Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AR5780

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
17-11-2004
Datum publicatie
17-11-2004
Zaaknummer
05/090295-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn slachtoffer hebben verklaard telefoongesprekken met elkaar te hebben gevoerd waarbij zij elkaar seksueel opwonden en waarbij zij zichzelf aftrokken. Hoewel verdachte en zijn slachtoffer zich op verschillende locaties bevonden tijdens deze gesprekken, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van wederkerige ontuchtige handelingen. Immers hebben verdachte en zijn slachtoffer elkaar over en weer dusdanig seksueel opgewonden dat zij elkaar ertoe gebracht hebben zichzelf tijdens deze gesprekken af te trekken. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte ontucht heeft gepleegd met het minderjarige slachtoffer zoals in de bewezenverklaring omschreven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/090295-03

Datum zitting: 3 november 2004

Datum uitspraak: 17 november 2004

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Overijssel, HvB Karelskamp, Bornsestraat 333

Almelo.

Raadsman: mr. J.C.C.M. Brand, advocaat te Westervoort.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegelaten vordering nadere omschrijving tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 augustus 2003

tot en met 30 september 2003 te Amsterdam en/of Arnhem, althans in Nederland, met M.L. [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt (telkens) (een) ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, bestaande voormelde ontuchtige handeling(en)

(telkens) hierin dat verdachte met voornoemde [slachtoffer] (een) seksueel geladen

en/of prikkelend(e) telefoongesprek(ken) heeft gevoerd, waardoor/waarbij

verdachte en die [slachtoffer] elkaar seksueel hebben opgewonden en/of zichzelf

(vervolgens) hebben afgetrokken; (zaakdossier 27)

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 augustus 2003

tot en met 30 september 2003 te Amsterdam en/of Arnhem, althans in Nederland, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voorvloeiend overwicht, te weten verdachtes leeftijdsoverwicht, de minderjarige M.L. [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]), wiens minderjarigheid verdachte kende of redelijkerwijs moest vermoeden, (telkens) opzettelijk heeft bewogen (een) ontuchtige handeling(en) met hem, verdachte, te plegen of (een) zodanige handeling(en) van hem, verdachte, te dulden, bestaande voormelde ontuchtige handeling(en) (telkens) hierin dat verdachte met voornoemde [slachtoffer] (een) seksueel geladen en/of prikkelend(e) telefoongesprek(ken) heeft gevoerd, waardoor/waarbij verdachte en die [slachtoffer] elkaar seksueel hebben opgewonden en/of zichzelf (vervolgens) hebben afgetrokken;

2.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 20 en/of 21 november 2003 te

Arnhem tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) M.L.L. [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]) en/of

J.A.F. [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]) (telkens) hebben/heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (mede) bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of [slachtoffer], te weten het door voornoemde [slachtoffer] en/of [slachtoffer] in de mond laten nemen van verdachtes en/of verdachtes mededaders penis en/of het door verdachte en/of verdachtes mededader in de mond nemen van de penis van die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of het door die [slachtoffer] laten duwen/brengen van diens penis in verdachtes anus en/of het (daarbij) door verdachtes mededader strelen en/of (tong)zoenen van die [slachtoffer] en/of het door verdachtes mededader kussen van de penis van die [slachtoffer] en/of het door die [slachtoffer] laten duwen/brengen van diens penis in verdachtes mededaders anus en/of het door verdachte en/of verdachtes mededader duwen/brengen van de penis tegen/in de anus van die [slachtoffer] en/of [slachtoffer], welk geweld of andere feitelijkhe(i)d(en) en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte en/of verdachtes mededader voormelde - uit een internaat weggelopen - [slachtoffer] en/of [slachtoffer] (dreigend) hebben/heeft toegevoegd dat de politie zou worden ingelicht indien zij/hij, [slachtoffer] en/of [slachtoffer], niet zou(den) meewerken en/of (verder) misbruik hebben/heeft gemaakt van de - voor wat betreft het verkrijgen van onderdak - afhankelijke positie waarin die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] verkeerde(n) en/of van hun/zijn geestelijk en/of lichamelijk overwicht op die [slachtoffer] en/of [slachtoffer]; (zaakdossier 23)

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 20 en/of 21 november 2003 te

Arnhem tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met

M.L.L. [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]) en/of J.A.F. [slachtoffer] (geboren

op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die

van zestien jaren had(den) bereikt, buiten echt (telkens) (een) ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd die (mede) bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of [slachtoffer], te weten het

door voornoemde [slachtoffer] en/of [slachtoffer] in de mond laten nemen van verdachtes en/of verdachtes mededaders penis en/of het door verdachte en/of verdachtes mededader in de mond nemen van de penis van die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of het door die [slachtoffer] laten duwen/brengen van diens penis in verdachtes anus en/of het (daarbij) door verdachtes mededader strelen en/of (tong)zoenen van die [slachtoffer] en/of het door verdachtes mededader kussen van de penis van die [slachtoffer] en/of het door die [slachtoffer] laten duwen/brengen van diens penis in verdachtes mededaders anus en/of het door verdachte en/of verdachtes mededader duwen/brengen van de penis tegen/in de anus van die [slachtoffer] en/of [slachtoffer];

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 tot en met 24

november 2003 en/of op of omstreeks 26 en/of 27 november 2003 te Arnhem

(telkens) opzettelijk een of meer minderjarigen, te weten M.L.L. [slachtoffer]

(geboren op [geboortedatum]) en/of J.A.F. [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]) en/of T.E. [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]), heeft onttrokken aan

het wettig over hen/hem gestelde gezag en/of aan het opzicht van degene die

dit desbevoegd over hen/hem uitoefende, hierin bestaande dat verdachte

voornoemde [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of [slachtoffer] (telkens) - zonder

uitdrukkelijke toestemming of goedkeuring - onderdak heeft verleend;

(zaakdossier 23)

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 oktober 2002

tot en met 27 november 2003 te Arnhem en/of (elders) in Nederland (telkens)

(een) afbeelding(en) - en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende (een)

afbeelding(en) - van (een) seksuele gedraging(en), waarbij (een) perso(o)n(en)

is/zijn betrokken en/of schijnbaar is/zijn betrokken die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet heeft/hebben bereikt, heeft verspreid en/of

vervaardigd en/of in bezit heeft gehad, bestaande die afgebeelde seksuele

gedraging(en) uit (met name) (een) geheel of gedeeltelijk ontklede

minderjarige jongen(s) die anaal wordt/worden gepenetreerd en/of een penis in

de mond neemt/nemen en/of zichzelf/elkaar aftrekt/aftrekken en/of op een

dusdanige wijze poseert/poseren dat de penis en/of anus nadrukkelijk in beeld

worden/wordt gebracht, welke wijze van poseren kennelijk bedoeld is om

seksuele prikkeling te wekken, en zijnde voornoemde seksuele gedraging(en)

afgebeeld en/of vastgelegd op/in een harde schijf en/of een of meer

videobanden en/of CD-roms; (zaakdossier 07)

5.

hij in of omstreeks de periode van 04 maart 2002 tot en met 27 november 2003

te Arnhem en/of Kollum, gemeente Kollumerland Ca, en/of Drachten, gemeente Smallingerland, en/of Amsterdam en/of Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, en/of Delfzijl en/of Amstelveen en/of (elders) in Nederland en/of in Tunesie, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit (onder meer) verdachte en/of [medeverdachten], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven tegen de zeden, te weten:

- het seksueel binnendringen van en/of plegen van ontucht(ige handelingen) met jongens welke de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, en/of

- het verspreiden en/of vervaardigen en/of in voorraad/in bezit hebben van

(gegevensdragers met) kinderpornografische afbeeldingen,

althans de misdrijven van de artikelen 242, 244, 245, 247, 248a, 248b, 249,

250 en/of 240b van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval het plegen van

misdrijven; (zaakdossiers 01 t/m 04, 06 t/m 11, 19, 23, 26, 28, 40 en 53)

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 3 november 2004 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door

mr. J.C.C.M. Brand, advocaat te Westervoort.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

? M.L.L. [slachtoffer], wonende [adres], en

? J.A.F. [slachtoffer], wonende [adres]

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Daarnaast heeft de officier van justitie terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege gevorderd.

De officier van justitie heeft voorts verzocht dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer] en [slachtoffer] tot een bedrag van

€ 4.950,00 worden toegewezen en dat er ten aanzien van beide vorderingen een schadever-goedingsmaat-regel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opge-legd tot deze bedragen.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2 primair en onder 5 is tenlastege-legd en zal hem daarvan vrij-spreken.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt:

Ten aanzien van feit 2 primair:

Uit het dossier is gebleken dat verdachte en/of zijn medeverdachte seksuele handelingen –waaronder seksueel binnendringen- hebben verricht met J.A.F. [slachtoffer] en M.L.L. [slachtoffer].

De rechtbank acht echter niet aannemelijk dat verdachte en/of zijn medeverdachte genoemde [slachtoffer] en [slachtoffer] tot (het ondergaan van) deze handelingen gedwongen hebben. De rechtbank hecht aan de verklaringen van genoemde [slachtoffer] en [slachtoffer] op dit punt minder waarde dan aan de verklaringen van verdachte en [medeverdachte].

Ten aanzien van feit 5:

Uit het dossier is gebleken dat verdachte en andere verdachten in deze zaak in het bezit waren van -kortgezegd- kinderporno, en/of dat zij deze verspreid hebben. Ook is uit het dossier gebleken dat door verdachte en andere verdachten ontuchtige handelingen met minderjarigen zijn gepleegd.

Hoewel enkele van deze misdrijven in vereniging zijn begaan en er derhalve sprake is geweest van enige samenwerking, was deze samenwerking min of meer toevallig en ontbrak enige structuur of duurzaamheid zodat naar het oordeel van de rechtbank niet van een organisatie kan worden gesproken. De rechtbank merkt hierbij op dat dit ook geldt voor de gezamenlijke reizen naar Tunesië die overigens in de tenlastelegging niet nader zijn omschreven.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 subsidiair, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 16 augustus 2003

tot en met 30 september 2003 te Amsterdam en/of Arnhem, met M.L. [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande voormelde ontuchtige handelingen hierin dat verdachte met voornoemde [slachtoffer] seksueel geladen en/of prikkelend(e) telefoongesprekken heeft gevoerd, waarbij verdachte en die [slachtoffer] elkaar seksueel hebben opgewonden en zichzelf hebben afgetrokken;

2.

hij op tijdstippen op 20 en/of 21 november 2003 te

Arnhem tezamen en in vereniging met een ander met

M.L.L. [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]) en J.A.F. [slachtoffer] (geboren

op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die

van zestien jaren had(den) bereikt, buiten echt ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd die (mede) bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] en [slachtoffer], te weten het

door voornoemde [slachtoffer] en [slachtoffer] in de mond laten nemen van verdachtes respectievelijk verdachtes mededaders penis en het door verdachte en verdachtes mededader in de mond nemen van de penis van die [slachtoffer] respectievelijk [slachtoffer] en het door die [slachtoffer] laten duwen/brengen van diens penis in verdachtes anus en het (daarbij) door verdachtes mededader strelen en (tong)zoenen van die [slachtoffer] en het door verdachtes mededader kussen van de penis van die [slachtoffer] en het door die [slachtoffer] laten duwen/brengen van diens penis in verdachtes mededaders anus en het door verdachte en verdachtes mededader duwen/brengen van de penis tegen/in de anus van die [slachtoffer] respectievelijk [slachtoffer];

3.

hij in de periode van 20 tot en met 24 november 2003 en op of omstreeks 26 en/of 27 november 2003 te Arnhem opzettelijk minderjarigen, te weten M.L.L. [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]) en J.A.F. [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]) en T.E. [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]), heeft onttrokken aan het wettig over hen gestelde gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hen uitoefende, hierin bestaande dat verdachte

voornoemde [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] onderdak heeft verleend;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2002 tot en met 27 november 2003 te Arnhem (telkens) (een) afbeelding(en) - en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende (een) afbeelding(en) - van (een) seksuele gedraging(en), waarbij (personen zijn betrokken die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, heeft verspreid en in bezit heeft gehad, bestaande die afgebeelde seksuele gedraging(en) uit ontklede minderjarige jongens die anaal worden gepenetreerd en/of een penis in de mond nemen, en zijnde voornoemde seksuele gedraging(en) afgebeeld en/of vastgelegd op/in een harde schijf en/of een of meer videobanden en/of CD-roms;

Ten aanzien van feit 1 overweegt de rechtbank als volgt:

Verdachte en zijn slachtoffer hebben verklaard telefoongesprekken met elkaar te hebben gevoerd waarbij zij elkaar seksueel opwonden en waarbij zij zichzelf aftrokken.

Hoewel verdachte en zijn slachtoffer zich op verschillende locaties bevonden tijdens deze gesprekken, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van wederkerige ontuchtige handelingen. Immers hebben verdachte en zijn slachtoffer elkaar over en weer dusdanig seksueel opgewonden dat zij elkaar ertoe gebracht hebben zichzelf tijdens deze gesprekken af te trekken. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte ontucht heeft gepleegd met het minderjarige slachtoffer zoals in de bewezenverklaring omschreven.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

feit 2 subsidiair:

medeplegen van het met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

feit 3:

onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag/bevoegd opzicht;

feit 4:

een afbeelding -of een gegevensdrager bevattende een afbeelding- van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden en bezitten, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Over verdachte is een multidisciplinair rapport opgemaakt door drs. F. Van Nunen, klinisch psycholoog, en dr. L.H.W.M. Kaiser, psychi-ater, respectievelijk geda-teerd 4 maart 2004 en 1 maart 2004, waarin zij conclu-deren dat bij verdachte ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde feit sprake was van een ziekelijke stoornis dan wel gebrekkige ontwikkeling van de geestvermo-gens. Volgens de deskundigen had verdachte alstoen voldoende inzicht in de wederrechte-lijkheid van de begane feiten, maar kon hij zijn wil verminderd conform een dergelijk besef bepalen, zodat hij als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden aangemerkt.

De rechtbank verenigt zich met die conclusie.

Overeenkomstig deze conclusie kan niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is. Er is voorts ook geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 9 oktober 2004;

- de onder 5. genoemde rapportages;

- een voorlichtingsrapport van de (stichting) Reclassering Nederland, gedateerd 25 mei 2004, betreffende verdachte; en

- een tweetal adviesrapportages van de (stichting) Reclassering Nederland betreffende verdachte en gedateerd 12 augustus 2004 en 28 oktober 2004.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

De officier van justitie heeft in deze zaak een zeer langdurige gevangenisstraf naast terbeschikkingstelling met dwangverpleging gevorderd. Bij deze zware eis was maatgevend dat de officier van justitie uitgaat van een criminele organisatie, gericht op het plegen van ontucht met jongens beneden de leeftijd van zestien en op het verspreiden en vervaardigen van kinderpornografie. De rechtbank acht echter niet bewezen dat sprake is geweest van een criminele organisatie in de zin van art. 140 van het Wetboek van Strafrecht, aangezien de samenwerking niet voldeed aan de daarvoor geldende criteria.

Een van de pijlers van die criminele organisatie waren de zogenoemde seksreizen naar Tunesië, alwaar in wisselende samenstellingen tegen betaling ontucht is gepleegd met jonge jongens. Deze seksreizen kunnen voor de rechtbank echter niet meewegen in de strafmaat, omdat de rechtbank die criminele organisatie niet bewezen acht en de ontucht met deze Tunesische kinderen niet afzonderlijk is tenlastegelegd.

Voorts was voor de officier van justitie bij haar eis van groot belang dat zij ervan uitging dat verdachte en zijn medeverdachte twee, uit een internaat weggelopen, jongens tot ontucht hebben gedwongen. De rechtbank acht echter niet bewezen dat bij deze ontucht sprake is geweest van dwang en dus van verkrachting in de zin van art. 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Al en met al komt de rechtbank derhalve tot een aanzienlijk geringere bewezenverklaring en strafbaarheid dan de officier van justitie.

Nog steeds blijven ernstige strafbare feiten over. Verdachte heeft kort voor zijn aanhouding samen met een medeverdachte vergaande ontucht gepleegd met twee weggelopen jongens en verdachte dient ook bestraft te worden voor de verspreiding en het bezit van kinderporno. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan ontucht met een minderjarige door zogenaamde telefoonseks met hem te plegen.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij de bevrediging van zijn lusten keer op keer heeft laten prevaleren boven het besef dat kinderen, die op zo jonge leeftijd worden onderworpen aan dit soort seksuele handelingen, grote psychische, lichamelijke en emotionele schade kunnen oplopen, die hun verdere ontwikkeling ernstig kan belemmeren.

Gelet echter op de straffen, die voor dit soort feiten plegen te worden opgelegd, en gelet op het blanco strafblad van verdachte, komt de door de officier van justitie gevorderde langdurige gevangenisstraf niet aan de orde. Dit geldt ook voor de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging, waartoe overigens ook niet door de gedragsdeskundigen is geadviseerd.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Door de deskundigen is gerapporteerd dat verdachte waarschijnlijk lijdende is aan een pervasieve ontwikkelingsstoornis en pedofilie met homoseksuele richting in de context van een relatie. Door de deskundigen wordt de kans op herhaling van een vergelijkbaar delict niet uitgesloten en is die kans zonder behandeling groot omdat verdachte weer zal vereenzamen en hij onvoldoende beducht is op gevarensituaties in relatie tot de recidivekans. Vanuit eenzaamheid zal hij weer contacten zoeken. Vanuit zijn hunkering naar een relatie is de kans erg groot dat hij weer een dergelijke relatie aan zal gaan.

De deskundigen adviseren, binnen het kader van een TBS met voorwaarden, een klinische behandeling van waaruit gewerkt kan worden aan een vorm van beschermd en gezamenlijk wonen.

Op grond van bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de ernst van de feiten, de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist.

De maatregel wordt voorts gegrond op de door verdachte begane misdrijven, die behoren tot een der misdrijven genoemd in artikel 37a, eerste lid onder 1? van het Wetboek van Strafrecht.

Nu voldaan is aan de wettelijke voorwaarden zal de rechtbank de ter beschik-kingstelling gelasten en zal zij daaraan de voorwaarden verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, dat hij zich zal laten behandelen en dat hij zal deelnemen aan een woonvorm, een en ander zoals hierna onder 8. nader beschreven.

6a. De beoordeling van de civiele vorde-ringen, alsmede de

gevor-derde op-legging van de schadevergoedings-maat-regel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vorde-ring, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

Aan de benadeelde partijen [slachtoffer] en [slachtoffer] is door het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermo-gensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen, ook al is een andere dader daarbij betrokken. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die bedoeld in artikel 6:106 van het Burger-lijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid moet deze schade worden begroot op een bedrag van € 1000,00.

Voor de toewijsbare delen van de vorderingen geldt tevens dat de rechtbank de schadevergoe-dingsmaatregel ex art. 36f van het Wetboek van Strafrecht zal toepassen en dus verdachte de verplich-ting zal opleggen de helft van het toegewezen een bedrag, gelijk aan het door de rechtbank toe te wijzen schadebe-drag -nu verdachte dit feit heeft begaan met [medeverdachte]-, aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partijen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is, behalve op de hiervoor genoemde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 37a, 38, 38a, 47, 57, 240b, 245, 247 en 279 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder 2 primair en onder 5 tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer-legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat veroordeelde ter beschikking wordt gesteld met voorwaarden en stelt daarbij de volgende voorwaarden:

- veroordeelde zal zich laten behandelen in De Waag te Utrecht of een andere door de reclassering Nederland aan te wijzen instelling, voor zolang deze instelling in overleg met de reclassering dit nodig acht;

- veroordeelde zal zich houden aan de behandelvoorschriften van de hierboven bedoelde instelling;

- veroordeelde zal de reclassering Nederland op de hoogte houden van de inhoud en voortgang van de behandeling;

- veroordeelde zal toestaan dat de reclassering Nederland door de behandelende instelling over de behandeling wordt ingelicht;

- veroordeelde zal deelnemen aan de woonvorm Exodus te Utrecht of aan een andere door de reclassering Nederland aan te wijzen woonvorm;

- veroordeelde zal zich tijdens en na de behandeling houden aan de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering Nederland.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwer-pen waarop kinderporno is afgebeeld en/of vastgelegd.

Beveelt de teruggave van het overige inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan de veroordeelde.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover [medeverdachte] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover zal zijn gekweten - tegen kwijting aan M.L.L. [slachtoffer], wonende te [adres], te betalen € 1000,00 (zegge: duizend euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk nu de vordering voor dat gedeelte niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Verstaat dat de vordering voor wat dit betreft kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Maatregel van schadevergoeding ad € 500,00, subsidiair 10 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer M.L.L. [slachtoffer], wonende te [adres], te betalen € 500,00, (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover veroordeelde of

[medeverdachte] heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer M.L.L. [slachtoffer], het daarmee corresponderende gedeelte van de civielrechtelijke verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeel-de aan de benadeelde partij heeft betaald, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

Wijst de vordering van de benadeelde partij J.A.F. [slachtoffer] ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover [medeverdachte] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover zal zijn gekweten - tegen kwijting aan J.A.F. [slachtoffer], wonende te [adres], te betalen

€ 1000,00 (zegge: duizend euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk nu de vordering voor dat gedeelte niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Verstaat dat de vordering voor wat dit betreft kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Maatregel van schadevergoeding ad € 500,00, subsidiair 10 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer J.A.F. [slachtoffer], wonende te [adres], te betalen € 500,00, (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover veroordeelde of

[medeverdachte] heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer J.A.F. [slachtoffer], het daarmee corresponderende gedeelte van de civielrechtelijke verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeel-de aan de benadeelde partij heeft betaald, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. N.W. Huijgen, rechter, als voorzitter,

mr. H. Eigenberg, rechter,

mr. J.H.M. Delnooz-Engels, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. H.G. Eskes, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 november 2004.