Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AR8853

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
03-11-2004
Datum publicatie
06-01-2005
Zaaknummer
111683
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomst keuken.

Geen ontbindende voorwaarde en ook geen overmacht.

In casu is geen sprake van betaling van schadevergoeding maar van nakoming, daarom geen matigingsbevoegdheid van de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 111683 / HA ZA 04-575

Datum vonnis: 3 november 2004

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOUWBEDRIJF GEBR. VAN WANROOIJ B.V.,

handelend onder de naam

GEBR. VAN WANROOIJ KEUKEN- EN BADKAMERINTERIEURS,

gevestigd te Geffen, gemeente Maasdonk,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. A.H.J. Cornelissen,

advocaat mr. J.J. Beerens te Oss,

tegen

1. [gedaagde 1],

2. [gedaagde 2],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur en advocaat mr. E. Weijer.

Eiseres wordt hierna tevens Van Wanrooij genoemd, gedaagden worden tevens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.

Het verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 2 juni 2004 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken. Vervolgens is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

2.1 Tussen Van Wanrooij enerzijds en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] anderzijds is een overeenkomst tot stand gekomen terzake de koop van een keuken voor een totaal bedrag van € 6.850,--. Gedaagden hebben 25% van de koopsom, derhalve een bedrag van € 1.712,50, aanbetaald. De overeenkomst is bij brief van 11 november 2002 bevestigd.

2.2 In deze brief wordt onder meer het volgende vermeld:

“Betreft: bnr. 24, Type B, 19 huurwoningen BCW [woonplaats] Hamkavoet. Offerte nummer 9564.

Geachte heer en mevrouw [gedaagde 2],

Hierbij bevestigen wij Uw opdracht voor het leveren en plaatsen van een Schröder keuken, type Modena vanille na oplevering t.b.v. bovengenoemde woning, geheel volgens bijgaande omschrijvingen en tekeningen.

2.3 [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zouden verhuizen naar het huis dat gebouwd werd aan de [adres] te [woonplaats]. Dit huis was hen door de woningbouwvereniging, Stichting Betuwse Combinatie Woongoed (BCW), toegewezen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn echter nooit naar die woning verhuisd, maar zijn uiteindelijk blijven wonen in de wisselwoning gelegen aan [adres] te [woonplaats].

Het geschil

In conventie

3.1 Van Wanrooij vordert in conventie dat de rechtbank [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroordeelt, uitvoerbaar bij voorraad, om hoofdelijk aan haar te betalen het bedrag van € 5.799,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2003 tot aan de dag der algehele voldoening en met veroordeling van gedaagden in de kosten van de procedure.

3.2 Zij voert daartoe aan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in gebreke zijn gebleven met de nakoming van de koopovereenkomst.

3.3 [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren gemotiveerd verweer.

In reconventie

3.4 In reconventie vorderen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] primair een verklaring voor recht dat de overeenkomst tot koop en levering van de keuken buitengerechtelijk is ontbonden. Subsidiair vorderen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ontbinding van de koopovereenkomst. Zowel primair als subsidiair vorderen zij de veroordeling van Van Wanrooij tot restitutie van het door hen betaalde voorschot ter hoogte van € 1.712,50 inclusief BTW. Tenslotte vorderen zij de veroordeling van Van Wanrooij in de kosten van de procedure.

3.5 Van Wanrooij voert gemotiveerd verweer. Zij stelt dat tussen partijen een overeenkomst van kracht is, die door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] simpelweg moet worden nagekomen. Ter comparitie heeft de advocaat van Van Wanrooij voorts verklaard, dat de keuken al besteld en geleverd was op het moment dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hadden laten weten de keuken niet meer te willen afnemen.

De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie

4.1 Vast staat dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen terzake de verkoop, levering en montage van een keuken door Van Wanrooij aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] beroepen zich primair op de intreding van een ontbindende voorwaarde. De rechtbank kan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in dit verweer niet volgen. Naar het oordeel van de rechtbank vormt de enkele verwijzing naar het bouwnummer in de koopovereenkomst van de keuken geen ontbindende voorwaarde op grond waarvan de koopovereenkomst kan worden ontbonden als de keuken niet geleverd kan worden op het adres met dat bouwnummer. Indien [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het voorbehoud hadden willen maken dat de keuken alleen dan door hen zou worden gekocht als zij naar een woning met een bepaald bouwnummer zouden verhuizen, had het op hun weg gelegen dit voorbehoud uitdrukkelijk te formuleren.

4.2 [gedaagde 1] en [gedaagde 2] stellen zich subsidiair op het standpunt dat sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden dan wel van overmacht. Zij stellen dat zij vanwege een fout van BCW de woning niet konden accepteren, waardoor zij voor die woning geen keuken meer nodig hadden. De keuken kon ook niet geplaatst kon worden in de huidige woning van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. Omdat het afwijzen van de woning het gevolg was van een fout van de woningbouwvereniging kan het niet afnemen van de keuken volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet aan hen worden toegerekend.

4.3 Dit beroep op overmacht faalt. Ook als er sprake zou zijn van een fout van de woningbouwvereniging, komt het feit dat de woning die [gedaagde 1] en [gedaagde 2] was toegewezen niet aan hun verwachtingen voldeed, zodat zij die woning niet hebben geaccepteerd, in de rechtsverhouding tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] enerzijds en Van Wanrooij anderzijds voor risico van [gedaagde 1] en [gedaagde 2].

4.4 Ook voor de stelling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de overeenkomst zou moeten worden gewijzigd geldt, dat, zo er al sprake is van bijzondere omstandigheden, deze in de risicosfeer van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] liggen zodat hieruit niet volgt dat de overeenkomst zou moeten worden gewijzigd.

4.5 [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben tenslotte een beroep gedaan op de bevoegdheid van de rechtbank om het te betalen bedrag te matigen. In casu is geen sprake is van een vordering tot betaling van schadevergoeding, maar van een vordering tot nakoming van een overeenkomst die door partijen vrijwillig is aangegaan, waardoor er in beginsel geen ruimte is om het te betalen bedrag te matigen. Door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is echter onbetwist gesteld dat in de vordering van Van Wanrooij ook de kosten van montage van de keuken zijn begrepen. Dit blijkt ook uit de opdrachtbevestiging die in het geding is gebracht. De rechtbank acht het evenwel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat deze kosten in rekening worden gebracht, terwijl de keuken niet is (en ook niet zal worden) gemonteerd. De rechtbank zal de betalingsverplichting van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dan ook matigen in die zin, dat zij de kosten van montage van de vordering in hoofdsom zal aftrekken. Nu Van Wanrooij niet heeft aangegeven hoe hoog deze kosten zijn, zal de rechtbank deze kosten begroten op € 1.000,-- inclusief B.T.W.

4.6 Uit het voorgaande volgt dat de vordering in conventie zal worden toegewezen tot het bedrag van € 4.799,50 en dat de vordering in reconventie zal worden afgewezen.

De beslissing

De rechtbank:

in conventie

1. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om aan Van Wanrooij een bedrag van € 4.799,50 (vierduizend zevenhonderdnegenennegentig euro en vijftig eurocent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 19 juni 2003 tot aan de dag der algehele voldoening;

2. veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de kosten van de procedure in conventie; deze kosten worden, voor zover tot op heden aan de zijde van [gedaagde 2] gevallen, bepaald op € 288,-- wegens verschotten en € 662,-- wegens salaris procureur;

3. wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

In reconventie

4. Wijst de vorderingen af;

5. Veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de kosten van de procedure in reconventie, deze kosten worden tot op heden bepaald op € 165,50 wegens salaris procureur,

In conventie en in reconventie

Verklaart de onderdelen 1, 2 en 5 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.D. Jacobs en uitgesproken in het openbaar op 3 november 2004.

de griffier de rechter