Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AP3476

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-04-2004
Datum publicatie
23-06-2004
Zaaknummer
103531
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewijslast ten aanzien van onverschuldigde betaling.

Gewoonlijk rust de bewijslast voor wat betreft de echtheid van een handtekening onder een onderhandse akte op degene die zich op de onderhandse akte beroept (art. 159 lid 2 Rv), wat zou betekenen dat op X de bewijslast zou rusten. Hier doet zich echter een andere situatie voor. Nu Star zich erop beroept dat B zonder rechtsgrond aan X heeft betaald, rust de bewijslast van de onverschuldigdheid van de betaling overeenkomstig de hoofdregel van art. 150 Rv op Star. Star zal dan ook ter ontzenuwing van het verweer van X dat de handtekening onder de koopovereenkomst van B is, moeten aantonen dat dit niet het geval is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 103531 / HA ZA 03-1428

Datum vonnis: 21 april 2004

Vonnis

in de zaak van

de vennootschap naar Duits recht

STAR ENTERPRISES IMPORT-EXPORT GMBH,

gevestigd te Düsseldorf, Duitsland,

eiseres bij dagvaarding van 20 augustus 2003,

procureur mr. G. Altena,

advocaat mr. Chr.Koers te Peize,

tegen

1. X,

en

2. Y,

beiden wonende te A,

gedaagden,

procureur en advocaat mr. H.A. Wiggers te Arnhem.

Het verloop van de procedure

Star heeft krachtens beschikking van de president van deze rechtbank van 14 augustus 2003 bij exploot van 14 augustus 2003 conservatoire beslagen doen leggen ten laste van X op aan haar toebehorende onroerende en roerende zaken, onder de Rabobank en op haar toebehorende aandelen in ICC Holding B.V. De beschikking van de president en de exploten van beslaglegging zijn bij exploot van 18 augustus 2003 aan X betekend. Star heeft vervolgens bij dagvaarding een eis ingesteld met producties. X en Y hebben een conclusie van antwoord met producties genomen. Daarna is gerepliceerd en gedupliceerd. Ten slotte is vonnis bepaald.

Partijen zullen verder worden aangeduid als respectievelijk Star, X en Y.

De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken en op grond van de overgelegde producties staat het volgende voorshands tussen de partijen vast:

1.1 Star heeft op 19 februari 2001 aan een zekere B, h.o.d.n. J.A.L.O. (een eenmanszaak die per 10 augustus 2001 is uitgeschreven uit het handelsregister) een partij mobiele telefoons verkocht voor een bedrag van US-dollars (USD) 703.600,-. Star heeft JALO voor dat bedrag een factuur gezonden, gedateerd 19 februari 2001. De levering van de telefoons heeft plaatsgevonden op 21 februari 2001.

1.2 JALO heeft de mobiele telefoons terstond door verkocht aan Solid Storage Solutions B.V.(SSS) te Zeist. Volgens een bankrekeningafschrift van SSS van 21 februari 2001 is per die datum een bedrag van USD 716.380,- overgeboekt naar de rekening van JALO. JALO heeft aan Star niet betaald.

1.3 Volgens een kopie van een onderhandse akte, gedateerd 19 februari 2001, heeft X aan B verkocht een “stuk grond, groot plus minus 11000 vierkante meters met bouwvergunning” gelegen in Spanje “ingeschreven in het kadaster Dolores: Tomo 1.400, libro 5, folio 119, Finca 1.910, inscripcion 1A del Registro de la Propiedad de Dolores”, zulks voor een koopsom van ƒ 145,- per vierkante meter, en een totaalprijs van ƒ 1.600.000,-. In die akte staat verder onder andere het volgende:

“5. Wijze van betaling

De koper zal de gehele koopsom na ondertekening van deze koopovereenkomst volledig betalen. Het door onze bank ontvangen bankafschrift is de bevestiging hiervan.

6. De datum van overdracht van het gekochte perceel zal door koper nader worden aangegeven (...).

8. Koper verklaart hiermede kennis te hebben genomen van het bewijs van eigendom van verkoper van het hierboven vermelde perceel.

9. (...) Beide partijen komen overeen dat bij geschillen de rechter te Torrevieja bevoegt is.”

De levering van het perceel grond in Spanje heeft niet plaatsgevonden.

1.4 Blijkens een bankrekeningafschrift van 21 februari 2001 van JALO is per valutadatum 22 februari 2001 een bedrag van USD 700.000,- van die rekening overgeboekt naar een rekening op naam van X met als omschrijving: “Y PA010222 20945 NOTA”

1.5 Het desbetreffende perceel stond geregistreerd op naam van een zekere C sinds 14 september 1992. Volgens een Spaanse notariële akte van 7 december 2000 had X het desbetreffende perceel grond gekocht van voornoemde C voor een bedrag van Pstas 4.500.000,- wat omgerekend neerkomt op € 27.045,54.

1.6 Volgens een Spaanstalig stuk van 26 april 2002 zou de waarde van het desbetreffende perceel grond op verzoek van een zekere D getaxeerd zijn op € 57.235,-

1.7 Bij de stukken bevindt zich een aangetekende brief van 10 augustus 2001 van B aan X waarin onder meer het volgende aan X is geschreven:

“Op 22 februari jongstleden heeft u van mij ter leen ontvangen een bedrag ter grootte van USD 703.600 (...). Dit geld zou door u worden aangewend voor de aankoop van gronden, welke gronden naar uw zeggen vervolgens onmiddellijk weer zouden worden doorverkocht.

Het genoemde bedrag heb ik overgemaakt naar uw bankrekening in Spanje. Overeengekomen is dat u mij dit geld onmiddellijk weer zou terugbetalen. Tot op heden heb ik ondanks diverse sommaties daartoe, het geld nog niet van u mogen ontvangen.”

1.8 Tussen Star en X is onder rolnummer 01/1594 eerder een procedure aanhangig geweest waarin Star uit hoofde van een gecedeerde vordering uit geldlening betaling van USD 703.600,- van

X heeft gevorderd. Die vordering is afgewezen bij eindvonnis van 7 mei 2003 dat in kracht van gewijsde is gegaan.

1.9 Bij aangetekende brief van 8 augustus 2003 aan X schrijft B onder meer:

“Ik heb begrepen dat er inmiddels een vonnis is gewezen in de zaak tussen u en Star Enterprises Import-Export GmbH. Ik heb tevens begrepen dat de vordering door de rechtbank niet is toegewezen, omdat er geen sprake zou zijn van een lening door mij aan u.

Ik blijf mij echter op het standpunt stellen dat ik wel degelijk nog een bedrag van USD 700.00,- van u te vorderen heb. (...)

Als in een toekomstige procedure voor de rechter echter wél zou komen vast te staan dat ik een perceel in Spanje van u heb gekocht, wat ik mij moeilijk voor kan stellen, vernietig ik voor zover noodzakelijk door deze verklaring de koopovereenkomst.”

1.10 Bij de stukken bevindt zich een akte van cessie tussen B en Star, gedateerd 8 augustus 2003, waarin B verklaart een vordering van USD 700.000,- op X, subsidiair op Y, te hebben:

- “(...);

- B middels het cederen van zijn vordering op X middels de cessie akte d.d. 10 augustus 2001, voorvloeiende uit de de door hem gestelde lening aan X, niet heeft kunnen voldoen aan zijn verbintenis tot betaling ad. USD 703.600,- van de mobiele telefoons aan Star, omdat gebleken is dat X verweer voerde tegen de door B gestelde geldlening en B er - blijkens artikel 5 van de cessie-akte d.d. 10 augustus 2001 voor in stond dat de vordering zou bestaan althans niet aantastbaar zou zijn op grond van de juridische verweren van X.

- Star dientengevolge nog steeds een vordering heeft ad. USD 703.600,- (...) op B, voortvloeiende uit de verkoop en levering door Star aan B van een partij mobiele telefoons;

- B thans aan zijn verbintenis tot betaling jegens Star wenst te voldoen door het overdragen van zijn primaire vordering op X ( op de grondslag van onverschuldigde betaling, althans ongerechtvaardigde verrijking), en/of zijn subsidiaire vordering op Y (op de grondslag van onverschuldigde betaling, althans ongerechtvaardigde verrijking), en/of zijn uiterst subsidiaire vordering op Y Wouters (vordering uit onverschuldigde betaling als gevolg van de buitengerechtelijke vernietiging van de koopovereenkomst) aan Star; “

Daarna volgt dan overdracht van de vordering die B, op de gronden zoals in deze akte van cessie omschreven, op X althans Y heeft aan Star. Bij brief van 13 augustus 2003 heeft B mededeling van die cessie gedaan aan X en Y.

Het geschil

2.1 Star vordert - op grond van de cessie - -zakelijk weergegeven -primair de veroordeling van X, subsidiair van Y en meer subsidiair van X tot betaling aan haar van een bedrag van USD 700.000,-, althans het equivalent in Euro’s op de dag dat vonnis wordt gewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 februari 2001, subsidiair vanaf de dag der dagvaarding en te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten ad. USD 15.000,-, althans het equivalent van dit bedrag in Euro’s, subsidiair de buitengerechtelijke incassokosten overeenkomstig de tarieven zoals gehanteerd in het rapport Voorwerk.

2.2 Ter onderbouwing van haar primaire vordering jegens X voert Star aan dat B op 21 februari 2001 zonder rechtsgrond - zeker niet de rechtsgrond die X aan de betaling meegeeft, namelijk de gepretendeerde koopovereenkomst van een perceel grond in Spanje - een bedrag van USD 700.000,- aan X heeft betaald. Voor zover het niet X is die als ontvanger van de betaling van het bedrag van USD 700.000,- heeft te gelden, stelt Star zich op het standpunt dat X ongerechtvaardigd is verrijkt door de betaling van USD 700.000,- ten koste van B, althans subsidiair ten koste van Star. Volgens Star ligt aan deze vermogensverschuiving geen enkele rechtshandeling van B jegens X ten grondslag, althans heeft B gemeend op basis van bedrieglijke mededelingen van Y bevrijdend te kunnen betalen op de rekening van X ter delging van zijn schuld met betrekking tot de mobiele telefoons bij Star. Buiten de cessie om heeft Star bovendien een rechtstreekse vordering op X uit ongerechtvaardigde verrijking nu door bedrog en valse voorwendselen door Y het vermogen van X is toegenomen ten koste van het vermogen van Star.

2.3 Voor zover de rechtbank tot de conclusie komt dat niet X maar Y als ontvanger heeft te gelden van het bedrag van USD 700.000,- meent Star jegens Y een vordering uit onverschuldigde betaling, althans uit ongerechtvaardigde verrijking te hebben. Zij voert hiertoe aan dat de betaling van genoemd bedrag door B aan Y geheel onverschuldigd is geschied nu hieraan geen enkele rechtsgrond ten grondslag heeft gelegen.

2.4 Aan de meer subsidiaire vordering jegens X legt Star ten grondslag dat zij door de buitengerechtelijke vernietiging op 8 augustus 2003 door B van de koopovereenkomst betreffende het perceel grond in Spanje een vordering op X heeft tot terugbetaling van de koopprijs ad USD 700.000,-. De koopovereenkomst is tot stand gekomen onder invloed van bedrog, althans misbruik van omstandigheden door Y, waarbij uitgegaan moet worden van het feit dat Y in het onderhandelingstraject X heeft vertegenwoordigd.

3. X en Y hebben de vordering gemotiveerd weersproken.

De beoordeling van het geschil

4. Ambtshalve wordt overwogen dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van art. 2 lid 1 EEX nu X en Y woonplaats hebben in Nederland. Aangezien de vordering is gebaseerd op een cessie van vorderingen uit onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking die door Nederlands recht worden beheerst, moeten ook de gevolgen van de cessie naar Nederlands recht worden beoordeeld (art. 12 lid 2 EG-verbintenissenverdrag).

5. Bij de stukken van het beslag van 14 augustus 2003 ontbreekt de betekening van de ter inleiding van deze procedure uitgebrachte dagvaarding aan de Rabobank. Dit stuk dient alsnog door Star in het geding te worden gebracht. Ten aanzien van het overigens gelegde beslag zijn alle wettelijk voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen.

De vordering uit onverschuldigde betaling jegens X

6. Vast staat dat op 22 februari 2001 door B (handelend onder de naam JALO) een bedrag van USD 700.000,- van zijn rekening is overgeboekt naar een rekening ten name van X. In geschil tussen de partijen is of deze betaling zonder rechtsgrond is geschied. Als enige verweer tegen de stelling van Star dat de betaling zonder rechtsgrond is geschied heeft X aangevoerd dat de betaling ten titel van koop (van het perceel grond) heeft plaatsgevonden. Dat brengt met zich dat indien mocht komen vast te staan dat er geen koopovereenkomst tussen X en B is gesloten met betrekking tot een stuk grond in Spanje, de betaling zonder rechtsgrond is geschied. Vastgesteld zal daarom moeten worden of een koopovereenkomst zoals door X gesteld is gesloten, wat Star betwist. Nu Star ook betwist dat de handtekening onder de koopovereenkomst van B is, ziet de rechtbank aanleiding om door middel van een deskundigenbericht eerst vast te stellen of de vermeende handtekening van B onder de koopovereenkomst daadwerkelijk van B afkomstig is.

7. Gewoonlijk rust de bewijslast voor wat betreft de echtheid van een handtekening onder een onderhandse akte op degene die zich op de onderhandse akte beroept (art. 159 lid 2 Rv), wat zou betekenen dat op X de bewijslast zou rusten. Hier doet zich echter een andere situatie voor. Nu Star zich erop beroept dat B zonder rechtsgrond aan X heeft betaald, rust de bewijslast van de onverschuldigdheid van de betaling overeenkomstig de hoofdregel van art. 150 Rv op Star. Star zal dan ook ter ontzenuwing van het verweer van X dat de handtekening onder de koopovereenkomst van B is, moeten aantonen dat dit niet het geval is. De kosten van een deskundigenbericht zullen, gelet op het voorgaande, door Star moeten worden voorgeschoten. De deskundige zal worden gevraagd om aan de hand van het origineel van de koopovereenkomst van 19 februari 2001 met betrekking tot een perceel grond in Spanje - welk origineel door X overeenkomstig haar aanbod aan de deskundige ter beschikking dient te worden gesteld - vast te stellen of de handtekening zoals daarop staat van B daadwerkelijk van hem afkomstig is en met welke mate van waarschijnlijkheid. Afhankelijk van de uitslag van het deskundigenbericht zal de rechtbank verder bezien op welke partij verder eventuele bewijslast terzake waarvan rust.

8. De zaak zal nu eerst naar de rol worden verwezen met het verzoek aan de partijen zich uit te laten over de persoon en het aantal te benoemen deskundigen en over de vraagstelling aan de deskundige(n). De rechtbank meent dat één deskundige volstaat en stelt voor om als deskundige te benoemen, in haar functie als grafoloog, mevrouw R. ter Kuile-Haller te ’s-Gravenhage.

9. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. Hoger beroep tegen dit tussenvonnis staat niet open.

De beslissing

De rechtbank, recht doende

1. verwijst de zaak naar de vierde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor uitlating bij akte door de beide partijen in voege als hiervoor vermeld;

2. verstaat dat tegen dit vonnis geen hoger beroep mogelijk is dan tegelijk met dat tegen het eindvonnis;

3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp, rechter, en in het openbaar uitgesproken op woensdag 21 april 2004.

De griffier: De rechter: