Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AS6091

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
25-01-2005
Datum publicatie
15-02-2005
Zaaknummer
05/094102-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikelen 27, 36f, 45, 47, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 359 Wetboek van Strafvordering

De minderjarige verdachte wordt verdacht van zes seksueel getinte delicten, samen met zijn medeverdachten, waaronder meermalen medeplegen van verkrachting, en meermalen medeplegen van feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

De bewezenverklaring is uitgebreid gemotiveerd conform artikel 395 Sv.

Verdachte is veroordeeld tot

1. een jeugddetentie voor de duur van 136 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar, en met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht (46 dagen), met begeleiding door de jeugdreclassering,

2. een taakstraf voor de duur van 160 uren

bestaande uit:

een werkstraf, gedurende 100 uren en een

een leerstraf, zijnde het volgen van een Individuele Gedragstherapie Arnhem (IGA-training) gedurende 60 uren.

Daarnaast is verdachte veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding aan de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer voor kinderstrafzaken

Parketnummer : 05/094102-04

Datum zitting : 11 januari 2005

Datum uitspraak : 25 januari 2005

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : B. S.

geboren op : in 1989 te Nijmegen,

adres :

plaats : Nijmegen,

Raadsvrouwe: mr. J. Steenbrink, advocaat te Nijmegen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2003 tot en met 11 mei 2004 te

Nijmegen, (telkens)tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid A. T. (geboren in 1989) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die T., te weten (telkens) het met de penis en/of de vinger(s) binnendringen in de mond en/of de vagina en/of de anus en/of met de tong binnendringen in de mond, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) opzettelijk

- (onverhoeds) die T. heeft/hebben besprongen en/of

- de broek en/of (overige) kleding van die T. (gedeeltelijk) heeft/hebben

uitgetrokken en/of

- de benen van die T. ver uit elkaar heeft/hebben geduwd en/of

- dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd:"Als je het nou niet doet, dan

worden we boos" en/of

- (schreeuwend) bij die T. heeft/hebben aangedrongen door te gaan met de

seksuele handelingen (op het moment dat die T. heeft aangegeven uit te

willen rusten en/of kramp in de mond te hebben) en/of

- geen acht heeft/hebben geslagen op het feit dat die T. heeft aangegeven

geen lucht te krijgen en/of op het feit dat die T. begon te huilen en/of

- het (achter)hoofd van die T. naar beneden heeft/hebben geduwd en/of

heeft/hebben vastgehouden en/of

- gebruik heeft/hebben gemaakt van zijn, verdachtes, en/of verdachtes

mededader(s) psychische en/of fysieke overwicht op die T. wetende dat T. de groep van verdachte en/of verdachtes mededader(s) als oppergroep heeft beschouwd en daar deelgenoot van wilde zijn/blijven en/of wetende dat die T. een meisje is dat moeilijk "nee" kan zeggen ;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2003 tot en met 11 mei 2004 te

Nijmegen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, buiten echt ontuchtige handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten (telkens) het met de penis en/of de vinger(s) binnendringen in de mond en/of de vagina en/of de anus en/of met de tong binnendringen in de mond, heeft/hebben gepleegd met A. T., geboren in 1989, die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 4 mei 2004 te Nijmegen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid M. V. (geboren in 1990) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het (telkens) opzettelijk ontuchtig tongzoenen, en welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid bestond(en) uit het opzettelijk gewelddadig en/of dreigend (telkens) vastpakken en/of vasthouden van het hoofd en/of (vervolgens) (met kracht) duwen van het hoofd van die V. en/of (daarbij) gebiedend de woorden toe te voegen "Je moet kussen";

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 4 mei 2004 te Nijmegen, (telkens) tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen,met M. V,, geboren in 1990, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het (telkens) opzettelijk ontuchtig tongzoenen;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 5 mei 2004 te Gennep, althans in Nederland, (in zwembadcomplex Center Parcs) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid M.V. (geboren in 1990) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig grijpen naar en/of wrijven over, althans betasten van de borsten en/of de vagina en/of de billen, en welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid bestond uit het opzettelijk gewelddadig en/of dreigend onverhoeds (in het water) omsingelen van die V. en/of (vervolgens) onverhoeds het bikinibroekje van die V. naar beneden trekken;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 5 mei 2004 te Gennep, althans in Nederland (in

zwembadcomplex Center Parcs), tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met M.V., geboren in 1990, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het opzettelijk ontuchtig grijpen naar en/of wrijven over, althans betasten van de borsten en/of de vagina en/of de billen;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2003 tot en met 11 juli 2003 te

Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid S.R. (geboren in 1989) heeft

gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande

uit het opzettelijk ontuchtig grijpen naar en/of wrijven over, althans

betasten van de borsten en/of de billen, en welk geweld of andere

feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid

bestond uit het opzettelijk gewelddadig en/of dreigend die R. bij de keel

grijpen en/of (met kracht) op de rug duwen en/of (met kracht) de handen en/of

de polsen (boven het hoofd) vasthouden;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2003 tot en met 10 september 2003 te

Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om door geweld of een andere

feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid I. S. (geboren in 1990) te dwingen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, opzettelijk (met kracht) de armen van die S. heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) die S. op de grond heeft/hebben geduwd en/of die I.S. heeft/hebben getackeld (tengevolge waarvan die S. op de grond is gevallen ) en/of (vervolgens) (met kracht) de polsen en/of de benen van die S. heeft/hebben vastgehouden en/of de broek van die S. naar beneden heeft/hebben getrokken en/of het truitje en/of het bh-topje van die S. naar boven heeft/hebben getrokken/gedaan (tengevolge waarvan de buik en/of een borst van die S. werd(en) ontbloot), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2003 tot en met 1 augustus 2003 te

Nijmegen, (telkens)tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid N. T. (geboren in 1989) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het (telkens) opzettelijk ontuchtig knijpen in en/of wrijven over, althans betasten van de borsten en/of met zijn, verdachtes, en/of verdachtes

mededader(s) geslachtsdeel wrijven over het geslachtsdeel, althans het lichaam

van die T. (zogenaamde vrijbewegingen maken), en welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid

bestond uit het (telkens) opzettelijk gewelddadig en/of dreigend onverhoeds (van achteren) de armen om de nek van die T. slaan en/of

gebruik maken van zijn, verdachtes en/of verdachtes mededader(s) fysieke

overwicht op die T. ontstaan doordat die T. onwel/duizelig

werd en/of (daardoor) geen weerstand kon bieden;

althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2003 tot en met 1 augustus 2003 te

Nijmegen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met N.T. geboren in 1989, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of van wie hij, verdachte en/of verdachtes mededader(s), wist(en) dat die T. in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die T. niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, (telkens) (buiten echt) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft/hebben gepleegd, bestaande uit het (telkens) (opzettelijk) knijpen in en/of wrijven over, althans betasten van de borsten en/of het met zijn, verdachtes, en/of verdachtes mededader(s) geslachtsdeel wrijven over het

geslachtsdeel, althans het lichaam van die T.;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijf-fouten voorko-men, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 23 november 2004 en 11 januari 2005 ter terechtzitting onderzocht. Verdachte is op 11 januari 2005 verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J. Steenbrink, advocaat te Nijmegen.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd:

? ten aanzien van feit 1: A.T. met als haar wettelijke vertegenwoordiger J.T, wonende te Nijmegen.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd en is ter zitting verschenen namens haar mr. M.R. van Gemert:

? ten aanzien van feiten 2 en 3: M.V. met als haar wettelijke vertegenwoordiger A.V., wonende te Nijmegen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot:

180 uur werkstraf/ 90 dg JD

leerstraf IGA 60 uur/30 dg JD

3 mnd JD met aftrek 46 dg vh

4 mnd vrwr JD prft 2 jr bijz. vrwr JR

terwee T. Euro 1000,--smartegeld; voor toewijzing vatbaar; schadevergoedingsmaatregel zodanig dat tot uitdrukking komt hoofdelijk aansprakelijk ook hele bedrag als maatregel

terwee V. vordert 4000,-- ; 4000,-- volledig toewijzen, schadevergoedingsmaatregel geheel met hoofdelijkheid

Verdachte en zijn raadsvrouwe hebben het woord ter verdediging ge-voerd.

3. De beslis-sing inzake het bewijs

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder feit 3 en 4 is tenlastege-legd en zal hem daarvan vrij-spreken.

De rechtbank overweegt met betrekking tot feit 3 dat zij-anders dan de officier van justitie- niet wettig en overtuigend bewezen acht dat de daarin primair en subsidiair tenlastegelegde gedragingen hebben plaatsgevonden. De verklaring van de aangeefster staat op zichzelf en vindt geen steun in enig ander bewijsmiddel.

De rechtbank overweegt met betrekking tot feit 4 dat zij niet wettig en overtuigend bewezen acht dat de feiten zich in de tenlastegelegde periode hebben voorgedaan.

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hieronder opgenomen motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in de wettelijke vorm door de opsporingsambtenaar [ambtenaar] opgemaakt stamproces-verbaal, genummerd PL081R/04-003684, gedateerd 22 juni 2004 en daarbij behorende bijlagen.

De rechtbank merkt ten aanzien van feit 1 het volgende op.

Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting erkend dat hij meermalen samen met andere jongens seksuele handelingen heeft verricht met A.T., die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die T. Deze handelingen zouden in ieder geval hebben plaatsgevonden op de dag dat de politie een aantal namen heeft genoteerd, te weten 28 februari 2004, en vlak voor de aangifte van A.T. te weten begin mei 2004. Op 28 februari hebben buiten A.T. en verdachte vijf andere jongens deelgenomen aan de seksuele handelingen en begin mei 2 andere jongens.

Verdachte houdt vol dat A.T. geheel vrijwillig heeft deelgenomen aan de seksuele handelingen en dat de derhalve geen sprake zou zijn geweest van enig dwingen tot het ondergaan van seksuele handelingen, althans dat hij in ieder geval niet wist dat er sprake was van onvrijwilligheid van de kant van A.T. De rechtbank verwerpt dit verweer.

A.T. heeft, naar zij zelf verklaart, ook meermalen vrijwillig seksueel contact gehad met verdachte en zijn medeverdachten. De rechtbank neemt uitdrukkelijk in aanmerking dat het daardoor moeilijker was voor verdachte en zijn medeverdachten om de gedragingen en signalen van A.T. op juiste waarde te schatten. Desalniettemin is de rechtbank ervan overtuigd dat ( een deel van de ) seksuele handelingen op 28 februari 2004 en begin mei 2004 tegen de wil van A.T. hebben plaatsgevonden, alsmede dat verdachte en zijn medeverdachten zich van die onvrijwilligheid bewust zijn geweest en desondanks de seksuele handelingen hebben verricht c.q. voortgezet.

De rechtbank neemt hierbij het volgende in aanmerking:

- Blijkens haar aangifte en haar overige verklaringen beschouwde A.T. het groepje waarvan verdachte en zijn medeverdachten deel uitmaakten, als het “oppergroepje” in de wijk en zij vond het heel belangrijk om bij dat groepje te horen. Zij wilde zich niet laten wegsturen. Daarnaast heeft zij verklaard er niet tegen te kunnen als mensen boos op haar worden en dat zij er alles voor over heeft dat te voorkomen. Een en ander blijkt onder meer uit de verklaringen van medeverdachten M. B. en A. E. op respectievelijk pagina 216, 250, 251 en 256. Dat de verdachte dit ook wist, blijkt uit zijn verklaring ter terechtzitting en uit zijn verklaring bij de politie op pagina 233 en 242.

- A.T. heeft in haar aangifte verklaard ( pagina’s 82, 83, 84 en 85) dat ze bij de gebeurtenissen op 28 februari 2004 tegen de jongens heeft gezegd dat zij het benauwd had en dat ze moesten stoppen en voorts heeft zij verklaard dat zij moest huilen, dat zij de handen van de jongens heeft weggeduwd en dat zij haar nagel in een been van een van de jongens heeft gezet. De jongens gingen echter toch door.

- Blijkens de aangifte van A.T. werd er door de jongens meermalen gezegd dat zij een van de jongens of de jongens om de beurt moest pijpen. Als ze dan kramp in haar mond kreeg stopte ze, maar dan moest ze toch doorgaan van de jongens ( onder andere pagina 83).

- Met betrekking tot de seksuele handelingen met verdachte en twee medeverdachten begin mei 2004 verklaart A.T. ( pagina 86 tot 88) dat zij meermalen heeft gezegd dat ze niet wilde, dat zij de jongens heeft weggeduwd, maar dat zij, toen verdachte boos werd en schreeuwde en haar wegstuurde, begon te huilen omdat zij zich niet liet wegsturen, waarna zij verdachte en medeverdachte in opdracht van de medeverdachte heeft gepijpt.

- Uit de verklaring van medeverdachte O.B. ( pagina 274-275) met betrekking tot de gebeurtenissen op 28 februari 2004 volgt dat hij zich kan voorstellen dat A.T. bang was voor de jongens in de kelderbox, omdat zij met zes jongens waren. Hij had het gevoel dat A.T. gedwongen werd om door te gaan waar zij mee bezig was. Nadat A.T. verdrietig had gekeken en had gezegd dat zij niet kon pijpen, riepen verdachte en twee medeverdachten “doe nou maar”. O.B. had gezien dat A.T. huilde en dat zij wilde stoppen. De jongens riepen echter: “Doe maar lullig”. Ze wilden dat A.T. verder ging. De jongens riepen: “Als je het niet doet dan worden wij boos”.

- A.E. verklaart op pagina 254-255 met betrekking tot de gebeurtenissen op 28 februari 2004 dat A.R. tegen A.T. zei dat zij hem ook moest pijpen, waarop zij nee zei. Hij zag dat A. boos werd en hoorde dat hij begon te schreeuwen. A.T. begon daarna A.R. te pijpen en toen zij met haar hoofd omhoog kwam kreeg zij van A.R. een duw op haar achterhoofd. A.E. zag dat A.T. begon te huilen.

- Met betrekking tot de seksuele handelingen begin mei 2004 verklaart medeverdachte A.E. op pagina 251 dat verdachte boos deed tegen A.T., dat verdachte wilde dat A.T. hem pijpte, hetgeen zij weigerde, waarna zij begon te huilen. Op hernieuwd verzoek heeft zij verdachte vervolgens wel gepijpt. Toen vervolgens medeverdachte B. vroeg hem te pijpen zei ze wederom eerst nee, waarna zij op herhaald verzoek hem alsnog pijpte.

- Ook uit de verklaring van medeverdachte A.R. ( pagina 288 en 291) met betrekking tot de gebeurtenissen op 28 februari 2004 blijkt dat hij haar heeft zien huilen.

- Verdachte heeft zowel bij de politie ( pagina 237 en 241) als ter terechtzitting bevestigd dat hij met betrekking tot de gebeurtenissen op 28 februari 2004 heeft gehoord dat A.T. zei dat zij kramp in haar mond had bij het pijpen en voorts dat medeverdachte B. gezegd kan hebben ”Als je het nou niet doet dan worden we boos” (pagina 242) Verdachte verklaart dat hij zich kan voorstellen dat A.T. dingen tegen haar wil doet, als er zoiets wordt geroepen. Met betrekking tot de gebeurtenissen begin mei 2004 bevestigt verdachte dat A.T. begon te huilen.

- Tenslotte heeft de rechtbank de aangifte van A.T. met betrekking tot de gebeurtenissen op 28 februari 2004 zo opgevat dat zij zich mede gedwongen heeft gevoeld tot het ondergaan van seksuele handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, door het feit dat alle zes verdachten tegelijk in haar richting waren gevlogen en zich allemaal tegelijk op haar hadden gestort, waarbij de jongens elkaar zozeer aan het verdringen waren dat aangeefster de situatie vergeleek met een stel honden die haar allemaal tegelijk wilden begroeten ( pagina 84-85). Deze situatie wordt bevestigd in de verklaringen van verdachte ( pagina 237), O.B. ( pagina 278-279) en A. R. ( pagina 286).

Gelet op de genoemde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien hecht de rechtbank meer waarde aan de aangifte van het slachtoffer dan aan de door de raadsvrouwe van verdachte genoemde aanwijzingen dat er geen sprake zou zijn geweest van onvrijwilligheid, met name omdat verdachte en zijn medeverdachten, blijkens hun hiervoor weergegeven verklaringen, zich bewust zijn geweest van het feit dat een deel van de seksuele gedragingen tegen haar wil heeft plaatsgevonden.

De rechtbank merkt nader op dat het in de tenlastelegging voorkomende woord “onverhoeds” wordt geïnterpreteerd als het met zes personen gelijktijdig handelen als hiervoor omschreven waardoor er in het algemeen sprake is van het gevoel van een fysiek overwicht. Naar het oordeel van de rechtbank is dit als geweld in de zin van de wet te kwalificeren.

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen het feit wettig bewezen en heeft daaruit de overtuiging verkregen, dat verdachte het tenlastegelegde onder feit 1 primair heeft begaan, zoals hierna aan te geven.

De rechtbank merkt ten aanzien van feit 2 het volgende op. De verdachte bekent dat hij heeft getongzoend met het slachtoffer M.V. maar verklaart dat zij dit zelf wilde. De verdachte verklaart dat M.V. niet is gedwongen om met hem te tongzoenen. In de aangifte van M.V. verklaart zij echter op pagina 161 dat zij duidelijk gezegd heeft dat zij niet met de andere jongens wilde tongzoenen toen de medeverdachte Z. B. zei dat ze die moest kussen. De medeverdachte Z. B. heeft echter zijn hand op haar achterhoofd gedaan en haar hoofd naar het hoofd van de medeverdachte A.E. geduwd. Toen zij niet wilde, heeft de medeverdachte Z. B. boos gezegd dat zij moest kussen en haar hoofd nog een keer naar de medeverdachte A.E. geduwd. Dit is op dezelfde manier ook gebeurd bij de andere medeverdachte M. B. en de verdachte. De medeverdachte A.E. verklaart op pagina 265 dat de medeverdachte Z. B. het hoofd van M.V. naar hem toe duwde. Ze kwamen toen nog met de tanden tegen elkaar en hij stootte nog zijn hoofd tegen de muur. R.K. (pagina 170) heeft verklaard dat Z. B. M.V. bij het kussen bij de haren op haar hoofd heeft vastgehouden. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat M. werd gedwongen.

De verdachte verklaart ( pagina 238) dat M.V. Z.B. leuk vond. Hij weet dat Z.B. boos was en dat hij zei dat M.V. maar met iedereen moest gaan kussen. Omdat Z.B. boos was duwde hij hun hoofden bij elkaar. Het ging om de hoofden van M.B., M.E. en hemzelf. Voorts heeft de verdachte bij de rechter-commissaris verklaard dat het klopt dat Z.B. M.V. dwong om hen te kussen.

Gelet op de aangifte van M.V. en de verklaringen van de medeverdachte A.E., de verklaring van getuige R. K. en de verklaring van de verdachte afgelegd bij de rechter-commissaris, zulks in onderling verband en samenhang beschouwd, hecht de rechtbank meer waarde aan deze verklaringen dan aan de ter terechtzitting afgelegde verklaring van de verdachte. De rechtbank concludeert dat verdachte zich bewust was dat de handelingen tegen de wil van M.V. plaatsvonden.

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen het feit wettig bewezen en heeft daaruit de overtuiging verkregen, dat verdachte het tenlastegelegde onder feit 2 primair heeft begaan, zoals hierna aan te geven.

De rechtbank merkt het volgende op met betrekking tot feit 5.

De verdachte ontkent dat hij I.S. kent en dat hij haar truitje en bh-topje naar boven heeft getrokken. Deze verklaring vindt echter geen steun in de verklaringen van de medeverdachte en de getuige N. T.. Zijn medeverdachte Z. B. verklaart bij de politie op pagina 211 dat volgens hem de verdachte het slachtoffer I.S. heeft getackeld en dat de verdachte altijd rare dingen doet en overal aan zit bij meisjes. De verklaringen van het slachtoffer I. S. en de verklaring van Z. B. zijn onafhankelijk van elkaar afgelegd en worden bovendien ondersteund door de verklaring van getuige N.T., ofschoon deze getuige aangeeft dat Z.B. I.S. tackelde.

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen het feit wettig bewezen en heeft daaruit de overtuiging verkregen, dat verdachte het tenlastegelegde onder feit 5 heeft begaan, zoals hierna aan te geven.

Ten aanzien van feit 6 merkt de rechtbank het volgende op. De verdachte ontkent dat hij heeft geknepen in de borsten van het slachtoffer N.T. en dat hij vrijbewegingen heeft gemaakt. De getuige R. C. verklaart op pagina 177 dat de verdachte, Z.B. en A.R. tegen haar aan gingen ” rijen”. Hij heeft verder gezien dat deze jongens overal aan haar lichaam zaten waaronder aan haar borsten. De getuige verklaart verder dat N.T. weg probeerde te komen maar dat ze te zwak was om iets te kunnen doen doordat ze onwel was geworden. Zijn medeverdachte Z. B. verklaart bij de politie op pagina 211 dat de verdachte en anderen bij het slachtoffer N.T. haar borsten hebben aangeraakt nadat zij flauwgevallen was. Dit is meerdere keren gebeurd.

Gelet op de aangifte en de verklaringen van de medeverdachte Z.B. en de getuige R. C. zulks in onderling verband en samenhang beschouwd, hecht de rechtbank meer waarde aan deze verklaringen dan aan de ter terechtzitting afgelegde verklaring van de verdachte.

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen het feit wettig bewezen en heeft daaruit de overtuiging verkregen, dat verdachte het tenlastgelegde onder feit 6 primair heeft begaan.

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair, 2 primair, 5 en 6 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2003 tot en met 11 mei 2004 te

Nijmegen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid A.T. (geboren in 1989) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die T., te weten (telkens) het met de penis en/of de vinger(s) binnendringen in de mond en/of de vagina en/of de anus en/of met de tong binnendringen in de mond, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) opzettelijk

- (onverhoeds) die A.T. heeft/hebben besprongen en/of

- de broek en/of (overige) kleding van die A.T. (gedeeltelijk) heeft/hebben

uitgetrokken en/of

- de benen van die A.T. ver uit elkaar heeft/hebben geduwd en/of

- dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd:"Als je het nou niet doet, dan worden we boos" en/of

- (schreeuwend) bij die A.T. heeft/hebben aangedrongen door te gaan met de seksuele handelingen (op het moment dat die A.T. heeft aangegeven uit te willen rusten en/of kramp in de mond te hebben) en/of

- geen acht heeft/hebben geslagen op het feit dat die A.T. heeft aangegeven geen lucht te krijgen en/of op het feit dat die A.T. begon te huilen en/of

- het (achter)hoofd van die A.T. naar beneden heeft/hebben geduwd en/of heeft/hebben vastgehouden en/of

- gebruik heeft/hebben gemaakt van zijn, verdachtes, en/of verdachtes mededader(s) psychische en/of fysieke overwicht op die A.T. wetende dat A.T. de groep van verdachte en/of verdachtes mededader(s) als oppergroep heeft beschouwd en daar deelgenoot van wilde zijn/blijven en/of wetende dat die A.T. een meisje is dat moeilijk "nee" kan zeggen ;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2003 tot en met 11 mei 2004 te Nijmegen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, buiten echt ontuchtige handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten (telkens) het met de penis en/of de vinger(s) binnendringen in de mond en/of de vagina en/of de anus en/of met de tong binnendringen in de mond, heeft/hebben gepleegd met A. (A.T.) A.T., geboren op in 1989, die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 4 mei 2004 te Nijmegen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid M.V. (geboren in 1990) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het (telkens) opzettelijk ontuchtig tongzoenen, en welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid bestond (en) uit het opzettelijk gewelddadig en/of dreigend (telkens) vastpakken en/of vasthouden van het hoofd en/of (vervolgens) (met kracht) duwen van het hoofd van die M.V. en/of (daarbij) gebiedend de woorden toe te voegen "Je moet kussen";

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 4 mei 2004 te Nijmegen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,met M.V., geboren in 1990, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het (telkens) opzettelijk ontuchtig tongzoenen;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 5 mei 2004 te Gennep, althans in Nederland, (in

zwembadcomplex Center Parcs) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid M.V.(geboren in 1990) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig grijpen naar en/of wrijven over, althans betasten van de borsten en/of de vagina en/of de billen, en welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid bestond uit het opzettelijk gewelddadig en/of dreigend onverhoeds (in het water) omsingelen van die M.V. en/of (vervolgens) onverhoeds het bikinibroekje van die M.V. naar beneden trekken;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 5 mei 2004 te Gennep, althans in Nederland (in

zwembadcomplex Center Parcs), tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met M.V., geboren in 1990, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het opzettelijk ontuchtig grijpen naar en/of wrijven over, althans betasten van de borsten en/of de vagina en/of de billen;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2003 tot en met 11 juli 2003 te

Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid S. R. (geboren in 1989) heeft

gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig grijpen naar en/of wrijven over, althans betasten van de borsten en/of de billen, en welk geweld of andere

feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid

bestond uit het opzettelijk gewelddadig en/of dreigend die S.R. bij de keel

grijpen en/of (met kracht) op de rug duwen en/of (met kracht) de handen en/of de polsen (boven het hoofd) vasthouden;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2003 tot en met 10 september 2003 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid I.S.(geboren in 1990) te dwingen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, opzettelijk (met kracht) de armen van die I.S. heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) die I.S. op de grond heeft/hebben geduwd en/of die I.S. heeft/hebben getackeld (tengevolge waarvan die I.S. op de grond is gevallen ) en/of (vervolgens) (met kracht) de polsen en/of de benen van die I.S. heeft/hebben vastgehouden en/of de broek van die I.S. naar beneden heeft/hebben getrokken en/of het truitje en/of het bh-topje van die I.S. naar boven heeft/hebben getrokken/gedaan (tengevolge waarvan de buik en/of een borst van die I.S. werd(en) ontbloot), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2003 tot en met 1 augustus 2003 te Nijmegen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid N. T. (geboren in 1989) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het (telkens) opzettelijk ontuchtig knijpen in en/of wrijven over, althans betasten van de borsten en/of met zijn, verdachtes, en/of verdachtes mededader(s) geslachtsdeel wrijven over het geslachtsdeel, althans het lichaam van die N.T. (zogenaamde vrijbewegingen maken), en welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid bestond uit het (telkens) opzettelijk gewelddadig en/of dreigend onverhoeds (van achteren) de armen om de nek van die N.T. slaan en/of gebruik maken van zijn, verdachtes en/of verdachtes mededader(s) fysieke overwicht op die N.T. ontstaan doordat die N.T. onwel/duizelig werd en/of (daardoor) geen weerstand kon bieden;

althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2003 tot en met 1 augustus 2003 te Nijmegen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met N.T. geboren in 1989, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en/of van wie hij, verdachte en/of verdachtes mededader(s), wist(en) dat die N.T. in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die N.T. niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, (telkens) (buiten echt) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft/hebben gepleegd, bestaande uit het (telkens) (opzettelijk) knijpen in en/of wrijven over, althans betasten van de borsten en/of het met zijn, verdachtes, en/of verdachtes mededader(s) geslachtsdeel wrijven over het geslachtsdeel, althans het lichaam van die N.T.;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewe-zen. Verdach-te moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair:

medeplegen van verkrachting, meermalen gepleegd.

feiten 2 en 6 primair

medeplegen van feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

feit 5

poging tot medeplegen van feitelijke aanranding van de eerbaarheid

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Over verdachte is een Pro Justitia rapport opgemaakt door drs. M. van Heteren, GZ-psycholoog, geda-teerd 29 augustus 2004, waarin zij concludeert dat de verdachte zeer veel psychosociale stress ervaart en hierop depressief reageert. Dit was ook zo ten tijde van het tenlastegelegde feit. De verdachte lijkt zwaar te lijden te hebben onder de aanwezigheid van een psychotische broer. De verdachte ontvluchtte de spanningen thuis door zich in het groepje medeplegers op te houden en in het honk waar de delicten werden gepleegd. De verdachte was echter van het ongeoorloofde op de hoogte en voelde zich er niet lekker bij. Hoewel de verdachte veel psycho-neurotische spanningen bij zich draagt zijn de delicten hieruit niet te verklaren en moet hij volledig toerekeningsvatbaar geacht worden.

De rechtbank verenigt zich met die conclusie en maakt die tot de hare.

Er is geen omstandigheid of feit aannemelijk geworden waardoor de strafbaarheid van verdachte wordt opgeheven of uitgesloten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Verdachte heeft samen met anderen een meisje meermalen verkracht en andere meisjes aangerand waardoor de persoonlijke integriteit van die meisjes ernstig is geschonden. Dergelijke feiten kunnen zeer traumatisch zijn voor de slachtoffers en schokken de rechtsorde in ernstige mate.

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 17 november 2004, waaruit blijkt dat verdachte nog niet eerder veroordeeld is door een strafrechter;

- een voorlichtingsrapport van de Raad voor de Kinderbescherming, gedateerd 18 mei 2004, betreffende verdachte;

- een briefrapport naar aanleiding van een voorgeleidingsconsult van de Forensisch Psychiatrische Dienst Arnhem d.d. 28 mei 2004 betreffende verdachte;

- bovengenoemd Pro Justitia rapport;

- een voorlichtingsrapport van de afdeling Jeugdreclassering van Bureaus Jeugdzorg Gelderland, gedateerd 1 november 2004, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt verder nog als volgt.

Uit het Pro Justitia rapport blijkt dat de deskundige de kans dat verdachte in de toekomst vermogensdelicten zal plegen licht verhoogd acht als de psycho-sociale omstandigheden van de verdachte niet wijzigen. Dit komt voort uit de losmakingsproblematiek, waarbij de verdachte de ruimte moet creëren om zijn eigen behoeften vorm te geven. Seksuele recidive lijkt niet voor de hand te liggen door de schuld en schaamte die de verdachte thans ervaart en de negatieve gevolgen die een en ander thans voor hemzelf hebben gehad. Er dient dringend hulp te komen in het gezin van de verdachte. Voorts lijkt de verdachte zelf gebaat bij individuele hulpverlening, die steunt en stimuleert. De deskundige adviseert om de verdachte verplicht jeugdreclasseringscontact op te leggen. De jeugdreclassering ondersteunt dit advies.

De jeugdreclassering adviseert verder een taakstraf op te leggen waarvan in ieder geval een IGA-training onderdeel dient te zijn. In deze IGA-training dient de nadruk dan te liggen op het leren omgaan met anderen en het doen groeien van zelfinzicht en zelfvertrouwen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een jeugddetentie en een werkstraf als na te melden.

Vanwege de vrijspraken van de feiten 3 en 4 zullen een jeugddetentie en een werkstraf van een kortere duur dan door de officier van justitie gevorderd worden opgelegd.

De rechtbank ziet, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, aanleiding aan het voorwaarde-lijke deel van de straf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclasse-ring.

Voorts zal, gelet op het advies van de jeugdreclassering, de IGA-training worden opgelegd nu dit voor de verdere ontwikkeling van de verdachte van belang wordt geacht.

Gelet op de duur van de reeds door verdachte ondergane voorlopige hechtenis zal de rechtbank het inmiddels geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte opheffen.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

Aan de benadeelde partij A.T. is door het onder 1 primair bewezenverklaarde feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermo-gensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen, ook al zijn andere daders daarbij betrokken. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die bedoeld in artikel 6:106 van het Burger-lijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid moet een voorschot worden begroot op na te melden bedrag.

Voor de toegewezen vordering geldt tevens dat de rechtbank de schadevergoe-dingsmaatregel ex art. 36f van het Wetboek van Strafrecht zal toepassen en dus verdachte de verplich-ting zal opleggen het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partij. Gezien de jeugdige leeftijd van verdachte acht de rechtbank- anders dan de officier van justitie -vervangende jeugddetentie van een langere duur dan 10 dagen niet op zijn plaats.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voorzover het gevor-derde door zijn mededaders is of wordt voldaan.

De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat M.V. als gevolg van het onder 2 primair bewezen verklaarde feit schade heeft geleden en dat zij uit dien hoofde aanspraak heeft op vergoeding van die schade. De rechtbank kan in deze strafrechtelijke procedure niet exact vaststellen welk bedrag aan vergoeding voor de geleden schade redelijk en billijk is. Anders dan door de officier van justitie gevorderd beperkt de rechtbank deze vordering tot een voorschot van in totaal € 100,-- en wel om de volgende redenen:

- de (relatief) geringe ernst van het bewezenverklaarde;

- de vrijspraak van feit 3;

- het ontbreken van bescheiden ter onderbouwing van de gestelde schade.

De vordering is voor zo-ver zij strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade en van andere schade niet van eenvoudige aard zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk is en de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Voor het toewijsbare deel van de vordering geldt tevens dat de rechtbank de schadevergoe-dingsmaatregel ex art. 36f van het Wetboek van Strafrecht zal toepassen en dus verdachte de verplich-ting zal opleggen het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partij.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voorzover het gevor-derde door zijn mededaders is of wordt voldaan.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 27, 36f, 45, 47, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 242 en 246 van het Wetboek van Straf-recht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlaste-gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

- een jeugddetentie voor de duur van honderdzesendertig (136) dagen.

Bepaalt dat van deze jeugddetentie negentig (90) dagen niet zullen worden tenuitvoergelegd, ten-zij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van twee (2) jaren. De tenuitvoerleg-ging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proef-tijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit,

dan wel niet is nagekomen de volgende bijzondere voorwaarde:

- Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzin-gen die hem door of namens de afdeling Jeugdreclassering van Bureaus Jeugdzorg Gelderland zullen worden gegeven, voor zover en voor zolang dat door genoemde instelling no-dig wordt geacht.

Geeft opdracht aan de afdeling Jeugdreclassering van Bureaus Jeugdzorg Gelderland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer-legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering zal worden gebracht, zijnde in totaal 46 dagen, inclusief 2 dagen die de verdachte in hechtenis heeft doorgebracht op verdenking van overtreding van de schorsingsvoorwaarden.

- een taakstraf voor de duur van honderdzestig (160) uren

bestaande uit:

? een werkstraf, zijnde het verrichten van een onbetaalde arbeid, gedurende honderd(100) uren.

?een leerstraf, zijnde het volgen van een Individuele Gedragstherapie Arnhem (IGA-training) gedurende zestig (60) uren.

Bepaalt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van tachtig (80) dagen.

Bepaalt dat deze taakstraf binnen twaalf ( 12) maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

Bepaalt voorts dat de termijn binnen welke de taakstraf moet worden verricht wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij zich aan zodanige vrijheidsontneming heeft onttrokken.

Heft op het -inmiddels geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis van veroordeelde voornoemd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij A.T. ( feit 1)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover de mededaders betalen ook veroordeelde daardoor tegenover A.G. A.T. zal zijn gekweten - tegen kwijting aan A.T., te Nijmegen, te betalen als voorschot € 1.000,- (zegge duizend euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 1.000,- subsidiair 10 dagen jeugddetentie.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, A.T. te Nijmegen, te betalen € 1.000,- (zegge duizend euro) bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij M.V. ( feit 2 en 3)

Wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover M.V. zal zijn gekweten - tegen kwijting aan M.V., wonende te Nijmegen, te betalen een bedrag ( als voorschot) van € 100,-- (zegge honderd euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

- Verstaat dat de benadeelde partij de resterende vordering kan aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Maatregel van schadevergoeding ad € 100,-- subsidiair 2 dagen jeugddetentie.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer M.V., wonende te Nijmegen, te betalen een bedrag van € 100,-- (zegge honderd euro) bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. W.A. Holland, als voorzitter tevens kinderrechter,

mr. C.G. Soeteman-Oostveen, kinderrechter,

mr. C.M. Vinck, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. D. G. Wessels-Harmsen, griffier.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 januari 2005.