Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AS5746

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-01-2005
Datum publicatie
15-02-2005
Zaaknummer
109066
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Auteursrecht op meubelstukken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BIE 2005, 100

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 109066 / HA ZA 04-149

Datum vonnis: 12 januari 2005

Vonnis

in de zaak van

de vennootschap naar Italiaans recht

CASSINA S.P.A.,

gevestigd te Meda, Italië,

eiseres,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

advocaat mr. N.D.R. Nefkens te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

THE OLD MILL B.V.,

tevens handelend onder de naam

Woonthemacentrum De Havenaer

gevestigd te Nijkerk,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

ONDERNEMERSVERENIGING WOON THEMA CENTRUM "DE HAVENAER",

gevestigd te Nijkerk,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CASA CALDAIA B.V.,

gevestigd te Zeewolde,

gedaagden,

procureur mr. T.J. van Veen,

advocaat mr. H.C.W. Geffroy te Ede.

Eiseres zal hierna ook worden aangeduid als Cassina. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk ook worden aangeduid als The Old Mill c.s. Casa Caldaia en de ondernemersvereniging zullen gezamenlijk ook worden aangeduid als Casa Caldaia c.s. Afzonderlijk zullen de gedaagden worden aangeduid als The Old Mill, Casa Caldaia en de ondernemersvereniging.

1. Het verloop van de procedure

Na het uitbrengen van de dagvaarding heeft Cassina bij akte producties in het geding gebracht. Vervolgens zijn de volgende stukken gewisseld:

? een conclusie van antwoord, met producties,

? een conclusie van repliek, tevens akte wijziging eis, tevens akte overlegging producties,

? een conclusie van dupliek,

? een akte overlegging producties van de zijde van Cassina.

Vervolgens hebben de partijen hun standpunten doen bepleiten. De pleitnotities aan de zijde van Cassina zijn als gedingstuk overgelegd. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1 Cassina is een meubelfabrikante. In haar collectie is een aantal door Le Corbusier ontworpen meubelstukken opgenomen. Het auteursrecht op deze meubelmodellen bevindt zich bij respectievelijk de stichting naar Frans recht La Fondation Le Corbusier, Pernette Barsac Perriand en Jacqueline Vauthier-Jeanneret. De auteursrechthebbenden hebben aan Cassina licenties verstrekt, op basis waarvan Cassina exclusief gerechtigd is om de meubelmodellen van Le Corbusier te fabriceren en wereldwijd te verkopen.

2.2 The Old Mill houdt zich bezig met de detail- en groothandel in meubelen, verlichting en woonaccessoires. Zij exploiteert een woonthemacentrum in Nijkerk onder de naam De Havenaer, in welk centrum meerdere winkels zijn gevestigd. Casa Caldaia is één van die winkels. Casa Caldaia houdt zich onder meer bezig met de in- en verkoop van meubels.

De ondernemers in ‘De Havenaer’ zijn aangesloten bij de ondernemersvereniging. De ondernemersvereniging heeft de domeinnaam www.havenaer.nl laten registreren.

2.3 Op de website www.havenaer.nl zijn afbeeldingen van meubelstukken te zien geweest, die overeenkomsten vertonen met door Cassina op de markt gebrachte, door Le Corbusier ontworpen, meubels. Casa Caldaia heeft in haar winkel enige tijd enkele, op (zit)meubels van Le Corbusier lijkende, meubels aangeboden.

2.4 Op 8 december 2003 is op verzoek van Cassina, na daartoe door haar verkregen verlof, bij Casa Caldaia en The Old Mill beslag gelegd op een zithoek bestaande uit vier meubelstukken. Het betrof een ligstoel (chaise longue), met daaraan een label vermeldende ‘sofa TS2058AA’, een zwarte leren fauteuil met de naam ‘one seater leder’ (TS0063AA), een zwarte leren tweezitsbank met de naam ‘two seater leder’ (TS0063BA)en een zwarte leren driezitsbank genaamd ‘three seater leder’ (TS0063CA). Voorts is beslag gelegd op een uitdraai van twee pagina’s uit de boekhouding van The Old Mill en/of van Casa Caldaia, en op twee brochures.

2.5 Cassina heeft The Old Mill c.s. bij brieven van 9 en 10 december 2003 gesommeerd om – kort samengevat – hun onrechtmatig handelen te staken en voorts om een onthoudingsverklaring te ondertekenen. Aan die sommatie tot ondertekening van een onthoudingsverklaring hebben The Old Mill c.s. geen gevolg gegeven.

3. Het geschil

3.1 Cassina vordert, na eiswijziging, – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, The Old Mill c.s. veroordeelt om:

A. met onmiddellijke ingang iedere inbreuk op de auteursrechten van de auteursrechthebbenden, alsmede het onrechtmatig handelen jegens hen en Cassina, te staken en gestaakt te (doen) houden, en The Old Mill c.s. in het bijzonder te verbieden de LC1, LC2, LC3, LC4, LC6, LC7, LC8, LC9, LC10-P, LC11-P en Casiers Standaard van Le Corbusier openbaar te maken en/of te verveelvoudigen, dan wel meubelmodellen die identiek zijn aan of in overwegende mate lijken op de meubelmodellen van Le Corbusier, in elk geval de LC2 en de LC4, in Nederland te fabriceren en/of aan te bieden en/of ten toon te stellen en/of in voorraad te houden en/of te verkopen en/of te im- of exporteren, en/of te verhuren en/of uit te lenen, of op welke titel dan ook in Nederland te (doen) verhandelen of in het verkeer te (doen) brengen, op straffe van een dwangsom;

B. binnen veertien dagen na dit vonnis aan mr. N.D.R. Nefkens, of bij haar ontstentenis aan een andere advocaat van Van den Steenhoven Advocaten te Amsterdam, onder overlegging van kopieën van offertes en/of facturen en/of bankafschriften en/of andere relevante documenten of bescheiden een schriftelijke, door een registeraccountant gecontroleerde en gewaarmerkte opgave te verstrekken van:

a. het aantal gefabriceerde en/of ingekochte en/of gehuurde en/of geleende en/of verkochte en/of op andere commerciële wijze in het verkeer gebrachte inbreukmakende meubelmodellen;

b. de kostprijs, de inkoopprijs, de verkoopprijs en de (ver)huurprijs van de inbreukmakende meubelmodellen, alsmede de door The Old Mill c.s. met de commerciële exploitatie gemaakte bruto- en netto-winst;

c. de namen, adressen, telefoon- en faxnummers, web- en e-mailadressen van de afnemers van de inbreukmakende meubelmodellen, niet zijnde particulieren,

d. de adresgegevens zoals onder c., van de fabrikant(en), importeur(s), tussenperso(o)n(en), leverancier(s) en aanbieder(s) van de inbreukmakende meubelmodellen;

e. de bij hen en bij hun afnemers c.q. derden, op het moment van de dagvaarding, vonnis en dag der algehele voldoening aanwezige voorraad meubelmodellen;

f. hun voorraad brochures en/of ander promotiemateriaal waarmee de inbreukmakende modellen worden aangeboden;

C. binnen veertien dagen na dit vonnis alle inbreukmakende meubelmodellen terug te halen bij hun afnemers of derden, niet zijnde particulieren, en deze ter vernietiging af te staan aan Cassina, op kosten van The Old Mill c.s.;

D. binnen veertien dagen na dit vonnis hun volledige voorraad inbreukmakende meubelmodellen en brochures ter vernietiging af te geven aan Cassina, op kosten van The Old Mill c.s.,

het gevorderde onder B, C en D op straffe van een dwangsom;

E. binnen éénentwintig dagen na dit vonnis aan Cassina een bedrag van € 5.445,36 wegens materiële schadevergoeding te voldoen, te vermeerderen met € 907,56 per additioneel te constateren ingekocht exemplaar van een ongeoorloofde verveelvoudiging, dan wel een door de rechtbank vast te stellen schadevergoeding, één en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 december 2003 tot aan de dag van volledige betaling;

F. binnen éénentwintig dagen na dit vonnis aan Cassina een bedrag aan immateriële schadevergoeding te voldoen van € 454,55 per ingekocht exemplaar van een inbreukmakend model, dan wel een door de rechtbank vast te stellen schadevergoeding;

G. binnen acht dagen na dit vonnis aan Cassina een bedrag van € 2.500,50 te voldoen wegens buitengerechtelijke kosten, dan wel € 998,-- te voldoen, overeenkomstig het rapport Voorwerk II;

H. binnen éénentwintig dagen na dit vonnis aan Cassina de onrechtmatig genoten nettowinst af te dragen;

I. binnen acht dagen na dit vonnis aan Cassina de beslagkosten te voldoen;

J. de kosten van de procedure te betalen.

3.2 Ter onderbouwing van haar vorderingen voert Cassina aan dat The Old Mill c.s. inbreukmakend en onrechtmatig jegens haar, en jegens de auteursrechthebbenden op de meubels van Le Corbusier, hebben gehandeld. The Old Mill c.s. hebben op de website www.havenaer.nl zonder voorafgaande toestemming van Cassina afbeeldingen van meubels getoond, die (bijna) identiek zijn aan de meubels van Le Corbusier, in het bijzonder aan diens zitmeubels LC2 en LC4. Voorts hebben The Old Mill c.s. ongeoorloofde nabootsingen van de meubels ter verkoop aangeboden. Niet alleen hebben The Old Mill c.s. daardoor in strijd gehandeld met de Auteurswet maar eveneens hebben zij geparasiteerd op de inspanningen en investeringen van de auteursrechthebbenden en van Cassina. Cassina heeft hierdoor zowel materiële als immateriële schade geleden, onder meer bestaand uit gederfde winst, waardevermindering van het auteursrecht, aantasting van de reputatie en exclusiviteit van de modellen van Le Corbusier, buitengerechtelijke en beslag- en proceskosten. Cassina stelt dat The Old Mill c.s. niet, althans niet naar behoren, hebben voldaan aan haar sommaties.

3.3 The Old Mill c.s. voeren gemotiveerd verweer tegen de vorderingen van Cassina, op welk verweer hierna waar nodig zal worden ingegaan.

4. De beoordeling van het geschil

ten aanzien van de ontvankelijkheid

4.1 De rechtbank is van oordeel dat Cassina ontvankelijk is in haar vorderingen jegens de ondernemersvereniging. Zij heeft daarbij voldoende belang nu vast staat dat de domeinnaam www.havenaer.nl op naam van de ondernemersvereniging is geregistreerd. De vraag of de vereniging aansprakelijk moet worden geacht voor het feit dat op haar website afbeeldingen zijn getoond van inbreukmakende producten, is van inhoudelijke aard en zal later aan de orde komen.

4.2 De rechtbank is voorts van oordeel dat Cassina in haar vorderingen jegens The Old Mill eveneens ontvankelijk is. Immers, The Old Mill exploiteert het winkelcentrum “De Havenaer”, waarvan Casa Caldaia deel uitmaakt. Voorts heeft Cassina gewezen op een mededeling van HLB Schippers Accountants, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat The Old Mill bij de inkoop van inbreukmakende meubels betrokken is geweest. Op voorhand kan dus niet worden vastgesteld dat Cassina geen belang heeft bij het in rechte betrekken van The Old Mill.

de vordering tegen The Old Mill

Echter, naar het oordeel van de rechtbank komen de vorderingen van Cassina jegens The Old Mill niet voor toewijzing in aanmerking. Daartoe wordt het volgende overwogen. Uit de in het geding gebrachte, en eveneens uit de ter gelegenheid van het pleidooi getoonde, facturen blijkt dat niet The Old Mill, maar Bercony B.V. de inbreukmakende meubels heeft ingekocht bij de firma Kangsheng Limited te Hong Kong, en deze heeft doorgeleverd aan Casa Caldaia. Tijdens het pleidooi heeft (de advocaat van) The Old Mill c.s. uiteengezet en verduidelijkt dat de mededeling van de accountant van 13 januari 2004, waarin is opgenomen dat The Old Mill bij de inkoop betrokken was, op een vergissing of slordigheid van de accountant berust. De rechtbank hecht geloof aan die uitleg, temeer nu overigens niet is gebleken dat The Old Mill enige betrokkenheid heeft gehad bij de in- en verkoop van de meubels, of bij de vaststelling van de inhoud van de website.

ten aanzien van de auteursrechtinbreuk

4.3 Tussen partijen is in confesso dat op de meubelmodellen van Le Corbusier auteursrecht rust en dat Cassina de meubels op basis van licenties produceert en verkoopt. Evenmin is betwist dat aan Cassina een volmacht is verleend om in rechte namens de auteursrechthebbenden op te treden.

4.4 Voorts hebben Casa Caldaia c.s. erkend dat auteursrechtinbreuk is gemaakt. Indien daaruit voor Cassina schade is voortgevloeid, zijn Casa Caldaia c.s. schadeplichtig, mits de inbreuk hun kan worden toegerekend. Dit laatste ontkennen zij evenwel.

Casa Caldaia stelt zich op het standpunt dat haar niet kan worden verweten dat zij de meubels heeft verhandeld en afbeeldingen ervan heeft getoond, omdat haar niet duidelijk was of behoefde te zijn dat de modellen auteursrechtelijk zijn beschermd. De meubels werden immers “gewoon” op een beurs in Keulen tentoongesteld, en bovendien worden meubels van Le Corbusier op meerdere plaatsen in Europa verhandeld. De rechtbank verwerpt dit verweer. Ten eerste is door Cassina betoogd dat de meubels van Le Corbusier wereldwijde faam genieten, zeker in de meubelbranche, en als designklassiekers bekend staan. Dit onderschrijft de rechtbank. Van Casa Caldaia kan voorts worden gevergd dat zij, indien ze – zoals zij stelt – aanvankelijk de indruk had dat de meubels niet auteursrechtelijk werden beschermd, zich tevoren daaromtrent terdege had geïnformeerd. Het gevolg van de omstandigheid dat zij dat mogelijk niet of onvoldoende heeft gedaan, komt voor haar rekening. Verder is onweersproken aangevoerd dat de deurwaarder op 8 december 2003 bij Casa Caldaia onder meer beslag heeft gelegd op twee brochures (die in houders bij de door haar geëxposeerde meubels hadden gestaan), waarin afbeeldingen van meubels van Le Corbusier, met achtergrondinformatie over de ontwerper, zijn opgenomen. Ook hieruit leidt de rechtbank af dat Casa Caladaia bekend moet zijn geweest met het feit dat de door haar ter verkoop aangeboden stoelen nabootsingen waren van de ontwerpen van Le Corbusier. De inbreuk moet dus worden toegerekend aan Casa Caldaia.

4.5 De rechtbank is voorts van oordeel dat de inbreuk ook aan de ondernemersvereniging moet worden toegerekend, nu afbeeldingen van de meubels zijn getoond op haar website. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Voor de uitleg van artikel 1 van de Auteurswet 1912 zal de rechtbank, nu wordt gesteld dat de ondernemersvereniging auteursrechtinbreuk heeft gemaakt, de Richtlijn inzake elektronische handel (richtlijn 2000/31/EG van 8 juni 2000) als richtsnoer hanteren. Deze richtlijn is op 30 juni 2004 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Artikel 14 van de richtlijn bevat een bepaling over “hosting” (opslag van digitale informatie door dienstverleenster). In dit artikel is – samengevat – bepaald dat bij het verlenen van host-diensten door een dienstverleenster (in casu de ondernemersvereniging) deze in beginsel niet aansprakelijk is voor mogelijk inbreukmakende uitlatingen of afbeeldingen op haar website. Eén van de voorwaarden is echter dat de dienstverleenster niet daadwerkelijk kennis heeft (gehad) van de inbreukmakende informatie. Uit het door Cassina in het geding gebrachte uittreksel uit het Handelsregister (produktie 8) blijkt evenwel dat het bestuur van de vereniging op 28 november 2003 bestond uit de heren [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3]. Van de laatste staat vast dat hij op dat moment directeur was van Casa Caldaia. Ten aanzien van de heer [betrokkene 1] is onbetwist gesteld dat hij, in zijn hoedanigheid van directeur van Bercony B.V., de meubels bij Kangsheng heeft ingekocht en heeft verkocht aan Casa Caldaia. Het bestuur van de ondernemersvereniging droeg, zo moet uit het voorgaande worden afgeleid, kennis van de inbreuk. Volgens de in het verkeer geldende opvattingen dient een onrechtmatige gedraging van het bestuur, zoals in casu, voor rekening te komen van de vereniging. De ondernemersvereniging heeft naar het oordeel van de rechtbank dus, eveneens, verwijtbaar gehandeld.

de vorderingen van Cassina

4.6 Nu is komen vast te staan dat Casa Caldaia en de ondernemersvereniging auteursrechtinbreuk hebben gepleegd die hun kan worden toegerekend, komt de rechtbank toe aan de vorderingen van Cassina, waaronder die tot schadevergoeding en winstafdracht.

De rechtbank zal de verbodsvordering van Cassina – sub A van het petitum – toewijzen, nu is vastgesteld dát inbreuk is gemaakt en er niet op voorhand van kan en mag worden uitgegaan dat zich in de toekomst geen inbreuk meer zal voordoen. De rechtbank overweegt daarbij dat, in het algemeen, de omstandigheid dat een aangesproken partij de toezegging doet geen inbreuk meer te zullen plegen, geen beletsel vormt om de verbodsvordering toe te wijzen. Het verbod zal zien op alle (door Cassina genoemde) modellen van Le Corbusier. De rechtbank ziet echter, gelet op de omvang van de auteursrechtinbreuk, aanleiding om de gevorderde dwangsom per overtreding, en per dag, als hierna te melden, te matigen en aan een maximum te verbinden.

4.7 Casa Caldaia c.s. hebben onweersproken gesteld dat het om een eenmalige handeling, en mogelijk zelfs om een “vergissing” ging. Gesteld noch gebleken is dat Casa Caldaia c.s. eerder, of een meer omvattende, auteursrechtinbreuk hebben gepleegd. Evenmin zijn er aanwijzingen om aan te nemen dat Casa Caldaia thans meer dan zes stoelen heeft ingekocht. Dit geldt te meer nu Cassina haar (veronder)stelling dat de inbreuk groter zou kunnen zijn dan Casa Caldaia c.s. haar zelf hebben meegedeeld, onvoldoende heeft onderbouwd en Casa Caldaia c.s. zelf direct open zijn geweest over de inbreuk en maatregelen hebben getroffen. Ten slotte hebben Casa Caldaia c.s., zij het wellicht minder snel dan door Cassina verzocht, de inkoopfacturen en later ook accountantsverklaringen, inkoopbrochure en gegevens van Kangsheng aan Cassina gezonden, en hebben zij Cassina meegedeeld dat die de gehele boekhouding kon komen inzien. De rechtbank ziet dan ook geen reden om het door Cassina sub B gevorderde gebod om Casa Caldaia c.s. te veroordelen opgave te doen van de hoeveelheid in het verkeer gebrachte modellen, de prijzen, voorraden, gegevens van afnemers etcetera, toe te wijzen.

4.8 Ook het door Cassina sub C gevorderde, te weten dat Casa Caldaia c.s. de meubels dienen terug te halen om (ter vernietiging) af te staan aan Cassina, zal worden afgewezen. Casa Caldaia c.s. hebben, als verweer op de stellingen van Cassina, gemotiveerd betoogd dat van de zes ingekochte meubels, er twee waren verkocht en dat deze beide meubels na constatering van de inbreuk weer zijn teruggehaald. Naar het oordeel van de rechtbank is, mede gezien het onder 4.7 overwogene, komen vast te staan dat geen meubels meer bij derden aanwezig zijn.

4.9 De vordering sub D van Cassina zal wel worden toegewezen. Casa Caldaia c.s. hebben Cassina aangegeven dat zij de (beschadigde) meubels bij hen kunnen komen ophalen. Hiermee miskennen zij naar het oordeel van de rechtbank echter dat zij inbreuk hebben gepleegd, en dat het daarom redelijk is dat de meubels op hun kosten bij Cassina worden bezorgd teneinde daar, eveneens op hun kosten, definitief te worden vernietigd. De rechtbank zal Casa Caldaia c.s. daarom veroordelen de zes meubels af te leveren bij het kantooradres van de advocaat van Cassina, mr. Nefkens, dan wel bij een door haar aan te geven adres, op kosten van Casa Caldaia c.s. Onweersproken is gesteld dat Casa Caldaia de brochure van Kangsheng al ter hand heeft gesteld aan Cassina, zodat het gebod daarop niet van toepassing is. Dit geldt niet voor de twee beslagen brochures, die moeten worden afgegeven. Ook hier geldt ten slotte dat de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en zal worden gebonden aan een maximum, als hierna te melden.

de gevorderde schade en winstafdracht

4.10 Cassina stelt schade te hebben geleden door de handelwijze van Casa Caldaia c.s., welke schade bestaat uit gederfde winst, waardevermindering van het auteursrecht, aantasting van haar reputatie en exclusiviteit van de modellen, en buitengerechtelijke en beslag- en executiekosten.

4.11 De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat Cassina winst heeft gederfd als gevolg van gemist debiet. Voorwaarde daartoe is dat haar afzetgebied zou zijn ontgaan als gevolg van de handelwijze van Casa Caldaia c.s. De geleden schade zou dan worden begroot door de inbreukmakende afzet – niet de omvang van de inkoop – van Casa Caldaia te vermenigvuldigen met de winstmarge van Cassina. Echter, er is niet onderbouwd gesteld, en evenmin anderszins gebleken dat Casa Caldaia afzet heeft gegenereerd door de verkoop van stoelen. Zoals in de overwegingen 4.7 en 4.8 van dit vonnis is uiteengezet, heeft de rechtbank geen reden te twijfelen aan de juistheid van de onderbouwde verklaringen van Casa Caldaia dat zij geen winst heeft gegenereerd.

4.12 Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om materiële schadevergoeding wegens waardevermindering van het auteursrecht, of immateriële schadevergoeding wegens aantasting van de reputatie van Cassina toe te wijzen. Casa Caldaia c.s. hebben gesteld, en ter gelegenheid van het pleidooi nader toegelicht, dat de modellen ongeveer twee weken in de winkel van Casa Caldaia te zien zijn geweest, en ook gedurende een beperkte tijd op de website, waarbij – zowel in de winkel als op de website – geen prijs is getoond. Voorts hebben Casa Caldaia c.s. aan onder meer de hand van afbeeldingen laten zien dat de omgeving waar de stoelen hebben gestaan, een tamelijk luxe uitstraling heeft, zodat op voorhand niet kan worden aangenomen dat dit afbreuk zou doen aan de marktwaarde of exclusiviteit van de “Cassina-modellen”. Ten slotte is hierbij nog van belang dat, nog daargelaten dat niet is aangetoond dat de kwaliteit van de meubels van Casa Caldaia (veel) slechter zou zijn dan die van Le Corbusier, de twee verkochte meubels retour zijn gehaald.

4.13 De vordering tot (netto-)winstafdracht zal eveneens worden afgewezen, nu niet is gebleken dat Casa Caldaia c.s. winst hebben gemaakt. Voorts vloeit uit de ratio van de winstafdracht voort dat deze in beginsel pas wordt toegewezen wanneer sprake is van grove schuld, hetgeen hier naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde is.

buitengerechtelijke kosten, kosten van beslag en proceskosten

4.14 De rechtbank is van oordeel dat een deel van de door Cassina gemaakte kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (artikel 6:96 lid 2 sub b BW) in redelijkheid dient te worden toegewezen. De rechtbank zal een bedrag van € 400,-- toewijzen, ervan uitgaande dat een advocaat op en neer heeft moeten rijden naar Nijkerk. De overige gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden afgewezen, nu niet van verdere werkzaamheden met een buitengerechtelijk karakter is gebleken en Cassina zich bovendien niet zeer buigzaam heeft opgesteld, waardoor een deel van de kosten van haar eigen rekening dient te blijven. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de beslagen terecht zijn gelegd, zodat de gevorderde kosten van beslag (in totaal € 234,12) voor toewijzing in aanmerking komen. Gelet op het feit dat de beide partijen deels in het (on)gelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank, ten slotte, reden om de proceskosten tussen de partijen te compenseren.

De beslissing

De rechtbank

1. veroordeelt Casa Caldaia en de ondernemersvereniging om met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te doen

houden iedere inbreuk op de auteursrechten van de auteursrechthebbenden op de hierna te noemen meubelmodellen, alsmede het onrechtmatig handelen jegens hen en jegens Cassina te staken en gestaakt te houden. Het wordt Casa Caldaia en de ondernemersvereniging in het bijzonder verboden om de LC1, LC2, LC3. LC4, LC6, LC7, LC8, LC9, LC10-P, LC11P en Casiers Standaard van Le Corbusier openbaar te maken en/of te verveelvoudigen, dan wel meubelmodellen die identiek zijn aan of in overwegende mate lijken op de originele meubelmodellen van Le Corbusier, in elk geval de LC2 en de LC4, in Nederland te fabriceren en/of aan te bieden in brochures en/of op een voor publiek vrij toegankelijke website dan wel op een andere manier aan te bieden en/of te (doen) fabriceren en/of ten toon te (doen) stellen en/of in voorraad te (doen) houden en/of te (doen) verkopen en/of te (doen) leveren en/of te (doen) im- of exporteren, en/of te (doen) verhuren en/of te (doen) uitlenen, en/of op welke titel dan ook in Nederland te (doen) verhandelen en/of in het verkeer te (doen) brengen, op straffe van een direct opeisbare dwangsom van € 2.000,-- per overtreding en voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 100.000,--,

2. veroordeelt Casa Caldaia en de ondernemersvereniging om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de volledige voorraad van inbreukmakende meubelmodellen en brochures, als omschreven in rechtsoverweging 4.9, op kosten van Casa Caldaia en de ondernemersvereniging te (doen) bezorgen op een door (een kantoorgenoot van) mr. Nefkens aan te wijzen locatie, ter vernietiging, eveneens op kosten van Casa Caldaia en de ondernemersvereniging, op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag dat Casa Caldaia c.s. niet voldoen aan dit gebod, met een maximum van € 10.000,--,

3. veroordeelt Casa Caldaia en de ondernemersvereniging om binnen acht dagen na betekening van dit vonnis aan Cassina tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 400,-- te voldoen wegens buitengerechtelijke kosten,

4. veroordeelt Casa Caldaia en de ondernemersvereniging om binnen acht dagen na betekening van dit vonnis aam Cassina tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 234,12 te voldoen wegens kosten van beslag,

5. compenseert de kosten van de procedure, in die zin dat ieder der

partijen haar eigen kosten draagt,

6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2005 door mr. O. Nijhuis, voorzitter, en mrs. F.J. de Vries en M.P.C.J. van Bavel.

de griffier de voorzitter