Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AS8342

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
09-02-2005
Datum publicatie
01-03-2005
Zaaknummer
111080
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schadevergoeding;

Schadestaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 111080 / HA ZA 04-489

Datum vonnis: 9 februari 2005

Vonnis

in de zaak van

1. de naamloze vennootschap

GELREDOME N.V.,

gevestigd te Arnhem,

2. de stichting

STICHTING GELREDOME,

gevestigd te Arnhem,

eisers,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

advocaat mr. A.M. Ubink te Zwolle,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARCADIS REGIO B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

procureur mr. E.A. van der Dussen,

advocaat mr. K.A. Baggerman te Rotterdam.

Hierna worden partijen ook als Gelredome, Stichting Gelredome en Arcadis aangeduid.

Het verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 23 juni 2004 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken. Ten slotte is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1. Onder rolnummer 01-192 is voor deze rechtbank een procedure gevoerd door Gelredome en Stichting Gelredome tegen Arcadis Ruimtelijke Ontwikkeling B.V. en Arcadis Heidemij Advies B.V.. Op 29 augustus 2002 is in die zaak vonnis gewezen. Daarbij is Arcadis Heidemij Advies B.V., voor zover hier relevant de rechtsvoorganger van Arcadis, veroordeeld tot betaling aan Gelredome van de schade die Gelredome heeft geleden en/of nog zal lijden als gevolg van de tekortkomingen in de nakoming door Arcadis Heidemij Advies B.V. jegens Gelredome met betrekking tot het opstellen van het bestek L0152, namelijk op de onderdelen ‘watergangen’ en ‘rioolpersleiding’, de schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

2. De door Gelredome overgelegde schadestaat bevat de volgende posten.

- meerwerk watergangen (€ 153.670,40)

- verwerkte klei (€ 64.663,81)

- verleggen rioolpersleiding (€ 105.784,34)

- kosten DHV (€ 35.168,-)

- kosten gemeente (€ 6.135,11)

- rente over de voorgaande vijf posten vanaf 1 januari 1998

- buitengerechtelijke kosten (twee punten: € 3.448,-)

Het geschil

3. Stichting Gelredome heeft haar vordering ingetrokken ter comparitie.

4. Gelredome vordert veroordeling tot betaling aan haar van € 368.869,66, zijnde het totaal van de eerste vijf onder 2 genoemde posten vermeerderd met € 3.448,- aan buitengerechtelijke kosten. Daarbij vordert zij de wettelijke rente over € 365.321,66 – bedoeld zal zijn, gelet op Gelredomes herstel van een rekenfout ter gelegenheid van de comparitie, € 365.421,66 – en veroordeling in de kosten van deze procedure.

5. Arcadis voert gemotiveerd verweer. De rechtbank zal daar hieronder voor zover nodig, nader op ingaan.

De beoordeling van het geschil

De watergangen

6. Gelredome stelt ten aanzien van de eis van klei-afdichting van de taluds van de watergangen dat deze afdichting van het (grond)watervoerende zandpakket dat oorspronkelijk onder een deklaag van klei lag, noodzakelijk was om het afkalven van het talud tegen te gaan en om het doordringen van kwelwater te voorkomen. Dit laatste, de beheersing van de waterhuishouding, is, zo voegt zij daaraan toe, in het gebied rond Arnhem een bijzonder probleem door de nabijheid van het Veluwe-massief. Met een natuurlijk talud is de afkalving wel op te lossen, maar het kwelwaterprobleem niet.

7. Arcadis verweert zich door aan te voeren dat het afkalven van de taluds ook met de toepassing van natuurlijke taluds te voorkomen zou zijn geweest, hetgeen Gelredome erkent. Ten aanzien van het kwelwaterprobleem betoogt zij dat bij het aanbrengen van een natuurlijk talud met een betuining/beschotting en/of het inzaaien van gras het kwelwaterprobleem zich niet in meerdere mate zou hebben voorgedaan dan bij het afdekken van de watergangen met klei. Dit verweer betekent dat zij van mening is dat van Gelredome in redelijkheid had kunnen worden geëist dat zij om de schade te beperken naar een goedkopere oplossing had gezocht. Nagegaan moet dus worden of dit inderdaad in redelijkheid van Gelredome geëist had kunnen worden, in aanmerking genomen dat de afdichting van het talud, gelet op de bijzondere omstandigheden die door Gelredome onweersproken naar voren zijn gebracht, aan hoge eisen moet voldoen. In het licht daarvan acht de rechtbank Arcadis’ verweer tegen het gemotiveerde betoog van Gelredome onvoldoende onderbouwd. De kleilaag immers is gericht op het met de aangebrachte grondsoort – dezelfde als de oorspronkelijk aanwezige – als deklaag afdichten van het talud. Het had op de weg van Arcadis gelegen om niet alleen andere mogelijkheden van bedekking van het talud te noemen, maar ook aan te geven waarom een betuining, een beschotting of ingezaaid gras hetzelfde resultaat als deze afsluitende deklaag zou kunnen opleveren. Het verweer wordt dan ook verworpen.

8. Nu op grond van het voorgaande moet worden aangenomen dat de klei-afdichting noodzakelijk is geweest en de kosten daarvoor dus toch gemaakt hadden moeten worden, is de vraag aan de orde welke schade dan geleden is. Beide partijen menen terecht dat als bij juiste advisering klei voor de afdichting van de watergangen zou zijn aangeraden, er een scherpere prijs dan uiteindelijk voor de afdichting betaald is, zou zijn aangeboden voor de afdichting als (stel-)post in de offerte. Het had op de weg van Arcadis als adviseur gelegen tijdig deze oplossing aan te raden, namelijk in kader van het (adviseren bij het) opstellen van het bestek. Daaruit volgt dat in ieder geval het verschil tussen een vooraf geoffreerde prijs en de uiteindelijk als meerwerk betaalde prijs – waarvan beide partijen ter comparitie hebben verklaard dat het wel 30% kan belopen – schade is.

9. Op dit punt zullen partijen zich nader moeten uitlaten over de door Gelredome geleden schade, met inachtneming van wat hierover onder 8 is overwogen. De rechtbank is zich ervan bewust dat dit in wezen een onderwerp voor onderhandeling is; immers, ook aan de hand van de oorspronkelijke offerte, is moeilijk achteraf vast te stellen welke prijs voor de klei-afdichting zou zijn geoffreerd. Desondanks zullen partijen zich bij akte kunnen uitlaten, Arcadis, omdat de reconstructie van haar offerte hierbij centraal staat, als eerste. Als partijen inschakeling van een deskundige noodzakelijk achten, verzoekt de rechtbank hen zich nadrukkelijk over de persoon van de deskundige en de te stellen vragen uit te laten.

10. Arcadis voert verder aan dat de gemeente pas in een laat stadium afdichting met klei eiste, zodat er van een vermeerdering van wensen sprake is in vergelijking met de fase van advies en offerte. Gelredome zou daarom de schade op de gemeente die aanvullende eisen is gaan stellen, moeten verhalen. Gelet op hetgeen hiervoor onder 7 is overwogen, behoeft dit verweer geen bespreking meer.

11. Indien en voor zover Arcadis heeft willen betogen dat zij zelf al in een vroeg stadium tot klei-afdichting heeft geadviseerd, wordt haar betoog gepasseerd omdat de rechtbank in het vonnis van 29 augustus 2002 heeft vastgesteld dat Arcadis onomwonden heeft laten weten afwerking van de taluds met klei of zoden niet nodig te vinden.

De verwerkte klei

12. Gelredome stelt dat zij met de aannemer Heijmans was overeengekomen dat deze de vrijkomende klei kocht en dat door de noodzaak de vrijkomende klei voor de taluds te gebruiken, minder voor Heijmans beschikbaar was dan waarop deze volgens het contract met Gelredome mocht rekenen. Arcadis heeft aangevoerd dat in het vonnis van 29 augustus 2002 dit betoog van Gelredome al lijkt te zijn verworpen. Ter comparitie is vastgesteld dat de 15.000 m3 klei waarom het hier gaat, onder het bij dat vonnis toegewezen deel van de vordering valt. De hoofdsom is daarmee toewijsbaar voor een bedrag van € 64.663,81. De beslissing op dit punt moet worden aangehouden, zoals ook ter comparitie is besproken, omdat een gerede kans bestaat dat Gelredome wordt gevrijwaard door de Bouwcombinatie Gelderland Stadion, nu de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland op 8 augustus 2003 heeft uitgesproken dat de Bouwcombinatie daartoe verplicht is.

Het verleggen van de rioolpersleiding in verband met de kruisingen met andere leidingen

13. Voor zover Arcadis betoogt dat de rioolpersleiding toch verlegd had moeten worden omdat de locatie van het stadion en de persleiding vaststaande gegevens waren, hecht de rechtbank geen waarde aan dit betoog. Een van de verwijten die haar volgens het vonnis van 29 augustus 2002 treffen, is immers juist dat zij het betoog dat de rioolpersleiding verlegd moest worden in verband met de locatie van het stadion en de persleiding, ten onrechte niet tijdig, bij de voorbereiding van het bestek, heeft gehouden. Ook voor zover haar betoog bij antwoord inhoudt dat zij de ideale oplossing heeft geadviseerd – ‘waren de gekozen tracés voor riolering en drainage naar de stellige overtuiging van Arcadis de meest ideale’ – moet het als in het licht van het vonnis van 29 augustus 2002 niet meer terzake dienend, worden gepasseerd.

14. Voorts betoogt Arcadis dat het probleem rond de rioolpersleiding had kunnen worden opgelost door het gedeelte van de leiding waar risico werd gelopen, te vervangen door kunststof. Dit is pas ter comparitie van 12 januari 2005 naar voren gekomen, maar dat komt, zo betoogt Arcadis, omdat haar destijds niet om een oplossing is gevraagd. Dit betoog snijdt naar het oordeel van de rechtbank geen hout. Met het vonnis van 29 augustus 2002 ligt namelijk tussen partijen vast dat Arcadis grove onzorgvuldigheid kan worden verweten omdat zij met de bestaande leiding geen rekening had gehouden. Als adviseur had zij het later hiermee ontstane probleem moeten voorkomen. Zij is dus te laat met haar advies de leiding voor een deel door kunststof te vervangen – daargelaten de vraag of dit advies, zoals Gelredome betwist, bruikbaar is – en het argument dat Gelredome haar destijds maar om advies had moeten vragen, stuit af op het gegeven dat zij niet tijdig, eigener beweging, hetzij reeds in een vroeg stadium, hetzij ter beperking van de schade dit advies heeft gegeven.

15. Het verweer van Arcadis houdt voorts in dat door de gemeente, die daarin door Gelredome is gevolgd, een te dure oplossing is gekozen. Nu dit verweer is gebaseerd op de stellingen dat het door Arcadis gekozen tracé (toch) het beste was en dat kunststof goedkoper zou zijn geweest, en deze beide stellingen door de rechtbank gepasseerd worden, verwerpt de rechtbank dit verweer.

16. Ten slotte heeft Arcadis nog aangevoerd dat de gemeente de capaciteit van de rioolleidingen lopende het aanleggen van de leidingen heeft vergroot. Op dit punt is ter comparitie vastgesteld dat beide partijen ten onrechte in de veronderstelling verkeerden dat de gemeente tijdens de aanleg de capaciteit had vergroot, maar dat hier geen sprake van is.

Het verleggen van de rioolpersleiding in verband met de kruising met de watergang

17. Arcadis betoogt dat de voor de kruising van de persleiding met de watergang gemaakte kosten onnodig geweest zijn, omdat het advies dat de heer [betrokkene 1] bij brief van 6 februari 1997 heeft gegeven om de persleiding ter plaatse van de duikerelementen te isoleren en over de duiker te leggen, een goede en veel goedkopere oplossing zou hebben geboden. Dit betoog moet worden verworpen omdat het is gevoerd bij antwoord in deze procedure, terwijl Gelredome er in de dagvaarding al op in gegaan was, waarbij zij aanvoerde dat de gemeente dit voorstel terstond heeft verworpen, én dat de uitvoering met een duiker niet goedkoper maar zelfs duurder zou zijn geweest dan de gekozen zinkerconstructie. Dit laatste deel van Gelredomes betoog heeft Arcadis bij antwoord onweersproken gelaten en reeds om die reden verwerpt de rechtbank Arcadis’ stelling dat de oplossing met een zinker duurder dan haar oplossing met een duiker zou zijn geweest. De vraag of Arcadis’ oplossing beter dan of net zo goed als de gekozen oplossing zou zijn geweest, behoeft, nu het in deze procedure slechts om de bepaling van het bedrag van de schade gaat, geen beantwoording meer.

Conclusie ten aanzien van de rioolpersleiding

18. Uit het voorgaande volgt dat Arcadis’ verweer ten aanzien van de in verband met de problemen met de rioolpersleiding geleden schade, op alle onderdelen wordt verworpen. Dat betekent dat de hoofdsom voor € 105.784,34 toewijsbaar is.

Overige aspecten van de zaak: de kosten van DHV en de gemeente en de buitengerechtelijke kosten

19. Nadat Gelredome ter comparitie een toelichting op haar berekening van de kosten van begeleiding door DHV en de gemeente en op haar onderbouwing van de vordering van buitengerechtelijke kosten had gegeven, is het terzake gevoerde verweer niet gehandhaafd. De hoofdsom is dus voor een bedrag van € 44.751,11 toewijsbaar.

Rente

20. De rentevordering is op zichzelf niet betwist.

Slotoverwegingen

21. Het voorgaande betekent dat de vordering in beginsel voor € 215.199,26 met de wettelijke rente daarover vanaf 1 januari 1998 voor toewijzing gereed ligt en dat er nog voort geprocedeerd wordt over een post van € 153.670,40 met rente.

22. Nu de voorgelegde rechtsvragen in dit vonnis alle aan de orde zijn geweest, rijst de vraag of openstelling van tussentijds hoger beroep geïndiceerd is. De rechtbank is van oordeel dat dit pas zinvol kan zijn op het moment dat blijkt dat toch een deskundige moet worden benoemd of de procedure anderszins op het nog openstaande punt aanzienlijke vertraging zal ondervinden. Op dit moment zou tussentijds hoger beroep een oplossing van het geschil onnodig vertragen.

23. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor het nemen van de aktes als bedoeld onder 9. Partijen dienen zich daarbij tevens uit te laten over de onder 4 bedoelde onduidelijkheid in de rentevordering en, zo mogelijk, over de stand van zaken met betrekking tot de onder 12 bedoelde vrijwaring waarover de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven heeft geoordeeld.

24. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

De rechtbank, recht doende,

bepaalt dat de zaak op de rol van 9 maart 2005 wordt geplaatst om Arcadis in de gelegenheid te stellen een akte te verzoeken zoals onder 23 bedoeld,

verstaat dat de zaak vier weken later (6 april 2005) op de rol wordt geplaatst om Gelredome in de gelegenheid te stellen op de akte van Arcadis te reageren,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr J.D.A. den Tonkelaar en uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2005.

de griffier de rechter