Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AS5744

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-01-2005
Datum publicatie
10-02-2005
Zaaknummer
98359
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schade na verkeersongeval.

Vervoersovereenkomst; CMR.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 98359 / HA ZA 03-556

Datum vonnis: 12 januari 2005

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOS LOGISTICS EDE BV,

gevestigd te Ede,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. J.W. Hilhorst te Hoofddorp,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KINZO BV,

gevestigd te Ede,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. P.A.C. de Vries,

advocaat mr. J.W. de Groot te Amsterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als Vos en Kinzo.

1. Het verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 4 juni 2003 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van het tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken. Verder zijn nog de volgende processtukken gewisseld:

* een akteverzoek van de zijde van Kinzo;

* een akteverzoek van de zijde van Vos Logistics;

* een akteverzoek van de zijde van Kinzo.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1 In 2001 en 2002 heeft Vos vervoerswerkzaamheden voor Kinzo verricht. Vos heeft aan Kinzo daarvoor onder meer facturen gezonden tot een bedrag van € 74.998.50. Kinzo heeft deze facturen ontvangen. Op 24 september 2002 heeft Vos Kinzo tot betaling gesommeerd.

2.2 Op 27 februari 2002 heeft een ongeval plaatsgevonden in België met een vrachtauto van [betrokkene 1], waarin zich (onder meer) een lading van 32 pallets gereedschappen van Kinzo bevond, die van Nederland naar Italië (Padova) zou moeten worden vervoerd. De lading was ten vervoer aangenomen door Vos, die op haar beurt ondervervoerder [betrokkene 2] had ingeschakeld, die het feitelijk vervoer had uitbesteed aan [betrokkene 1]. De lading is na berging terugvervoerd naar Ede, waar zij op 5 maart 2002 aankwam.

2.3 Op 28 juni 2002 heeft expertise plaatsgevonden. Namens de verzekeraar van [betrokkene 2] is een expertise rapport opgesteld door Vadesta Expertise B.V. In dit expertiserapport wordt de schade van Kinzo begroot op € 9.373,70. Namens de verzekeraar van Kinzo is een expertiserapport opgesteld door Cunningham Lindsey Marine BV. Door deze expert is de schade begroot op € 18.656,48 en de gevolgschade op € 55.082,--. Dit laatste bedrag bestaat uit claims van afnemers die vanwege het niet leveren door Kinzo elders aankopen hebben moeten verrichten tot een bedrag van € 23.322.-- en uit gederfde winst en magazijnkosten ter hoogte van € 31.760,--

2.4 In het rapport van Vadesta Expertise wordt over het ongeval het volgende vermeld:

“Volgens de chauffeur raakte hij de controle kwijt over het voertuig, aangezien hij abrupt moest afremmen voor een van links invoegend voertuig en een file voor zich. Vervolgens is de combinatie van het talud 8 meter naar beneden gestort.

Volledigheidshalve verwijzen wij naar aangehechte tekening van de chauffeur alsmede de afgenomen verklaring van de chauffeur door verzekeringnemer (bijlagen 78 en 79).”

De bijlagen bevinden zich niet in het procesdossier.

Het rapport van Cunningham Lindsay vermeldt:

“Just before Antwerp on the high-way E19 the driver lost control of his vehicle and crashed onto the embankment next to the high-way.

Reportedly the truck driver of the relevant tilt-trailer was just overtaken by a Fiat Ducato, at the same time at the beginning at a traffic jam. The truck driver could not anticipate fast enough and first rammed the Fiat Ducato in front of him then lost control of the truck and crashed onto the embankment next to the highway. In our opinion the speed of the combination was too high and the driver anticipated the traffic situation.”

2.5 Kinzo heeft het bedrag van € 55.082,--, vermeerderd met € 10.465,58 aan BTW, bij factuur van 8 april 2002 aan Vos in rekening gebracht. Kinzo heeft Vos voorts op 31 juli 2002 voor de schade aansprakelijk gesteld. Vos heeft aansprakelijkheid op 9 augustus 2002 van de hand gewezen. Het bedrag van € 18.656,48 is door verzekeraars aan Kinzo vergoed.

3. Het geschil

In conventie

3.1 Vos vordert dat de rechtbank Kinzo zal veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 76.530,50, uitvoerbaar bij voorraad, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldag van de facturen tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van Kinzo in de proceskosten.

3.2 Vos voert daartoe aan dat zij aan Kinzo tot dat bedrag facturen heeft gestuurd, die Kinzo onbetwist behouden heeft, maar onbetaald heeft gelaten.

3.3 Kinzo voert gemotiveerd verweer. Zij stelt dat zij als gevolg van het ongeval op 27 februari 2002 schade heeft geleden, waarvoor Vos aansprakelijk is, omdat de chauffeur zich niet zou hebben gehouden aan het rijtijdenbesluit en omdat hij alcohol zou hebben gebruikt. Primair stelt zij zich op het standpunt dat zij de facturen reeds heeft verrekend met de openstaande vordering ter zake van de schade die zij als gevolg van het ongeval heeft geleden. Subsidiair stelt zij dat zij het recht heeft om haar tegenvordering alsnog te verrekenen en meer subsidiair beroept zij zich op een opschortingsrecht tot het moment waarop zij deugdelijk is geïnformeerd over de omstandigheden van het ongeval.

In voorwaardelijke reconventie

3.4 In voorwaardelijke reconventie vordert Kinzo dat, voor zover het primaire standpunt van Kinzo dat zij de vorderingen van Vos reeds heeft betaald, onder meer door verrekening, onjuist mocht blijken te zijn, de rechtbank Vos zal veroordelen, uitvoerbaar bij voorraad, tot vergoeding van de schade, die zij heeft begroot op € 55.068,--, althans te begroten op een zodanig bedrag als de rechtbank onder de gegeven omstandigheden zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2002, althans vanaf de dag van verzuim, althans vanaf de dag van de conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie, met veroordeling van Vos in de kosten van de procedure.

4. De beoordeling van het geschil

In conventie en in voorwaardelijke reconventie

4.1 Door Kinzo is niet betwist dat Vos vervoerswerkzaamheden heeft verricht, waarvoor zij tot een bedrag van € 74.988,50 rekeningen heeft gestuurd. Kinzo heeft erkend de rekeningen te hebben ontvangen.

4.2 De rechtsverhouding tussen partijen wordt in beginsel beheerst door de bepalingen van de CMR, nu het vervoer van Nederland naar Italië betrof en de vervoerovereenkomst daarmee voldeed aan de in artikel 1 CMR gestelde eisen. Anders dan Kinzo in haar conclusie van antwoord stelt, staat artikel 41 van het verdrag in de weg aan vernietiging van de bepalingen daarvan die de aansprakelijkheid uitsluiten of beperken.

4.3 Tussen partijen staat vast dat Kinzo de opdracht tot vervoer aan Vos heeft gegeven en dat Vos op haar beurt [betrokkene 2] heeft ingeschakeld, die op haar beurt [betrokkene 1] heeft gecontracteerd. Of Kinzo al dan niet toestemming heeft gegeven om een ondervervoerder in te schakelen kan in het licht van de bepalingen van de CMR in het midden blijven. Ten opzichte van Kinzo heeft Vos gehandeld in de hoedanigheid van vervoerder, als contractuele wederpartij van Kinzo kan deze Vos voor schade aanspreken. Vos is immers uit hoofde van artikel 3 CMR voor het handelen van de door hem ingeschakelde ondervervoerder(s) aansprakelijk.

4.4 Op grond van artikel 17 CMR is de vervoerder aansprakelijk voor geheel of gedeeltelijk verlies en voor beschadiging van de goederen. Artikel 23 CMR limiteert de door de vervoerder te betalen schadevergoeding. Artikel 23 lid 4 CMR tenslotte bepaalt, dat gevolgschade onder de CMR niet voor vergoeding in aanmerking komt. Vast staat dat terzake van de schade reeds een bedrag van € 18.656,48 aan Kinzo is vergoed, zodat de resterende vordering van Kinzo op verrekening waarvan zij zich beroept, nog slechts de gevolgschade betreft.

4.5 Dat gevolgschade niet onder het toepassingsbereik van de CMR valt, laat de mogelijkheid onverlet dat (de hulppersoon van) Vos ten opzichte van Kinzo onrechtmatig zou hebben gehandeld als gevolg waarvan Vos de door Kinzo geleden gevolgschade zou moeten vergoeden. In dat geval dient eerst de vraag te worden beantwoord welk recht van toepassing is. Een vordering uit hoofde van onrechtmatige daad wordt in beginsel beheerst door het recht van het land waar de onrechtmatige daad heeft plaatsgevonden. Deze regel kan echter uitzondering lijden ingeval beide partijen zijn gevestigd in een ander land dan waar de onrechtmatige daad plaatsvond en de rechtsgevolgen daarvan zich geheel in dat andere land afspelen. Nu partijen zich er niet over hebben uitgelaten welk recht volgens hen van toepassing is, beide partijen in Nederland zijn gevestigd en de door Kinzo gevorderde schade in Nederland is geleden, is de rechtbank van oordeel dat Nederlands recht van toepassing is.

4.6 Ter onderbouwing van haar verweer heeft Kinzo gesteld dat de chauffeur onrechtmatig heeft gehandeld door zich niet te houden aan het Rijtijdenbesluit. Voorts heeft Kinzo gesteld “dat er alcohol in het spel was”. Kinzo heeft deze beide beweringen niet nader onderbouwd.

4.7 De rechtbank is van oordeel dat Kinzo daarmee niet heeft voldaan aan haar stelplicht. De beweringen van Kinzo worden door geen van de beide expertiserapporten ondersteund. In die rapporten wordt immers als oorzaak van het ongeval verwezen naar een inhaalmanoeuvre door een ander voertuig. Nergens wordt (ook maar een vermoeden) genoemd dat de rust- en rijtijden wetgeving zou zijn overtreden of dat de chauffeur alcohol zou hebben gebruikt. De verklaring van de chauffeur zelf is niet bijgevoegd. Evenmin is een verklaring van personeel van Kinzo in het geding gebracht waaruit zou blijken dat de chauffeur bij lading van de goederen zou hebben verklaard al 48 uur onderweg te zijn. Het had op de weg van Kinzo gelegen een dergelijke verklaring in het geding te brengen. In het licht van het voorgaande zal de rechtbank Kinzo niet toelaten tot het bewijs van haar stellingen.

4.8 De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat het beroep op verrekening van Kinzo faalt. Nu Kinzo niet heeft voldaan aan haar stelplicht zal de rechtbank ook het verweer van Kinzo dat haar een beroep op een opschortingsrecht toekomt afwijzen. Ook de (voorwaardelijke) reconventionele vordering van Kinzo tot vergoeding van de schade zal worden afgewezen.

4.9 Nu door Kinzo geen verweer is gevoerd tegen de hoogte van de vordering van Vos, maar uitsluitend is gesteld dat zij die vordering mocht verrekenen met haar eigen vordering, zal de rechtbank de vordering van Vos tot vergoeding van de factuurbedragen toewijzen.

4.10 Door Kinzo is geen verweer gevoerd tegen de door Vos gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank zal deze vordering derhalve eveneens toewijzen.

4.11 Kinzo zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure in conventie. De rechtbank is van oordeel dat de procedure in voorwaardelijke reconventie dermate nauw met de procedure in conventie is verbonden, dat de daaraan verbonden kosten op nihil worden begroot.

De beslissing

De rechtbank:

in conventie

veroordeelt Kinzo om aan Vos een bedrag van € 74.988,50 (vierenzeventig duizendnegenhonderdachtentachtig euro en vijftig eurocent) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag gerekend vanaf de vervaldatum van de verschillende facturen tot aan de dag van betaling;

veroordeelt Kinzo in de kosten van de procedure in conventie; deze kosten worden, voor zover tot op heden aan de zijde van Vos gevallen, bepaald op € 1.523,20 wegens verschotten en € 2.235,-- wegens salaris procureur;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

in reconventie

wijst de vordering af;

veroordeelt Kinzo in de kosten van de procedure in reconventie; deze kosten worden begroot op nihil;

in conventie en in reconventie:

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.D. Jacobs en uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2005.

de griffier de rechter