Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AP3447

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
14-04-2004
Datum publicatie
23-06-2004
Zaaknummer
90997
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht; distributie-overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 90997 / HA ZA 02-1360

Datum vonnis: 14 april 2004

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROVITE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Ede,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. T.J. van Veen,

advocaat mr. H.C.W. Geffroy te Ede,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MIRAFLOOR NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. S. Bharatsingh te Hilversum.

De partijen zullen hierna (ook) worden aangeduid als Eurovite en Mirafloor.

Het verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 26 maart 2003 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken. Verder zijn nog de volgende processtukken gewisseld:

* een conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, tevens akte eisvermeerdering, aan de zijde van Eurovite;

* een conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie aan de zijde van Mirafloor;

* een conclusie van dupliek in reconventie aan de zijde van Eurovite.

Vervolgens hebben de partijen hun standpunten doen bepleiten. De pleitnotities zijn als gedingstukken overgelegd, waarbij de rechtbank opmerkt dat (de advocaat van) Mirafloor een deel van de pleitnota niet heeft voorgedragen, zodat op dat deel geen acht zal worden geslagen. Ten slotte is bepaald dat vonnis wordt gewezen.

De vaststaande feiten

in conventie en in reconventie

1. Mirafloor legt zich toe op de import en export van en de groothandel in interieurmaterialen, waaronder vloer- en wandtegels. Eurovite is distributeur van onder meer tegelproducten.

2. Omstreeks eind 1994 zijn Mirafloor (als leverancier) en Eurovite (als distributeur) een distributie-overeenkomst aangegaan. Op grond van deze overeenkomst heeft Eurovite van Mirafloor het alleenrecht verkregen om in Nederland, België, Luxemburg en het voormalig West-Duitsland (ten zuiden begrensd door de lijn Frankfurt-Regensburg) de productlijnen Mirafloor (plavuizen), Miramar (mozaïeken) en Miramonte op de markt te brengen, te distribueren en te verkopen aan de detailhandel. Later is ook Mirafloor Plus aan deze drie productlijnen toegevoegd.

3. De distributie-overeenkomst bevat – voor zover van belang – de navolgende bepalingen:

“artikel 4: De leverancier zal gedurende de looptijd van de overeenkomst binnen het gebied noch direct noch indirect verkoopactiviteiten ontplooien. (...)

artikel 5: Indien de leverancier nieuwe producten ontwikkelt, zullen deze eerst aan de distributeur worden aangeboden ter opname onder dit contract.

artikel 6: De leverancier is te allen tijde bevoegd het assortiment te wijzigen, aan te passen en/of te verbeteren. (…)

artikel 8: Distributeur onthoudt zich gedurende de looptijd van deze overeenkomst, van de vertegenwoordiging, de verkoop en/of de verspreiding en/of marketing van vergelijkbare goederen, die direct met de producten onder 1. concurreren. In geval van twijfel wordt leverancier ingelicht. (…)

artikel 9: De distributeur is belast met de optimale distributie, verkoop van de producten. Zij draagt zorg voor een voldoende representatieve en geëquipeerde verkooporganisatie.

artikel 11: Distributeur verzorgt voor eigen rekening de promotie van de producten in het gebied (…). Kosten van displays (tot een bedrag van ? 225,-- per display, het resterende deel van de kostprijs wordt door de leverancier gedragen) en dealermateriaal zijn voor rekening van de distributeur. (…).

artikel 16: (…) Per jaar, voor het eind van het derde kwartaal, worden door leverancier en distributeur de minimum gegarandeerde afname voor het volgende jaar bepaald. Worden zij het daarover niet eens, dan stelt leverancier in redelijkheid de minimum afname vast. Wordt de minimum afname niet gerealiseerd, dan kan leverancier de overeenkomst opzeggen met een opzegtermijn van vier maanden, zonder gehouden te zijn tot schadevergoeding.

artikel 24: Opzegging geschiedt steeds bij aangetekend schrijven.

artikel 25: De leverancier heeft gedurende twee maanden na beëindiging van deze overeenkomst de plicht de alsdan bij de distributeur aanwezige voorraad terug te kopen tegen de door distributeur betaalde inkoopprijs. De voorraad dient dan in goede staat te zijn en van een dusdanige samenstelling dat de leverancier ze ook goed en in een juiste verhouding van de diverse types kwijt kan. (…)”

4. Buiten de in de overeenkomst vastgelegde distributie-afspraken zijn door de partijen omstreeks 1996 – niet schriftelijk vastgelegde – commissie-afspraken gemaakt ten aanzien van de series Cerami (handbeschilderde tegels), Miramar Anticato (getrommeld marmer), Miracotta (cotto) en Mirastone (blauwsteen).

Op basis van deze afspraken ontwikkelde Mirafloor, tegen betaling van provisie door Eurovite, tegelseries. Eurovite kocht de producten rechstreeks aan bij de producenten en bracht deze op de markt.

5. In oktober 2001 heeft Mirafloor een vertegenwoordiger (A) een bezoek laten brengen aan de Mirafloor-dealers, dit (mede) naar aanleiding van bij de dealers gerezen klachten.

6. In het najaar van 2001 hebben de partijen, (mede) in verband met teruglopende omzetten, overleg gevoerd over de wijze waarop hun samenwerking zou moeten worden gecontinueerd dan wel beëindigd. Bij brief van 16 oktober 2001 heeft Mirafloor Eurovite twee oplossingen voorgesteld: de eerste kwam er op neer dat Eurovite voor een bedrag van ? 400.000,-- (samengevat) de activiteiten, producten, rechten en verkoopmiddelen van Mirafloor zou overnemen. Het tweede voorstel hield in dat Mirafloor per 1 december 2001 zelfstandig en rechtstreeks zou beginnen met de verkoop van Mirafloorseries in de Benelux en in Duitsland, met eigen vertegenwoordigers, eigen voorraad en eigen distributie. Dit betekende dat Eurovite na 1 januari 2002 geen producten onder de merknaam Mirafloor meer zou mogen verkopen.

Op 17 oktober 2001 heeft Eurovite per telefax aan Mirafloor bericht in te stemmen met de tweede voorgestelde oplossing, onder de voorwaarde dat Mirafloor de bij Eurovite aanwezige voorraden zou overnemen voor een bedrag van (ruim) ? 1.662.000,--. Mirafloor heeft niet met de door Eurovite geformuleerde voorwaarde ingestemd. Partijen zijn niet tot overeenstemming gekomen.

7. Bij telefaxbericht van 8 januari 2002 heeft Mirafloor Eurovite meegedeeld de samenwerking op commissiebasis met betrekking tot de productlijnen Miramar Anticato, Miracotta en Mirastone te beëindigen per 1 januari 2002 om deze zelf te gaan verkopen.

Ten aanzien van de productlijnen Mirafloor, Mirafloor Plus, Cerami, Miramonte en Miramar heeft Mirafloor in dit faxbericht minimum-afnamen voor 2002 vastgesteld, waarbij zij Eurovite heeft meegedeeld dat de exclusieve verkooprechten voor Duitsland per 1 januari 2002 waren vervallen. Ten slotte heeft Mirafloor Eurovite laten weten dat de exclusieve merkrechten op de overige series per direct zouden komen te vervallen.

8. Omstreeks medio januari 2002 heeft Eurovite aan de hand van haar prijslijst van februari 2002 alle dealers laten weten dat de series Miramar, Mirafloor Plus, Miramonte en Cerami (gedeeltelijk) waren uitgelopen.

9. Op 25 januari 2002 heeft Mirafloor aan alle Mirafloor dealers een brief (mailing) gestuurd. In deze brief heeft Mirafloor de dealers laten weten dat zij vanaf 1 februari 2002 de (onder de commissie-afspraken met Eurovite vallende) series Miracotta, Mirafloor Anticato (bedoeld zal worden Miramar Anticato) en Mirastone rechtstreeks bij Mirafloor konden betrekken. Bij brief van 25 februari 2002 heeft Mirafloor alle dealers meegedeeld dat ook de tegelserie Cerami alsmede de onder de distibutie-overeenkomst met Eurovite vallende series Mirafloor Plus en Miramar mozaïeken vanaf 1 maart 2002 rechtstreeks bij haar konden worden besteld.

10. Omstreeks medio maart 2002 heeft Eurovite alle door haar bij de dealers geplaatste tegelstandaards (displays) verwijderd.

11. Bij brief van 22 maart 2002 heeft Mirafloor de samenwerking en alle afspraken met Eurovite opgezegd. Daarbij heeft Mirafloor ook de onmiddellijke betaling gevorderd van alle openstaande nota’s, alsmede onmiddellijke teruggave en herstel van de door Eurovite bij de dealers verwijderde displays en overig monstermateriaal, voor zover – geheel of gedeeltelijk – in eigendom toebehorend aan Mirafloor.

12. Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, heeft Eurovite op 5 april 2002 voor een bedrag van in totaal € 520.000,-- conservatoir derdenbeslag laten leggen onder de ABN AMRO Bank te Ede op alle bank- en andere tegoeden van Mirafloor bij deze bank. Ook heeft zij beslag laten leggen op alle (tegel)producten en andere aan Mirafloor in eigendom toebehorende zaken, die zich op dat moment bevonden in een opslagloods bij de grensovergang Hazeldonk, waarna deze zaken in gerechtelijke bewaring zijn genomen door Topwood B.V. te Heteren.

13. Bij vonnissen van 1 mei en 25 juli 2002 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank, in een door Mirafloor tegen Eurovite aangespannen kort geding, Eurovite veroordeeld om – samengevat – de door haar verwijderde displays (gemarkeerd op een aan het vonnis van 1 mei 2002 gehechte lijst) ongeschonden terug te bezorgen bij de dealers. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter het conservatoir derdenbeslag (op 1 mei 2002) alsmede het beslag op de handelsvoorraad te Heteren (op 25 juli 2002) opgeheven, het laatste onder de voorwaarde dat Mirafloor zekerheid zou stellen in de vorm van een bankgarantie van € 50.000,--.

De voorzieningenrechter heeft (in reconventie) Mirafloor veroordeeld zich voor de duur van de distributie-overeenkomst in Nederland en België te onthouden van elke verkoopactiviteit met betrekking tot de productlijnen Mirafloor plavuizen, Miramar, Miramonte en Mirafloor Plus.

14. De voorzieningenrechter heeft in zijn vonnis van 1 mei 2001 voorts overwogen dat er voorshands van moest worden uitgegaan dat, ten tijde van het wijzen van het vonnis (op 1 mei 2002), de distributie-overeenkomst nog niet was beëindigd, omdat de partijen zich na de opzegging van de overeenkomst op 22 maart 2002, hebben gedragen alsof de overeenkomst nog voortduurde. Bij aangetekende brief van 15 mei 2002 heeft Mirafloor de distributie-overeenkomst (opnieuw) opgezegd.

Het geschil

in conventie en in reconventie

15. Eurovite vordert in conventie na eiswijziging, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht verklaart dat Mirafloor jegens Eurovite onrechtmatig

heeft gehandeld, onder andere door in strijd met de inhoud van de distributie-overeenkomst te handelen en de overeengekomen exclusiviteit te schenden, en daarom aansprakelijk is voor de door Eurovite geleden en te lijden schade;

2. Mirafloor veroordeelt tot vergoeding van door Eurovite geleden

en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met wettelijke rente;

3. - primair: Mirafloor veroordeelt om, onder toezicht van een door de rechtbank aan te wijzen deskundige en binnen vier weken na betekening van dit vonnis, alle zich bij Eurovite bevindende Mirafloorproducten terug te kopen, althans in ieder geval de onder de distributie-overeenkomst vallende producten Mirafloor plavuizen, Miramar mozaïeken, Miramonte en Mirafloor Plus, vermeerderd met wettelijke rente,

- subsidiair: voor recht verklaart dat Eurovite gerechtigd is om de zich nog bij haar bevindende Mirafloorproducten te mogen blijven uitverkopen totdat de voorraden in hun geheel zijn uitverkocht, althans gedurende een door deze rechtbank in redelijkheid vast te stellen termijn, en onder bepaling dat Mirafloor dat in afwijking van het in artikel 25 van de distributie-overeenkomst dient te gehengen en te gedogen;

4. Mirafloor veroordeelt in de kosten van de procedure, inclusief de kosten van het beslag;

5. Mirafloor veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 5.000,--, vermeerderd met wettelijke rente.

16. Ter onderbouwing van haar vorderingen voert Eurovite aan dat Mirafloor onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met de overeenkomst dealers rechtstreeks te benaderen en door het maken van inbreuk op en het intrekken van de overeengekomen exclusiviteit. Mirafloor heeft de overeenkomst opgezegd zonder inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn. Voorts heeft Mirafloor klachten over Mirafloorproducten niet in behandeling genomen, aldus Eurovite. Ten slotte is Eurovite van mening dat Mirafloor ten onrechte weigert zowel de producten die vallen onder de distributie-overeenkomst, als de producten die vallen onder de commissiesamenwerking, van Eurovite terug te kopen. Eurovite stelt schade te ondervinden als gevolg van de handelwijze van Mirafloor.

17. Mirafloor heeft tegen de vorderingen van Eurovite gemotiveerd verweer gevoerd. Dit verweer komt er, kort samengevat, op neer dat Eurovite de distributie heeft laten ‘verslonzen’ en aan dealers, in strijd met de overeenkomst tussen partijen, informatie heeft verstrekt over (de uitloop van) producten. (Uitsluitend) om de schade te beperken heeft Mirafloor de dealers bericht dat de producten ook rechtstreeks bij haar konden worden betrokken. Dat Mirafloor de commissie-afspraken met Eurovite heeft beëindigd, was naar de mening van Mirafloor ook niet in strijd met gemaakte afspraken, omdat op de commissieproducten naar de mening van Mirafloor de bepalingen van de distributie-overeenkomst, waaronder de bepaling van exclusiviteit, niet van toepassing waren. Mirafloor stelt zich op het standpunt dat zij niet gehouden is om de producten – zowel de producten die vallen onder de distributie-overeenkomst als onder de commissiesamenwerking – terug te kopen van Eurovite.

18. In reconventie heeft Mirafloor, samengevat, gevorderd dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. Eurovite veroordeelt tot betaling van de door Mirafloor geleden

en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met wettelijke rente;

2. Eurovite veroordeelt tot betaling van de opbrengst uit de verkoop van Mirafloorproducten, die Eurovite in strijd met de distributie-overeenkomst en commissie-afspraken na beëindiging van die overeenkomsten heeft verkocht, vermeerderd met wettelijke rente;

3. Eurovite verbiedt (bedoeld zal worden: gebiedt) om, nadat dit vonnis kracht van gewijsde heeft gekregen, de verkoop van Mirafloor(producten) te staken, versterkt met een dwangsom;

4. Eurovite gebiedt om alle verkoopinformatie over de onder de distributie-overeenkomst vallende producten te verschaffen, die Eurovite verplicht is over te dragen bij beëindiging van de overeenkomst, inclusief een overzicht met de gegevens (a) waar welke displays (type 1 t/m 4) stonden voor het weghalen door Eurovite, (b) waar welke displays zijn weggehaald, (c) waar welke displays nu nog staan en (d) waar Eurovite na beëindiging van de distributie-overeenkomst nog verkoopactiviteiten heeft ondernomen; en

5. Eurovite gebiedt om aan Mirafloor een overzicht te verschaffen van alle inkoopfacturen van 1 januari 2000 tot 1 januari 2002, die betrekking hebben op de productlijnen Cerami, Miramar Anticato, Miracotta en Mirastone.

19. Ter onderbouwing voert Mirafloor – kort samengevat – aan dat zij door de gebrekkige dealerbegeleiding van Eurovite schade heeft geleden bestaande uit imagoverlies, omzetverlies, kosten in verband met het weghalen en herstel van beschadigde displays en kosten die ze moet maken om haar positie op de markt te veroveren. Ook is schade ontstaan aan voorraden, door ondeskundige behandeling in het kader van de beslaglegging door Eurovite. Mirafloor heeft verder aangegeven dat Eurovite nota’s onbetaald heeft gelaten alsmede dat zij van Eurovite nog provisie tegoed heeft, Eurovite zou hebben geweigerd daarover informatie te verstrekken. Ook zou Eurovite in 2003, dat wil zeggen na beëindiging van de overeenkomst, nog hebben geadverteerd met Mirafloor-producten.

20. Eurovite heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de reconventionele vorderingen van Mirafloor. Kort gezegd komt dit er op neer dat het weghalen van displays een gevolg was van het schenden van de exclusiviteit door Mirafloor. Zij betoogt dat Mirafloor zich ten onrechte op het standpunt stelt dat Eurovite de distributie heeft laten verslonzen. Mirafloor heeft geen causaal verband kunnen aantonen tussen Eurovites handelwijze en de verslechterende omzet. Ten slotte betoogt Eurovite dat op haar website de niet meer leverbare Mirafloor-producten waren vermeld, dit in verband met de afhandeling van lopende orders. Eurovite betwist voorts gehouden te zijn tot betaling van openstaande facturen.

De beoordeling van het geschil

in conventie

De exclusiviteit

21. De samenwerking tussen Mirafloor en Eurovite was tweeledig: ten eerste bestond er een in 1994 tot stand gekomen distributie-overeenkomst, die blijkens haar tekst betrekking had op vier productlijnen. Daarnaast hebben de partijen ten aanzien van vier andere productlijnen in 1996 commissie-afspraken gemaakt.

Eurovite stelt zich op het standpunt dat Mirafloor de – uit de distributie-overeenkomst voortvloeiende – exclusiviteit heeft geschonden. Zij is van mening dat die schending ook geldt ten aanzien van de commissieproducten, omdat de bepalingen van de distributie-overeenkomst ook van toepassing zijn op de commissieproducten. Mirafloor bestrijdt dit.

De rechtbank zal zich, gelet op de standpunten van de partijen op dit onderdeel, eerst uitlaten over de vraag of de vier onder de commissie-afspraken vallende series tegelproducten deel zijn gaan uitmaken van de distributie-overeenkomst en in het bijzonder of de bepalingen omtrent exclusiviteit daarop van toepassing zijn.

22. Eurovite heeft, onder meer ter comparitie bij monde van de heer Van de Beek, verklaard dat alle producten onder het ‘Mira-label’ vielen, al deze producten een Mira-verpakking hadden, Mira-documentatie enzovoort. Ook de dealers maakten geen onderscheid. Ter zake van de commissie-producten zou Eurovite ook altijd exclusiviteit hebben genoten.

De heer B (Mirafloor) heeft ter gelegenheid van de comparitie verklaard dat uitsluitend de marketing voor alle producten identiek was. Hij heeft tevens betoogd dat enkele specifieke bepalingen uit de distributie-overeenkomst niet toepasbaar (konden) zijn op de commissie-producten.

Mirafloor heeft zich voorts op het standpunt gesteld, onder meer onder verwijzing naar de kort geding vonnissen van 1 mei en 25 juli 2002 en naar de brief van Eurovite van 20 januari 2002, dat er wezenlijke verschillen bestonden tussen de commissie-afspraken en de distributie-overeenkomst. Dit gold onder meer ten aanzien van de wijze waarop inkoopprijs en assortiment van de commissieproducten werden bepaald.

Er is, blijkens artikel 2 en annex A van de overeenkomst, bovendien geen exclusiviteit overeengekomen voor de commissie-producten, aldus Mirafloor. Eurovite zou zelf (via de firma Kraal) concurrerende zaken hebben ingekocht en deze onder het Miralabel hebben doorverkocht, waarmee Eurovite de afwezigheid van exclusiviteit ten aanzien van de commissieproducten zou hebben onderschreven, dan wel de exclusiviteit zou hebben geschonden.

23. Gelet op hetgeen de partijen over en weer hebben verklaard ten aanzien van de (verschillen tussen de) samenwerking op commissiebasis respectievelijk op basis van de distributie-overeenkomst, is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de commissie-producten zonder meer onder de distributie-overeenkomst vielen. Zo verschilden onder meer de wijze waarop de producten werden ingekocht en verkocht – en daarmee de rolverdeling tussen de partijen –, de afnameverplichting voor Eurovite, de vaststelling van prijzen en assortiment en de ontwikkeling van de producten.

Wel is de rechtbank van oordeel dat de partijen, gelet op hun gedragingen tijdens de (jarenlange) samenwerking, de in de distributie-overeenkomst vastgelegde bepalingen omtrent exclusiviteit, over en weer ook hebben toegepast op de commissie-producten. Daar doet niet aan af dat deze afspraken omtrent exclusiviteit niet op schrift zijn gesteld.

Daar komt bij dat tijdens de comparitie van partijen de heer B heeft betoogd dat Eurovite exclusiviteit genoot. Gelet op zijn bewoordingen gaat de rechtbank ervan uit dat die exclusiviteit ook gold ten aanzien van de commissieproducten. Dit geldt temeer nu Mirafloor in haar conclusie van antwoord heeft aangegeven dat ten aanzien van de commissieproducten geen expliciete wederzijdse exclusiviteit was overeengekomen maar dat de partijen zich hebben gedragen alsof dat wel zo was. Ook in de pleitaantekeningen is de wederzijdse exclusiviteit bevestigd. De rechtbank verwerpt het standpunt van Mirafloor dat Eurovite die exclusiviteit zou hebben geschonden door het elders inkopen van pallets met tegels (het “breekpunt”), nu Eurovite genoegzaam heeft aangetoond, onder meer aan de hand van overgelegde correspondentie, dat zij dit (mede) heeft gedaan met het oog op prijsvergelijking/marktpositie en dat zij ten aanzien van deze “proeforder” open is geweest naar Mirafloor. Daarbij komt dat het slechts één order betrof. De stelling van Mirafloor dat Eurovite voorts concurrerende producten zou hebben verkocht, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd.

De vermeende schending van de overeenkomst

24. De rechtbank komt vervolgens toe aan beantwoording van de vraag of Mirafloor in strijd heeft gehandeld met de distributie-overeenkomst, onder meer door het rechtstreeks benaderen van dealers en door het maken van inbreuk op en intrekken van de exclusiviteit. De rechtbank verstaat de door Eurovite gestelde onrechtmatigheid als een beroep op niet-nakoming en zij zal deze derhalve beoordelen aan de hand van de artikelen 74 en volgende van boek 6 BW.

25. Genoegzaam is komen vast te staan, onder meer in de twee gevoerde kort geding procedures, dat de samenwerking tussen de partijen niet eerder dan op 15 september 2002, vier maanden na de opzegging bij aangetekende brief door Mirafloor, is beëindigd.

Tot die datum dienden de partijen zich te conformeren aan hetgeen zij waren overeengekomen. Daarbij golden de in de distributie-overeenkomst neergelegde afspraken omtrent exclusiviteit tevens ten aanzien van de commissieproducten.

De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van het faxbericht dat Mirafloor op 8 januari 2002 zond aan Eurovite, niet strookt met de tussen de partijen bestaande afspraken. In dit faxbericht heeft Mirafloor onder meer eenzijdig minimum-afnameverplichtingen vastgesteld, terwijl niet is komen vast te staan dat de onderhandelingen tussen de partijen over dit onderwerp waren beëindigd of vastgelopen. Daarnaast heeft Mirafloor ten aanzien van een aantal series de exclusiviteit opgezegd. Ten slotte heeft Mirafloor in dit faxbericht meegedeeld per 1 januari 2002 de commissie-activiteiten ten aanzien van de productlijnen Miramar Anticato, Miracotta en Mirastone te stoppen en deze productlijnen zelf te gaan verkopen. Hoewel de beëindigingsbepalingen uit de distributie-overeenkomst niet van toepassing waren op deze productlijnen, staan in het licht van de relatie tussen de partijen redelijkheid en billijkheid er aan in de weg dat een partij, zonder dat de partijen dit tevoren deugdelijk hebben besproken, met terugwerkende kracht een meerjaarlijkse samenwerking beëindigt.

De door Mirafloor op 25 januari 2002 aan de dealers gezonden brief (mailing) is naar het oordeel van de rechtbank in strijd met de overeengekomen exclusiviteit, nu Mirafloor hierin heeft bekendgemaakt de commissieproducten ook rechtstreeks te zullen gaan leveren. De rechtbank kan uit de brief van Eurovite van 20 januari 2002 niet afleiden dat Eurovite zou hebben erkend dat Mirafloor gerechtigd was zelf de commissie-producten te gaan verkopen, zoals Mirafloor betoogt. Uit deze brief volgt eerder het tegendeel.

Schending van exclusiviteit acht de rechtbank ten slotte eveneens aanwezig ten aanzien van de tweede door Mirafloor aan de dealers gezonden brief, gedateerd 25 februari 2002. Daarin laat Mirafloor de dealers weten dat ook de distributieproducten rechtstreeks bij haar kunnen worden betrokken (tegen aantrekkelijker prijzen dan Eurovite biedt), welke mededeling naar het oordeel van de rechtbank eveneens een schending van de distributie-overeenkomst betekent.

26. Ter rechtvaardiging van de bovengenoemde schending van exclusiviteit heeft Mirafloor zich beroepen op de noodzaak die zij had om haar schade te beperken. Mirafloor heeft ter onderbouwing van dit verweer betoogd dat Eurovite, in strijd met de artikelen 6, 10 en 11 van de overeenkomst, in haar (medio januari 2002 uitgebrachte) catalogus van februari 2002 aan de dealers had meegedeeld dat twee van de vier onder de distributie-overeenkomst vallende productlijnen volledig en de derde gedeeltelijk waren uitgelopen. “Uitloop” is daarbij door Mirafloor uitgelegd als “niet meer leverbaar”. Dit deed Eurovite zonder voorafgaand overleg met Mirafloor, die daardoor werd gedupeerd, en zich genoodzaakt voelde om aan de dealers de in de vorige overweging genoemde brief van 25 februari 2002 te zenden.

27. Naar het oordeel van de rechtbank gaat dit verweer niet op. Om te beginnen wordt overwogen dat de catalogus van Eurovite niet de aanleiding kan zijn geweest voor verzending van het faxbericht van 8 januari 2002 aan Eurovite, nu die catalogus op die datum nog niet was uitgekomen.

Het begrip “uitloop” (van een product) is door Eurovite tijdens het pleidooi verduidelijkt. Een product(lijn) loopt uit als geen energie meer wordt gestoken in de promotie ervan. Uitloop impliceert niet, zoals Mirafloor heeft betoogd, dat het betreffende product niet meer wordt geleverd of uit het assortiment is gehaald. Ook voor de dealers is volstrekt duidelijk dat uitloop moet worden uitgelegd zoals Eurovite heeft gedaan, aldus Eurovite.

Deze verklaring van Eurovite is tijdens het pleidooi onvoldoende (gemotiveerd) door Mirafloor betwist, zodat de rechtbank het er voor houdt dat de lezing van Eurovite juist is.

Door Eurovite is verklaard – en door Mirafloor is niet betwist – dat de productlijnen Miramonte en Miramar mozaïeken slecht verkochten. Partijen hebben over en weer de schuld bij de ander gelegd ten aanzien van de vraag naar de reden van de teruglopende verkopen. Eurovite is van mening dat Mirafloor geen creatieve productwijzigingen doorvoerde. Dit wordt niet ontkend door Mirafloor, maar zij heeft wel aangevoerd dat haar gebrek aan kennis omtrent marktontwikkelingen het gevolg was van een gebrekkige voorlichting door Eurovite aan haar. Voorts heeft Eurovite betoogd dat de producten te duur waren en dat Mirafloor te laat en in te grote hoeveelheden aanleverde, waardoor Eurovite voorraad overhield. Mirafloor heeft hier tegenover aangevoerd dat Eurovite haar “zorgverplichting” veronachtzaamde, waardoor de interesse in de producten afnam. De partijen zijn het erover eens dat de omzetten mede terugliepen als gevolg van de verslechterde economie.

28. Gelet op hetgeen de partijen over en weer hebben betoogd, kan niet worden vastgesteld of Eurovite dan wel Mirafloor in overwegende mate debet is geweest aan de verslechterende verkoopresultaten. Wel is komen vast te staan dat de economie en de (toenemende) concurrentie hebben geleid tot teruglopende omzetten en eveneens is komen vast te staan dat de productlijnen die Eurovite medio januari 2002 aankondigde als uitlopend, niet meer goed verkoopbaar waren. In de brief van 25 februari 2002 staat bovendien dat Mirafloor de productie van de serie Miramonte in februari (of daarvoor) reeds had gestaakt.

29. Hoewel de handelingen van Mirafloor niet los kunnen worden gezien van de voorgaande gebeurtenissen en acties van de partijen (over en weer), is de rechtbank in het licht van het voorstaande van oordeel dat de mededelingen van Eurovite aan de dealers over de uitloop van de slecht lopende productlijnen, geen (voldoende) rechtvaardiging vormden voor Mirafloor om de overeenkomst en in het bijzonder de met Eurovite overeengekomen exclusiviteit te schenden. Mirafloor had voor een andere, niet met de overeenkomst strijdige, oplossing kunnen kiezen. Mirafloor dient dan ook de door Eurovite geleden schade te vergoeden waarbij de rechtbank wel overweegt dat het (eigen) handelen van Eurovite daarbij een reden kan zijn om de schade te matigen.

De klachtenafhandeling

30. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Eurovite haar stelling dat Mirafloor in strijd met de overeenkomst geen klachten meer in behandeling heeft genomen, in het licht van de gemotiveerde betwisting door Mirafloor, onvoldoende geconcretiseerd om aansprakelijkheid voor (eventueel) hieruit voort te vloeien schade aan de zijde van Eurovite vast te stellen.

De terugkoop van Mirafloorproducten

31. Eurovite heeft voorts aangevoerd dat Mirafloor ten onrechte weigert de voor Eurovite onverkoopbare voorraden van haar terug te kopen. Zij is van mening dat (in beginsel) ook de commissieproducten, alsmede de zogenaamde “slowmovers” van haar moeten worden afgenomen. Zij heeft benoeming van een deskundige verzocht.

Mirafloor stelt zich op het standpunt dat Eurovite er (deels) debet aan is dat zij haar voorraad niet heeft kunnen verkopen. Voorts betoogt Mirafloor niet gehouden te zijn om commissieproducten van Eurovite te kopen. Ten aanzien van de wel terug te kopen (distributie)producten is zij van mening dat deze niet alleen in goede staat moeten zijn maar daarnaast van een zodanige samenstelling dat Mirafloor deze goed en in een juiste verhouding van de diverse types kwijt kan.

32. Gelet op het bepaalde in artikel 25 van de distributie-overeenkomst zal de rechtbank bepalen dat de voorraden van de daarin genoemde producten, nu de overeenkomst is geëindigd, moeten worden teruggekocht door Mirafloor. Dit geldt tevens ten aanzien van de minder goed verkoopbare productlijnen. De rechtbank zal de (primaire) vordering van Eurovite op dit onderdeel dus toewijzen met dien verstande dat de terugkoopverplichting niet geldt ten aanzien van de commissieproducten. De rechtbank is van oordeel dat, nu de partijen ten aanzien van de commissieproducten geen terugkoopafspraken op schrift hebben vastgelegd, moet worden aangenomen dat zij niet de bedoeling hebben gehad dat Mirafloor na het beëindigen van de samenwerking ook die producten – door Eurovite elders ingekocht – van Eurovite dient af te nemen.

Ten slotte geeft de rechtbank de beide partijen in overweging om het in onderling overleg eens te worden over een aan te wijzen deskundige, die bij de levering aanwezig zal zijn om te registreren wat daar gebeurt.

De displays

33. Ten slotte heeft Eurovite gesteld dat zij mede-eigenaar is van 100 displays ter waarde van € 50,-- per stuk. Zij vordert dat Mirafloor, die na beëindiging van de distributie-overeenkomst alleengebruiker is geworden van de displays, haar de helft van de waarde dient te vergoeden.

Mirafloor heeft, ter betwisting van de stelling van Eurovite, onder meer aangevoerd dat zij door natrekking eigenaar is geworden van de displays. Op dit verweer heeft Eurovite niet (inhoudelijk) gereageerd, zodat haar vordering (reeds) om die reden moet worden afgewezen.

in reconventie

De displays

34. Mirafloor stelt schade te hebben geleden als gevolg van het laten verslonzen door Eurovite van de displays: displays zouden gebreken hebben vertoond, dealerboeken en folders zouden hebben ontbroken. Dit zou goodwill-verlies en omzetverlies hebben veroorzaakt. Tevens zou Mirafloor kosten hebben gemaakt om displays, dealerboeken, folders etc. weer in goede staat te brengen.

35. Ter onderbouwing van haar stelling dat Eurovite geen optimale zorg heeft besteed aan de winkelpositie van de Mirafloorproducten, heeft zij onder meer aangevoerd dat bij dealers klachten waren gerezen, welke klachten zijn bevestigd aan de heer A, ter gelegenheid van de bezoeken die hij aan de dealers heeft gebracht in de tweede helft van 2001. Mirafloor heeft de bezoekrapporten van de heer A in het geding gebracht, evenals de gegevens van een telefonisch marktonderzoek, waaruit de onvrede van de dealers blijkt. Voorts heeft Mirafloor aangeboden getuigen te doen horen.

Eurovite heeft de stellingen van Mirafloor gemotiveerd betwist, en aangevoerd dat zij zelf ook baat heeft bij een goed lopende verkoop, zodat het niet voor de hand ligt dat zij opzettelijk displays niet zou hebben gecontroleerd. Voorts heeft zij verklaard dat zij aan haar (contractuele) verplichting, die er feitelijk op neerkwam dat zij contacten met dealers diende te onderhouden en met zekere regelmaat moest controleren of de displays in orde waren, heeft voldaan. Ook Eurovite heeft (getuigen)bewijs aangeboden van haar standpunten.

36. Gezien de betwisting door Eurovite, tegenover de onderbouwde stellingen van Mirafloor, ziet de rechtbank aanleiding om Mirafloor toe te laten tot het leveren van het door haar aangeboden bewijs van de stelling dat Eurovite geen optimale zorg heeft besteed aan de winkelpositie van de Mirafloorproducten bij de dealers, en de verkoopmiddelen (als displays, folders, dealerboeken) heeft laten verslonzen.

Het verwijderen van de displays

37. Voorts stelt Mirafloor schade te hebben geleden doordat Eurovite displays bij dealers heeft weggehaald: dit zou omzetverliezen alsmede verlies van imago met zich hebben meegebracht. Ten slotte zou Mirafloor kosten hebben moeten maken in verband met het herstel van beschadigde displays alsmede om de markt te heroveren.

38. De rechtbank overweegt (wederom) dat, in de relatie tussen de partijen, acties tot reacties hebben geleid en dat de handeling van Eurovite – het verwijderen van displays bij de dealers – niet los kan worden gezien van voorgaande gebeurtenissen.

Evenwel heeft Eurovite, door zonder voorafgaand overleg met Mirafloor displays weg te halen bij dealers, naar het oordeel van de rechtbank in strijd gehandeld met de overeenkomst. Zoals reeds in (met name de eerste van) de twee bij deze rechtbank gevoerde kort gedingen aan de orde is geweest, was die actie, ook naar het oordeel van de rechtbank, disproportioneel en strijdig met de afspraken tussen de partijen, ongeacht het voorafgaand schenden van de exclusiviteit door Mirafloor.

Eurovite heeft – samengevat – als verweer aangevoerd dat zij zich genoodzaakt voelde om de displays te verwijderen, teneinde (verdergaande) verwarring tegen te gaan en teneinde haar schade te beperken. De rechtbank verwerpt dit verweer. Eurovite had er, om verdere onrust in de markt tegen te gaan, voor kunnen kiezen om – in overleg met Mirafloor – minder vergaande maatregelen te nemen. Daar komt nog bij dat de rechtbank heeft geoordeeld (zie rechtsoverweging 33 van dit vonnis) dat Eurovite geen (mede)eigenaar was van de displays.

Eurovite heeft, door het weghalen van de displays, schade toegebracht aan de goede naam van Mirafloor en haar (Mirafloors) marktpositie verslechterd. Deze schade dient Eurovite te vergoeden aan Mirafloor.

Mirafloor heeft nog gesteld dat bij het terugplaatsen van de (33) displays bij de dealers, een deel van de displays bleek te zijn beschadigd. Nu zij deze stelling niet heeft onderbouwd, ook niet na gemotiveerde betwisting door Eurovite, die onder meer heeft aangevoerd dat door gebruik en veroudering beschadigingen (kunnen) zijn ontstaan, zal de rechtbank haar niet toelaten tot bewijslevering op dit onderdeel.

Ten slotte heeft Mirafloor gesteld dat behalve de in de kort gedingen genoemde displays (nr. 4), Eurovite ook andere displays – en displays bij andere dealers dan de 41 waarvan in de kort gedingen sprake was – heeft weggehaald. Eurovite heeft deze stelling onvoldoende (gemotiveerd) betwist. Mirafloor heeft er met het oog op vaststelling van de schade en in verband met de voortzetting van haar onderneming, naar het oordeel van de rechtbank, belang bij te weten waar welke displays zijn weggehaald, en bij welke dealers nu nog displays staan. De rechtbank zal de (vierde) vordering van Mirafloor, te weten dat Eurovite informatie over de displays aan Mirafloor moet verschaffen, toewijzen.

De schade als gevolg van het vervoeren van beslagen voorraden

39. Mirafloor heeft gesteld dat Eurovite, door het ondeskundig (doen) inladen van de beslagen voorraden en het vervoer van Kennis Transport naar Topwood B.V. te Heteren, schade heeft toegebracht aan de voorraden. Dit is door Eurovite betwist.

Mirafloor heeft, ter onderbouwing van haar stelling, een getuigenverklaring in het geding gebracht. Uit deze getuigenverklaring (van de heer Kennis) volgt echter niet dat er schade is. De rechtbank ziet geen aanleiding Mirafloor toe te laten tot het leveren van bewijs dat Eurovite schade heeft veroorzaakt aan de voorraden, nu zij daartoe te weinig (onderbouwd) heeft gesteld en in het bijzonder niets heeft gesteld over de oorzaak van de schade alsmede waaruit deze bestaat.

De openstaande facturen

40. Hoewel Mirafloor heeft betoogd en onderbouwd dat Eurovite een aantal nota’s met betrekking tot producten, vallende onder de distributie-overeenkomst, niet heeft voldaan en Eurovite daarop verweer heeft gevoerd, heeft Mirafloor betaling van deze facturen niet (in haar petitum) gevorderd, zodat de rechtbank dit onderdeel verder onbesproken zal laten.

De website en verkopen van Eurovite

41. Mirafloor heeft ten slotte gesteld dat Eurovite, na beëindiging van de samenwerking tussen de partijen, in strijd met de overeenkomst de verkoop van meerdere productlijnen heeft voortgezet en daaromtrent aankondigingen heeft gedaan via haar website.

Eurovite heeft dit bestreden en aangevoerd alleen nog lopende orders te hebben afgewikkeld. De website zou uitsluitend hebben vermeld welke producten niet meer leverbaar waren. Eurovite heeft daarbij gemotiveerd betoogd dat Mirafloor meerdere malen heeft geweigerd bestellingen aan haar uit te leveren, waardoor lopende orders niet tijdig konden worden afgewerkt. Daardoor is zij nog enige tijd Mirafloor-producten blijven uitleveren.

Gezien de door Mirafloor in het geding gebrachte stukken (met name de uitdraaien van de website van Eurovite van 31 januari en 7 maart 2003) is de rechtbank van oordeel dat Eurovite na 15 september 2002 niet alleen lopende orders heeft afgewerkt, maar de Mirafloorproducten ook is blijven (uit)verkopen.

Echter, gelet op de moeizame correspondentie tussen de partijen over terugkoop van de voorraden en de vast te stellen prijs – waarbij Mirafloor zich aanvankelijk op het standpunt stelde dat eerst openstaande facturen aan haar moesten worden betaald en waarbij zij uitsluitend de goed lopende producten wenste af te nemen – is de rechtbank van oordeel dat Eurovite niet toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst door de voorraden te gaan uitverkopen. De rechtbank zal de vordering van Mirafloor dat Eurovite wordt veroordeeld tot betaling van de opbrengst uit de verkoop van – na beëindiging van de overeenkomst verkochte – Mirafloorproducten afwijzen.

Ook ten aanzien van de commissieproducten geldt dat Eurovite gerechtigd was deze te verkopen, daar de bepalingen uit de distributie-overeenkomst hierop niet van toepassing waren en de producten elders waren ingekocht. Ten aanzien van de commissieproducten is de rechtbank voorts van oordeel dat Eurovite niet is gehouden inkoopfacturen (van 1 januari 2000 tot 1 januari 2001) te verschaffen aan Mirafloor.

in conventie en in reconventie

42. De rechtbank zal de beslissing zowel in conventie als in reconventie aanhouden, opdat in beide procedures gelijktijdig een eindbeslissing kan worden gegeven.

De rechtbank

in conventie

1. bepaalt dat iedere beslissing zal worden aangehouden.

in reconventie

1. draagt Mirafloor, onder verwijzing naar overweging 36 van dit vonnis, op te bewijzen dat Eurovite tekort is geschoten in de nakoming van de distributie-overeenkomst tussen de partijen, door de winkelpositie van de Mirafloorproducten (in het bijzonder de displays) te veronachtzamen,

2. bepaalt dat, voor zover Mirafloor dit bewijs door middel van getuigen wil leveren, de getuigen door de rechtbank (mr. O. Nijhuis) gehoord zullen worden in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een door de rechtbank vast te stellen plaats en tijd (een woensdag),

3. verwijst de zaak naar de tweede rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor het opgeven van eventuele getuigen met de verhinderdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden mei tot en met augustus 2004, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

4. bepaalt dat het aan de hand van de gedane opgave(n) vastgestelde tijdstip in beginsel niet zal worden gewijzigd,

5. verstaat dat bij gebreke van de gevraagde opgave van getuigen geen gelegenheid meer zal worden gegeven voor het doen horen van getuigen,

6. verwijst in dat geval de zaak naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis zal worden gewezen, voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van Mirafloor, waarbij deze desgewenst ook het bewijs schriftelijk kan leveren, of voor bepaling datum vonnis,

7. bepaalt dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn,

8. bepaalt voorts dat de partijen, beide vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is, en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is tot het geven van inlichtingen en tot het aangaan van een schikking, indien daartoe naar het oordeel van de rechter aanleiding bestaat, tijdens en/of na de getuigenverhoren voor de genoemde rechter te zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of de partijen het op één of meer punten met elkaar eens kunnen worden,

9. bepaalt dat voor zover de partijen in verband met de getuigenverhoren nog stukken in het geding willen brengen, dit dient te geschieden bij akte op de hiervoor bedoelde tweede rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken,

10. verstaat dat hoger beroep van dit vonnis alleen mogelijk is tegelijk met dat van het eindvonnis,

11. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. O. Nijhuis, M. Jansen en F.M.T. Quaadvliet en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2004.

de griffier de voorzitter