Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AP3501

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-04-2004
Datum publicatie
23-06-2004
Zaaknummer
84957
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2007:BB9624, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht enerzijds het meestemmen met het Consortium onvoldoende reden om te oordelen dat Vicom zich niet meer op haar slachtrecht kan beroepen. Er waren immers kennelijk commercieel gezien goede argumenten om voor die lijn te kiezen. Anderzijds kan de rechtbank begrip opbrengen voor de positie van Slachthuis Nijmegen, dat A als belangrijkste klant heeft en daarom in hoge mate rekening dient te houden met haar belangen. Met name het feit dat A bijzonder veel last zou hebben gehad van de door het Consortium beoogde sluiting van het Slachthuis (gesteld wordt dat de heer A daardoor zou zijn geruïneerd) en het feit dat A veel geld heeft betaald om de certificaten van VSN van het Consortium te kopen, maakt het voor A moeilijk te verteren als Vicom weer varkens mag slachten in het Slachthuis. Dit vooral ook omdat Vicom, door de slachtingen op te voeren, weer meer certificaten kan verkrijgen; certificaten die A duur heeft betaald.

De rechtbank komt daarom tot het volgende oordeel. Vicom mag weer varkens slachten in het Slachthuis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 84957 / HA ZA 02-406

Datum vonnis: 21 april 2004

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VICOM VLEES B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

eiseres,

procureur mr. J.A.M.P. Keijser,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLACHTHUIS NIJMEGEN B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

2. de stichting

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR SLACHTHUIS NIJMEGEN,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagden,

procureur mr. J.T.M. Palstra.

Het verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 22 januari 2003 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken. Voorafgaand aan de comparitie is door Vicom bij brief van 29 april 2003 een rapport met bijlagen overgelegd, getiteld: “Zelf slachten in Nijmegen....? of geslacht bijkopen”. Zijdens gedaagden is bij brief van 2 mei 2003 een stuk overgelegd met betrekking tot het systeem van het voortschrijdend gemiddelde bij het bepalen van het recht op slachtcapaciteit.

Verder zijn nog de volgende processtukken gewisseld:

* een gelijktijdig akteverzoek van de zijde van Vicom en van de zijde van gedaagden;

* een antwoord-akteverzoek van de zijde van gedaagden;

* een akteverzoek van de zijde van Vicom.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De verdere beoordeling van het geschil

1. Tijdens de comparitie werd de indruk van de rechtbank bevestigd dat er door gebeurtenissen in het verleden een verstoorde verhouding is ontstaan tussen met name de heer A van A B.V. en de heer B van Vicom. Voorts bleek dat een werkelijke oplossing van het geschil alleen in onderling overleg bereikt zou kunnen worden. Partijen bleken tot dergelijk overleg bereid. Daarom is de zaak vrij langdurig aangehouden, echter helaas zonder resultaat.

2. Door gedaagden wordt in de aktes na comparitie opgemerkt dat de heer A thans wel bereid zou zijn om in het Slachthuis geslachte varkens aan Vicom te verkopen, zodat Vicom geen invoerrechten meer zou hoeven te betalen. Vicom heeft echter bestreden dat dit aanbod daadwerkelijk is gedaan. Vicom heeft wel benadrukt dat de onderhavige procedure nodig is geworden omdat A levering van varkens weigerde, zodat Vicom zich genoodzaakt zag een beroep te doen op haar slachtrechten. De rechtbank leidt hieruit af dat Vicom wellicht van die slachtrechten zou willen afzien als A daadwerkelijk zou overgaan tot levering van in het Slachthuis geslachte varkens, uiteraard tegen marktconforme condities. Een en ander wekt de indruk dat er nog steeds mogelijkheden zijn om een werkbare oplossing te bereiken. Toch staat de zaak thans voor vonnis, zodat de rechtbank moet aannemen dat partijen inmiddels de voorkeur geven aan een vonnis.

De bestuurderskwestie

3. Vicom heeft betoogd dat A ten onrechte drie bestuursleden heeft benoemd. Daartoe heeft zij zich beroepen op artikel 3 van de statuten, maar vooral ook op de nadere afspraak die door de oprichters gemaakt is om per bedrijf één bestuurder te benoemen, ongeacht de bedrijfsgrootte of de hoeveelheid aandelen/certificaten. Gedaagden hebben die nadere afspraak niet betwist, maar hebben aangevoerd dat Vicom zich daar in de huidige situatie in redelijkheid niet op kan beroepen omdat zij geen partij is geweest bij die afspraak en omdat de omstandigheden veranderd zijn.

4. Het beroep op artikel 3 van de statuten kan Vicom niet baten, omdat uit dat artikel juist volgt dat het recht om bestuurders te benoemen, is gekoppeld aan het bezit van een bepaald pakket aandelen/certificaten. Daarvan uitgaande is A gerechtigd bestuurders te benoemen overeenkomstig de nummers van de aandelen die zij in bezit heeft. Het lijkt er zelfs op dat het aantal van drie bestuurders in dat licht minder is dan de statuten toestaan.

5. Wat betreft de nadere afspraak constateert de rechtbank dat waar er eerst zes bedrijven waren, er nu drie zijn: A, C en Vicom. VSN kan niet meer als bedrijf worden meegeteld, nu A rechtstreeks de certificaten van VSN heeft overgenomen. Verder heeft A via haar moedervennootschap volledige zeggenschap in C. Vicom meent dat A daarom als 1 bedrijf moet worden geteld en dus maar 1 bestuurder zou mogen benoemen, net als Vicom. De rechtbank volgt Vicom niet in dit standpunt. De omstandigheden zijn thans namelijk wezenlijk anders dan bij oprichting van de Stichting. Vicom bezit slechts 0,3% van de certificaten, terwijl A (deels indirect) de rest heeft, 99,7%. Gezien die verhouding zou het onredelijk en buiten proportie zijn als Vicom evenveel zeggenschap zou hebben in het bestuur als A. Daar komt bij dat er dan een (nog verdergaande) patstelling zou ontstaan die de situatie er niet beter op zou maken en die niet in het belang is van het Slachthuis en van iedereen die daarvan gebruik maakt. Als de oprichters van de Stichting dit zouden hebben voorzien, zouden zij ongetwijfeld een andersluidende afspraak hebben gemaakt. Dit brengt mee dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn als Vicom een beroep zou kunnen doen op de destijds gemaakte afspraak. Onbehandeld kan derhalve blijven of Vicom destijds partij was bij die afspraak.

6. Het bovenstaande geldt temeer daar Vicom met haar opstelling in de tijden van het Consortium kwaad bloed heeft gezet. Zij mag, ook als van haar lezing van de feiten in dat verband wordt uitgegaan, in redelijkheid niet verwachten dat A zich ook onder de huidige omstandigheden houdt aan de afspraak dat er per bedrijf één bestuurslid zou worden benoemd, ongeacht de grootte van het pakket certificaten.

7. Vicom kan derhalve om inhoudelijk redenen geen vernietiging van de besluiten tot bestuurdersbenoeming vorderen. Het formele verweer van gedaagden dat Vicom A niet mee heeft gedagvaard, hetgeen wel nodig was geweest voor zover het gaat om de grondslag wanprestatie wegens niet nakoming van de nadere afspraak, kan derhalve buiten bespreking blijven.

Het slachtrecht

8. Vicom stelt dat zij nog steeds recht heeft om te slachten in het Slachthuis. Slachthuis Nijmegen betwist dat. Daarbij voert zij aan dat de toezegging van D uit mei 1991 (dat Vicom weer varkens mocht gaan slachten als zij dit wilde), zoals weergegeven in r.o. 26 van het tussenvonnis van 22 januari 2003, alleen bedoeld was voor korte tijd. Voorts stelt zij dat Vicom geen beroep meer kan doen op die toezegging omdat Vicom heeft meegestemd met het Consortium en zo heeft meegewerkt aan de pogingen om het Slachthuis te doen sluiten.

9. De rechtbank is van oordeel dat uit de akte van oprichting van het Slachthuis, zoals geciteerd in r.o. 11 van het tussenvonnis van 23 januari 2003, moet worden afgeleid dat Vicom als (rechtsopvolger van de) oprichter en certificaathouder van Slachthuis Nijmegen het recht heeft om daarin te slachten. Uit de stukken volgt ook dat het de bedoeling is geweest van de oprichters dat alle oprichters met aandelen/certificaten blijvend in het Slachthuis zouden kunnen slachten.

10. De oprichters hebben in de loop van de tijd een systeem ontwikkeld om te bepalen hoe het recht op slachtcapaciteit moest worden verdeeld. Dit voor het geval er een tekort aan capaciteit zou ontstaan. Dit systeem werkt op basis van de werkelijke slachtaantallen in het recente verleden en werkt met een voortschrijdend gemiddelde van 52 weken. Aan dit systeem werd ook de omslag van de vaste kosten gekoppeld. Dit systeem betekende in feite dat als een partij stopte met slachten, zij ook het recht op slachtcapaciteit zou verliezen en daarmee dus ook het slachtrecht als zodanig. Toen Vicom wilde stoppen met het slachten van varkens, was dit uiteraard een risico voor haar indien zij uiteindelijk toch weer varkens wilde gaan slachten. De rechtbank is van oordeel dat de toezegging van D dan ook in dat licht moet worden gezien. Nergens blijkt uit dat deze toezegging is beperkt in de tijd. Het Slachthuis heeft wel gesteld dat de toezegging was bedoeld voor hooguit een jaar nadat Vicom was gestopt, maar die stelling is onvoldoende onderbouwd.

11. De rechtbank is gezien het bovenstaande van oordeel dat Vicom als oprichter en certificaathouder gerechtigd is gebleven om in het Slachthuis varkens te slachten. Voor zover het systeem voor het verdelen van het recht op slachtcapaciteit daaraan afbreuk zou doen doordat Vicom met het slachten van varkens is gestopt, kan Vicom zich beroepen op de toezegging door D dat zij weer kon beginnen op het oude aantal als zij dit zou willen.

12. De vraag is vervolgens of Vicom zich ook na alles wat er is gebeurd met het Consortium, nog kan beroepen op haar slachtrecht.

Slachthuis Nijmegen heeft Vicom in dit verband van diverse zaken beticht, die voor een belangrijk deel door Vicom zijn betwist. Vast staat echter wel dat Vicom bij diverse belangrijke besluiten heeft meegestemd met het Consortium en zo de plannen van het Consortium om tot sluiting van het Slachthuis te komen, heeft ondersteund. Ook is uit de stukken duidelijk geworden dat de sluiting alleen is afgewend doordat de Ondernemingskamer en de Nederlandse Mededingingsautoriteit een aantal besluiten heeft vernietigd. De omstandigheid dat Vicom bij die procedures niet betrokken is geweest en daarvan ook niet op de hoogte is gehouden door het Consortium, zoals Vicom ter verwere heeft aangevoerd, doet er niet aan af dat Vicom heeft meegestemd met het Consortium.

13. De rechtbank acht enerzijds het meestemmen met het Consortium onvoldoende reden om te oordelen dat Vicom zich niet meer op haar slachtrecht kan beroepen. Er waren immers kennelijk commercieel gezien goede argumenten om voor die lijn te kiezen. Anderzijds kan de rechtbank begrip opbrengen voor de positie van Slachthuis Nijmegen, dat A als belangrijkste klant heeft en daarom in hoge mate rekening dient te houden met haar belangen. Met name het feit dat A bijzonder veel last zou hebben gehad van de door het Consortium beoogde sluiting van het Slachthuis (gesteld wordt dat de heer A daardoor zou zijn geruïneerd) en het feit dat A veel geld heeft betaald om de certificaten van VSN van het Consortium te kopen, maakt het voor A moeilijk te verteren als Vicom weer varkens mag slachten in het Slachthuis. Dit vooral ook omdat Vicom, door de slachtingen op te voeren, weer meer certificaten kan verkrijgen; certificaten die A duur heeft betaald.

14. De rechtbank komt daarom tot het volgende oordeel.

Vicom mag weer varkens slachten in het Slachthuis, te beginnen op het niveau waarop zij destijds is gestopt, hetgeen blijkens de stukken neerkomt op 70 varkens per week. Dit conform de gedane toezegging. Daarbij dient Vicom voor de vaste kosten te betalen op de wijze zoals in die toezegging is voorzien.

Vicom kan het aantal te slachten varkens op de in het Slachthuis gebruikelijke wijze opvoeren als er voldoende capaciteit is, doch tot niet meer dan 500 varkens per week. Vicom heeft zelf aangegeven dat zij toch niet meer dan 100 varkens per dag zou willen gaan slachten. Hoewel er wellicht op meer dan 5 dagen per week geslacht kan worden, houdt de rechtbank gezien de omstandigheden van het geval toch het getal van 500 per week aan. Daarbij speelt ook mee dat uit de akte van Vicom blijkt dat er een capaciteit van 500 varkens per week was vergeven aan Porkhof, en dat die capaciteit recentelijk weer is vrijgevallen omdat Porkhof haar bedrijfsactiviteiten heeft gestaakt. Mocht het zo zijn dat deze capaciteit er toch niet is, dan zal het aan Slachthuis Nijmegen zijn om hiervoor een oplossing te vinden. Het lijkt voor de hand te liggen dat A dan zo lang varkens die in het Slachthuis zijn geslacht, aan Vicom gaat verkopen, zodat Vicom geen invoerrechten hoeft te betalen.

15. De rechtbank is van oordeel dat een afweging van de belangen ertoe moet leiden dat Vicom zich het maximum van 500 varkens per week moet laten welgevallen. Daarbij weegt mee dat Vicom nu eenmaal op het verkeerde paard heeft gewed door met het Consortium mee te stemmen. Zij heeft destijds die keuze gemaakt en de verstoorde verhoudingen met A op de koop toegenomen. Nu zal zij de gevolgen daarvan moeten dragen, ook als dat aan haar zijde een lagere winst oplevert door hogere kosten.

16. Partijen hebben, mede op verzoek van de rechtbank, uitvoerig gedebatteerd over de vraag of het zelf slachten door Vicom in het slachthuis inderdaad zoveel voordeel voor Vicom oplevert, zoals zij stelt. Gedaagden betwisten dit gemotiveerd met een beroep op de problematiek van de AA-kwaliteit. Voor de vraag of Vicom een beroep kan doen op haar slachtrechten, acht de rechtbank dit debat uiteindelijk niet doorslaggevend. Het is immers aan Vicom om te beslissen of zij het zelf slachten commercieel aantrekkelijk vindt of niet. Ondanks alle bezwaren van Slachthuis Nijmegen, vindt Vicom dit blijkbaar wel aantrekkelijk. Of zij daarin gelijk heeft, zal later wel blijken.

Het betalen van invoerrechten

17. Vicom heeft, onder protest, invoerrechten betaald over de door haar in het Slachthuis verwerkte, maar daar niet geslachte, varkens tot een bedrag van € 74.329,82 over de periode april 2001 tot en met december 2001. Zij vraagt thans terugbetaling van dat bedrag. Voorts vordert zij een verklaring voor recht dat zij de invoervergoeding van ƒ 0,10 per kilogram niet hoeft te betalen vanaf 1 april 2001 tot het moment waarop zij weer feitelijk varkens kan slachten in het Slachthuis.

18. De rechtbank zal deze vorderingen afwijzen.

De invoerrechten zijn gewoon verschuldigd, omdat Vicom varkens heeft verwerkt die niet in het Slachthuis zijn geslacht. Die regel geldt in het Slachthuis en Vicom heeft het bestaan of de geldigheid van die regel ook niet betwist. De stellingen van Vicom komen er op neer dat zij zelf in het Slachthuis had mogen slachten, dat dit haar ten onrechte is geweigerd en dat zij daarom gedwongen is om elders geslachte varkens te verwerken, met de daaraan gekoppelde invoerrechten als gevolg. De rechtbank begrijpt die stellingen aldus, dat Vicom stelt schade geleden te hebben geleden als gevolg van de weigering om haar in het Slachthuis te laten slachten, en dat die schade eruit bestaat dat zelf slachten voor Vicom goedkoper zou zijn geweest. Kennelijk wil Vicom die schade verrekenen met de verschuldigde invoerrechten, al stelt zij dat niet met zoveel woorden.

Het Slachthuis heeft bestreden dat Vicom schade heeft geleden. Daarbij heeft zij erop gewezen dat het bedrag van de invoerrechten is verwerkt in het slachttarief, zodat het niet uitmaakt via welke weg wordt betaald voor de kosten die Slachthuis Nijmegen maakt. Die kosten moeten in ieder geval worden betaald, ofwel via het slachttarief, ofwel via de invoerrechten. Vicom zou derhalve bevoordeeld worden (althans Slachthuis Nijmegen zou benadeeld worden) als Vicom alsnog over het verleden geen invoerrechten hoeft te betalen, aangezien zij ook het slachttarief toen niet heeft betaald. Slachthuis Nijmegen heeft het rapport, dat door Vicom is overgelegd voorafgaand aan de comparitie en waarin die schade nader is uitgewerkt, zeer gemotiveerd bestreden.

19. De rechtbank acht het onvoldoende duidelijk of Vicom schade heeft geleden doordat zij niet in het Slachthuis heeft kunnen slachten. De berekeningen in het rapport zijn daarvoor, zeker in het licht van het gemotiveerde verweer, te oncontroleerbaar. De argumenten van het Slachthuis dat Vicom niet voldoende vlees van AA-kwaliteit zal kunnen verkrijgen als zij zelf gaat slachten, althans dat zij dit alleen tegen hoge kosten kan verkrijgen, overtuigen de rechtbank meer dan de berekeningen in het rapport. De reactie van Vicom op het gemotiveerde verweer van Slachthuis Nijmegen is in dat licht bovendien te mager.

20. Maar zelfs als zou komen vast te staan dat Vicom wel schade zou hebben geleden, dan is de rechtbank van oordeel dat dit niet tot verrekening kan leiden met de verschuldigde invoerrechten. Vicom heeft haar schade namelijk voor het grootste deel aan zichzelf te wijten doordat zij met het Consortium heeft meegestemd tegen de wil van A. Die schade moet daarom worden beschouwd als een bedrijfsrisico voor Vicom en dient voor haar rekening te blijven. Voorts had Vicom haar schade kunnen beperken en haar aanspraken kracht kunnen bij zetten door in kort geding haar slachtrecht op te eisen en door Slachthuis Nijmegen in een veel eerder stadium voor te rekenen dat Vicom schade zou lijden. Bovendien was verzuim nodig, omdat het gaat om de niet nakoming van de verbintenis tot het desgevraagd opnieuw toelaten tot het slachten in het Slachthuis. Verzuim kon in dit geval alleen intreden na ingebrekestelling, terwijl niet gesteld of gebleken is dat een ingebrekestelling is uitgebracht.

21. De slotsom is derhalve dat de gevraagde verklaring voor recht terzake van de invoervergoeding zal worden afgewezen.

Conclusie

22. De gevorderde verklaringen voor recht in verband met de bestuurdersbenoeming zullen worden afgewezen.

De verklaring voor recht terzake het slachtrecht zal worden toegewezen, met dien verstande dat dit slachtrecht moet worden uitgeoefend met inachtneming van de afspraken daarover zoals vastgelegd door D in 1991 (r.o. 26 tussenvonnis 23 januari 2003), waarbij moet worden aangenomen dat het “oude aantal” waarop begonnen mag worden, 70 varkens per week bedraagt, en voorts in verband met de omstandigheden van het geval gemaximeerd tot 500 varkens per week.

De verklaring voor recht terzake van de invoerrechten zal worden afgewezen, evenals de gevorderde veroordeling tot terugbetaling van reeds betaalde invoerrechten over de periode van april tot december 2001.

23. De rechtbank is van oordeel dat, nu beide partijen gedeeltelijk in het ongelijk gesteld zijn, de proceskosten moeten worden gecompenseerd in die zin dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De beslissing

De rechtbank:

verklaart voor recht dat Vicom gerechtigd is om niet alleen runderen maar ook varkens te slachten in het slachthuis van Slachthuis Nijmegen, met dien verstande dat

a) daarbij de door D in 1991 vastgelegde voorwaarden gelden (r.o. 26 tussenvonnis 23 januari 2003), waarbij moet worden aangenomen dat het “oude aantal” waarop begonnen mag worden, 70 varkens per week bedraagt, en

b) het slachtrecht bij voldoende capaciteit volgens de gebruikelijke regels van Slachthuis Nijmegen kan worden uitgebouwd, waarbij een maximum geldt van 500 varkens per week;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Smit en uitgesproken in het openbaar op 21 april 2004.

de griffier de rechter