behoeft [eiseres]s stelling dat verzwijging van het door haar veronderstelde gegeven dat [betrokkene 2] Bart’s Retail over de omzetcijfers van Bouwman had ingelicht, onrechtmatig was, geen bespreking meer.

10. Het voorgaande betekent dat de vordering moet worden afgewezen met veroordeling van [eiseres], als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van de procedure.

De beslissing

De rechtbank

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van deze procedure; deze kosten worden, voorzover tot op heden aan de zijde van Bart’s Retail gevallen, bepaald op € 241,- wegens verschotten en € 768,00 wegens salaris procureur;

Dit vonnis is gewezen door mr J.D.A. den Tonkelaar en uitge-spro-ken in het openbaar op 26 januari 2005.

de griffier de rechter