Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AP1366

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
24-03-2004
Datum publicatie
11-06-2004
Zaaknummer
103099
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schuldoverneming; Art. 6:155 BW;

Nu Keizerstad de gestelde schuldoverneming ter comparitie heeft betwist volgt uit de hoofdregel van art. 150 Rv dat op X en Y de last rust te bewijzen dat aan de vereisten van een geldige schuldoverneming als bedoeld in art. 6: 155 BW is voldaan. Dat betekent dat zij allereerst zullen moeten bewijzen hun stelling dat de door de VOF gedreven onderneming in de BV is ingebracht en dat de BV in dat verband ook de bestaande schuld van de VOF aan Keizerstad heeft overgenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 103099 / HA ZA 03-1341

Datum vonnis: 24 maart 2004

Vonnis

in de zaak van

1. X,

wonende te A,

2. Y,

wonende te B,

opposanten bij verzetdagvaarding van 6 augustus 2003,

procureur en advocaat mr. H.M.G. van Lotringen te Ede,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KEIZERSTAD FM EXPLOITATIE B.V.,

gevestigd te Elst,

geopposeerde,

procureur en advocaat mr. K. van der Meulen te Zevenaar.

Het verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 3 september 2003 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken. Ten slotte is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1.1 Keizerstad verkoopt seconden reclamezendtijd. Zij brengt haar klanten in contact met een productiemaatschappij die spots aanlevert voor uitzending. Vervolgens maakt zij met het oog op uitzending van die reclamespots een uitzendschema.

1.2 Telfin Verzekeringen heeft op 25 september 2002 aan keizerstad opdracht gegeven tot het uitzenden van een aantal reclamespots in de periode van 14 oktober tot en met 13 december 2002. Bij de stukken bevindt zich een schriftelijk opdrachtformulier dat namens Telfin Verzekeringen is getekend door Y en namens keizerstad door C, destijds accountmanager bij Keizerstad.

1.3 Deze spots zijn niet uitgezonden omdat hun inhoud inmiddels was achterhaald en Keizerstad heeft Telfin Verzekeringen voor de daarvoor gereserveerde zendtijd niets in rekening gebracht.

1.4 Op 7 november 2002 heeft Telfin Verzekeringen opnieuw aan keizerstad opdracht gegeven tot het uitzenden van een aantal reclamespots. Bij de stukken bevindt zich een ‘Mutatieformulier Commercials Keizerstad FM’. Dat formulier is namens keizerstad getekend door haar directeur D en namens Telfin Verzekeringen door Y. Als bijzonderheden staat in het formulier het volgende vermeld:

“Een en ander in overleg tussen de heer D en de heer

X van Telfin Verzekeringen: campagne is gestaakt i.v.m. achterhaalde inhoud commercialtekst. Cliënt laat nieuwe commercial produceren. De gehele campagne zal met ingang van 6 januari 2003 een nieuwe aanvang nemen. Looptijd derhalve 6 januari 2003 tot en met 7 maart 2003. Overige gegevens zoals totaal aantal spots, uitzenddagen en uitzendfrequentie en contractbedrag blijven ongewijzigd conform de gesloten overeenkomst. Keizerstad FM zal het contractbedrag factureren en automatisch incasseren op of rond 15 januari 2003. Cliënt ontvangt een nieuw uitzendschema na ondertekening van deze mutatie.”

Er zijn in de overeengekomen periode geen spots van Telfin Verzekeringen uitgezonden, omdat deze niet zijn aangeleverd.

1.5 Op de tussen partijen gesloten overeenkomst zijn van toepassing de door Keizerstad gehanteerde Algemene Verkoopvoorwaarden. Artikel 15 daarvan vermeldt:

“A. Zendtijd welke door opdrachtgever is geboekt c.q. is gereserveerd,

doch niet binnen de geboekte c.q. gereserveerde termijn wordt gebruikt, dient door opdrachtgever volledig te worden voldaan.

B. Opschorten van campagnes is alleen mogelijk binnen de contracttermijn.”

1.6 Blijkens uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor centraal Gelderland d.d. 1 augustus 2003 is op 2 december 2002 opgericht de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Telfin Verzekeringen B.V.. Bestuurders van Telfin Verzekeringen B.V. zijn Daro B.V. respectievelijk Vienna B.V.. X en Y zijn directeur-groot aandeelhouders van Vienna B.V. respectievelijk Daro B.V.. Telfin Verzekeringen B.V. exploiteert een assurantiebemidddelingsbureau.

1.7 Keizerstad heeft TelfinVerzekeringen voor de gereserveerde zendtijd op 17 januari 2003 een factuur ten bedrage van € 4.629,40 incl. BTW gezonden. Deze kon niet automatisch worden geïncasseerd waarna Keizerstad Telfin Verzekeringen bij brief van 22 januari 2003 tot 28 januari 2003 de gelegenheid heeft gegeven het gefactureerde bedrag te voldoen. Toen betaling wederom uitbleef heeft deurwaarderskantoor Waters Oomes en Legel bij brieven van 4 februari 2004 X en Y in hun hoedanigheid van voormalige vennoten van ‘ Telfin Nederland V.O.F.’ tot betaling van voornoemde hoofdsom gesommeerd, vermeerderd met contractuele rente en buitengerechtelijke kosten. Betaling heeft niet plaatsgevonden. Bij brief van 4 maart 2003 zijn X en Y in de gelegenheid gesteld binnen 5 dagen een bedrag van € 5.611,19 te voldoen.

1.8 Keizerstad heeft X en Y vervolgens gedagvaard tot betaling van € 5.637,17 (hoofdsom: € 4.873,05, contractuele rente ad € 102,12 en buitengerechtelijke kosten ad € 662,00), vermeerderd met de contractuele rente van 24% per jaar over € 4.873,05 vanaf 4 maart 2003. Tegen X en Y is verstek verleend. Bij verstek gewezen vonnis van deze rechtbank van 2 juli 2003 zijn X en Y hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 5.637,17, vermeerderd met rente en met veroordeling van X en Y in de proceskosten. Het verstekvonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Van dat vonnis zijn X en Y in verzet gekomen bij dagvaarding van 6 augustus 2003.

Het geschil en de beoordeling daarvan

2. X en Y vorderen te worden ontheven van de door deze rechtbank bij verstek tegen hen uitgesproken veroordeling.

3. Niet in geschil is dat X en Y tijdig in verzet zijn gekomen van het tegen hen gewezen verstekvonnis van 2 juli 2003. Zij zijn derhalve ontvankelijk te achten in het ingestelde verzet. De rechtbank begrijpt dat Keizerstad X en Y in de inleidende dagvaarding heeft aangesproken in hun hoedanigheid van vennoten van de (voormalige) vennootschap onder firma Telfin Verzekeringen VOF en dat de vordering van Keizerstad strekt tot hun hoofdelijke veroordeling tot betaling. Ter comparitie is gebleken dat ook X en Y dat zo hebben begrepen.

4. Alhoewel geen stukken zijn overgelegd waaruit kan blijken dat de rechtsvorm waaronder Telfin Verzekeringen tot – in ieder geval – 2 december 2002 handelde een vennootschap onder firma was, bestaat daarover tussen partijen geen verschil van mening zodat ook de rechtbank daarvan zal uitgaan. Evenmin is in geschil dat X en Y de vennoten van die VOF waren noch dat de beide hiervoor onder 1.2 en 1.4 genoemde overeenkomsten van opdracht zijn gesloten tussen Keizerstad als opdrachtnemer en Telfin Verzekeringen VOF als opdrachtgever. Op grond van art. 18 K is ieder der vennoten van de VOF hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap, en ook na een ontbinding van de VOF blijven haar (voormalige) vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor de vennootschapsschulden. Dat Telfin Verzekeringen VOF op enig moment is ontbonden, is overigens gesteld noch anderszins gebleken.

5. Daaruit volgt dat X en Y, anders dan zij kennelijk menen, in beginsel hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schuld van Telfin Verzekeringen VOF aan Keizerstad uit hoofde van de op 7 november 2002 met Keizerstad gesloten overeenkomst. De juistheid van de gevorderde hoofdsom ad € 4.873,05 is op zichzelf door X en Y niet bestreden en staat daarmee dus vast. De enkele omstandigheid dat in de gereserveerde zendtijd geen spots zijn uitgezonden kan X en Y op zichzelf niet baten, omdat dit op grond van art 15 onder A van de toepasselijke Algemene Verkoopvoorwaarden van Keizerstad een omstandigheid is die geacht moet worden voor rekening en risico van X en Y te komen.

6. X en Y voeren aan dat op 2 december 2002 Telfin Verzekeringen B.V. is opgericht en dat de door de VOF gedreven onderneming in deze besloten vennootschap is ingebracht. Ter comparitie hebben zij zich op het standpunt gesteld, kort gezegd, dat aldus de besloten vennootschap de schuld van de VOF heeft overgenomen, dat Keizerstad in de persoon van haar accountmanager W. C wist dat sprake was van een besloten vennootschap in plaats van een VOF en dat Keizerstad bij monde van C er mee heeft ingestemd dat de besloten vennootschap in de plaats zou treden van de VOF, óók waar het de oude schulden van de VOF betrof. Daarom verweren zij zich primair met de stelling dat niet zij, maar de besloten vennootschap aansprakelijk is voor voornoemde schuld.

7. Een schuld gaat van de schuldenaar over op een derde, indien deze derde die schuld van de schuldenaar overneemt. Het overnemen door een derde van een schuld heeft op zichzelf geen invloed op de verhouding tussen schuldenaar en schuldeiser. Die schuldoverneming heeft pas werking jegens de schuldeiser indien de schuldenaar en de derde tezamen de schuldeiser over de overneming hebben geïnformeerd en nadat de schuldeiser zijn toestemming heeft verleend (art. 6: 155 BW). Het rechtsgevolg van een geldige schuldoverneming is dat de derde schuldenaar is geworden in plaats van de oorspronkelijke schuldenaar. In het onderhavig geval zou dat betekenen dat Telfin Verzekeringen B.V. schuldenaar is geworden in plaats van Telfin Verzekeringen VOF, zodat de vordering van Keizerstad, ingesteld tegen de beide vennoten van de (voormalige) VOF, zou moeten worden afgewezen.

8. Nu Keizerstad de gestelde schuldoverneming ter comparitie heeft betwist volgt uit de hoofdregel van art. 150 Rv dat op X en Y de last rust te bewijzen dat aan de vereisten van een geldige schuldoverneming als bedoeld in art. 6: 155 BW is voldaan. Dat betekent dat zij allereerst zullen moeten bewijzen hun stelling dat de door de VOF gedreven onderneming in de BV is ingebracht en dat de BV in dat verband ook de bestaande schuld van de VOF aan Keizerstad van - in hoofdsom - € 4.873,05 heeft overgenomen. Overeenkomstig hun aanbod zal de rechtbank X en Y tot het leveren van bewijs toelaten.

9. Voorts dienen zij te bewijzen dat zij – zoals in hun stellingen besloten ligt – Keizerstad in de persoon van W. C over de overneming van de schuld van de VOF door de BV hebben geïnformeerd en voorts dat Keizerstad in de persoon van C ondubbelzinnig in de overneming van die schuld ten bedrage van € 4.873,05 heeft toegestemd. Overeenkomstig hun aanbod daartoe zullen X en Y tot het leveren van bewijs worden toegelaten.

10. Dat bewijs is ook nodig want volgt niet reeds uit het enkele feit dat Keizerstad het door haar ingeschakelde deurwaarderskantoor blijkens de overgelegde ‘machtiging tot het starten van een gerechtelijke procedure’ heeft gemachtigd tot het nemen van rechtsmaatregelen tegen ‘Telfin Verzekeringen B.V.’. Dat stuk is niet gericht tot X en Y en bovendien valt niet uit te sluiten dat het deurwaarderskantoor op dat moment in de niet onbegrijpelijke veronderstelling heeft verkeerd dat de beide opdrachten destijds waren verstrekt door Telfin Verzekeringen B.V..

11. Subsidiair verweren X en Y zich met de stelling dat zij in afwijking van de op 7 november 2002 met keizerstad gesloten overeenkomst nader met W. C de uitdrukkelijke afspraak hebben gemaakt dat er pas zou worden uitgezonden als zij daarvoor hun akkoord zouden geven. In hun visie is het kennelijk zo dat de in het onder 1.4 genoemde mutatieformulier vermelde reclametijd in de periode 6 januari 2003 tot en met 7 maart 2003 zou worden verschoven totdat zij akkoord zouden gaan met uitzending van een nieuw te maken spot. Een nieuwe spot is er niet gekomen zodat het op grond van de nadere afspraak nimmer tot uitvoering van de opdracht is gekomen. Daarom stellen zij niets aan Keizerstad te zijn verschuldigd.

12. Keizerstad betwist de gestelde nadere afspraak. Uit de hoofdregel van art. 150 Rv volgt dan dat op X en Y de last rust deze nadere afspraak te bewijzen. Overeenkomstig hun aanbod zullen X en Y tot bewijslevering worden toegelaten. Het komt doelmatig voor deze bewijsopdracht te combineren met de onder 8 en 9 bedoelde bewijsopdrachten. Slagen zij daarin niet, dan strandt het subsidiaire verweer. Slagen zij daarin wel dan is denkbaar dat moet worden geoordeeld dat de verplichting van Keizerstad om gedurende een bepaalde periode zendtijd te reserveren afhankelijk is gemaakt van de onzekere, toekomstige, gebeurtenis (art. 6:21 BW) dat Telfin Verzekeringen VOF op enig moment zou aangeven daadwerkelijk gebruik te willen maken van zendtijd voor het uitzenden van een nieuwe reclamespot en dat, nu die voorwaarde niet is vervuld, de verbintenissen geen werking hebben gekregen en derhalve niets is verschuldigd.

13. De stelling van Keizerstad dat buiten de overeengekomen periode niet kan worden opgeschort kan haar niet baten omdat niet valt uit te sluiten dat daarvan bij nadere overeenkomst is afgeweken.

14. Ter comparitie heeft Keizerstad zich overigens nog beroepen op de onbevoegdheid van C om namens haar in te stemmen met schuldoverneming respectievelijk tot het maken de gestelde (nadere) afspraak als onder 11 bedoeld, maar zij heeft dat verder niet uitgewerkt. Afhankelijk van de uitkomst van de bewijslevering door X en Y zal zij daartoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld. X en Y zullen daar dan op mogen reageren.

15. Eventuele schriftelijke stukken dienen uiterlijk veertien dagen voor de geplande datum van getuigenverhoor in kopie aan de rechtbank en aan de wederpartij te worden gezonden. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. Tussentijds hoger beroep van dit vonnis is uitgesloten.

De beslissing

De rechtbank, recht doende,

draagt X en Y op te bewijzen dat de door Telfin Verzekeringen VOF gedreven onderneming in Telfin Verzekeringen BV is ingebracht en dat de BV in dat verband de schuld van de VOF aan Keizerstad ten bedrage € 4.873,05 heeft overgenomen;

draagt X en Y voorts op te bewijzen dat zij Keizerstad in de persoon van W. C hebben geïnformeerd over de overneming van de schuld van de VOF aan Keizerstad door Telfin Verzekeringen BV en voorts dat W. C namens Keizerstad in die overneming uitdrukkelijk heeft toegestemd;

draagt X en Y verder op te bewijzen dat zij met Keizerstad in de persoon van W. C de afspraak hebben gemaakt dat er pas zou worden uitgezonden als zij daarvoor hun akkoord zouden geven;

bepaalt dat, voor zover X en Y dit bewijs door middel van getuigen wil leveren, de getuigen door de rechtbank (mr. R.A. van der Pol) gehoord zullen worden in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd (in beginsel op een donderdag),

verwijst de zaak naar de tweede rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor het opgeven van eventuele getuigen met hun respectieve verhinderdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden mei 2004 tot en met augustus 2004, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

bepaalt dat het aan de hand van de gedane opgave(n) vastgestelde tijdstip in beginsel niet zal worden gewijzigd,

verstaat dat bij gebreke van de gevraagde opgave van getuigen geen gelegenheid meer zal worden gegeven voor het doen horen van getuigen,

verwijst in dat geval de zaak naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken, voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van X en Y, waarbij zij desgewenst het bewijs- in het bijzonder ten aanzien van het eerste bewijsthema - schriftelijk kunnen leveren, of voor bepaling datum vonnis,

bepaalt dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn,

bepaalt voorts dat de partijen, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is tot het geven van inlichtingen en tot het aangaan van een schikking, indien daartoe naar het oordeel van de rechter aanleiding bestaat, tijdens en/of na de getuigenverhoren voor de rechter zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of de partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden;

bepaalt dat, voor zover partijen in verband met de getuigenverhoren zich nog van (schriftelijke) (bewijs)stukken willen bedienen, zij deze stukken uiterlijk twee weken tevoren in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toe zullen zenden,

verstaat dat hoger beroep van dit vonnis alleen mogelijk is tegelijk met dat van het eindvonnis,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. van der Pol, rechter, en uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2004.