Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AR5214

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
01-10-2004
Datum publicatie
04-11-2004
Zaaknummer
117658
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht;

Partijen zijn verdeeld over vragen als:

- heeft NRS de overeenkomst rechtsgeldig opgezegd?

- maakt NRS misbruik van haar bevoegdheid tot opzegging van de overeenkomst met het doel aan FHRS een nieuwe overeenkomst onder zwaardere voorwaarden op te dringen?

- is FHRS uitsluitend aangewezen op het NIS?

- heeft NRS een economische machtspositie en zo ja, maakt zij misbruik daarvan?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 117658 / KG ZA 04-586

Datum vonnis: 1 oktober 2004

Vonnis

in kort geding

in de zaak van

de vereniging

HET FRIES-HOLLANDS RUNDVEE-STAMBOEK (F.H.R.S.),

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres,

procureur mr. P.C. Plochg te Arnhem,

advocaat mr. M.V.J. Noordermeer te Alphen aan den Rijn,

tegen

1. de coöperatie

KONINKLIJKE COÖPERATIE RUNDVEEVERBETERING DELTA UA,

gevestigd te Arnhem,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NRS B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagden,

procureur en advocaat mr. M.A. Oostendorp te Arnhem.

Het verloop van de procedure

Eiseres heeft gedaagden ter zitting in kort geding doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding.

Gedaagden hebben geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen.

De advocaten van partijen hebben de zaak bepleit overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnotities en de daarbij behorende producties.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1. Eiseres, hierna FHRS te noemen, houdt zich bezig met de registratie van afstammingsgegevens van runderen in stamboeken. Daarnaast geeft zij voor de export van rundvee benodigde stamboekcertificaten af, certificeert zij melkcontrolediensten en verstrekt zij informatieproducten aan rundveehouders en organisaties.

Gedaagde sub 1, hierna CR Delta te noemen, is een landelijke organisatie op het gebied van het bedrijfsmatig handelen in informatieproducten met betrekking tot rundveeverbetering en genetisch materiaal. Zij is, evenals FHRS, een erkend stamboek voor rundvee. In die hoedanigheid houdt zij voor haar leden de stamboekgegevens van runderen bij en is zij (ook) bevoegd de voor de export benodigde stamboekcertificaten af te geven.

2. Gedaagde sub 2, hierna NRS te noemen, is een productdivisie/werkmaatschappij van CR Delta, die zich bezig houdt met de verwerking van (onder meer) stamboekgegevens. Ter uitvoering daarvan hanteert NRS een informatiesysteem, een databank met gegevens van runderen, genaamd NIS. Hierin zijn tevens gegevens met betrekking tot de melkproductie(controle), fokwaarden en zogenaamde exterieurgegevens opgenomen. Het NIS is begin jaren 90 opgezet door NRS met behulp van een overheidssubsidie van ruim ƒ 6.000.000,--. Daarbij is door het betrokken ministerie de voorwaarde gesteld dat het systeem onder dezelfde condities beschikbaar dient te staan voor alle in Nederland erkende stamboekorganisaties. Sedert omstreeks 1992/1993 zijn de FHRS-stamboekgegevens overgeheveld naar de NIS-computer en sindsdien maakt FHRS gebruik van het NIS. De informatie uit het NIS wordt door FHRS met name gebruikt voor het samenstellen van fokwaarden en stamboekcertificaten. Zij heeft daarbij de mogelijkheid om de stamboekgegevens van haar leden en/of klanten in het NIS zelf in te voeren, te wijzigen, op te vragen en te verwijderen en bezat daartoe een electronische verbinding met het NIS.

3. Tussen FHRS en CR Delta is een procedure aanhangig geweest bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (Nma) inzake een door FHRS jegens CR Delta geuite klacht terzake (vermeende) misbruik door CR Delta van haar economische machtspositie als bedoeld in art. 24 Mededingingswet (Mw), onder meer omdat CR Delta weigerde

de benodigde stamboekgegevens uit het NIS gratis electronisch aan FHRS ter beschikking te stellen.

Bij besluit van de directeur-generaal van Nma d.d. 28 maart 2003 is deze klacht ongegrond verklaard. FHRS heeft daartegen een bezwaarschrift ingediend waarop nog niet is beslist.

4. Op 6 januari 1999 hebben FHRS en CR Delta een overeenkomst gesloten, krachtens welke CR Delta tegen betaling gegevens aan FHRS verstrekt c.q. ten behoeve van FHRS verwerkt op het gebied van stamboekregistratie en melkproductiecontrole. Deze overeenkomst (hierna de overeenkomst te noemen) is aangegaan voor de duur van één jaar, ingaande op 1 september 1998 en eindigend op 31 augustus 1999 met bepaling dat deze telkens voor een periode van een jaar wordt voortgezet. Tevens is daarin bepaald dat de overeenkomst kan worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van (tenminste) twee maanden. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van CR Delta toepasselijk verklaard.

5. In de loop van 2003 heeft NRS naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet Bescherming Persoonsgegevens een nieuwe (concept-)overeenkomst aan FHRS toegezonden.

FHRS heeft deze overeenkomst niet getekend, omdat zij het niet eens is met een aantal daarin gestelde voorwaarden.

6. Bij aan FHRS gerichte brief van 27 mei 2004 heeft NRS de (oude) overeenkomst opgezegd tegen 1 september 2004.

Op laatstgenoemde datum heeft NRS de tot die tijd door haar aan FHRS geboden faciliteiten gestaakt c.q. de toegang tot het NIS ten behoeve van FHRS afgesloten. Namens FHRS is daartegen bezwaar gemaakt.

Tijdens de behandeling van dit kort geding heeft de directeur van CR Delta toegezegd de dienstverlening aan FHRS met onmiddellijke ingang op de voorheen gebruikelijke wijze te hervatten tot het moment waarop het vonnis in dit kort geding zal worden gewezen.

Het geschil

1. Partijen zijn verdeeld over vragen als:

- heeft NRS de overeenkomst rechtsgeldig opgezegd?

- maakt NRS misbruik van haar bevoegdheid tot opzegging van de overeenkomst met het doel aan FHRS een nieuwe overeenkomst onder zwaardere voorwaarden op te dringen?

- is FHRS uitsluitend aangewezen op het NIS?

- heeft NRS een economische machtspositie en zo ja, maakt zij misbruik daarvan ?

Partijen hebben hun wederzijdse standpunten daaromtrent uitvoerig uiteengezet in de door hun advocaten voorgedragen en overgelegde pleitnotities, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd. Voor zover nodig zal op deze standpunten hierna nader worden ingegaan.

2. FHRS stelt volledig afhankelijk te zijn van het NIS, met name omdat daarin fokwaardengegevens staan vermeld die zij nodig heeft voor de afgifte van export-/stamboekcertificaten: haar primaire taak als stamboekorganisatie. CR Delta en NRS hebben op zichzelf niet betwist (de stelling van FHRS) dat de afgifte van bedoelde certificaten voor FHRS “van levensbelang” is. Zij ontkennen echter dat FHRS voor de daarvoor benodigde gegevens uitsluitend is aangewezen op (de toegang tot) het NIS. Volgens hen zijn die gegevens -evenals de overige door FHRS verlangde gegevens- ook elders (bijvoorbeeld via de branche-organisatie NVO) opvraagbaar/verkrijgbaar, terwijl FHRS bovendien de mogelijkheid heeft om die gegevens zelf te verwerken en dit, althans volgens CR Delta en NRS, op dit moment ook al doet.

FHRS bestrijdt voormelde standpunten van CR Delta en NRS met klem.

3. FHRS vordert thans primair CR Delta en NRS te bevelen om -op straffe van verbeurte van een dwangsom- onmiddellijk na betekening van dit vonnis de toegang tot het NIS ten behoeve van FHRS te herstellen en/of de dienstverlening te hervatten en/of de faciliteiten ter beschikking te stellen, zodanig dat FHRS aan al haar verplichtingen als erkend stamboek kan (blijven) voldoen, een en ander tegen betaling van de zogenaamde handelingskosten, althans tegen voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan die welke CR Delta en NRS voor zichzelf als gebruiker(s) van de faciliteiten laten gelden en zonder verdere voorwaarden te stellen die de mededinging beperken.

FHRS vordert subsidiair CR Delta en NRS te bevelen om onmiddellijk na betekening van dit vonnis al hun huidige en toekomstige uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen jegens FHRS na te komen en te blijven nakomen, eveneens versterkt met een dwangsom.

FHRS stelt een spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen te hebben, omdat de koppeling met het NIS voor haar en haar leden van levensbelang is nu FHRS zonder die koppeling niet kan voldoen aan haar verplichtingen als erkend stamboek.

4. CR Delta en NRS voeren gemotiveerd verweer.

De beoordeling van het geschil

1. Vast staat dat zowel FHRS als CR Delta erkende stamboekverenigingen zijn, dat CR Delta en/of NRS als enige een landelijk registratiesysteem (het NIS) heeft/hebben opgezet en dat zij daarvan eigenaar is/zijn.

Tevens staat vast dat het opzetten van dit systeem erg kostbaar is geweest en alleen met behulp van een substantieel bedrag aan overheidssteun (ruim ƒ 6.000.000,--) kon worden gerealiseerd, waarbij door de overheid als voorwaarde is gesteld dat het systeem onder dezelfde condities beschikbaar dient te staan voor alle in Nederland erkende stamboekorganisaties.

2. Voorts staat vast dat FHRS al jarenlang op de onder de feiten sub 2 geschetste wijze gebruik maakt van het NIS .

De vraag of zij de aldus verkregen gegevens niet ook op andere, voor FHRS redelijkerwijs werkbare, wijze kan verkrijgen en/of verwerken, wordt door partijen op volstrekt tegenstrijdige wijze beantwoord. Hoewel aan FHRS kan worden toegegeven dat, mede gelet op het onder 1 overwogene, voorshands weinig aannemelijk lijkt dat een zo duur systeem als het NIS, waaraan jarenlang met financiële steun van de overheid is gewerkt, nu ineens (beduidend) minder waardevol zou zijn doordat -zoals CR Delta en NRS stellen- de betreffende gegevens ook elders verkrijgbaar/ opvraagbaar zouden zijn, kan in dit kort geding niet worden vastgesteld welke visie van partijen op dit punt de juiste is.

Hiervoor is een nader onderzoek (waarin wellicht getuigen en/of deskundigen zullen moeten worden gehoord) noodzakelijk, waartoe dit kort geding zich echter niet leent. Een bodemprocedure is daarvoor de geëigende weg. Daarin kunnen dan tevens de overige hiervoor genoemde geschilpunten -die immers grotendeels samenhangen met (het antwoord op) bovenomschreven vraag- aan de orde komen.

Gegeven de huidige onzekere situatie en gelet op de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat in afwachting van de beslissing in die procedure een ordemaatregel dient te worden getroffen die erop neerkomt dat de status quo (ervan uitgaande dat FHRS inmiddels weer op het NIS is aangesloten zoals namens CR Delta en NRS ter zitting is toegezegd) wordt gehandhaafd.

Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat partijen reeds jarenlang op de hiervoor geschetste wijze hebben samengewerkt en dat ook CR Delta en NRS erkennen dat FHRS in elk geval op dit moment (nog) niet in staat is om zelf een (optimaal werkend) registratiesysteem op te zetten, dat daarvoor een overgangsperiode noodzakelijk is en dat namens CR Delta/NRS is aangeboden FHRS daarbij te helpen.

3. Toewijzing van de subsidiaire vordering van FHRS wordt in dit geval als de meest passende maatregel geacht. De primaire vordering leent zich daarvoor niet, omdat FHRS daarbij voorwaarden stelt die partijen destijds niet zijn overeengekomen.

Met inachtneming van het voorgaande zal als volgt worden beslist, waarbij de voorzieningenrechter ervan uitgaat dat (ook) FHRS met voortvarendheid in overleg zal treden met CR Delta en NRS over (het bereiken van) de definitieve rechtsverhouding tussen partijen danwel over het in rechte laten vaststellen daarvan.

4. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partijen zullen CR Delta en NRS in de kosten van dit kort geding worden verwezen.

De beslissing

De voorzieningenrechter

1. veroordeelt CR Delta en NRS om met onmiddellijke ingang al hun huidige en toekomstige verplichtingen jegens FHRS voortvloeiende uit de overeenkomst van 6 januari 1999 na te komen en te blijven nakomen zolang niet is beslist in een (eventueel) door een van partijen aanhangig te maken bodemprocedure, een en ander met dien verstande dat FHRS de door CR Delta en/of NRS gewenste aanpassingen in die overeenkomst dient te accepteren voor zover deze aanpassingen op grond van de WBP noodzakelijk zijn,

2. veroordeelt CR Delta en NRS om ingeval zij (na betekening van dit vonnis) in gebreke mochten blijven aan bovenstaande veroordeling te voldoen, aan FHRS een dwangsom te betalen van € 5.000,-- per dag, echter met een maximum van € 250.000,--,

3. veroordeelt CR Delta en NRS in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van FHRS bepaald op € 703,-- voor salaris en op € 324,78 voor verschotten,

4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5. weigert het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.Æ. Uniken Venema en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier E.J. Wouters op 1 oktober 2004.

de griffier de rechter