Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2005:AS4150

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
31-01-2005
Datum publicatie
31-01-2005
Zaaknummer
121118
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekschrift artikel 46 Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak/rekestnummer: 121118/HA RK 04-231

Datum uitspraak: 31 januari 2005

Beschikking

Op het verzoek van

1. DE HERVORMDE GEMEENTE NEDERHEMERT, zich thans noemende

DE HERSTELD HERVORMDE GEMEENTE NEDERHEMERT,

zetelende te Nederhemert,

2. [eiser] en [eiser],

wonende te Hedel,

3. [eiser],

wonende te Well (Gld.),

4. [eiser] en [eiser],

wonende te Brakel,

5. [eiser],

wonende te Ammerzoden,

6. [eiser], [eiser] en [eiser],

wonende te Waardenburg,

7. [eiser],

wonende te Hurwenen,

8. [eiser] en [eiser],

wonende te Hedel,

verzoekers,

gemachtigde [gemachtigde] te Oegstgeest,

tegen

1. de synode van de

PROTESTANTSE KERK IN NEDERLAND,

zetelend te Utrecht,

2. de stichting

STICHTING MECHANISATIE REGISTRATIE EN ADMINISTRATIE,

gevestigd te Delft,

verweerders,

advocaat mr. G.C.W. van der Feltz te ‘s-Gravenhage.

Het verloop van de procedure

Verzoekers hebben een verzoek (met drie producties) als bedoeld in artikel 46 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) ingediend. Het verzoek is op 6 december 2004 bij deze rechtbank ingekomen. Een fotokopie van het verzoek is aan deze beschikking gehecht. Bij brieven van 6 en 10 januari 2005 hebben verzoekers producties aan de rechtbank doen toekomen. Bij brief van 7 januari 2005 hebben verweerders een verweerschrift met acht producties ingediend. De griffier heeft de partijen opgeroepen voor de behandeling van het verzoek ter terechtzitting van 17 januari 2005. Op die terechtzitting zijn verschenen: [gemachtigde] en mr. Van der Feltz voornoemd, laatstgenoemde vergezeld van [betrokkene], adviseur in het kerkrecht, [betrokkene], hoofd stafafdeling juridische zaken, [betrokkene], hoofd ledenadministratie en de heer [betrokkene], lid van de commissie van bijzondere zorg. [gemachtigde] heeft het verzoek toegelicht aan de hand van twee door hem overgelegde notities. Mr. Van der Feltz heeft zijn verweerschrift nader toegelicht. Daarbij heeft hij zes “voorbeeld-uitschrijvingsbrieven” overgelegd. De beschikking is bepaald op heden.

De vaststaande feiten

1.1. De hervormde gemeente Nederhemert behoorde tot 1 mei 2004 als plaatselijke geloofsgemeenschap tot de landelijke Nederlandse Hervormde Kerk (NHK).

1.2. Op 12 december 2003 heeft de generale synode van de NHK evenals de synodes van de Gereformeerde kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden het besluit genomen zich met ingang van 1 mei 2004 - na het passeren van een notariële akte op 30 april 2004 - als kerken te verenigen in een nieuw op te richten kerkelijk verband, de rechtspersoon Protestantse Kerk in Nederland (hierna PKN).

1.3. De synode van de NHK heeft nadien de nieuwe kerkorde (PKO) voor de PKN vastgesteld als statuut van de nieuwe kerk. De PKO is van kracht met ingang van 1 mei 2004. Voorheen gold voor de NHK en de hervormde gemeenten de kerkorde van de NHK (HKO).

1.4. De NHK heeft in het verleden de “Stichting Mechanische Registratie en Administratie” (SMRA) in het leven geroepen om te zorgen voor de registratie van de leden van de hervormde gemeenten. De SMRA is een stichting naar burgerlijk recht en daarnaast, sedert 1 mei 2004 een stichting in de zin van de Generale regeling stichtingen onder de PKO. De landelijke registratie werd voorheen geregeld in HKO 2.2.6 jo Generale regeling registers gemeenteleden art. 4.7. Voor de PKN is in ordinantie 2 (2.6, 2.7 en 2.9) PKO en de Generale regeling voor het inrichten en bijhouden van de registers van gemeente en kerk een overeenkomstige regeling getroffen.

1.5. De verzoekers sub 2 t/m 8 zijn met ingang van 1 mei 2004 als lid van de hervormde gemeente Nederhemert eveneens opgenomen in het landelijke register van de PKN.

1.6. Voordien, in een vergadering van 13 december 2003, had de kerkenraad van de hervormde gemeente Nederhemert om principiële redenen besloten geen deel uit te maken van de PKN, hetgeen hij bij brief van diezelfde datum aan de synode van de NHK heeft medegedeeld.

1.7. Op 10 maart 2004 heeft de voormelde kerkenraad aan zowel de PKN als de SMRA (nogmaals) schriftelijk bevestigd dat hij niet toe wenste te treden tot de PKN en daarbij tevens aangegeven dat hij en de leden van de hervormde gemeente Nederhemert (uitgezonderd de leden die te kennen hadden gegeven dat zij wel in de PKN “wensten meegenomen te worden”) niet instemden met enige registratie of verwerking na 30 april 2004 van hun persoonlijke gegevens betreffende hun godsdienst of levensovertuiging als bedoeld in artikel 16 Wbp door de PKN en/of de SMRA.

1.8. Bij brieven van 30 januari 2004 en 21 april 2004 heeft de generale synode van de NHK aan de kerkenraad geschreven dat zij niet aan zijn verzoek kan voldoen. Zij heeft verder, voor zover van belang, geschreven:

“Het moderamen moet u er allereerst op wijzen dat een kerkenraad van een hervormde gemeente niet de bevoegdheid heeft zich aan het besluit van de generale synode om tot vereniging van de kerken te komen te onttrekken. Het besluit dat uw gemeente niet toetreedt tot de verenigde kerk waarvan u in uw brief melding maakt, is derhalve nietig.

(...)

Voorts deelt het moderamen u mee dat volgens de kerkorde van de Nederlands Hervormde Kerk het lidmaatschap van een Hervormde gemeente en dat van de landelijke kerk volledig aan elkaar is gekoppeld.

(...)

De kern van deze regeling (neergelegd in de HKO, de rechtbank) is dat het inschrijven en uitschrijven van leden van een hervormde gemeente en van de kerk slechts geschiedt door de kerkenraad van de gemeente waartoe men behoort. Wie in het register van een gemeente wordt ingeschreven - of daaruit op uitdrukkelijk eigen verzoek wordt uitgeschreven -, wordt tevens geregistreerd in - of verwijderd uit - het landelijk register van de leden van alle hervormde gemeenten.

Dit is in de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland niet anders. Artikel III lid 2 van de protestantse kerkorde luidt: ‘Tot een gemeente - en daarmee tot de Protestantse Kerk in Nederland - behoren zij van wie de inlijving in de gemeenschap van de Kerk is bekrachtigd door de heilige doop en die als zodanig zijn ingeschreven als lid van de gemeente’. Vervolgens geeft ordinantie 2 artikel 6 tot en met 10 nadere regels voor de registratie van leden van de gemeente en daarmee van de kerk. De inschrijving en uitschrijving van gemeenteleden uit het register van de plaatselijke gemeente en (daarmee van) de landelijke kerk geschiedt uitsluitend door de kerkenraad. Het is dus na 1 mei 2004 evenmin als vóór 1 mei mogelijk om lid te zijn van een hervormde gemeente zonder daarmee tevens lid te zijn van de Protestantse Kerk in Nederland. Indien u beslist niet als lid van de Protestantse Kerk in Nederland wilt worden geregistreerd, kan dat alleen door u als lid van de plaatselijke gemeente uit het register van gemeenteleden te laten uitschrijven door uw kerkenraad. Het is dus onmogelijk om u te laten uitschrijven door de generale synode of de SMRA. De synode van de NHK - per 1 mei a.s. die van de PKN - en de SMRA hebben daartoe volgens de respectievelijke kerkorden geen bevoegdheden”.

1.9. Op 21 april 2004 heeft de synode van de NHK een brief met een zelfde inhoud als voormeld (met weglating van hetgeen in de eerste alinea is vermeld) gezonden aan de verzoekers sub 2 t/m 8.

1.10. In verband met het onder 1.6. bedoelde besluit heeft de kerkenraad van de hervormde gemeente Nederhemert op 16 april 2004 een, bij een notaris gedeponeerde, “akte van herstel ingaande op 30 april 2004 om 24.00 uur” getekend.

1.11 Bij brief van 25 november 2004 heeft [gemachtigde] namens verzoekers de synode van de PKN verzocht om toezending van de kerkelijke gegevens van de lidmaten van verzoekster sub 1 en van de verzoekers sub 2 t/m 8. Verder heeft hij in die brief verzocht de lidmaten van verzoekster sub 1 en de verzoekers sub 2 t/m 8 met terugwerkende kracht per 1 mei 2004 te 0.00 uur uit de registers van de PKN te verwijderen.

Het geschil

2. Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank de verweerders op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag, zal bevelen:

-aan hun gemachtigde binnen een week te doen toekomen de kerkelijke gegevens van de lidmaten van verzoekster sub 1 (met uitzondering van de aan de PKN bekende lidmaten die niet zijn overgegaan naar de hersteld hervormde gemeente Nederhemert) en van de verzoekers sub 2 t/m 8,

-binnen een week de lidmaten van verzoekster sub 1 en de verzoekers sub 2 t/m 8 met terugwerkende kracht per 1 mei 2004 te 0.00 uur uit de registers van de PKN te verwijderen en wel zodanig dat zij daarin van meet af aan onbekend zijn, met de veroordeling voorts om van die verwijdering binnen een week een betrouwbaar geschrift aan de verzoekers te doen toekomen, welk bewijs tenminste dient te bestaan uit een recent validatierapport van het systeem en een quality control bewijs per geval, beide van en ondertekend door een van de PKN en SMRA onafhankelijk extern instituut.

De verzoekers hebben daaraan, kort weergegeven, ten grondslag gelegd dat het uitgangspunt van de Wbp is dat iemands persoonsgegevens slechts mogen worden verwerkt indien hij daartoe zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend en dat een eenmaal verleende toestemming bovendien - zonder nadere toelichting - weer kan worden ingetrokken (artikel 8 aanhef en onder a juncto artikel 5 lid 2 van de Wbp). Dat lijdt voor kerkgenootschappen slechts in zoverre uitzondering dat iemand die daartoe behoort geacht wordt die toestemming te hebben verleend (art. 17 lid 1 sub a Wbp), maar dat laat onverlet zijn recht om die toestemming in te trekken (art. 23 lid 1 sub a Wbp), zoals de verzoekers bij brief hebben gedaan.

3. De verweerders hebben gemotiveerd verweer gevoerd op gronden die hierna aan de orde zullen komen.

De beoordeling van het geschil

4. De verweerders hebben hun (preliminaire) verweer, dat verzoekers de wettelijke termijn van art. 35 Wbp niet in acht hebben genomen, in dit bijzondere geval laten varen, zodat daarop verder niet behoeft te worden ingegaan.

5. De verweerders hebben allereerst opgeworpen dat [gemachtigde] niet bevoegd is namens de hervormde gemeente Nederhemert op te treden, omdat de door hem overgelegde machtiging niet is afgegeven door deze hervormde gemeente, maar door het (kennelijk) nieuw gevormde kerkgenootschap de hersteld hervormde gemeente Nederhemert. De verzoekers hebben dat betwist. Zij stellen zich op het standpunt dat de hervormde gemeente Nederhemert en de hersteld hervormde gemeente Nederhemert - mede gelet op het hiervoor onder 1.6 genoemde besluit en de onder 1.10 bedoelde akte - als een en dezelfde rechtspersoon is te beschouwen.

6. Het verweer treft doel. In het kader van deze procedure moet als uitgangspunt worden genomen dat het opgaan van de NHK in de PKN door het hiervoor genoemde besluit van 12 december 2003 definitief is geworden. Van verzoekers mag worden verwacht dat zij zich naar de regels van het recht en volgens democratisch principe neerleggen bij genomen meerderheidsbesluiten. Dat betekent tweeërlei. Óf zij maken voortaan deel uit van de PKN, of zij volgen de NHK niet in de PKN en zullen voortaan verder moeten gaan in een eigen (nieuw te vormen) kerkgenootschap. Dat laatste hebben verzoekers, door de vorming van de hersteld hervormde gemeente Nederhemert in feite al gedaan. De lidmaten van de hervormde gemeente Nederhemert die te kennen hebben gegeven sedert 1 mei 2004 wèl deel te willen uitmaken van de PKN (volgens verzoekers achttien, volgens verweerders meer) zijn sedertdien de hervormde gemeente Nederhemert blijven vormen. Dat laatstbedoelde gemeente per 1 mei 2004 is overgegaan in de hersteld hervormde gemeente kan dan ook niet worden aanvaard. Dat betekent dat [gemachtigde] zonder uitdrukkelijke machtiging van de hervormde gemeente Nederhemert niet kan optreden namens die gemeente, maar enkel namens de hersteld hervormde gemeente Nederhemert en de verzoekers sub 2 t/m 8. De consequentie daarvan is tevens dat thans niet aan de orde kan komen het (namens de hervormde gemeente Nederhemert door [gemachtigde] onbevoegdelijk) opgeworpen verweer dat - kort weergegeven - het gezamenlijk genomen besluit van de drie synodes om per 1 mei 2004 te fuseren tot de PKN en (daarmee samenhangend) de vaststelling van een nieuwe, gezamenlijke, kerkorde met daarbij behorende ordinanties, overgangsbepalingen en generale regelingen, in strijd zou zijn met de regels van het burgerlijk recht.

7. Voor de beoordeling van het verzoek is overigens het volgende van belang.

8. Tussen de partijen is niet in geschil dat de PKN en/of de SMRA houdster is van een bestand van persoonsgegevens en dat zij de verantwoordelijke(n) is/zijn in de zin van de Wbp.

9. Uit hetgeen hiervoor in rechtsoverweging 6 is overwogen volgt dat de hersteld hervormde gemeente Nederhemert (als nieuw gevormd kerkgenootschap) als zodanig nooit in de registers van de verweerders is opgenomen. Daarbij komt dat, zoals de verweerders onweersproken hebben aangevoerd, uit (de bijlagen bij) het verzoek niet blijkt welke individuele personen, anders dan de verzoekers sub 2 t/m 8, lid zijn van de hersteld hervormde gemeente Nederhemert, noch dat die personen daadwerkelijk willen worden uitgeschreven uit de plaatselijke en landelijke registers van hervormde gemeente Nederhemert/PKN. In zoverre kan het verzoek reeds daarom niet slagen.

10. Wat betreft de verzoekers sub 2 t/m 8 is, anders dan de verweerders hebben opgeworpen, wel voldoende gebleken dat zij lid zijn van de hersteld hervormde gemeente Nederhemert, alsmede dat zij - in de situatie dat ervan moet worden uitgegaan dat de hervormde gemeente Nederhemert en de hersteld hervormde gemeente Nederhemert naast elkaar bestaan - daadwerkelijk willen worden uitgeschreven uit de plaatselijke en landelijke registers van hervormde gemeente Nederhemert/PKN.

11. In de kerkelijke regeling - ordinantie 2, artikel 9 PKO en artikel 9 van de Generale regeling voor het inrichten en bijhouden van de registers van gemeente en kerk - is omtrent de (landelijke) registratie van leden het volgende bepaald:

(ordinantie 2 artikel 9)

“1. Ten behoeve van de continuïteit van de registratie van de leden van de gemeenten en van de onderlinge uitwisselbaarheid van de verzamelde gegevens doet de generale synode een registratie onderhouden van de leden van alle gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland.

2. De gemeenten zijn gehouden ten behoeve van de landelijke ledenregistratie alle mutaties op het leden bestand van de gemeente, die haar ter kennis komen, aan de generale synode ter beschikking te stellen, terwijl de gemeenten een opgave ontvangen van de in de landelijke ledenregistratie aangebrachte mutaties die hun gemeente betreffen.”

(GR ledenregistratie art. 9)

“1. (...)

2. Indien iemand die als lid is ingeschreven in het register van een gemeente tegenover de kerkenraad of één van zijn leden uitdrukkelijk verklaart, dat betrokkene zichzelf wil onttrekken aan de gemeenschap van de kerk respectievelijk zich daaraan reeds heeft onttrokken respectievelijk niet tot de gemeenschap van de kerk behoort, maar niet bereid is een schriftelijke verklaring daaromtrent af te geven, kan de kerkenraad in het uiterste geval het besluit nemen tot beëindiging van de registratie als bedoeld in ordinantie 2-7.

Betrokkene wordt vanwege de generale synode in kennis gesteld van dit besluit en wordt in de gelegenheid gesteld kenbaar te maken dat dit besluit ongedaan moet worden gemaakt. Maakt betrokkene dit kenbaar dan blijft deze behoren tot de gemeente - en daarmee tot de kerk - en wordt de registratie gehandhaafd.”

12. Daaruit volgt enerzijds dat met het lidmaatschap van de plaatselijke kerk (in dit geval de hervormde gemeente Nederhemert) onlosmakelijk is verbonden het lidmaatschap met de PKN - hetgeen ook elders in de PKO, met name in art. II.2, III.2 en ordinantie 2 artikel 2 is vastgelegd - en anderzijds dat slechts de kerkenraad bevoegd is de verzoekers als lid uit te schrijven, waarna automatisch uitschrijving uit het register van de PKN volgt. Mochten de verzoekers het met enige in dit kader door de hervormde gemeente of de PKN te nemen beslissing niet eens zijn dan kunnen zij bezwaar maken op de voet van artikel 9.2 van de GR ledenregistratie en daarna eventueel bij het College voor de behandeling van bezwaren en geschillen van de PKN (ordinantie 12 PKO).

13. De PKN heeft aangegeven bereid te zijn de verzoekers sub 2 t/m 8 op eerste verzoek terstond uit te schrijven, dat wil zeggen, nadat zij een ingevolge de kerkelijke regeling vereist verzoek aan de kerkenraad van de hervormde gemeente Nederhemert (of bij afwezigheid daarvan aan het breed moderamen van de classicale vergadering van Bommel respectievelijk de commissie van bijzondere zorg, die beide bevoegd zijn voor de hervormde gemeente Nederhemert op te treden) tot uitschrijving hebben gedaan. De omstandigheid dat de verzoekers het met deze uit de kerkelijke regelingen voortvloeiende “route” niet eens zijn omdat zij ervan uitgaan dat de hervormde gemeente Nederhemert is overgegaan in de hersteld hervormde gemeente Nederhemert die niet tot de PKN behoort, kan dat niet anders maken omdat dat, zoals al overwogen, in het kader van deze procedure niet kan worden aanvaard. Voor zover de verzoekers tevens hebben bedoeld te stellen dat zij het met de uit de voormelde kerkelijke regelingen voortvloeiende “route” uit geloofsovertuiging niet eens zijn gaat ook dat niet op, omdat dat, hoewel begrijpelijk, geen (privacy)belang is dat door de Wbp wordt beschermd. Daarmee komt ook ten aanzien van de verzoekers sub 2 t/m 8 het belang aan het onderhavige verzoek te ontvallen. De vraag of de kerkelijke regeling op dit punt strijdig is met de wet en op grond van onder meer het bepaalde in artikel 2:2 BW moet wijken voor de wet kan in het kader van de behandeling van een verzoek als het onderhavige, dat immers is gegrond op art. 46 Wbp, niet aan de orde komen. Daartoe dient zonodig een afzonderlijke, op de beantwoording van die vraag toegesneden rechtsgang te worden gevolgd. De rechtbank heeft ter zitting begrepen dat een dergelijke, op beantwoording van onder meer die vragen toegesneden, procedure aanhangig is bij de rechtbank Utrecht.

14. De slotsom is dat verzoekers bij gebrek aan belang niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun verzoek. Voor een kostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding.

De beslissing

De rechtbank,

verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek.

Deze beschikking is gegeven te Arnhem door mr. R.A. van der Pol, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2005 in tegenwoordigheid van de griffier E. Davelaar.

De griffier: De rechter:

Coll.: ED