Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AS5804

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
19-01-2005
Datum publicatie
11-02-2005
Zaaknummer
112019
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De curator vordert primair een verklaring voor recht dat het bestuur van Mens/Data zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Voorts vordert hij primair hoofdelijke veroordeling om aan hem de schulden in het faillissement te betalen voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 112019 / HA ZA 04-634

Datum vonnis: 19 januari 2005

Vonnis

in de zaak van

MR. PETRUS JOHANNES WILLARD,

kantoorhoudende te Nijmegen,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Mens?Data B.V.,

eiser,

procureur mr. W.J.G.M. van den Broek,

advocaat mr. P.J.F.M. de Kerf te Nijmegen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MENS?DATA HOLDING B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats],

4. de vennootschap onder firma

V.O.F. HILL KNOWLEDGE,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagden,

procureur mr. W.H.B.K. Brunet de Rochebrune,

advocaat mr. W.J.M. Messelink te Nijmegen.

Partijen worden hierna ook aangeduid als de curator, Mens?Data of de b.v., de holding, [gedaagde 2], [gedaagde 3] en Hill Knowledge of de v.o.f.

Het verloop van de procedure

Na het uitbrengen van de dagvaarding zijn de volgende processtukken gewisseld: de conclusie van antwoord, de conclusie van repliek en de conclusie van dupliek. Ten slotte is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1. Mens?Data B.V. (die ook handelde onder de naam Probook Publishers) en Mens?Data Holding B.V. zijn op 30 oktober 1996 opgericht. De holding werd daarbij enig bestuurder van de b.v. Het doel van de b.v. was het geven van cursussen. Het cursusmateriaal is niet in een van deze vennootschappen ingebracht.

2. Eveneens op 30 oktober 1996 werden [gedaagde 2] en [gedaagde 3] bestuurder van de holding.

3. Hill Knowledge, opgericht op 1 januari 1997, heeft [gedaagde 2] en [gedaagde 3] als vennoten. In deze v.o.f. brachten zij of bracht [gedaagde 2] onder meer de rechten met betrekking tot het cursusmateriaal in. De v.o.f. had tot doel het verzamelen, gebruiken en verkopen van kennis met betrekking tot electronic publishing en het verkopen van hard- en software.

4. Mens?Data Holding is de aandeelhouder van Newwws.net B.V. en Mountain View Europe B.V., van welke b.v.’s [gedaagde 2] bestuurder is.

5. Op 14 maart 1997 is tussen de holding en ACSI Holding B.V. een (management-)overeenkomst gesloten die inhield dat ACSI Holding vanaf 1 januari 1997 deelnam in de resultaten van Mens?Data en voor 50% deelnam in haar aandelenkapitaal. Vanaf 24 april 1997 is ACSI Holding ook feitelijk bij de directie van Mens?Data betrokken.

6. De overeenkomst tussen ACSI Holding en Mens?Data Holding is op schrift gesteld en ondertekend. Zij is voor akkoord getekend door Mens?Data B.V.. In de akte staat naast het onder 5 bedoelde onder meer dat Mens?Data Holding de directie van de b.v. voert en daartoe [gedaagde 2] op full-time basis beschikbaar stelt.

7. Twee arbeidsovereenkomsten werden door Mens?Data in 2001 beëindigd wegens sterk teruglopende omzetten. Op 5 juli 2001 vond de mondelinge behandeling van de ontbindingsverzoeken plaats. In de zomer van 2001 werd ACSI-holding verzocht geld te storten in verband met de slechte financiële situatie bij de b.v..

8. Op 5 juli 2001 heeft Mens?Data aan Mens?Data Holding haar inventaris en computers die vermeld waren in de specificatie materiële vaste activa van de jaarrekening 2000, verkocht voor f. 31.367,88 exclusief OB en de overige inventarisgoederen en computers voor f. 7.460,12. De totale koopsom was inclusief OB f. 46.205,32, omgerekend in euro’s € 20.967,-.

9. Het bedrag van de onder 8 bedoelde totale koopsom is op 10 juli 2001 aan de holding gefactureerd en op 11 juli 2001 van de holding ontvangen.

10. Mens?Data had rekening courant-verhoudingen met ACSI Holding en Mens?Data Holding. Op 11 juli 2001 was Mens?Data in rekening courant aan Mens?Data holding een bedrag in rekening courant verschuldigd van (tenminste) f. 283.874,-. In rekening courant was zij toen ACSI-Holding tenminste f. 270.046,- verschuldigd. Op genoemde datum heeft zij aan Mens?Data Holding f. 13.828,- (€ 6.274,87) overgemaakt met als omschrijving ‘uitkering van rekening-courant [gedaagde 2]-[gedaagde 3].’ Het bedrag stemde overeen met het verschil tussen de rekening courantsaldi van de twee genoemde holdings. Reeds in 1998 bestond er een verschil van meer dan f. 12.000,- tussen de beide rekening courant-saldi.

11. Op 8 augustus 2001 heeft [gedaagde 3] aan UWV GAK en de belastingdienst doorgegeven dat er sprake was van betalingsonmacht.

12. Op 10 augustus 2001 heeft de b.v. aan de holding twee maal f. 20.430,52 betaald (in totaal f. 40.861,04, is € 18.541,93). Dit gebeurde onder de vermelding van H-M200106 en H-M200107 en betrof de managementvergoedingen voor [gedaagde 2] en [gedaagde 3].

13. Op 18 augustus 2001 is de inventaris van het kantoor van Mens?Data aan de Panovenlaan door een verhuizer opgehaald.

14. Op 5 september 2001 is Mens?Data B.V. op eigen aangifte failliet verklaard met benoeming van de curator in zijn hoedanigheid. De schuldenlast van de b.v. beliep op de datum van de dagvaarding € 59.730,- aan boedelkosten, € 53.276,- aan preferente en € 235.150,04 aan concurrente crediteuren.

15. De holding heeft een belang van 45% in de al genoemde Mountain View Europe B.V.; Rhemai B.V. heeft daarin eveneens een belang van 45%, de heer [betrokkene 1] een belang van 10%.

16. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn bestuurders en aandeelhouders van Emday B.V. Emday B.V. heeft de bedrijfsactiviteiten van Mens?Data overgenomen van de curator.

17. Op 9 oktober 2001 heeft de curator [gedaagde 2] een brief gestuurd met daarin een aantal stellingen die door [gedaagde 2] vervolgens voor akkoord geparafeerd zijn.

18. De rechter-commissaris heeft de curator toestemming gegeven om deze procedure te voeren.

19. Op 16 maart 2004 is door de curator conservatoir beslag gelegd op [adres] te [woonplaats], toebehorend aan [gedaagde 2] en [gedaagde 3], en op 17 maart 2004 is ten laste van de vier gedaagden conservatoir derdenbeslag gelegd onder ABN AMRO Bank N.V.

Het geschil

20. De curator vordert primair een verklaring voor recht dat het bestuur van Mens?Data zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Voorts vordert hij primair hoofdelijke veroordeling om aan hem de schulden in het faillissement te betalen voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, en hoofdelijke veroordeling in de proceskosten, waaronder begrepen de kosten van de beslagen. Subsidiair vordert hij hoofdelijke veroordeling van de holding, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] om aan hem € 6.274,88 (f. 13.828,00) te betalen met rente vanaf 11 juli 2001, veroordeling van dezelfden om aan hem € 18.541,73 (f. 40.861,04) te betalen met rente vanaf 10 augustus 2001.

21. De stellingen waarop de vorderingen zijn gebaseerd, vallen in een aantal onderdelen uiteen, die hierna onder 22 tot en met 29 kort worden weergegeven.

22. Het eerste onderdeel van de primaire vordering: bestuurdersaansprakelijkheid. De curator stelt dat Mens?Data Holding niet heeft voldaan aan haar verplichtingen haar taak behoorlijk te vervullen en administratie te voeren zoals in art. 2:10 BW wordt geëist. Hij beroept zich op een aantal feiten en omstandigheden, die volgens hem leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid van de holding zoals bedoeld in art. 2:248 BW (de kennelijk onbehoorlijke taakvervulling is een belangrijke oorzaak van het faillissement) en van de natuurlijke personen [gedaagde 2] en [gedaagde 3] op grond van art. 2:11 BW (de aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder rust hoofdelijk op de bestuurders van die bestuurder). De elementen van de door de curator gestelde bestuurdersaansprakelijkheid worden hierna onder 23 tot en met 26 genoemd.

23. Eerste element van de bestuurdersaansprakelijkheid: werkzaamheden voor andere ondernemingen (de verschoven uren). Het gaat er hier om dat voor Hill Knowledge, Newwws.net en Mountain View Europe uren zouden zijn gewerkt door werknemers en bestuurders van Mens?Data B.V. zonder dat daar een (adequate) vergoeding tegenover stond en zonder dat een en ander geadministreerd werd.

24. Tweede element van de bestuurdersaansprakelijkheid: het adressenbestand. Dit is volgens de curator bij de oprichting ingebracht in Mens?Data en vervolgens door haar bijgehouden, maar ook ter beschikking gesteld van onder meer Mountain View Europe en bij het faillissement ‘meegenomen’ door [gedaagde 2] en [gedaagde 3], waarna het in gebruik is genomen door Emday B.V.. Van een en ander werd binnen Mens?Data geen administratie gehouden.

25. Derde element van de bestuurdersaansprakelijkheid: IAS-verbinding. Hier is volgens de curator sprake geweest van slecht ondernemer-schap. Er is van de privé-woning van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] een dure IAS-verbinding aangelegd op kosten van de b.v., die voor de b.v. niet noodzakelijk was. Bij de aanleg is bovendien nagelaten een grote klant – ACSI Internationale Campinggids B.V. – voor langere tijd te verplichten de IAS-verbinding te gebruiken.

26. Vierde element van de bestuurdersaansprakelijkheid: cursussen door [gedaagde 2] voor andere vennootschappen gegeven. Op grond van de managementovereenkomst, genoemd onder 5 en 6, ontving de holding van de b.v. jaarlijks een managementfee voor het ter beschikking stellen van [gedaagde 2]. De curator stelt dat zij geen werkzaamheden verricht heeft die in overeenstemming waren met het relatief hoge bedrag van deze managementfee, dat zij, anders dan overeengekomen, niet full time voor de b.v. werkte, en dat de b.v. bovendien activiteiten verricht heeft voor door [gedaagde 2] gegeven cursussen waarvoor Mountain View Europe de deelnemers factureerde. Van een en ander werd binnen Mens?Data geen administratie gehouden.

27. Het eerste onderdeel van de subsidiaire vordering: pauliana. Het eerste onderdeel van de subsidiaire vordering is gebaseerd op de stelling dat er sprake is geweest van paulianeuze betalingen met betrekking tot de overdracht van de inventaris zoals omschreven onder 8, 9 en 13 en de betaling van managementfee bedoeld onder 12.

28. Het tweede onderdeel van de subsidiaire vordering: inadequate vergoeding door Hill Knowlegde. Het tweede onderdeel van de subsidiaire vordering is gebaseerd op de stelling van de curator dat Hill Knowledge geen adequate vergoeding betaalde voor door (werknemers van) Mens?Data voor haar verrichte werkzaamheden. De beide vennoten zouden hiermee, evenals de v.o.f. zelf, onrechtmatig hebben gehandeld tegenover de b.v..

Overige vorderingen

29. Voorts vordert de curator veroordeling tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ad € 10.252,62 alsmede in de proceskosten en de kosten van het beslag. De buitengerechtelijke kosten worden gevormd door uren van de curator met 5% voor verschotten daarover.

Verweer

30. Er wordt gemotiveerd verweer gevoerd. Op de onderdelen daarvan wordt hieronder nader ingegaan voor zover dat nodig is.

De beoordeling van het geschil: bestuurdersaansprakelijkheid

De verschoven uren

31. De rechtbank besteedt allereerst aandacht aan de verschoven uren. Het gaat hier vooral om Hill Knowledge. Deze vennootschap zou geprofiteerd hebben van het uitblijven van een adequate vergoeding voor allerlei voor haar door werknemers van Mens?Data verrichte werkzaamheden, terwijl Mens?Data van haar kant de vergoedingen die voor de werkzaamheden betaald hadden moeten worden, heeft gemist en bovendien uit haar administratie niet blijkt hoeveel uren aldus door haar werknemers voor een ander is gewerkt. Op dezelfde manier, maar in minder grote frequentie zouden werknemers van Mens?Data voor Newwws.net en Mountain View Europe hebben gewerkt.

32. Het zou gaan om de volgende werkzaamheden. Werknemers van Mens?Data hebben vanaf 30 oktober 1996 tot het faillissement van Mens?Data het aan de v.o.f. toebehorende cursusmateriaal up to date gehouden en voor haar tevens nieuw materiaal geredigeerd. Naar berekening van de curator zou aldus door Mens?Data aan haar werknemers [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6], [betrokkene 7] en [betrokkene 8] in totaal f. 185.510,70 (€ 84.181,09) zijn betaald voor werkzaamheden ten behoeve van Hill Knowledge. Daarbij komt nog dat hierin geen rekening is gehouden met overheadkosten. Ten aanzien van Newwws.net en Mountain View Europe is de curator minder specifiek.

33. Hiernaast stelt de curator dat Hill Knowledge zich door Mens?Data een gebruikersvergoeding liet betalen voor hetzelfde cursusmateriaal dat haar werknemers geactualiseerd, geredigeerd en/of anderszins bewerkt hadden.

34. Terecht voeren gedaagden aan dat Hill Knowledge gebruiksrechten kan verschaffen en heeft verschaft aan Mens?Data, dat daarvoor een vergoeding mocht worden gevraagd van Mens?Data en dat het Mens?Data’s eigen taak was om – zonodig – met gebruikmaking van de aldus verkregen licenties het door haar gebruikte cursusmateriaal aan haar eigen gebruikerseisen aan te passen. De verhoudingen tussen de beide vennootschappen lagen voor zover die voortvloeiden uit hun onder 1 en 3 omschreven taken, vast. Dat daarbij Hill Knowledge (wellicht) het voordeel van onder meer voor cursusmateriaal in gebruik te geven rechten toekwam, is een gegeven.

35. De uitweidingen van beide partijen over auteursrechtelijke kwesties, gaan naar het oordeel van de rechtbank voorbij aan wat in het kader van de ‘verschoven uren’ de kern van het betoog van de curator is: Hill Knowledge en Newwws.net hebben, zoals ook door gedaagden is erkend, nimmer zelf werknemers in dienst gehad (of voor Mountain View Europe hetzelfde geldt, is niet duidelijk). Terwijl deze vennootschappen geen werknemers in dienst hadden, hebben zij wel gefunctioneerd. De curator noemt een aantal werkzaamheden op, zoals het verzorgen van mailings en het bijhouden van een adressenbestand, die evident het functioneren van die vennootschappen betreffen. Daarvoor zullen mensenhanden nodig zijn geweest en de stelling van de curator dat daarvoor personeel van Mens?Data is ingeschakeld, is op zichzelf niet onaannemelijk. De administratie van Mens?Data dient in die verrichte werkzaamheden inzicht te geven. In zoverre is ook het betoog juist dat áls deze mensen voor andere vennootschappen hebben gewerkt, de ondeugdelijkheid van de administratie vaststaat. Vooralsnog dient het betoog van de curator op een aantal punten te worden toegelicht. De rechtbank zal hem dan ook in de gelegenheid stellen bij akte – voor een deel wederom, voor een deel preciezer dan tot nu toe – aan te geven om welke werkzaamheden het gaat en wie daarvoor zijn ingezet.

36. Vervolgens kan de vraag aan de orde komen of Mens?Data door het onder 35 bedoelde inzetten van werknemers voor andere vennootschappen schade heeft geleden. Daarvoor is in beginsel niét de waarde van de aan Hill Knowledge toekomende rechten als bedoeld onder 34 van belang, maar wel het antwoord op de vraag voor hoeveel tijd bepaalde personeelsleden beschikbaar zijn gesteld aan andere vennootschappen, welke kosten Mens?Data voor die periodes heeft gemaakt en of zij van hetzij de vennootschappen aan wie personeel beschikbaar werd gesteld, hetzij derden daarvoor vergoedingen heeft ontvangen en, zo ja, welke bedragen haar dan zijn betaald. Ook hierover zal de curator zich bij akte moeten uitlaten.

Het adressenbestand

37. Het is de rechtbank vooralsnog niet duidelijk waar de curator met zijn stellingen ten aanzien van het adressenbestand heen wil. Gaat het om het verrichten van werkzaamheden door werknemers van Mens?Data aan een of meer adressenbestanden van Hill Knowledge, Newwws.net of Mountain View Europe, dan overlapt dit betoog kennelijk het ten aanzien van de verschoven uren gestelde, en hecht de rechtbank er geen zelfstandige betekenis aan. Gaat het echter om een boedelbestanddeel – een adressenbestand – dat aan de boedel onttrokken is, dan kan degene die hiervoor verantwoordelijk is, schadeplichtig zijn tegenover de boedel. Daarbij moet wel voldoende aannemelijk zijn dat de waarde van het bestand is vast te stellen. Voordat de rechtbank verder op deze materie ingaat, zal zij de curator in de gelegenheid stellen zijn stellingen te dezen bij akte te verduidelijken.

De IAS-verbinding

38. Gedaagden ontkennen dat [gedaagde 2] en/of [gedaagde 3] een ernstig verwijt kan worden gemaakt van het huren van de IAS-verbinding. In de kern samengevat betoogt de curator dat de IAS-verbinding heel duur was en dat er onvoldoende maatregelen waren getroffen om het gebruik van deze verbinding lonend te maken, zodat ze uiteindelijk geen resultaat had voor Mens?Data. Dit getuigt, volgens de curator, van slecht ondernemerschap en het is volgens hem onzorgvuldig. Tot op zekere hoogte kan de rechtbank hem daarin volgen. Onjuist is echter dit slecht ondernemerschap of onzorgvuldig handelen, zoals de curator vervolgens doet, te vertalen in ernstig verwijtbaar handelen. Daaraan worden strengere eisen gesteld. Waar het hier gaat over de bestuurdersaansprakelijkheid in het kader van een gevolgd faillissement, zal er bovendien sprake moeten zijn van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door de bestuurder, wil de curator zich kunnen beroepen op artikel 2:248 lid 1 BW. Deze eis is strenger dan de tegenhanger van de behoorlijke taakvervulling van artikel 2:9 BW. Naar het oordeel van de rechtbank is er wellicht voldoende gesteld om van slecht ondernemerschap of onzorgvuldigheid te kunnen spreken, maar wijzen de aangevoerde omstandigheden niet op een ernstig verwijtbaar handelen of een kennelijk onbehoorlijke taakvervulling.

Cursussen door [gedaagde 2] voor andere vennootschappen gegeven

39. Kern van het betoog van de curator op dit onderdeel is, dat [gedaagde 2], die full time aan Mens?Data beschikbaar was gesteld, die een daarop gebaseerde managementfee aan de holding betaalde, cursussen zou hebben gegeven voor Mountain View Europe, waarvoor Mountain View Europe geen vergoeding zou hebben betaald aan Mens?Data. De reactie van gedaagden, althans [gedaagde 2], is op dit punt dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat het haar niet zou zijn toegestaan voor anderen te werken, zeker gezien het feit dat zij niet in dienst was van Mens?Data, maar van de holding, zodat niet Mens?Data, maar de holding haar arbeidsvoorwaarden bepaalde. Dit gaat voorbij aan wat de curator kennelijk bedoelt: als door de holding [gedaagde 2] full-time beschikbaar wordt gesteld aan Mens?Data, dan schiet de holding tekort tegenover Mens?Data door haar ook aan een andere dochtervennootschap beschikbaar te stellen. Met andere woorden: niet alleen in het kader van de onder 5 en 6 genoemde overeenkomst schiet de holding tekort door [gedaagde 2] niet full-time beschikbaar te stellen van Mens?Data, maar ook schiet de holding tegenover de b.v. als bestuurder hierdoor tekort. Dit gebeurt in ieder geval in tijd, doordat [gedaagde 2] kennelijk niet full-time voor Mens?Data, maar ook voor anderen werkte. Voorts betekent het in beginsel dat als uit de administratie van Mens?Data niet anders kan worden afgeleid dan dat [gedaagde 2] full-time beschikbaar was, in beginsel daaruit ook kan en mag worden afgeleid dat alle resultaten van arbeidsinspanningen van [gedaagde 2] de b.v. ten goede zouden komen. Was dit niet het geval, dan is de administratie op dit punt niet juist gevoerd. Het bestuur van de b.v. is dan zowel in het beschikbaar stellen van [gedaagde 2] als ten aanzien van het bijhouden van haar beschikbaarheid in de administratie tekortgeschoten.

40. Gelet op hetgeen over en weer is aangevoerd, is het thans aan de curator bij akte gespecificeerd te stellen met welke werkzaamheden de holding en/of [gedaagde 2] tekort is geschoten in de onder 39 bedoelde zin, dan wel gespecificeerd aan te geven ten aanzien van welke werkzaamheden van [gedaagde 2] de administratie van Mens?Data onvoldoende gegevens bevat. Nu vaststaat, omdat dit door gedaagden is aangevoerd, dat de holding en [gedaagde 2] zich ten onrechte op het standpunt stellen dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat het [gedaagde 2] niet zou zijn toegestaan voor anderen te werken, stelt de curator zich terecht op het standpunt dat dan de administratie van Mens?Data, waarin [gedaagde 2] als full-time medewerker te boek zal staan, op dit punt onvoldoende zorgvuldig is bijgehouden door de holding. Een oordeel hierover zal de rechtbank echter opschorten totdat zij over nadere gegevens beschikt.

De beoordeling van het geschil: pauliana

41. De rechtbank zal, al is op het primair gestelde nog niet beslist, hetgeen ten aanzien van de pauliana gesteld is, thans reeds behandelen, om meer duidelijkheid voor het verdere verloop van de procedure te geven aan partijen.

42. De overeenkomst van 5 juli 2001, waarbij de inventaris van de b.v. werd verkocht, was onverplicht volgens de curator. Subsidiair beroept hij zich op art. 47 Faillissementswet. Gedaagden voeren als verweer aan dat de overeenkomst van 5 juli 2001 werd gesloten ter verbetering van de liquiditeitspositie van Mens?Data en dat de curator als hij tijdig een beroep op de pauliana had gedaan, de inventaris, tegen betaling van de koopprijs, had kunnen terugkrijgen. Op 10 augustus 2001 was volgens hen een faillissement nog geenszins onafwendbaar.

43. De onder 10 bedoelde overboeking aan de holding is volgens de curator eveneens paulianeus en ook deze handeling stelt hij te hebben vernietigd. Hiertegen voeren gedaagden aan dat de beide holdings gelijkelijk voor de financiering van Mens?Data zorg zouden dragen en dat Mens?Data holding in 2001 meerdere malen had aangedrongen op gelijktrekking van hun posities.

44. De curator beroept zich om duidelijk te maken hoe de situatie in de zomer van 2001 was, onder meer op een op 29 augustus 2001 gedateerde brief van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] aan ACSI Holding B.V., waarin onder meer staat dat al uit het op 22 mei 2001 ingediende ontslagverzoek voor twee medewerkers bleek dat de financiële situatie slecht was (‘dusdanig was verslechterd dat zonder financiële injectie het voortbestaan van Mens?Data in gevaar zou komen’) en voorts dat na een gesprek van 7 augustus 2001 [gedaagde 2] en [gedaagde 3] duidelijk werd dat Mens?Data wellicht op een faillissement afstevende. Op 16 augustus stond volgens deze brief vast dat Mens?Data per eind augustus niet meer aan haar financiële verplichtingen zou kunnen voldoen als er, kort gezegd, geen financiële hulp kwam van de aandeelhouders.

45. Het geheel van handelingen vermeld onder 8, 12 en 13 heeft tot gevolg gehad dat aan de boedel zowel de inventaris als de waarde van de inventaris is onttrokken, zodat hierdoor de schuldeisers benadeeld zijn. De handeling is binnen een jaar voor de faillietverklaring verricht zonder dat Mens?Data zich er voor de aanvang van dat jaar toe had verplicht en is verricht tussen Mens?Data en haar bestuurder, zodat reeds daarom ingevolge artikel 43 lid 1 sub 5o onder a van de Faillissementswet, beide partijen bij deze rechtshandelingen vermoed worden te hebben geweten dat benadeling van de schuldeisers daarvan het gevolg zou zijn. Gedaagden hebben gesteld dit niet te hebben geweten, maar wat zij daarvoor aanvoeren is, mede gelet op de hierboven onder 44 bedoelde brief en de onder 7, 11 en 14 weergegeven feiten onvoldoende om het wettelijk vermoeden te weerleggen en overigens hebben zij van hun stelling op dit punt geen bewijs aangeboden. De curator roept dus op goede gronden de nietigheid van de handelingen in. Dit betekent dat de subsidiaire vordering voor € 20.967,-, het bedrag van de op grond van de vernietigde overeenkomst betaalde koopsom, voor toewijzing in aanmerking zal komen.

46. Voor het gelijk trekken van de saldi in rekening-courant op 11 juli 2001 door de overboeking op die dag van f. 13.828,- (€ 6.274,87) geldt evenals voor het onder 45 bedoelde dat de curator zich met een beroep op artikel 43 lid 1 sub 5o onder a van de Faillissementswet terecht op de vernietigbaarheid van de handeling beroept. Dat de holding in 2001 meerdere malen op gelijktrekking zou hebben aangedrongen, verandert niets aan het wettelijk vermoeden, omdat dit binnen een jaar voor de faillietverklaring speelde, nog daargelaten dat, mede gelet op de omschrijving bij de overboeking, onduidelijk is wat met dit aandringen wordt bedoeld en dat het feit dat zij daar kennelijk pas in 2001 toe is overgegaan, terwijl het verschil toen al een paar jaar bestond, niet wordt verklaard. Relevant tegenbewijs is niet aangeboden en ook op dit punt zal de subsidiaire vordering dus voor toewijzing in aanmerking komen.

De beoordeling van het geschil: de subsidiaire vordering tegen Hill Knowledge v.o.f. en haar vennoten

47. De behandeling van dit onderdeel – gegrond op de stelling dat er ten aanzien van de verschoven uren sprake is van een onrechtmatige daad – is nog niet aan de orde en behandeling ervan is thans niet mogelijk voordat door de curator nadere inlichtingen zoals hiervoor bedoeld, zijn gegeven.

De beoordeling van het geschil: overige onderdelen van de vordering

48. Ten aanzien van de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten, overweegt de rechtbank reeds thans het volgende. De gedaagden betwisten dat er voor vergoeding in aanmerking komende buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt. De curator heeft weliswaar gesteld buitengerechtelijke kosten gemaakt te hebben en terzake daarvan een bedrag gevorderd, maar uit het door hem gestelde valt niet af te leiden dat de gestelde verrichtingen meer hebben omvat dan een enkele (eventueel herhaalde) sommatie of het enkel doen van een niet aanvaard schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier in een omvangrijke zaak als de onderhavige. Daarbij komt nog, zoals ook gedaagden kennelijk menen, dat een aantal van de door de curator genoemde werkzaamheden behoren tot hetgeen een curator in alle faillissementen doet. De bedoelde kosten moeten dan ook, nu een geding is gevolgd, worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de in artikel 241 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. De rechtbank zal de betreffende vordering dan ook moeten afwijzen.

De beslissing

De rechtbank, recht doende,

Bepaalt dat de zaak wordt geplaatst op de rol van 16 februari 2005 om de curator in de gelegenheid te stellen een akte te verzoeken zoals bedoeld onder 35, 36, 37 en 40,

Verstaat dat de zaak vervolgens wordt geplaatst op de rol van 16 maart 2005 om de gedaagden in de gelegenheid te stellen een akte te verzoeken teneinde op die van de curator te reageren,

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr J.D.A. den Tonkelaar en uitge-spro-ken in het openbaar op 19 januari 2005.

de griffier de rechter